Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Deventerweg 83
Zutphen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1910
- Address
- Deventerweg 83, 7203 AD Zutphen (and others)
- Place
- Zutphen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.14948, 6.20542
- Part of complex
- 523398
- Monument number
- 523400
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "05. Zutphen (1889)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
Twee identieke, spiegelbeeldig ten opzichte van elkaar geschakelde HERENHUIZEN (Deventerweg 83; 85) met TUINHEK. De voorgevel is opgetrokken in baksteen, afgewisseld door speklagen van bricornasteen en een fries onder de daklijst. Beide decoratiebanden zetten zich over de twee panden voort. Op de scheidingsmuur van beide woonhuizen bevindt zich een muursleuf met gestileerd bloemmotief. Bijna alle kozijnen zijn gebiljoeneerd. In de VOORGEVEL bevindt zich boven het souterrain met twee stolpramen, het brede bordes dat is voorzien van een lage borstwering die bestaat uit gepaarde en naar boven uitkragende gemetselde kolommen van oorspronkelijk rode verblendsteen met afgeronde hoeken. Hierop rust een betonnen dekplaat. Een eenvoudige buis-trapleuning eindigt boven in een natuurstenen kolom die uivormig wordt bekroond. Vanuit deze kolom zet zich een eveneens natuurstenen dekplaat voort naar de muurdam in de portiek, die wordt ondersteund door een uit afgeronde rode verblendstenen bestaande gepaarde kolom zoals die oorspronkelijk ook op het bordes voorkomt. Zowel in de hoekkolom als in de dekplaat zijn florale motieven uitgespaard. Deze motieven worden in de rijkbewerkte gebiljoeneerde paneeldeur beneden tweemaal herhaald. De bovenzijden van de drie deurruitjes sluit aan op de in het bovenste gedeelte van de deur zich bevindende ellipsvorm van de 2x5 kleine deurruitjes. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. Een drieruits bovenlicht in oorspronkelijk glas in lood (dat alleen bij nr. 83 voorkomt) sluit het kozijn af. Terzijde van de deur bevindt zich een venster dat bestaat uit twee, door een vast kalf gescheiden, glas in loodramen. Het venster rust op uitgemetselde onderdorpeltegels. Tussen een gecementeerde plint en een band van twee rode verblendstenen lagen waartussen een koppenlaag van witte verblendstenen, bevindt zich een invulling van bricornasteen, die zich ook voortzet op de blinde zijmuren van de portiek. Een eensteens segmentboog waarin in de buitenwelving van de boog, om en om koppen in witte verblendsteen zijn geplaatst, sluit de portiek af. De boog rust op hardstenen aanzetstenen die in de neggen van de portiek een kwartholprofiel bezitten. De bel-etage bevat dubbele deuren met zijlichten die aansluiten op het eerder genoemde bordes. De zijlichten bezitten een getoogde dorpel. Tesamen met de deurruiten vormen zij een soort ellips. De zijlichten bevatten een vierruits door een kruisroede gedeeld bovenlicht. De deuren zijn van een drieruits bovenlicht voorzien dat evenals die in de zijlichten oorspronkelijk met geel kathedraalglas is bezet. De muuropening wordt afgesloten door een laag witte verblendstenen die aan de onderzijde zijn afgerond. Deze sluit op een bricornastenen band aan vanuit de portiek en aan de andere zijde aansluiting vindt met de hoger geplaatste muursleuf op de scheidingsmuur van beide panden. Deze muursleuf is voorzien van een in imitatie-sgraffito uitgevoerd bloemmotief en onderbreekt, rustend op een uitgemetselde dorpel, een lager geplaatste band van bricornasteen. Het venster boven de portiek in de tweede bouwlaag, bevat een schuifraam met drieruits bovenlicht, ingevuld met geel kathedraalglas. Het wordt lichtgetoogd afgesloten met hetzelfde patroon als in de boog boven de portiek. Onder de vensterdorpel komt in het muurwerk een patroon met bricornasteen voor dat ook als band over de gevel zowel ter hoogte van de voet van het venster als ter hoogte van de bovendorpel voorkomt. De tweede bouwlaag bevat in de woning nr. 83 een oorspronkelijke loggia met een deels opengewerkte borstwering die is voorzien van een granito dekplaat. Ter weerszijden van de naar achter geplaatste dubbele balkondeuren komt een zijlicht voor. De drieruits bovenlichten (valraam) van de deuren zijn met helder glas ingevuld. De tweede bouwlaag in het naastgelegen pand bevat een breed (in de dertiger jaren aangelegd) venster in plaats van de hiervoor besproken loggia. Een schuifraam met drieruits bovenlicht wordt door zijlichten met bovenlicht geflankeerd. De bovenlichten zijn voorzien van geel kathedraalglas. Loggia en venster worden door een segmentboog met aanzetstenen, identiek aan die voorkomen boven de portiek, beëindigd. Onder de betonnen onderdorpel waarop het kozijn rust, is in het muurwerk waar zich de opengewerkte borstwering van de loggia in het naastgelegen pand bevindt, een decoratie in bricornasteen aangebracht.
