Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Deventerweg 67
Zutphen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1903 - 1914
- Address
- Deventerweg 67, 7203 AD Zutphen (and others)
- Place
- Zutphen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.14906, 6.20487
- Monument number
- 523416
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "05. Zutphen (1889)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WOONBLOK bestaande uit drie aaneengesloten herenhuizen (oneven NRS. 67-71) in overgangsarchitectuur waarvan de voorgevels sterk zijn beïnvloed door de Jugendstil. Een ijzeren TUINHEK scheidt de voortuin van de straat.
Het woonblok (1908), is waarschijnlijk gebouwd naar ontwerp van de aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP (1861-1938) die voor de bouw van verscheidene woningen in de periode 1903-1914 aan deze zijde van de Deventerweg verantwoordelijk is geweest. De als aannemer geschoolde Van der Klip signeerde als architect zijn bouwtekeningen, hetgeen overigens in die tijd wel meer gebruikelijk was.
De huizen zijn ten noorden van de Deventerweg gesitueerd, aan de noordoost grens van de bebouwde kom van Zutphen en zijn met hun gevel op één rooilijn gelegen. Zij bestaan uit een vaste indeling met souterrain, bel-etage, tweede bouwlaag en een zolderverdieping en lijken op het eerste gezicht aan elkaar identiek. Van de drie, door zadeldaken gedekte woningen, bezitten de buitenste alleen aan de straatgevel een afgewolfd dakschild. Naast de overeenkomstige geveltop van beide hoekwoningen, wordt hun symmetrie door spiegelbeeldige gelijkheid duidelijk in de driezijdige erker, identiek fries en de decoratieve vullingen van de boogvelden. De middelste woning bezit een rechthoekige erker en onder meer afwijkende decoratieve vullingen in friezen en boogvelden.
De ruimtelijke tweebeukige indeling is het duidelijkst te zien in de eerste bouwlaag in de smalle as (a) met een trap die leidt naar de voordeur en in de brede as (b) een naastgelegen erker waarboven een balkon. In het woonblok ontstaat aldus een ritme ba-ab-ab.
De straatgevel van het woonblok vertoont duidelijke Jugendstil kenmerken zoals de a-symmetrie. Daarnaast kent de gevel een zeer rijke uitvoering waarbij voor de details gebruik is gemaakt van plantenmotieven in de glas-in-loodramen, friezen en ijzeren hekwerken. Verder zijn de gevels in rode verblendsteen uitgevoerd met oranje banden in hetzelfde materiaal; is in deuren, kozijnen, klossen en beschot fijn gedetailleerd houtsnijwerk toegepast en zijn decoratieve patronen in verschillende kleuren in boogtrommels en friezen aangebracht in natte cement met behulp van een sjabloon. De architect wilde hiermee de sgraffito-techniek imiteren die omstreeks 1900 veelvuldig werd toegepast in België. In de beschrijving wordt deze techniek aangeduid met de term imitatie-sgraffito.
De voorgevels staan in sterk contrast met hun sobere uniforme achtergevel met houten serre waarboven een balkon en de traditionele aankleding van het interieur. Het woonblok toont aan dat de voorgevel het 'gezicht' naar buiten was waaraan het aanzien af te lezen was. De vooruitstrevende voorgevels grenzen alle met hun korte voortuin aan de parallelweg van de Deventerweg. Aan de achterzijde van de woningen bezitten zij een diepe achtertuin en bevindt zich een spoorwegemplacement en bedrijventerrein.
Omschrijving
De drie in baksteen (kruisverband) opgetrokken herenhuizen bezitten een traditionele rechthoekige plattegrond en worden zoals eerder vermeld, elk door een (al dan niet afgewolfd) zadeldak met gesmoorde kruispannen gedekt. De daken bezitten een bakgoot die rust op de uitstekende gordingen van de kap.
Op de zij- en scheidingsmuren komen een of twee schoorstenen voor.
