Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Prins Hendrikstraat 2
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1906
- Address
- Prins Hendrikstraat 2, Locatie: Altrade, 6521 AW Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84286, 5.86873
- Part of complex
- 522974
- Monument number
- 522975
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
Dit onderkelderde en aan drie zijden vrijstaande HERENHUIS uit 1906 heeft twee bouwlagen en een zolderverdieping en is op twee straten ontworpen. De zijgevel aan de zijde van de Oranjesingel/Canisiussingel heeft door de gevelindeling, waarin een risaliet en een serre zijn opgenomen, het karakter van een voorgevel die op de Oranjesingel is gericht. De feitelijke voorgevel bevindt zich aan de Prins Hendrikstraat. Deze wordt gekenmerkt door een halfronde erker over twee bouwlagen en een zeer rijk uitgevoerde entreepartij daarnaast. De gevels van het pand zijn in kruisverband gemetseld en voorzien van een rollaag ter afsluiting van het trasraam. Op sommige plaatsen is hardsteen verwerkt.Ter hoogte van de wisseldorpels van de begane grond en van de verdieping bevindt zich een omlopende horizontale sierband in gele en witte verblendsteen. De sierband telt vijf baksteenlagen. De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door een in baksteen uitgevoerd fries waarop een geprofileerde houten bakgoten rust. De bewerkte klossen onder de goten zetten zich visueel door in het fries waar, met behulp van baksteen in een afwijkende kleur, verticale elementen zijn gecreÙerd. Het afgeplatte schilddak is met rode tuile du Nordpannen belegd en nog voorzien van vier oorspronkelijke dakkapellen met lessenaarsdaken en gedecoreerde kozijnstijlen. In de noordwesthoek van het dak bevindt zich een oorspronkelijke schoorsteen.
De VOORGEVEL van het pand heeft aan de rechterzijde een over twee bouwlagen doorlopende erker die halfrond is vormgegeven en die eindigt in de balkonbalustrade van het balkon van de oorspronkelijk hier aanwezige logeerkamer. Ter plaatse van deze zolderkamer is het metselwerk van de gevel voortgezet, waardoor er een topgevel is ontstaan. Deze gedeeltelijk afgeronde, maar recht beÙindigde topgevel is omkaderd met hardstenen blokken. Op het balkon opent een dubbele deur in een kozijn met zijlichten. De balkonbalustrade bestaat uit door een deklijst met elkaar verbonden baksteenzuiltjes met in kunststeen uitgevoerde basementen en kapitelen. De halfronde erker heeft op beide bouwlagen vier smalle ramen met 3-ruits bovenlichten, hardstenen onderdorpels en een gebogen hardstenen latei. De ramen waren oorspronkelijk als schuifraam uitgevoerd. De meeste ramen op de verdieping hebben geel kathedraalglas in de bovenlichten. In het midden van de gevel bevindt zich de in Art Nouveaustijl uitgevoerde entreepartij. In het gevelvlak bevindt zich een aan de bovenzijde gezwenkte deuropening, waarboven zich drie bovenlichten van ongelijk formaat bevinden. Deze bovenlichten bevinden zich onder een zwaar bewerkte hardstenen omkadering, waarvan de afsluitende latei ter plaatse van de bovenlichten is getoogd. De verticale elementen van de omkadering zijn als pilasters gedecoreerd. Het motief van de driedeling van de bovenlichten is doorgezet in de in hout uitgevoerde portiekaanbouw tegen de gevel. Hier bevinden zich vier bewerkte houten stijlen op twee L-vormige bakstenen muurtjes. De muurtjes hebben een hardstenen deklijst en bewerkte opzetstukken. Tussen de muurtjes bevinden zich twee traptreden. Van de vier stijlen en twee korte muurstijlen zijn de buitenste stijlen lager. Allen eindigen ze echter boven de drie platte daken die ten opzichte van elkaar op verschillende hoogten zijn
aangebracht en waarvan ook de daklijsten zijn voorzien van decoratie. De oorspronkelijke voordeur in het midden heeft kleine ruitjes en siersmeedwerk. Het decoratiepatroon in de deur verwijst in stijl naar het overige houtsnijwerk aan en in het pand. Links van de entree bevindt zich een enkelruits raam met een 4-ruits bovenlicht en een hardstenen latei. Het raam is vernieuwd. Op de verdieping bevinden zich naast elkaar twee vensters, waarin door toepassing van hardstenen dorpels en in baksteen vormgegeven zuiltjes een zesdeling is ontstaan. Drie smalle bovenramen zijn voorzien van kathedraalglas, de drie openingen daaronder zijn blind uitgevoerd. Aan weerszijden van het rechtervenster bevinden zich twee rechthoekige ramen.