De gevel wordt afgesloten door een uitgemetselde rollaag waarop smalle muurdammen rusten die aansluiten op de gootklossen. De zodoende ontstane vakverdeling is met een zich herhalend decoratief patroon van imitatie-sgraffito voorzien.
De dakkapellen zijn met een zadeldak aangekapt. Doorstekende gordingen die reiken tot aan de gesneden windveren ondersteunen het overstek van de dakschilden. Van de drie ramen is het middelste als draairaam uitgevoerd en zijn de bovenhoeken afgeschuind. De kleinere meerruits zijlichten worden afgesloten overeenkomstig de schuine zijden van het dak.
De LINKER- en RECHTER ZIJGEVEL die bestaan uit inpandige scheidingsmuren komen daarom niet voor beschrijving in aanmerking. De sober uitgevoerde ACHTERGEVEL wijkt in vele opzichten af van de voorgevel. De bel-etage is voorzien van een over de volle breedte van de gevel lopende serre. In de tweede bouwlaag komen ter hoogte van de kalven en de boogvullingen van de vensters dubbele rode verblendstenen banden voor die in de derde bouwlaag, ongeveer op gelijke hoogte van de onderdorpels van de vensters herhaald wordt.
De gevel van het souterrain, die ten opzichte van de serre terug is gelegen, bezit een paneeldeur met ruitjes en een venster met gekoppelde stolpramen. Halverwege de overspanning ondersteunt een gemetselde kolom de I-balk waarop de uitgebouwde serre rust. Deze telt vijf vensterassen waaronder een (moderne) dubbele tuindeur waar oorspronkelijk de steile trap naar de verlaagde tuin op aansloot maar die hier in beide gevallen is verplaatst. Alle vensterassen bezaten oorspronkelijk ruiten die aan de onderzijde door een roedeverdeling in drie gelijke naast elkaar geplaatste vierkante ruitjes waren onderverdeeld zoals die nog hoofzakelijk bewaard zijn gebleven bij de woning nr. 85. De vensterassen zijn veelal door tweeruits bovenlichten afgesloten, behalve boven de dubbele tuindeuren die dienovereenkomstig een vierruits bovenlicht bevatten. Onder het boven de serre gelegen balkon met modern hek komen gesneden gootklossen voor.
Op de tweede bouwlaag komen twee dubbele deuren uit op het boven de serre gelegen balkon. Van de breedste dubbele deur is het bovenlicht voorzien van vijfruits, de andere deur van drieruits bovenlichten die als klapraam zijn uitgevoerd. De vensters worden afgesloten door een eensteens segmentboog die een gecementeerd boogveld omvat. De gevel wordt beëindigd met een venster waarin een stolpraam met drieruits bovenlicht, geflankeerd door een zijlicht eveneens voorzien van een bovenlicht en aan de andere zijde van de gevel een schuifraam met drieruits bovenlicht.
Het INTERIEUR valt op door bijzondere onderdelen die veelal gaaf bewaard zijn gebleven. Het tweebeukige interieur bezit aansluitend op de voordeur en tochtportaal een gang, die overgaat in de tegenwoordig als keuken in gebruik zijnde ruimte. Ernaast bevindt zich de kamer en suite met schuifdeuren waarin oranje kathedraalglas (alleen bij de woning nr. 83); bewerkte stucplafonds met kooflijsten die fruitschalen temidden van loofwerk omlijsten en marmeren schouwen. Boven de ramen aan de voorzijde komen de kastjes voor van de buiten-rolluiken. Bijna alle paneeldeuren met geprofileerde kozijnen zijn bewaard gebleven. De uit kraalschroten bestaande schuifdeur die de serre in twee ruimten verdeelt, is alleen nog aanwezig bij nr. 83. In de hal: een kwartslag trap met scheluwe treden. De schouwen op de tweede en derde verdieping (eveneens met stucplafonds) zijn resp. uitgevoerd in marmer en hout. Op de overloop een lichtkoker in het platte dak. In het souterrain bevindt zich behalve de oorspronkelijke keuken (die bij nr. 85 gaaf is bewaard) met houten schouwbalk en deels granitovloer, en een dienstbodekamer. Tussen de beide ruimten in bevindt zich de stookkamer.