De gevelindeling is voor de drie huizen tenzij anders vermeld nagenoeg identiek met één muuropening op iedere verdieping van iedere beuk. De wijze waarop deze muuropeningen in de voorgevel zijn ingevuld varieert van openslaande (dubbele balkon)deuren met boven- en zijlichten met meervoudige roedenverdeling tot een eenvoudig schuifraam. De VOORGEVEL wordt gekenmerkt door een trappartij en erker boven een souterrain met vaste- en stolpramen. De steektrap met eenvoudige buisleuning is in granito uitgevoerd en leidt naar de rijk in hout bewerkte voordeur, die geometrisch door panelen en deurruitjes is ingedeeld. In de voordeur van het middelste huis komen twee ellipsvormige bogen voor waarvan de vorm als beëindiging terugkomt in de zij- en bovenlichten van de voordeur en als ruitindeling in de openslaande dubbele deuren van de erker. Het bovenlicht van de voordeur bestaat uit een gedeeld raam; het zijlicht bevat twee ramen onder elkaar met al dan niet gekleurd kathedraalglas. Een latei sluit het deurkozijn dat rust op hardstenen neuten en dito dorpel af. In het segmentboogvormige boogveld boven de deur is een imitatie-sgraffito aangebracht. Alleen in het middelste huis is boven het boogvormig afgesloten kozijn van zij- en bovenlicht van de deur een echte sgraffito aangebracht met een voorstelling van twee pauwen. In de driezijdige erkers komen in elke zijde schuiframen voor met glas in lood ramen in de bovenlichten die alleen nog in de linker hoekwoning aanwezig zijn. De rechthoekige erker van de middelste woning bezit naar binnen slaande deuren die samen met de zijlichten van een boogvormige ruitindeling zijn voorzien. Bijna alle hier besproken vensters bevatten hun oorspronkelijke rolluiken. Boven de erkers bevindt zich een balkon met gemetselde kolommen waarop een dekplaat rust. Aan de voorzijde bevindt zich een ijzeren balkonhek met zwierige vormen waarbij dat van het middelste huis enigszins afwijkt, evenals de op het balkon aansluitende deuren met zij- en bovenlichten die hier door muurdammen tot zijvensters zijn verzelfstandigd. In de twee boogvelden boven de zijvensters komt hier het jaartal in de imitatie-sgraffito voor: 'ANNO' en '1908'. De geveltop wordt ingevuld door drie naast elkaar geplaatste vensters waarvan het middelste raam oorspronkelijk een stolpraam betreft. De bovenlichten zijn alle gedeeld. De fries langs de geveltop van de twee hoekwoningen wordt gevormd door uitgemetselde, onderling verbonden kolommen (die corresponderen met de uitstekende gordingen van de kap) met in de aldus ontstane vakken een kalkzandstenen vulling. In het middelste huis bestaat de vulling in de fries uit imitatie-sgraffito en is het gedeelte onder de kruin van de topgevel van een houten beschot voorzien.
De LINKER ZIJGEVEL bestaat uit de buitenmuur van de hoekwoning nr. 67 en bevat de uit de voorgevel doorlopende plint. Hierboven zijn links en rechts een schuifraam geplaatst overeenkomstig het raam in de driezijdige erker met bovenlicht. Het rechter is met glas in lood ingevuld, het linker bevat kathedraalglas. Een rollaag van rode verblendsteen sluit het met imitatie-sgraffito uitgevoerde boogveld af. Zowel de oranje verblendstenen band als de fries lopen vanuit de voorgevel in deze gevel door.