De RECHTER ZIJGEVEL aan de Oranjesingel heeft een rechthoekig risaliet aan de rechterzijde. Boven elkaar bevinden zich hier een raam met een 3-ruits bovenlicht, een breed driedelig kozijn met drie schuiframen en een balkon, waarvan de balustrade op een met het balkon aan de andere zijde vergelijkbare manier is vormgegeven. Ter plaatse van de zolderkamer is de gevel doorgetrokken en gedecoreerd met in verblendsteen uitgevoerd metselwerk en in hardsteen uitgevoerde en eveneens gedecoreerde opzetstukken. Boven de gemoderniseerde dubbele balkondeur met zijlichten en (dichtgezette bovenlichten) bevindt zich een plat afdak met gedecoreerde loodslabben. Het dak rust op twee houten stijlen die vergelijkbaar zijn met de stijlen in het ingangsportiek. De stijlen rusten op hardstenen hoekelementen op de balkonbalustrade. Aan weerszijden van het risaliet bevinden zich op de verdieping twee smalle ramen. Het linkerdeel van de gevel wordt voor wat betreft de begane grond gedomineerd door een vijfzijdige houten serre. De serre heeft een dubbele schuifdeur aan de voorzijde, een door een groot aantal bewerkte houten stijlen verticaal gelede strook bovenlichten en een bewerkte houten balkonbalustrade rond het platte dak. Op dit dak opent een dubbele deur met een vijfruits bovenlicht. Het kozijn wordt als enige in deze gevel gedeeltelijk in hardsteen omlijst. De dakkapel op het dakschild bevindt zich in het verlengde van de vensteras. De LINKER ZIJGEVEL verspringt iets in diepte en heeft op de begane grond een grotendeels versteende serre/erker met ÚÚn schuine (straat)zijde, een lessenaarsdak met pannen en een plat dak met een bewerkte houten balustrade. Op dit platte dak openen een dubbele en een enkele deur met bovenlichten. De erker zelf heeft een dubbele deur met zijramen (gemoderniseerd) en bovenlichten en een vernieuwd raam met een oorspronkelijk bovenlicht in de gevel aan de Prins Hendrikstraat. De iets risalerende linkeras van de zijgevel heeft boven elkaar twee kozijnen. In elke van deze kozijnen bevinden zich twee schuiframen, gescheiden door een bewerkte middenstijl. De vensteropeningen worden net als de meeste andere vensteropeningen afgesloten met een segmentboog. In de as van beide ramen is in het dakschild een dakkapel aangebracht. Tussen de erker en het raam op de begane grond bevindt zich een achterdeur met bovenlicht. In de plint bevindt zich een koekoek.
Ondanks de functieverandering is de RUIMTELIJKE INDELING van het pand bewaard gebleven en zijn er in het INTERIEUR een groot aantal oorspronkelijke onderdelen bewaard gebleven. Links van de hal bevonden bevonden zich aan een gang de keuken, kantoor en serre, rechts bevond zich de kamer en suite. Op de scheiding van deze kamer is binnen de bestaande omlijsting nu de balie van het bankkantoor aangebracht. In het interieur bevinden zich verder onder meer nog oorspronkelijke betegelingen en betimmeringen, stucplafonds, een met marmer beklede hal en gang, het trappenhuis met daklicht en gedecoreerde houten trapbalusters, een uit 1922 daterende lift naar de bovenverdieping (P.M. Duyvis & co., Koog aan de Zaan), oorspronkelijke deuren met omlijstingen en de keukenschouw.
Rond de tuin aan de straatzijde een laag TUINMUURTJE waarvan vermoedelijk het smeedijzeren hekwerk verdwenen is.
