Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, St. Annastraat 73
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1890
- Address
- St. Annastraat 73, 6524 EH Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.83752, 5.86020
- Monument number
- 523044
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WOONHUIS met HEK uit ca. 1890. Het pand is in 1889 ontworpen door architect Scheltema en heeft dienst gedaan als zijn eigen woonhuis. De baksteenarchitectuur van dit pand wordt gekenmerkt door invloeden van de neogotiek. Stilistisch wijkt het pand af van de woonhuizen in de omgeving, die merendeels in neorenaissance-stijl met witte speklagen zijn opgetrokken. Het woonhuis maakt onderdeel uit van de aaneengesloten oostelijke gevelwand van de St. Annastraat in de zogenaamde "19de eeuwse gordel" van Nijmegen. Deze stadsuitleg met singels uit de periode 1880-1920 is als stadsbeeld beschermd. Karakteristiek is de afscheiding van de voortuin door een smeedijzeren spijlen-HEK met pijlpunten. Het hek is geplaatst op een laag muurtje met ezelsrug en tussen gemetselde hekpijlers (decoratieve patronen in zwarte baksteen).
Omschrijving
Geheel onderkelderd tweebeukig WOONHUIS van twee bouwlagen en zolderverdieping op rechthoekig grondplan. De smalle linker beuk heeft aan de achterzijde een kleine uitbouw. De tweede bouwlaag van deze uitbouw is niet oorspronkelijk.
Het flauw hellende ZADELDAK heeft de nokrichting evenwijdig aan de voorgevel, is gedekt met gesmoorde kruispannen en watert af via houten bakgoten. Het dakschild aan de voorzijde wordt gedomineerd door een grote gemetselde dakkapel, waarin een stolpraam onder een blinde korfboog (betegeld boogveld). Achter de trapgevel van de dakkapel gaat een met pannen gedekte aankapping schuil. De treden zijn afgedekt met ezelsruggen. De trapgevel wordt bekroond door een smeedijzeren ornament. Links van deze gemetselde dakkapel bevindt zich een kleine houten dakkapel met draairaam en zinken spits.
De bakstenen gevels zijn in kruisverband gemetseld met gesneden voegen. De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL wordt horizontaal geleed door een uitgemetselde en grijs geschilderde plint, een wit geschilderde bakstenen waterlijst ter hoogte van de verdiepingsvloer, en een afsluitende sierlijst van profielstenen waarop de goot rust. De lijsten worden `ondersteund' door lisenen, halfronde en rechthoekige colonetten. De geprofileerde kraagstenen zijn wit geschilderd. De gevelopeningen worden korfboogvormig afgesloten. De dagkanten en archivolten zijn uitgevoerd in meerdere kleuren profielstenen (kwarthol en -bol). De kozijnen zijn voorzien van vellingen en/of kwartronde profielen.
De ingang is ondergebracht in een inpandig en boogvormig afgesloten portiek met hardstenen trap en segmentboognis. De bewerkte houten deur is voorzien van briefpanelen en een smeedijzeren rooster met de letter "S" (beginletter van Semmelink?). Boven deze entree bevindt zich op de verdieping een smal venster met enkelruits onderraam en glas-in-lood bovenlicht. Het boogveld is gevuld met tegels (geometrisch patroon met gestileerde bloemmotieven). De bredere rechter beuk heeft op de begane grond een rechthoekige gemetselde erker met twee gekoppelde vensters aan de voorzijde. Deze vensters bestaan uit enkelruits schuiframen en glas-in-lood bovenlichten. Doordat houten panelen aan de onderzijde van de vensters kunnen worden weggedraaid, fungeren deze openingen tevens als toegangen tot het voorliggende bordes. Dit verhoogde platvorm met smeedijzeren hek is onlangs gereconstrueerd. De erker heeft een schuin gemetselde afdekking en een balkon. Het balkon is afgezet met een smeedijzeren hek tussen gemetselde zijmuurtjes met ezelsruggen. Het balkon is bereikbaar via twee openslaande glasdeuren, die zijn geplaatst in een bewerkt kruiskozijn met glas-in-lood bovenlichten. Het boogveld is gevuld met tegels (geometrisch patroon met gestileerde bloemmotieven).
