Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Prins Bernhardstraat 2
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1909
- Address
- Prins Bernhardstraat 2, 6521 AB Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84213, 5.86599
- Monument number
- 523026
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Rijtje van vier HERENHUIZEN met HEKKEN, in 1909 gebouwd naar ontwerp van architect F. Ludewig met stijlinvloeden van de Hollandse neorenaissance. Het gevelontwerp van het gehele rijtje is min of meer spiegel-symmetrische opgezet volgens het schema a/b/b/a. De tweebeukige huizen hebben elk afzonderlijk een asymmetrische opzet met onderling een grote variatie in de detaillering en ornamentiek. Het rijtje van vier herenhuizen vormt een groot deel van de aaneengesloten westelijke gevelwand van de Prins Bernhardstraat, tussen de Oranjesingel en de Bijleveldsingel, en maakt derhalve onderdeel uit van de zogenaamde "19de eeuwse gordel" van Nijmegen. Deze stadsuitleg met singels uit de periode 1880-1920 is als stadsbeeld beschermd.
De afscheiding van de voortuinen door smeedijzeren HEKKEN is karakteristiek voor dit gebied.
Omschrijving
Rij van vier onderkelderde HERENHUIZEN met drie bouwlagen en plat dak. De derde bouwlaag is aan de voorzijde voorzien van een doorgaand dakschild dat uiterst links en rechts wordt begrensd door een getrapte gevel. Dit steile dakschild is gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen en watert af via een bakgoot op bewerkte houten consoles. De gootlijst wordt onderbroken door vier grote topgevels (elk huis één) en twee kleine Vlaamse gevels (nummers 4 en 6). Achter de grote topgevels gaan met pannen gedekte aankappingen schuil. In plaats van een Vlaamse gevel hebben de nummers 2 en 8 een houten dakkapel met plat dak. De VOORGEVEL van de vier huizen gezamenlijk is spiegel-symmetrisch ingedeeld volgens het schema a/b/b/a. De erker met het balkon van nummer 4 doorbreekt als enige element de symmetrie en is vermoedelijk niet origineel. De huizen zijn tweebeukig en hebben elk afzonderlijk een asymmetrisch opgezette voorgevel: één beuk met het ingangsportiek en één beuk met erkers en afsluitende topgevel. De bakstenen gevel met trasraam is in kruisverband gemetseld. De horizontale geleding bestaat uit drie speklagen van wit pleisterwerk ter hoogte van respectievelijk de lekdorpels in de eerste en tweede bouwlaag en de bovendorpels in de tweede bouwlaag. Het merendeel van de uitgespaarde gevelopeningen is rechthoekig van vorm. De vensterkozijnen zijn vlak in de gevel geplaatst en voorzien van geprofileerde kroonlijsten en dito lekdorpels. De (schuif- en draai-) ramen hebben een weldorpel en in enkele gevallen nog transparant glas-in-lood. De bovenlichten hebben een roedenverdeling en/of zijn voorzien van gekleurd glas-in-lood.
- In de eerste bouwlaag hebben de nummers 2;2a en 8 elk een breed en rechtgesloten ingangsportiek met kroonlijst, en een brede houten erker met plat dak. De nummers 4 en 6 hebben beide in de ene beuk een smaller ingangsportiek met getoogd bovenlicht en gepleisterde omlijsting met vertanding en een flankerend venster met tweedelig glas-in-lood bovenlicht. In de andere beuk bevindt zich onder een lateibalk een inpandige erker die niet buiten de gevellijn treedt (nummer 6). De erker van nummer 4 is vermoedelijk niet origineel. De originele paneeldeuren hebben glas in het bovenpaneel.
- In de tweede bouwlaag hebben de nummers 2;2a en 8 boven de ingang elk een boogvormig afgesloten loggia met smeedijzeren hek en paneeldeur tussen meerruits zij- en bovenlichten. In de andere beuk van deze huizen bevinden zich twee vensters met tweedelig bovenlicht. Het bovenlicht heeft zesruits ramen. De onderramen zijn met elkaar verbonden door een kleine tweezijdige erker. Deze erker rust op uitkragend metselwerk en wordt afgesloten door een tweezijdig dakje. De nummers 4 en 6 hebben beide boven de ingang een driezijdige houten erker met plat dak. Ook deze erkers rusten op uitkragend metselwerk. In de andere beuk van deze huizen bevinden zich twee vensters met tweedelige bovenlichten die met elkaar verbonden zijn door een tweezijdige erker (vergelijk nummers 2;2a en 8). Bij nummer 4 heeft de erker plaats gemaakt voor een balkondeur.