De ACHTERGEVEL van de drie woningen wordt bepaald door de boven het souterrain aanwezige drie houten serres met bovenliggend balkon. Vanuit de serre, die op een ijzeren puibalk rust, leidt een houten steektrap naar de tuin. Van de twee hoekwoningen zijn het souterrain verbouwd (nr. 67) en de serre uitgebouwd (nr. 71). De serre staat uit zes vensterassen (alleen bij nr. 67 worden er vijf! geteld) waarboven een twee- of drieruits bovenlicht met kathedraalglas. Het balkonhek van de drie woningen dat uit latten bestaat loopt ononderbroken door. Op het balkon sluiten twee paar dubbele deuren aan met oorspronkelijk drie- en vierruits bovenlichten onder een ellipsvormig gecementeerd boogveld door een steens boog afgesloten. Over de gehele achtergevel komt ter hoogte van wisseldorpel en kalf van de ramen respectievelijk een enkelvoudige en dubbele oranje verblendstenen band voor. Een T-schuifraam met drieruits bovenlicht (dat alleen bij nr 71 is gewijzigd) onder een ellipsvormig boogveld beëindigt de gevel. De hoeken van de buitenste woningen worden door oranje verblendsteen gemarkeerd.
De RECHTER ZIJGEVEL betreft de buitenmuur van de woning nr. 71. De licht vooruitspringende voetmuur is beraapt. Deze muur is geheel blind uitgevoerd en bezit enkel een fries die evenals in de linker zijgevel, zich uit de voorgevel heeft voortgezet.
Het INTERIEUR bevat veel goed bewaarde onderdelen. De vestibule wordt van de hal gescheiden door een tochtportaal waarin veelal meerruits kathedraalglas. De paneeldeuren zijn merendeels gespaard gebleven. In het souterrain bevindt zich de oorspronkelijke keuken, een kamer en een stookhok. Vanuit het souterrain is de tuin bereikbaar. In de brede beuk op de bel-etage bevinden zich de kamers en suite, die zijn voorzien van een geornamenteerd stucplafond en twee veelal natuurstenen schouwen. In de smalle beuk bevindt zich de gang, toilet en kwartslagtrap. Op de eerste verdieping komen houten schouwen en eenvoudige stucplafonds voor; aan de straatzijde zijn de kastjes voor de rolluiken in de eerste en tweede bouwlaag aanwezig.
Het ijzeren TUINHEK aan de straatzijde vormt met die van de andere huizen in deze rij, die overigens alle goed zijn bewaard, één geheel. De sierlijk welvende spijlen van het hek komen per drie bovenaan samen en worden boven één van de twee regels van het hek door een ornament bekroond.
Waardering
WOONBLOK, met TUINHEK, bestaande uit drie aaneengesloten woonhuizen aan de Deventerweg 67-71 van de aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP in 1908.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een woonblok, waarbij binnen de gevel een bewuste asymmetrie is toegepast. De woningen hebben hun karakteristieke bouwvolume, architectuur, Jugendstil decoratie en materiaalgebruik goed behouden. Zij vormen een zeldzaam voorbeeld in Nederland van een rijke vorm van voorgevels in Jugendstil, op redelijk grote schaal, bewaard gebleven. In het interieur bevinden zich veelal de oorspronkelijke paneeldeuren, schouwen en stucplafonds.
- Van stedenbouwkundige waarde als voorbeeld van een woonblok bestaande uit drie aaneengesloten herenhuizen die langs de uitvalsweg van Zutphen naar Deventer zijn gebouwd binnen een stadsuitbreiding in de periode 1903-1914 en spelen daarin een beeldbepalende rol. Zij vormen daarnaast een goed voorbeeld van het type herenhuis met korte voortuin en diepe achtertuin dat door een ijzeren tuinhek (Jugendstil) van de stoep, bakstenen ventweg en hoofdstraat wordt gescheiden.
- Van cultuurhistorisch belang als goed voorbeeld van drie herenhuizen als onderdeel van een complex van woningen van de gegoede burgerij die zich omstreeks 1900 buiten de stad vestigden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RESIDENTIAL BLOCK consisting of three adjoining town houses (odd numbers 67-71) in transitional architecture whose front facades are strongly influenced by Art Nouveau. An iron GARDEN FENCE separates the front garden from the street.
