Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kantoorwoning, Staringstraat 9 J
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Werk-woonhuis
- Function
- Kantoorwoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1903
- Address
- Staringstraat 9 J, 6511 PC Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84348, 5.86788
- Monument number
- 523045
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het halfvrijstaande HERENHUIS met HEKWERK en PRIEEL is in 1903 gebouwd door de Nijmeegse architect W.J. Maurits in opdracht van mr. A. van der Goes in een stijl die kenmerken vertoont van art nouveau en van chaletstijl. Het huis is gebouwd als praktijkwoning. Het oorspronkelijk éénlaags praktijkgedeelte, dat links van de erker aan de Staringstraat ligt, is bij een verbouwing in 1988 verhoogd tot drie bouwlagen en voorzien van een witgepleisterde spouwmuur. De oorspronkelijke praktijkingang met paneeldeur en de gang zijn hierbij bewaard gebleven. Dit gedeelte valt onder de bescherming voor zover het oorspronkelijke onderdelen uit 1903 betreft. De toevoegingen van 1988 zijn uitgesloten van bescherming.
Het pand heeft rondom een tuin die van het trottoir wordt gescheiden door een smeedijzeren hekwerk op voetmuur. In de tuin staat een prieel in chaletstijl, dat met planken is dichtgetimmerd. Het HERENHUIS is gelegen op de hoek van de Oranjesingel en de Staringstraat, waarbij de lange gevel aan de Staringstraat en de korte gevel in de aaneengesloten noordelijke gevelwand van de Oranjesingel is gesitueerd. De hoek wordt geaccentueerd door een toren. De Oranjesingel is een van de voornaamste straten van het laat negentiende-eeuwse uitbreidingsplan, dat werd uitgevoerd na de afbraak van de vestingwerken en is gebaseerd op de ontwerpen van Bert Brouwer. Het pand ligt binnen het beschermde stadsgezicht.
Omschrijving
Het HERENHUIS heeft een min of meer rechthoekig grondplan met een éénlaags driezijdige uitbouw met plat dak aan de linkerzijde. Het herenhuis heeft een kelder, twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een plat dak met dakschilden. De achtzijdige hoektoren heeft drie bouwlagen onder een achtzijdig puntdak. De gevel aan de Staringstraat heeft links een topgevel onder een overstekend afgewolfd zadeldakje. De gevel aan de Oranjesingel heeft rechts een driezijdige erker over twee bouwlagen onder een aangekapt schilddakje. Hierboven bevindt zich een topgevel onder een overstekend zadeldakje. De topgevels hebben windveren en in de punt een houten topgevelvulling. Tussen de tweelaags erker en de toren bevindt zich een grote achtzijdige houten serre met balkon. De daken zijn gedekt met leien in maasdekking. De torenspit en de topgevels worden bekroond door een bolvormige piron. In ieder dakschild bevinden zich twee dakkapellen met lessenaarsdak en vierruits stolpraam.
Het herenhuis is opgetrokken uit baksteen, gemetseld in kruisverband. Het metselwerk wordt verlevendigd door het gebruik van rode en oranje verblendsteen in sierbanden en vensteromlijstingen. De topgevel en het bovenste gedeelte van de toren zijn witgepleisterd en voorzien van pseudo-vakwerk. De plint, de waterlijst tussen de tweede en de derde bouwlaag van de toren en de onderdorpels van de vensters zijn van hardsteen.
De vensters worden afgesloten door op gepleisterde hoekblokken rustende lateien met een reliëfversiering. Boven de vensters bevinden zich segmentvormige ontlastingsbogen. De deels gekoppelde vensters hebben schuiframen en twee-, drie-, of vierruits bovenlichten met een verticale roedenverdeling en geel kathedraalglas. De gevels zijn voorzien van smeedijzeren sierankers in art nouveau-stijl en worden afgesloten door een brede geprofileerde bakgoot op bewerkte klossen.