De ACHTERGEVEL is veel soberder uitgevoerd. De uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door een blinde segmentboog, een strek of een rollaag. De eerste bouwlaag heeft een dubbele tuindeur met luiken en tweeruits bovenlicht. Deze deuren openen op een houten bordes met trap. Onder het bordes bevinden zich twee kelderlichten. Boven de tuindeur bevindt zich op de verdieping een kruiskozijn met enkelruits (draai-)ramen. De plat gedekte uitbouw heeft in de eerste bouwlaag een paneeldeur met luiken en een bovenlicht en twee draairamen; en in de later toegevoegde tweede bouwlaag twee grote samengestelde ramen. De RUIMTELIJKE INDELING van het woonhuis bestaat uit twee beuken. Aan de voorzijde van het huis is de linker beuk (portiek en gang) beduidend smaller dan de rechter beuk (voorkamer). Aan de achterzijde van het huis is de trappenhal in de linker beuk ongeveer even breed als de achterkamer in de rechter beuk. De voor- en achterkamer in de rechter beuk zijn met elkaar verbonden door openslaande deuren. Deze indeling herhaalt zich min of meer in de tweede bouwlaag. In het pand is een groot aantal oorspronkelijke INTERIEURELEMENTEN bewaard gebleven. De gang heeft een tegelvloer (Franse lelie, zigzag-lijst en driepasmotieven), een lambrizering van tegels met Moorse patronen, wanden van schoonmetselwerk en een plafond van troggewelven. In de trappenhal bevindt zich een zwart, oker en rood geblokte tegelvloer, een bordestrap met twee armen en gedraaide spijlen, een plafondbetimmering van kraalschroten. In de voorkamer zijn de parketvloer, een eenvoudige lambrizering en een schoorsteenmantel bewaard gebleven. Zeer opmerkelijk zijn de plafonds in de voor- en achterkamer. Deze plafonds bestaan uit rechthoekige panelen met schilderingen op doek: indeling in vlakken door lijnen, cirkels met de letter "C" en "H", wapenschilden, bladmotieven en diamantkoppen. De originele paneeldeuren zijn gehout (donker in de woonkamers en in een lichte kleur elders).
De voortuin wordt afgesceiden door een smeedijzeren spijlenHEK met pijlpunten. het hek is geplaatst op een laag muurtje met ezelsrug en tussengemetselde hekpijlers met decoratieve patronen in zwarte baksteen.
Waardering
WOONHUIS en HEK uit ca. 1890.
- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een laat negentiende eeuws tweebeukig woonhuis dat is opgenomen in een aaneengesloten gevelwand. Betrekkelijk zeldzaam en gaaf bewaard gebleven is de zorgvuldig gedetailleerde baksteenarchitectuur met invloeden van de neogotiek. Voorts bevat het pand een groot aantal oorspronkelijke interieurelementen. Met name de plafonds met op doek geschilderde panelen in de kamers en suite zijn bijzonder.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsbeeld beschermde zogenaamde "19de eeuwse gordel" van Nijmegen. Karakteristieke elementen van deze stadsuitleg, zoals aaneengesloten gevelwanden met erkers, dakkapellen en voortuinen met hekwerken, zijn ook bij onderhavig pand aanwezig.
- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen aan de grote uitvalswegen rond de oude stad; een uitleg die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RESIDENCE with FENCE from circa 1890. The property was designed in 1889 by architect Scheltema and served as his own residence. The brick architecture of this property is characterised by influences of neo-Gothic style. Stylistically the property differs from the residences in the surrounding area, which are mostly constructed in neo-Renaissance style with white stone bands. The residence forms part of the contiguous eastern facade of St. Annastraat in the so-called "19th-century belt" of Nijmegen. This urban development with ringroads from the period 1880-1920 is protected as a townscape. Characteristic is the separation of the front garden by a wrought-iron spear-head FENCE. The fence is placed on a low wall with saddle-back coping and between mortared fence pillars (decorative patterns in black brick).
Description
Fully cellaured two-aisle RESIDENCE of two storeys and attic storey on rectangular ground plan. The narrow left aisle has a small extension at the rear. The second storey of this extension is not original.
The gently sloping GABLED ROOF has its ridge direction parallel to the front facade, is covered with interlocking pantiles and drains via wooden gutters. The roof section at the front is dominated by a large mortared roof dormer, containing a hopper window beneath a blind segmental arch (tiled arch field). Behind the stepped gable of the roof dormer lies a tiled roof hood. The steps are covered with saddle-back coping. The stepped gable is crowned by a wrought-iron ornament. To the left of this mortared roof dormer is a small wooden roof dormer with a pivoting window and zinc spire.