Waardering
HERENHUIS met laag TUINMUURTJE uit 1906, ontworpen door W.J. Maurits in Overgangsstijl.
- Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een herenhuis in een Overgangsstijl die typerend is voor een deel van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. Deze architectuur bevat vernieuwende elementen, gecombineerd met de traditione invloeden. Kenmerkend voor dit hoekpand zijn de zorgvuldig uitgewerkte, asymmetrisch ingedeelde en met verblendsteen gedecoreerde, gevels en de rijk gedetailleerde houten onderdelen van onder meer de entreepartij en de balkons. De combinatie van het huis met oorspronkelijke interieuronderdelen, garage en tuinmuurtje verlenen het geheel een oorspronkelijk karakter. Het pand is van belang binnen het oeuvre van architect Maurits, die meer panden in Nijmegen ontwierp.
- Van stedenbouwkundige waarde binnen het bescherming genietende deel van de binnenstad van Nijmegen, vanwege de markante en in de architectuur vertaalde hoekligging en vanwege de ensemblewaarde in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de Oranjesingel en het verlengde daarvan, de Canisiussingel. De combinatie van de panden met de veelal daarvoor aangelegde en van hekwerken voorziene tuintjes geven vooral deze zijde van de Oranjesingel en de Canisiussingel nog een oorspronkelijk karakter.
- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
This basement-level and three-sided detached TOWNHOUSE from 1906 has two storeys and an attic storey and is designed on two streets. The side facade on the Oranjesingel/Canisiussingel side has, through its facade division, in which a risalit and a conservatory are incorporated, the character of a front facade that is oriented to the Oranjesingel. The actual front facade is located on the Prins Hendrikstraat. This is characterized by a semi-circular bay window over two storeys and a very richly executed entrance section adjacent to it. The facades of the building are laid in cross bond and provided with a roll course to close off the stoneware frame. In some places hardstone is worked in. At the level of the alternating lintels of the ground floor and the upper storey there is a continuous horizontal decorative band in yellow and white facing brick. The decorative band comprises five brick layers. The facades are closed at the top by a frieze executed in brick, on which a profiled wooden gutter rests. The worked corbels under the gutters visually continue in the frieze where, with the help of brick in a contrasting color, vertical elements are created. The flattened hipped roof is covered with red tuile du Nord tiles and is still provided with four original roof dormers with lean-to roofs and decorated window frames. In the north-west corner of the roof is an original chimney.
The FRONT FACADE of the building has on the right side a bay window extending over two storeys which is semi-circular in form and which ends in the balcony balustrade of the balcony of the originally present guest room. In the place of this attic room the masonry of the facade is continued, creating a pedimental gable. This partially rounded but straight-ended pedimental gable is framed with hardstone blocks. On the balcony opens a double door in a frame with side lights. The balcony balustrade consists of brick columns connected by a cover moulding with basements and capitals executed in artificial stone. The semi-circular bay window has on both storeys four narrow windows with 3-light fanlights, hardstone sub-sills and a curved hardstone lintel. The windows were originally executed as sash windows. Most of the windows on the upper storey have yellow cathedral glass in the fanlights. In the centre of the facade is the entrance section executed in Art Nouveau style. In the facade plane there is a doorway curved at the top, above which there are three fanlights of unequal size. These fanlights are located under a heavily worked hardstone frame, of which the closing lintel is arched at the location of the fanlights. The vertical elements of the frame are decorated as pilasters. The motif of the division into three parts of the fanlights is carried through in the porch extension executed in wood against the facade. Here there are four worked wooden posts on two L-shaped brick walls. The walls have a hardstone cover moulding and worked top pieces. Between the walls there are two steps. Of the four posts and two short wall posts, the outer posts are lower. However, they all end above three flat roofs which are positioned at different heights relative to each other and whose roof lines are also provided with decoration. The original front door in the centre has small panes and decorative ironwork. The decoration pattern in the door refers in style to the other woodwork on and in the building. To the left of the entrance there is a single-light window with a 4-light fanlight and a hardstone lintel. The window is renewed. On the upper storey there are two windows next to each other, in which, through the application of hardstone sills and brick-formed columns, a division into six is created. Three narrow upper windows are provided with cathedral glass, the three openings below are executed blind. On either side of the right window there are two rectangular windows.