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL aan de Staringstraat telt drie traveeën en heeft in het midden de ingangspartij, die bestaat uit een dubbele paneeldeur met geel kathedraalglas en smeedijzeren roosters, een driedelig bovenlicht en tweedelige zijlichten met bewerkte houten stijlen en glas-in-lood in een rijk bewerkt houten portiek met zij- en bovenlichten, met leien bedekt lessenaarsdak en balkon. De stoep, onderdorpel, neuten en de plint van het portiek zijn van hardsteen. Het balkon heeft een bewerkte houten balustrade met smeedijzeren hekjes en is toegankelijk via een dubbele balkondeur met bovenlicht. De deur bevindt zich in een door een tandlijst afgesloten spaarveld. De andere twee traveeën hebben in de eerste en de tweede bouwlaag deels gekoppelde (linker travee) vensters. De linker travee heeft in de topgevel onder de topgevelvulling een houten driezijdige erker op consoles. De erker heeft ramen met veelruits bovenlichten. Links bevindt zich de éénlaags driezijdige uitbouw met drie vensters en een met hardstenen platen afgedekte borstwering en de voormalige praktijkruimte, waarvan de voordeur, een paneeldeur met smeedijzeren roosters bewaard is gebleven.
De HOEKTOREN heeft op iedere verdieping drie vensters. De vensters in de derde bouwlaag zijn kleiner en voorzien van draairamen met zesruits bovenlichten.
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL aan de Oranjesingel heeft links de hoektoren en rechts de tweelaags erker. De erker heeft op beide bouwlagen twee vensters en op de eerste verdieping tevens een glasdeur die toegang geeft tot het balkon op de serre. Het dak van de erker wordt in drieën gedeeld door hardstenen ribben met aan het uiteinde een hemelwaterafvoer. Boven de erker bevindt zich onder de topgevelvulling een driedelig venster met drie draairaampjes en drie vierruits bovenlichten. Tussen de toren en de erker bevindt zich de serre met achtzijdig grondplan. De serre heeft bewerkte houten stijlen, glaspanelen en een dubbele schuifdeur met een reeks kleine ruitjes onderin, veelruits bovenlichten met verticale roedenverdeling en een reeks kleine ruitjes onderin, een afsluitende kroonlijst en een balkon. Het balkon heeft een bewerkte houten balustrade met smeedijzeren hekjes en is toegankelijk via een dubbele balkondeur met bovenlicht.
De LINKER ZIJGEVEL aan de tuinzijde wordt aan het oog onttrokken door de moderne aanbouw van 1988. Achter de éénlaags uitbouw en de moderne aanbouw bevindt zich een plaatsje, waarop onder meer de keuken en de achterdeur op uitkomen. De gevel heeft het karakter van een achtergevel, hoewel hij toch is voorzien van enkele sierbanden van gele en oranje verblendsteen. Van beneden naar boven bevinden zich hier drie vensters, resp. met twee gekoppelde draairamen met kleine ruitjes onderin en drieruits bovenlichten, een stolpraam met drieruits bovenlicht en een stolpraam met bovenlicht. De gevel wordt afgesloten met een geprofileerde bakgoot op bewerkte klossen. De begane grond is gedeeltelijk witgepleisterd en een voorzien van horizontale groeven. In het INTERIEUR zijn de indeling en een vele oorspronkelijke elementen van de begane grond bewaard gebleven. Via de vestibule en een tochtdeuren met boven- en een zijlichten met geëtst glas wordt de centrale hal, waar vrijwel alle ruimtes op uitkomen, bereikt. De vestibule en een de hal hebben vloeren van gekleurde patroontegels in grijstinten, beige en een bruin. De vestibule heeft een lambrisering van geglazuurde met art nouveau-bloemmotieven versierde tegels in licht- en een donkerblauw, licht- en een donkergroen, geel, oranje en een wit als achtergrond. De hal heeft een marmeren plint, een gestucte lambrisering, een halfronde nis, gestucte bandversieringen, een geornamenteerd stucplafond met kooflijst en een een twee-armige bordestrap met geornamenteerde houten trappalen en een leuningen. Aan de zijde van de Oranjesingel liggen twee kamers en een suite, gescheiden door een schuifdeur met zes getoogde ruitjes in een geornamenteerde omlijsting en een in beide kamers geflankeerd door een muurkast. De muurkast in de hoekkamer heeft dubbele deuren met bolle ruitjes en een messing sierbeslag. In de hoekkamer bevindt zich een marmeren schouw met reliëfversiering. De serre heeft een vloer van patroontegels uitgevoerd in terrazzowerk. Verder zijn overal op de begane grond paneeldeuren, voorzien van zes ruitjes met geel kathedraalglas, in een geornamenteerde omlijsting en een verscheidene geornamenteerde art nouveau stucplafonds bewaard gebleven. De praktijkingang aan de Staringstraat heeft een vestibule en een een gang met een lambrisering van geglazuurde witte, zwarte en een donkergroene, deels diagonaal gezette tegels. De gang heeft een vloer van patroontegels in bruin, wit, beige en een grijs. Het PRIEEL in de tuin is gebouwd tegen de zijgevel van het pand Staringstraat 7. Het prieel heeft de vorm van een vrijstaande veranda op rechthoekig grondplan met bewerkte houten stijlen en een regels en een een met estrikken belegde vloer.