The brick facades are mortared in cross bond with cut joints. The asymmetrically arranged FRONT FACADE is articulated horizontally by a projecting plinth painted grey, a white-painted brick drip moulding at the level of the storey floor, and a closing decorative moulding of moulded stones on which the gutter rests. The mouldings are "supported" by pilasters, half-round and rectangular colonnettes. The moulded corbel stones are painted white. The facade openings are closed with segmental arches. The edges and archivolts are executed in multiple colours of moulded stones (quarter-round and quarter-bead). The window frames are provided with reveals and/or quarter-round mouldings.
The entrance is housed in an inset and arch-closed porch with stone steps and segmental arched niche. The worked wooden door is provided with mail panels and a wrought-iron grille with the letter "S" (initial letter of Semmelink?). Above this entrance on the storey is a narrow window with single-pane lower sash and leaded fanlight. The arch field is filled with tiles (geometric pattern with stylised flower motifs). The wider right aisle has on the ground floor a rectangular mortared bay window with two coupled windows at the front. These windows consist of single-pane sash windows and leaded fanlights. Because wooden panels at the bottom of the windows can be swung away, these openings also function as entrances to the preceding platform. This raised platform with wrought-iron fence has been recently reconstructed. The bay window has a sloping mortared coping and a balcony. The balcony is enclosed with a wrought-iron fence between mortared side walls with saddle-back coping. The balcony is accessible via two french doors, which are placed in a worked cross window with leaded fanlights. The arch field is filled with tiles (geometric pattern with stylised flower motifs).
The REAR FACADE is executed much more soberly. The cut-out wall openings are closed by a blind segmental arch, a stretcher or a row of stones. The first storey has a double garden door with shutters and two-pane fanlight. These doors open onto a wooden platform with stairs. Below the platform are two cellar lights. Above the garden door on the storey is a cross window with single-pane (pivoting) windows. The flat-roofed extension has on the first storey a panel door with shutters and fanlight and two pivoting windows; and in the later added second storey two large multi-pane windows. The SPATIAL LAYOUT of the residence consists of two aisles. At the front of the house the left aisle (porch and hallway) is considerably narrower than the right aisle (front room). At the rear of the house the stairwell in the left aisle is approximately as wide as the back room in the right aisle. The front and back rooms in the right aisle are connected to each other by french doors. This layout repeats itself more or less on the second storey. A large number of original INTERIOR ELEMENTS have been preserved in the property. The hallway has a tiled floor (French lily, zigzag border and trefoil motifs), wall cladding of tiles with Moorish patterns, walls of fair-faced brickwork and a ceiling of barrel vaults. In the stairwell is a black, ochre and red chequered tile floor, a stair with two flights and turned balusters, a ceiling lining of beaded moulding. In the front room the parquet floor, simple wall cladding and a fireplace mantel have been preserved. Particularly remarkable are the ceilings in the front and back rooms. These ceilings consist of rectangular panels with paintings on canvas: division into fields by lines, circles with the letter "C" and "H", coats of arms, leaf motifs and diamond shapes. The original panel doors are natural wood (dark in the living rooms and in a light colour elsewhere).
The front garden is separated by a wrought-iron spear-head FENCE. The fence is placed on a low wall with saddle-back coping and between-mortared fence pillars with decorative patterns in black brick.
Valuation
RESIDENCE and FENCE from circa 1890.
- Of architectural-historical value as a typologically good example of a late nineteenth-century two-aisle residence that is incorporated into a contiguous facade wall. Relatively uncommon and well-preserved is the carefully detailed brick architecture with neo-Gothic influences. Furthermore, the property contains a large number of original interior elements. In particular, the ceilings with canvas-painted panels in the en-suite rooms are exceptional.
- Of urban-planning value as part of the so-called "19th-century belt" of Nijmegen, which is protected as a townscape. Characteristic elements of this urban development, such as contiguous facade walls with bay windows, roof dormers and front gardens with fence works, are also present with this property.
- Of cultural-historical value as a recognisable element from a social development. The property was built to house the new and well-capitalized urban elite, who preferred to settle in substantial townhouses on the main arterial roads around the old city; a development which became possible with the removal of the fortifications at the end of the 19th century.
Nearby in the register
- Woonhuis, Fransestraat 83Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, van Dulckenstraat 49Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Burghardt van den Berghstraat 3Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Groesbeekseweg 14Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.