The RIGHT SIDE FACADE on the Oranjesingel has a rectangular risalit on the right side. Vertically arranged above one another are here a window with a 3-light fanlight, a wide three-part frame with three sash windows and a balcony, of which the balustrade is shaped in a similar manner to the balcony on the other side. In the place of the attic room the facade is carried through and decorated with masonry executed in facing brick and top pieces executed and also decorated in hardstone. Above the modernized double balcony door with side lights and (blocked-up fanlights) is a flat canopy with decorated lead slabs. The roof rests on two wooden posts that are comparable to the posts in the entrance portico. The posts rest on hardstone corner elements on the balcony balustrade. On either side of the risalit are on the upper storey two narrow windows. The left part of the facade is dominated as far as the ground floor is concerned by a five-sided wooden conservatory. The conservatory has a double sliding door at the front, a strip of fanlights vertically divided by a large number of worked wooden posts and a worked wooden balcony balustrade round the flat roof. On this roof opens a double door with a five-light fanlight. The frame is, as the only one in this facade, partially outlined in hardstone. The roof dormer on the roof shape is in line with the window axis. The LEFT SIDE FACADE steps back slightly in depth and has on the ground floor a largely paved conservatory/bay window with one slanted (street) side, a lean-to roof with tiles and a flat roof with a worked wooden balustrade. On this flat roof open a double and a single door with fanlights. The bay window itself has a double door with side windows (modernized) and fanlights and a renewed window with an original fanlight in the facade on the Prins Hendrikstraat. The slightly projecting left axis of the side facade has above one another two frames. In each of these frames there are two sash windows, separated by a worked centre post. The window openings are closed, like most other window openings, with a segmental arch. In the axis of both windows a roof dormer is installed in the roof shape. Between the bay window and the window on the ground floor there is a back door with fanlight. In the plinth there is a cowl.
Despite the change of use the SPATIAL LAYOUT of the building has been preserved and a large number of original components have been retained in the INTERIOR. To the left of the hall, at a corridor were the kitchen, office and conservatory, on the right was the suite room. On the partition of this room, within the existing frame, the counter of the bank office is now installed. In the interior there are further, among other things, original tilework and wood panelling, stucco ceilings, a hall and corridor clad in marble, the stairwell with roof light and decorated wooden stair balusters, an lift dating from 1922 to the upper storey (P.M. Duyvis & co., Koog aan de Zaan), original doors with surrounds and the kitchen range.
Around the garden on the street side a low GARDEN WALL of which the wrought-iron fencing has presumably disappeared.
Valuation
TOWNHOUSE with low GARDEN WALL from 1906, designed by W.J. Maurits in Transitional style.
- Of architectural-historical value as a well-preserved example of a townhouse in a Transitional style that is characteristic of part of the building on the Singels in Nijmegen. This architecture contains innovative elements, combined with traditional influences. Characteristic of this corner building are the carefully worked-out, asymmetrically divided and with facing brick decorated facades and the richly detailed wooden components of among others the entrance section and the balconies. The combination of the house with original interior components, garage and garden wall gives the whole an original character. The building is of importance within the oeuvre of architect Maurits, who designed more buildings in Nijmegen.
- Of urban planning value within the protected part of the city centre of Nijmegen, because of the prominent corner location expressed in the architecture and because of the ensemble value in the continuous southern facade wall of the Oranjesingel and its extension, the Canisiussingel. The combination of the buildings with the mostly laid out gardens in front and provided with fencing gives especially this side of the Oranjesingel and the Canisiussingel still an original character.
- Of cultural-historical value as a recognizable element from a social development. The building was constructed as housing for the new and well-capitalized urban elite, which preferably settled in substantial townhouses in the newly laid out streets around the old city; a city expansion that had become possible with the removal of the fortifications at the end of the 19th century.
Nearby in the register
- Garage(K), Prins Hendrikstraat 2Onderdeel woningen e.d.under 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 67Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 65Woonhuisunder 1 mi
- Kantoorwoning, Staringstraat 9 JWerk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.