Het geornamenteerde smeedijzeren HEKWERK staat op een stenen voetmuur met een bovenlaag van geglazuurde stenen met afgeronde hoeken.
Waardering
HERENHUIS met HEKWERK en PRIEEL uit 1903 van W.J. Maurits in opdracht van mr. A. van der Goes.
- Van architectuurhistorische waarde als een goed en een vrij gaaf voorbeeld van een herenhuis met kenmerken van art nouveau en een chaletstijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm, een rijke ornamentatie en een bijzonder materiaalgebruik ook met name in het interieur.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging op de hoek van de Staringstraat en een de aaneengesloten noordelijke gevelwand van de Oranjesingel, één van de voornaamste straten van het laat negentiende-eeuwse uitbreidingsplan, dat werd uitgevoerd na de afbraak van de vestingwerken en is gebaseerd op de ontwerpen van Bert Brouwer. Het pand ligt binnen het beschermde stadsgezicht.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The semi-detached MANSION with FENCING and GAZEBO was built in 1903 by the Nijmegen architect W.J. Maurits on behalf of Mr. A. van der Goes in a style showing characteristics of art nouveau and chalet style. The house was built as a practice residence. The original single-storey practice section, located to the left of the bay window on Staringstraat, was heightened to three storeys during a 1988 renovation and provided with a white-rendered cavity wall. The original practice entrance with panel door and the corridor were retained during this work. This section is protected insofar as it comprises original components from 1903. The additions from 1988 are excluded from protection.
The property has a garden all around it, separated from the pavement by wrought-iron fencing on a plinth wall. In the garden stands a gazebo in chalet style, boarded up with planks. The MANSION is located at the corner of Oranjesingel and Staringstraat, with the long facade on Staringstraat and the short facade in the adjoining northern facade wall of Oranjesingel. The corner is accentuated by a tower. Oranjesingel is one of the principal streets of the late nineteenth-century expansion plan, which was carried out following the demolition of the fortification works and is based on designs by Bert Brouwer. The property lies within a protected townscape.
Description
The MANSION has an approximately rectangular ground plan with a single-storey three-sided extension with flat roof on the left side. The mansion has a basement, two storeys and an attic floor beneath a flat roof with roof slates. The octagonal corner tower has three storeys beneath an octagonal pitched roof. The facade on Staringstraat has on the left a spout gable beneath an overhanging curved gabled roof. The facade on Oranjesingel has on the right a three-sided bay window over two storeys beneath an attached hipped roof. Above this is a spout gable beneath an overhanging gabled roof. The spout gables have wind finials and in the apex a wooden spout gable filling. Between the two-storey bay window and the tower is a large octagonal wooden conservatory with balcony. The roofs are covered with slate in Dutch bond. The tower spire and the spout gables are crowned by a spherical weather vane. Each roof slate contains two roof dormers with catslide roof and four-light storey window.
The mansion is constructed of brick, laid in bond. The brickwork is enlivened by the use of red and orange facing brick in decorative bands and window surrounds. The spout gable and the upper section of the tower are white-rendered and provided with pseudo half-timbering. The plinth, the drip moulding between the second and third storeys of the tower and the window sills are of hard stone.
The windows are closed by lintels resting on rendered corner blocks with relief decoration. Above the windows are segmental relieving arches. The partly coupled windows have sash frames and two-, three-, or four-light fanlights with vertical glazing bars and yellow cathedral glass. The facades are provided with wrought-iron ornamental wall anchors in art nouveau style and are finished with a broad moulded gutter on worked corbels.
The asymmetrically arranged FRONT FACADE on Staringstraat comprises three bays and has in the centre the entrance section, which consists of a double panel door with yellow cathedral glass and wrought-iron grilles, a three-part fanlight and two-part side lights with worked wooden stiles and leaded glass in a richly worked wooden porch with side and fanlights, covered with slate catslide roof and balcony. The step, window sill, jambs and the plinth of the porch are of hard stone. The balcony has a worked wooden balustrade with wrought-iron railings and is accessible via a double balcony door with fanlight. The door is situated in a sparing field closed off by a dentil course. The other two bays have partly coupled (left bay) windows on the first and second storeys. The left bay has in the spout gable below the spout gable filling a wooden three-sided bay window on corbels. The bay window has windows with multi-light fanlights. On the left is the single-storey three-sided extension with three windows and a breast wall covered with hard stone slabs and the former practice room, of which the front door, a panel door with wrought-iron grilles, has been retained.