The residential block (1908) was probably built according to a design by the contractor/architect H.J. VAN DER KLIP (1861-1938) who was responsible for the construction of several houses in the period 1903-1914 on this side of the Deventerweg. Van der Klip, trained as a contractor, signed his building drawings as an architect, which was incidentally more common at that time.
The houses are situated to the north of the Deventerweg, on the north-east boundary of the built-up area of Zutphen and are located with their facades on one building line. They have a fixed layout consisting of a basement, piano nobile, second storey and an attic storey and appear at first glance to be identical to each other. Of the three dwellings, covered by gabled roofs, the outer ones have only a curved roof slope on the street facade. Alongside the corresponding gable top of both corner houses, their symmetry is clearly evident in the three-sided bay window, identical frieze and the decorative infills of the arched fields. The middle house has a rectangular bay window and, among other things, differing decorative infills in friezes and arched fields.
The spatial two-aisle layout is most clearly seen on the first storey in the narrow axis (a) with a staircase leading to the front door and in the wide axis (b) an adjacent bay window above which is a balcony. In the residential block this creates a rhythm ba-ab-ab.
The street facade of the residential block shows clear Art Nouveau characteristics such as asymmetry. Furthermore, the facade has a very rich execution using plant motifs in the stained-glass windows, friezes and iron railings. The facades are executed in red facing brick with orange bands in the same material; fine detailed woodcarving has been applied in doors, frames, blocks and panelling and decorative patterns in various colours have been applied to arched soffits and friezes in wet cement using a template. The architect thereby wished to imitate the sgraffito technique which was frequently applied in Belgium around 1900. In this description this technique is referred to as imitation sgraffito.
The front facades stand in sharp contrast with their sober uniform rear facade with wooden conservatory above which is a balcony and the traditional interior decoration. The residential block shows that the front facade was the 'face' towards the outside by which its appearance could be read. The forward-looking front facades all border with their short front garden on the parallel road of the Deventerweg. On the rear side of the houses they have a deep back garden and a railway depot and business district are situated.
Description
The three town houses constructed in brick (Flemish bond) have a traditional rectangular floor plan and are, as mentioned earlier, each covered by a gabled roof (whether or not curved) with closed Spanish tiles. The roofs have a gutter which rests on the projecting beams of the roof frame.
On the side and party walls there are one or two chimneys.
The facade layout for the three houses is, unless otherwise stated, virtually identical with one wall opening on each storey of each aisle. The manner in which these wall openings are filled in the front facade varies from opening double-door (with fanlight and sidelights with multiple glazing bars to a simple sash window. The FRONT FACADE is characterised by a flight of steps and bay window above a basement with fixed and folding windows. The flight of steps with simple tube railing is executed in granito and leads to the richly worked wooden front door, geometrically divided by panels and door lights. In the front door of the middle house there are two elliptical arches whose form recurs as a termination in the side and fanlights of the front door and as window division in the opening double doors of the bay window. The fanlight of the front door consists of a divided window; the sidelight contains two windows one above the other with coloured or uncoloured cathedral glass. A lintel closes off the door frame which rests on hard stone reveals and similar threshold. In the segmental arched field above the door imitation sgraffito has been applied. Only in the middle house has a true sgraffito been applied above the arched-topped frame of sidelight and fanlight of the door, depicting two peacocks. In the three-sided bay windows there are sash windows in each side with stained-glass windows in the fanlights which are present only in the left corner house. The rectangular bay window of the middle house has inward-opening doors which together with the sidelights are provided with an arched window division. Almost all the windows discussed here retain their original roller shutters. Above the bay windows is a balcony with brick columns on which a coping rests. At the front is an iron balcony railing with flowing forms, that of the middle house being somewhat different, as are the doors adjoining the balcony with side and fanlights which here are rendered self-contained as side windows by wall pillars. In the two arched fields above the side windows the year appears here in the imitation sgraffito: 'ANNO' and '1908'. The gable top is filled by three windows placed side by side, of which the middle window is originally a folding window. The fanlights are all divided. The frieze along the gable top of the two corner houses is formed by laid-out, mutually connected columns (which correspond with the projecting beams of the roof frame) with a calcium silicate infill in the fields thus created. In the middle house the infill in the frieze consists of imitation sgraffito and the section under the crown of the apex gable is provided with wooden panelling.