- In de derde bouwlaag hebben de vier huizen alle een grote topgevel. De topgevels van de nummers 2;2a en 8 zijn uitgevoerd als trapgevel waarin een samengesteld venster. De topgevels van de nummers 4 en 6 zijn uitgevoerd met schouders en een uitgezwenkte top. Deze topgevels zijn voorzien van baksteenvlechting, tondi met hartmotieven en twee gekoppelde vensters met bovenlichten. De flankerende Vlaamse gevels hebben eenzelfde venster en worden boogvormig afgesloten. De veel soberder uitgevoerde ACHTERGEVEL is in kruisverband gemetseld en wordt horizontaal geleed door rollagen. Aan de bovenzijde wordt de gevel afgesloten door een op bewerkte houten consoles rustende bakgoot. Het merendeel van de uitgespaarde gevelopeningen betreft enkelvoudige of gekoppelde vensters met bovenlichten, en dubbele balkon- en tuindeuren met zij- en bovenlichten. De opzet van de achtergevel is symmetrisch. De huizen hebben een over drie of twee bouwlagen opgetrokken bakstenen uitbouw met plat dak, en een uitgebouwde serre met overdekt balkon. De stijlen, standvinken en hekwerken van de balkons zijn bewerkt. Enkele ramen en deuren in de achtergevel zijn gewijzigd. Voorts is het balkon van nummer 6 dichtgezet met glas. Bovendien zijn enkele éénlaags uitbouwen niet oorspronkelijk. De RUIMTELIJKE INDELING van de tweebeukige huizen bestaat in hoofdlijnen uit verkeersruimten (vestibule, gangen, trappen) in de ene beuk en woonvertrekken (kamers en suite, slaapkamers) in de andere beuk. Prins Bernhardstraat 8 is niet bezocht. In de overige huizen is een groot aantal oorspronkelijke INTERIEURELEMENTEN bewaard gebleven, zoals paneeldeuren met doorgestoken en bewerkte kozijnstijlen; schuifdeuren tussen de kamers en suite en de serre; houten (bordes)trap met gedraaide spijlen, bewerkte trappaal, geprofileerde handlijst en lichtkoepel met glas-in-lood; vlakke stucplafonds met een geometrische indeling: brede banden met groeven, smalle lijsten en rozetten in de vorm van rechthoeken, ruiten, cirkels, vierpassen); parket- en terrazzovloeren; natuurstenen schoorsteenmantels.
De voortuinen worden afgescheiden door smeedijzeren HEKWERKEN. De hekken zijn een samenstel van rechthoeken (twee regels en twee spijlen, opgevuld met gevlochten draad) bevestigd tussen stijlen met omgekrulde uiteinden. De hekekn zijn geplaatst op een gemetseld muurtje met rollaag.
Waardering
Rijtje HERENHUIZEN met HEKKEN uit ca. 1910.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld in opzet en detaillering van een rij herenhuizen met stijlinvloeden van de Hollandse neorenaissance. Het object valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het gevarieerde materiaalgebruik, de rijke en afwisselende ornamentiek. De interieurs zijn in hoofdlijnen goed bewaard gebleven (nummer 8 is niet bezocht). Het rijtje herenhuizen is een representatief werk van architect F. Ludewig.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsbeeld beschermde zogenaamde "19de eeuwse gordel" van Nijmegen. Karakteristieke elementen van deze stadsuitleg (1880-1920), zoals aaneengesloten gevelwanden met afwisselend erkers, balkons, topgevels, dakkapellen en voortuinen met hekwerken, zijn ook bij onderhavige rij van vier herenhuizen aanwezig.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Row of four TOWNHOUSES with FENCES, built in 1909 to the design of architect F. Ludewig with stylistic influences from Dutch Neo-Renaissance. The facade design of the entire row is arranged in a more or less mirror-symmetrical composition according to the schema a/b/b/a. The two-aisle houses each have an asymmetrical layout individually with considerable variation in detailing and ornamentation between them. The row of four townhouses forms a large part of the connected western facade of Prins Bernhardstraat, between the Oranjesingel and the Bijleveldsingel, and therefore constitutes part of the so-called "19th-century belt" of Nijmegen. This urban expansion with canals from the period 1880-1920 is protected as a townscape.
The separation of the front gardens by wrought-iron FENCES is characteristic of this area.