Het gietijzeren TUINHEK aan de straatzijde vormt met die van de andere huizen in deze rij, één goed bewaard geheel en wijkt alleen bij de onderhavige twee panden van de andere tuinhekken af voor wat betreft het rozetje dat als bekroning van het hek in plaats van een rond plaatje is uitgewerkt. De sierlijk welvende spijlen van het hek komen per drie bovenaan samen en worden boven één van de twee regels van het hek door een ornament bekroond.
Waardering
Twee HERENHUIZEN, Deventerweg 83 en 85, met TUINHEK als onderdeel van een complex gebouwd omstreeks 1910 in overgangsarchitectuur door de aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP.
- Van architectuurhistorisch belang als goed, gaaf en zeldzaam voorbeeld van herenhuizen naar ontwerp van de aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP gebouwd in een overgangsarchitectuur met sterke invloeden van de Jugendstil. Het object valt op door esthetische kwaliteiten in in- en exterieur. Het Jugendstil-exterieur bezit waardevolle elementen in de toepassing van siermetselwerk in verschillende kleuren verblendsteen en balkonhekjes. Het interieur bezit neorenaissance invloeden in stucplafonds en schouwen. De woningen vormen met de naastgelegen panden een goed voorbeeld van het werk van de in Zutphen gevestigde aannemer/ architect van der Klip.
- Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van acht aaneengesloten herenhuizen die langs de uitvalsweg van Zutphen naar Deventer zijn gebouwd binnen een stadsuitbreiding in de periode 1903-1914 en spelen daarin een beeldbepalende rol. Zij vormen daarnaast een goed voorbeeld van het type herenhuis met korte voortuin en diepe achtertuin dat door een ijzeren tuinhek (Jugendstil) van de stoep, bakstenen ventweg en hoofdstraat wordt gescheiden.
- Van cultuurhistorisch belang als goed voorbeeld van twee herenhuizen als onderdeel van een complex als woningen van de gegoede burgerij die zich omstreeks 1900 buiten de stad vestigden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
Two identical detached TOWNHOUSES (Deventerweg 83; 85) mirrored in relation to each other, with GARDEN GATE. The front facade is constructed in brick, alternating with courses of bricorna stone and a frieze below the eaves. Both decorative bands extend across both buildings. On the dividing wall between the two residences is a wall groove with stylised floral motif. Almost all windows are cross-mullioned. In the FRONT FACADE above the basement with two tilting windows is the wide stoop provided with a low parapet consisting of paired and outward-projecting brick columns of originally red facing brick with rounded corners. On this rests a concrete cap plate. A simple tube stair rail ends above in a natural stone column that is crowned with an owlet shape. From this column a likewise natural stone cap plate extends towards the wall beam in the porch, which is supported by a paired column of rounded red facing bricks like that originally also occurs on the stoop. In both the corner column and in the cap plate floral motifs are cut out. These motifs are repeated twice in the richly worked cross-mullioned panel door below. The top sides of the three door panes connect to the ellipse shape found in the upper part of the door with 2x5 small door panes. The door frame rests on hardstone jambs and likewise sill. A three-pane fanlight in original leaded glass (which only occurs at no. 83) closes off the frame. Beside the door is a window consisting of two leaded glass panes separated by a fixed transom. The window rests on tiled sub-sills. Between a cemented plinth and a band of two red facing bricks between which is a course of white facing bricks, is an infill of bricorna stone, which also extends on the blank side walls of the porch. A single-stone segmental arch in which alternating white facing brick headers are placed on the outside curve of the arch closes off the porch. The arch rests on hardstone voussoir stones that in the niches of the porch have a quarter-round profile. The bel-étage contains double doors with sidelights that connect to the aforementioned stoop. The sidelights have an arched sill. Together with the door panes they form a sort of ellipse. The sidelights contain a four-pane fanlight divided by a cross-mullion. The doors are provided with a three-pane fanlight which, like those in the sidelights, originally was fitted with yellow cathedral glass. The wall opening is closed off by a band of white facing bricks that are rounded at the bottom. This connects to a bricorna stone band from the porch and on the other side connects with the higher-placed wall groove on the dividing wall of both buildings. This wall groove is provided with a floral motif executed in imitation-sgraffito and interrupts, resting on a tiled sill, a lower-placed band of bricorna stone. The window above the porch in the second storey contains a sash window with three-pane fanlight, filled with yellow cathedral glass. It is closed off with light arching using the same pattern as in the arch above the porch. Below the window sill appears in the masonry a pattern with bricorna stone that also occurs as a band across the facade both at the height of the foot of the window and at the height of the top sill. The second storey in residence no. 83 contains an original loggia with a partly open-worked parapet provided with a granito cap plate. On either side of the double balcony doors placed at the back is a sidelight. The three-pane fanlights (drop frame) of the doors are filled with clear glass. The second storey in the adjacent building contains a broad window (laid out in the 1930s) in place of the aforementioned loggia. A sash window with three-pane fanlight is flanked by sidelights with fanlight. The fanlights are provided with yellow cathedral glass. Loggia and window are terminated by a segmental arch with voussoir stones, identical to those occurring above the porch. Below the concrete sub-sill on which the frame rests, a decoration in bricorna stone has been applied in the masonry where the open-worked parapet of the loggia in the adjacent building is located.