The LEFT SIDE FACADE consists of the outer wall of the corner house no. 67 and contains the plinth running through from the front facade. Above this there are sash windows placed left and right corresponding to the window in the three-sided bay window with fanlight. The right one is filled with stained glass, the left contains cathedral glass. A roll course of red facing brick closes off the arched field executed with imitation sgraffito. Both the orange facing brick band and the frieze continue from the front facade into this facade.
The REAR FACADE of the three houses is determined by the three wooden conservatories present above the basement with overlying balcony. From the conservatory, which rests on an iron beam, a wooden flight of steps leads to the garden. Of the two corner houses the basement has been altered (no. 67) and the conservatory has been extended (no. 71). The conservatory consists of six window bays (only at no. 67 are five! counted) above which is a two- or three-pane fanlight with cathedral glass. The balcony railing of the three houses consisting of laths runs continuously. On the balcony two pairs of double doors adjoin with originally three- and four-pane fanlights under an elliptically cemented arched field closed off by a brick arch. Over the entire rear facade at the height of the alternating drip and calf of the windows respectively a single and double orange facing brick band occurs. A T-sash window with three-pane fanlight (which at no. 71 has been altered) under an elliptical arched field ends the facade. The corners of the outer houses are marked by orange facing brick.
The RIGHT SIDE FACADE concerns the outer wall of house no. 71. The slightly projecting base wall is rendered. This wall is executed entirely blind and has only a frieze which, as in the left side facade, has continued from the front facade.
The INTERIOR contains many well-preserved components. The vestibule is separated from the hall by a draught vestibule in which mostly multi-pane cathedral glass. The panel doors have for the most part been preserved. In the basement is the original kitchen, a room and a boiler room. From the basement the garden is accessible. In the wide aisle on the piano nobile are the en suite rooms, which are provided with an ornamental stucco ceiling and two mostly natural stone fireplaces. In the narrow aisle is the corridor, toilet and quarter-turn staircase. On the first floor are wooden fireplaces and simple stucco ceilings; on the street side the boxes for the roller shutters are present in the first and second storey.
The iron GARDEN FENCE on the street side forms together with those of the other houses in this row, which are moreover all well preserved, a whole. The gracefully curving spears of the fence come together three at a time at the top and are crowned above one of the two rails of the fence by an ornament.
Valuation
RESIDENTIAL BLOCK, with GARDEN FENCE, consisting of three adjoining residential houses at Deventerweg 67-71 by contractor/architect H.J. VAN DER KLIP in 1908.
- Of architectural historical value as a well and faithfully preserved example of a residential block in which deliberate asymmetry has been applied within the facade. The dwellings have well retained their characteristic building volume, architecture, Art Nouveau decoration and material use. They form a rare example in the Netherlands of a rich form of front facades in Art Nouveau, preserved on a reasonably large scale. In the interior are mostly the original panel doors, fireplaces and stucco ceilings.
- Of urban planning value as an example of a residential block consisting of three adjoining town houses built along the exit road from Zutphen to Deventer within a city expansion in the period 1903-1914 and playing a defining role therein. They furthermore form a good example of the type of town house with short front garden and deep back garden that is separated by an iron garden fence (Art Nouveau) from the pavement, brick service road and main street.
- Of cultural historical importance as a good example of three town houses as part of a complex of houses of the wealthy bourgeoisie who settled outside the city around 1900.
Nearby in the register
- Woonhuis, Deventerweg 73Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Deventerweg 79Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Deventerweg 83Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Deventerweg 87Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.