Description
Row of four cellared TOWNHOUSES with three storeys and flat roof. The third storey is furnished at the front with a continuous roof edge that is bounded at the far left and right by a stepped gable. This steep roof edge is covered with red improved Dutch tiles and drains via a gutter on worked wooden consoles. The gutter cornice is interrupted by four large gabled roofs (one per house) and two small Flemish gables (numbers 4 and 6). Behind the large gabled roofs are concealed roof extensions covered with tiles. Instead of a Flemish gable, numbers 2 and 8 have a wooden dormer with flat roof. The FRONT FACADE of the four houses together is arranged in mirror-symmetrical composition according to the schema a/b/b/a. The bay window with the balcony of number 4 breaks the symmetry as the only element and is presumably not original. The houses are two-aisle and each have an individually asymmetrical front facade: one aisle with the entrance portico and one aisle with bay windows and terminating gable. The brick facade with tuff stone is laid in cross-bond. The horizontal articulation consists of three courses of white plasterwork at the level respectively of the water table in the first and second storeys and the upper lintels in the second storey. Most of the recessed facade openings are rectangular in form. The window frames are set flush in the facade and fitted with moulded cornices and corresponding water tables. The (sash and casement) windows have a weather moulding and in some cases still have transparent leaded glass. The fanlights have glazing bar division and/or are fitted with coloured leaded glass.
- In the first storey, numbers 2;2a and 8 each have a wide and straight-closed entrance portico with cornice, and a wide wooden bay window with flat roof. Numbers 4 and 6 both have in one aisle a narrower entrance portico with arched fanlight and plastered moulding with dentilation and a flanking window with two-part leaded glass fanlight. In the other aisle is situated beneath a lintel an internal bay window that does not project beyond the facade line (number 6). The bay window of number 4 is presumably not original. The original panelled doors have glass in the upper panel.
- In the second storey, numbers 2;2a and 8 each have above the entrance an arch-closed loggia with wrought-iron fence and panelled door between multi-light side and fanlights. In the other aisle of these houses are two windows with two-part fanlight. The fanlight has six-light windows. The lower windows are connected to each other by a small two-sided bay window. This bay window rests on projecting brickwork and is closed off by a two-sided small roof. Numbers 4 and 6 both have above the entrance a three-sided wooden bay window with flat roof. These bay windows also rest on projecting brickwork. In the other aisle of these houses are two windows with two-part fanlights that are connected to each other by a two-sided bay window (compare numbers 2;2a and 8). At number 4 the bay window has been replaced by a balcony door.
- In the third storey all four houses have a large gabled roof. The gables of numbers 2;2a and 8 are executed as stepped gables with a composite window. The gables of numbers 4 and 6 are executed with shoulders and a flared top. These gables are fitted with brick weaving, roundels with heart motifs and two coupled windows with fanlights. The flanking Flemish gables have a similar window and are closed arch-wise. The much more soberly executed REAR FACADE is laid in cross-bond and is horizontally articulated by roll courses. At the top the facade is closed off by a gutter resting on worked wooden consoles. Most of the recessed facade openings consist of single or coupled windows with fanlights, and double balcony and garden doors with side and fanlights. The composition of the rear facade is symmetrical. The houses have a brick extension rising over three or two storeys with flat roof, and an extended conservatory with covered balcony. The style, braces and railings of the balconies are worked. Some windows and doors in the rear facade have been altered. Furthermore the balcony of number 6 has been glazed over. Moreover some single-storey extensions are not original. The SPATIAL ARRANGEMENT of the two-aisle houses consists in main outline of circulation spaces (vestibule, corridors, stairs) in one aisle and living rooms (interconnected rooms, bedrooms) in the other aisle. Prins Bernhardstraat 8 was not visited. In the other houses a large number of original INTERIOR ELEMENTS have been preserved, such as panelled doors with inserted and worked frame stiles; sliding doors between the interconnected rooms and the conservatory; wooden (stoop) stair with turned balusters, worked newel post, moulded handrail and light dome with leaded glass; flat stucco ceilings with a geometric composition: broad bands with grooves, narrow mouldings and rosettes in the form of rectangles, diamonds, circles, quatrefoils); parquet and terrazzo floors; natural stone fireplace mantels.
The front gardens are separated by wrought-iron RAILINGS. The fences are an assembly of rectangles (two rows and two uprights, filled with woven wire) fixed between uprights with curved ends. The fences are placed on a mortared wall with roll course.
Valuation
Row of TOWNHOUSES with FENCES from ca. 1910.
- Of architectural-historical value as a good and intact example in composition and detailing of a row of townhouses with stylistic influences from Dutch Neo-Renaissance. The object stands out through high-quality aesthetic qualities, such as the varied use of materials, the rich and alternating ornamentation. The interiors have been well preserved in main outline (number 8 was not visited). The row of townhouses is a representative work of architect F. Ludewig.
- Of urban-planning value as part of the so-called "19th-century belt" of Nijmegen protected as a townscape. Characteristic elements of this urban expansion (1880-1920), such as connected facade walls with alternating bay windows, balconies, gables, dormers and front gardens with railings, are also present in this row of four townhouses.
Nearby in the register
- Woonhuis, Oranjesingel 43Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Prins Bernhardstraat 1Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 51Woonhuisunder 1 mi
- KantongerechtGerechtsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.