The facade is closed off by a built-up roll course on which narrow wall beams rest that connect to the gutter blocks. The resulting panel division is provided with a repeating decorative pattern of imitation-sgraffito.
The roof dormers are roofed with gabled roofs. Projecting beams extending to the cut wind braces support the overhang of the roof boards. Of the three windows, the middle one is executed as a casement window and the top corners are chamfered. The smaller multi-pane sidelights are closed off in accordance with the sloping sides of the roof.
The LEFT and RIGHT SIDE FACADES which consist of internal party walls are therefore not subject to description. The plainly executed REAR FACADE differs in many respects from the front facade. The bel-étage is provided with a conservatory running across the full width of the facade. In the second storey at the height of the transoms and the arch fillings of the windows are double red facing brick bands which in the third storey, at approximately the same height of the sub-sills of the windows are repeated.
The basement facade, which is set back relative to the conservatory, has a panel door with panes and a window with coupled tilting windows. Midway along the span a brick column supports the I-beam on which the built-out conservatory rests. This has five window bays including one (modern) double garden door where originally the steep stairs to the lowered garden connected but which has been relocated in both cases. All window bays originally had panes that at the bottom by a glazing bar division into three equally placed square panes like those still largely preserved in residence no. 85. The window bays are mostly closed off by two-pane fanlights, except above the double garden doors which correspondingly contain a four-pane fanlight. Below the balcony above the conservatory with modern railing are cut gutter blocks.
On the second storey two double doors open onto the balcony above the conservatory. Of the broadest double door the fanlight is provided with five panes, the other door with three-pane fanlights executed as drop frames. The windows are closed off by a single-stone segmental arch encompassing a cemented arch field. The facade is terminated with a window in which a tilting window with three-pane fanlight, flanked by a sidelight likewise provided with a fanlight and on the other side of the facade a sash window with three-pane fanlight.
The INTERIOR is notable for special components which have mostly been well preserved. The two-aisle interior has, adjoining the front door and draughtproof porch, a hallway that passes into the space currently used as a kitchen. Next to it is the room en suite with sliding doors in which orange cathedral glass (only in residence no. 83); worked stucco ceilings with coving cornices framing fruit bowls amid foliage and marble fireplaces. Above the windows on the front are the cases for external roller blinds. Almost all panel doors with profiled frames have been preserved. The sliding door consisting of beaded wood which divides the conservatory into two spaces is only still present in no. 83. In the hallway: a quarter-turn staircase with winding steps. The fireplaces on the second and third floors (likewise with stucco ceilings) are respectively executed in marble and wood. On the landing a light shaft in the flat roof. In the basement there is besides the original kitchen (which in no. 85 is well preserved) with wooden bressumer and partly granito flooring, and a servants' room. Between the two spaces is the boiler room.
The cast-iron GARDEN GATE on the street side forms, together with those of the other houses in this row, one well-preserved whole and differs only in the present two buildings from the other garden gates as regards the rosette which as the finial of the gate is worked out in place of a round plaque. The gracefully curving spires of the fence come together per three at the top and are crowned above one of the two rails of the fence by an ornament.
Valuation
Two TOWNHOUSES, Deventerweg 83 and 85, with GARDEN GATE as part of a complex built circa 1910 in transitional architecture by the contractor/architect H.J. VAN DER KLIP.
- Of architectural historical importance as a good, well-preserved and rare example of townhouses designed by contractor/architect H.J. VAN DER KLIP built in a transitional architecture with strong influences from the Jugendstil. The object is notable for aesthetic qualities in interior and exterior. The Jugendstil exterior possesses valuable elements in the application of decorative brickwork in various colours of facing brick and balcony railings. The interior possesses neo-Renaissance influences in stucco ceilings and fireplaces. The dwellings form with the adjacent buildings a good example of the work of the contractor/architect van der Klip established in Zutphen.
- Of urban-planning importance as part of eight adjoining townhouses built along the approach road from Zutphen to Deventer within a city expansion in the period 1903-1914 and play a defining role in it. They furthermore form a good example of the type of townhouse with short front garden and deep back garden which is separated from the pavement, brick side lane and main street by an iron garden gate (Jugendstil).
- Of cultural-historical importance as a good example of two townhouses as part of a complex as residences of the wealthy bourgeoisie who settled outside the city circa 1900.
Nearby in the register
- Woonhuis, Deventerweg 79Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Deventerweg 87Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Deventerweg 73Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Deventerweg 67Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.