The CORNER TOWER has three windows on each storey. The windows in the third storey are smaller and provided with pivot windows with six-light fanlights.
The asymmetrically arranged FRONT FACADE on Oranjesingel has on the left the corner tower and on the right the two-storey bay window. The bay window has two windows on each storey and on the first floor also a glass door providing access to the balcony on the conservatory. The roof of the bay window is divided into three sections by hard stone ribs with a rainwater outlet at the end. Above the bay window is located below the spout gable filling a three-part window with three pivot windowpanes and three four-light fanlights. Between the tower and the bay window is the conservatory with octagonal ground plan. The conservatory has worked wooden stiles, glass panels and a double sliding door with a row of small panes at the bottom, multi-light fanlights with vertical glazing bars and a row of small panes at the bottom, a finishing cornice and a balcony. The balcony has a worked wooden balustrade with wrought-iron railings and is accessible via a double balcony door with fanlight.
The LEFT SIDE FACADE on the garden side is hidden from view by the modern extension from 1988. Behind the single-storey extension and the modern extension is a courtyard, on which the kitchen and back door open. The facade has the character of a rear facade, although it is provided with several decorative bands of yellow and orange facing brick. From bottom to top are three windows here, respectively with two coupled pivot windows with small panes at the bottom and three-light fanlights, a storey window with three-light fanlight and a storey window with fanlight. The facade is finished with a moulded gutter on worked corbels. The ground floor is partly white-rendered and provided with horizontal grooves. In the INTERIOR the layout and many original elements of the ground floor have been retained. Via the vestibule and a draught door with fanlights and side lights with etched glass, the central hall, to which virtually all rooms lead, is reached. The vestibule and the hall have floors of coloured patterned tiles in grey tones, beige and brown. The vestibule has a wainscoting of glazed tiles decorated with art nouveau floral motifs in light and dark blue, light and dark green, yellow, orange and white as background. The hall has a marble plinth, a stuccoed wainscoting, a semi-circular niche, stuccoed band decorations, an ornamented stucco ceiling with cornice and a two-armed dog-leg stair with ornamented wooden newels and banisters. On the Oranjesingel side are two rooms and a suite, separated by a sliding door with six arched panes in an ornamented surround and flanked in both rooms by a built-in cupboard. The built-in cupboard in the corner room has double doors with convex panes and brass decorative fittings. In the corner room is a marble fireplace with relief decoration. The conservatory has a floor of patterned tiles executed in terrazzo work. Furthermore, throughout the ground floor panel doors are retained, provided with six panes of yellow cathedral glass, in an ornamented surround, and several ornamented art nouveau stucco ceilings. The practice entrance on Staringstraat has a vestibule and a corridor with a wainscoting of glazed white, black and dark green, partly diagonally set tiles. The corridor has a floor of patterned tiles in brown, white, beige and grey. The GAZEBO in the garden is built against the side facade of the property at Staringstraat 7. The gazebo has the form of a free-standing veranda on rectangular ground plan with worked wooden stiles and rails and a floor laid with terracotta tiles.
The ornamented wrought-iron FENCING stands on a stone plinth wall with an upper layer of glazed stones with rounded corners.
Valuation
MANSION with FENCING and GAZEBO from 1903 by W.J. Maurits on behalf of Mr. A. van der Goes.
- Of architectural-historical value as a good and fairly intact example of a mansion with characteristics of art nouveau and chalet style with aesthetic qualities in the design such as a distinctive main form, rich ornamentation and distinctive use of materials, also notably in the interior.
- Of urban planning value due to the striking location at the corner of Staringstraat and the adjoining northern facade wall of Oranjesingel, one of the principal streets of the late nineteenth-century expansion plan, which was carried out following the demolition of the fortification works and is based on designs by Bert Brouwer. The property lies within a protected townscape.
Nearby in the register
- Woonhuis, Oranjesingel 70Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 68Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Prins Hendrikstraat 2Woonhuisunder 1 mi
- Garage(K), Prins Hendrikstraat 2Onderdeel woningen e.d.under 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.