Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kantongerecht
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gerechtsgebouw
- Function
- Kantongerecht
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1905 - 1906
- Address
- Oranjesingel 56, 6511 NW Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.84302, 5.86620
- Monument number
- 522988
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding Het KANTONGERECHT met inpandige, voormalige CONCIERGEWONING is gebouwd in opdracht van het Ministerie van Justitie door W.C. Metzelaar (1848-1918) in 1905/ 1906 in een sobere neorenaissance-stijl. De conciërgewoning is later bij het kantongerecht getrokken. De voortuin en de ruimte achter het gebouw, thans in gebruik als parkeerplaats, worden begrensd door een HEKWERK. Willem Cornelis Metzelaar werd in 1902 benoemd tot Hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen, nadat hij eerst als assistent van zijn vader Johan Frederik Metzelaar (1818-1897), die dezelfde functie bekleedde, werkzaam was geweest. In zijn justitieperiode' bouwde W.C. Metzelaar een groot aantal gebouwen voor de Rijkswerkinrichtingen m.n. voor Veenhuizen, drie strafgevangenissen, vier opvoedingsgestichten, vier tuchtscholen, vijf rechtsgebouwen, veertien huizen van bewaring en zeven-en-twintig kantongerechten. Deze enorme bouwactiviteit was te danken aan de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht in 1881.
Het kantongerecht van Nijmegen komt het meest overeen met dat van Helmond (1905-1906) en van Oirschot (1905-1906), waarmee het onder meer de indeling van de voorgevel met een middenrisaliet die overgaat in een toren gemeen heeft. Het kantongerecht van Nijmegen is echter groter en uitgevoerd in duurdere materialen.
Het kantongerecht is gelegen in de noordelijke gevelwand van de Oranjesingel op de hoek met de Van Schevichavenstraat, waarbij de voorgevel aan de Oranjesingel is gesitueerd. De Oranjesingel is één van de voornaamste straten in het beschermde stadsgezicht, het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan van Bert Brouwer, ontworpen na de afbraak van de vestingwerken, binnen het beschermd stadsgezicht.
Omschrijving
Het KANTONGERECHT heeft een U-vormig grondplan, waarbij de open zijde van de U naar het oosten is gekeerd (rechter zijgevel) In de open zijde van de U is een vijfzijdige uitbouw geplaatst, waarin zich het centrale trappenhuis bevindt. Aan de voorzijde bevindt zich een rechthoekige uitbouw in de vorm van een toren. De linker zijgevel heeft hoekrisalieten. Het kantongerecht heeft een kelder, twee bouwlagen en een zolder onder een dak, dat bestaat uit een plat gedeelte met omlopende dakschilden boven de westvleugel en twee haaks hierop staande schilddaken boven de zuid- en de noordvleugel. De toren heeft drie bouwlagen onder een tentdak. De daken zijn gedekt met gesmoorde tuiles du Nord en zijn voorzien van zinken hoekkepers en pironnen. Op de torenspits staat een geornamenteerde bekroning met windwijzer. De houten dakkapellen hebben een neoclassicistische omlijsting van pilasters met hoofdgestel en fronton.
De voor-, de linker zij- en de achtergevel zijn opgetrokken uit gele verblendsteen, die in kruisverband is gemetseld. De gevels worden verlevendigd door speklagen van rode verblendsteen, die op de hoeken accenten hebben in de vorm van hardstenen blokken. De segment- en rondbogen boven de vensters zijn van rode verblendsteen en hebben hardstenen sluitstenen. De boogtrommels zijn voorzien van siermetselwerk van rode en gele verblendsteen. Het kantongerecht heeft aan de zuid- en de westzijde een zich verjongende, verhoogde plint, die bestaat uit een hardstenen gedeelte en een deel van rode verblendsteen met hardstenen rusticablokken op de hoeken. De plint wordt afgesloten met een hardstenen waterlijst, waarin de lekdorpels van de vensters van de eerste bouwlaag zijn opgenomen. Onder de vensters van de tweede bouwlaag bevindt zich tussen twee speklagen een rollaag met inspringende koppen. Onder de vensters van de derde bouwlaag (toren) is tussen twee waterlijsten een hardstenen veld aangebracht met het inschrift: "KANTONGERECHT". De gevels worden afgesloten door een hoofdgestel, dat bestaat uit een hardsteen architraaflijst, een fries met metselmozaïek in verblendsteen en hardstenen consoles en een geprofileerde houten kroonlijst op bewerkte klossen, die rusten op de hardstenen consoles. De gevels zijn verder voorzien van rijk geornamenteerde smeedijzeren muurankers.
De vensters hebben hardstenen lekdorpels en geprofileerde hardstenen bovendorpels. Bij de gekoppelde vensters van de linker zijgevel zijn de middenstijlen grotendeels ook van hardsteen. De vensters zijn voorzien van schuiframen, die later gedeeltelijk zijn toegerust met ventilatiesleuven. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt vijf vensterassen en heeft een vooruitspringende middenpartij die ter hoogte van de derde bouwlaag overgaat in een toren. In de toren bevindt zich de ingangspartij, die bestaat uit een vernieuwde paneeldeur met dichtgezette zijlichten, geprofileerd kalf en driedelig bovenlicht. In de segmentboogtrommel is een schildering met het wapen van Nederland, omringd door ranken, aangebracht. Boven de deur bevindt zich een venster met driedelig schuifraam en daarboven twee gekoppelde rondboogvensters met schuiframen. In de zijgevels van de toren bevinden zich drie smalle vensters met schuiframen boven elkaar. Aan weerszijden van de middenpartij bevinden zich in de eerste en de tweede bouwlaag twee vensters met T-schuiframen.
De symmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL heeft hoekrisalieten met één vensteras en een middendeel dat drie vensterassen telt. De vensters zijn gekoppeld door een segmentboog en hebben in de eerste bouwlaag en bij de risalieten ook in de tweede bouwlaag een hardstenen middenstijl. De vensters van het middendeel van de gevel hebben in de tweede bouwlaag een houten middenstijl.
De asymmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL heeft een plint van rode verblendsteen en telt vier vensterassen. In de tweede as van rechts bevindt zich de toegang tot de voormalige conciërgewoning. Deze bestaat uit een door een ijzeren profiel afgesloten portiek met een stoep van vijf hardstenen treden, een paneeldeur met ruiten en gedeeld bovenlicht. Het portiek wordt aan weerszijden geflankeerd door kleine getoogde vensters met 2-ruits valraampjes en getoogde keldervensters. De vensters in de eerste en tweede bouwlaag zijn voorzien van T-schuiframen en hebben een houten bovendorpel. In de linker vensteras bevindt zich een getoogd kelderluik.
De asymmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL is gepleisterd en voorzien van horizontale groeven ter hoogte van de speklagen van de andere gevels. Boven de segmentboogvormig afgesloten vensters zijn boogvormige groeven aangebracht. De gevels worden afgesloten met een geprofileerde bakgoot op gesneden klossen.
De gevels van de zuid- en de noordvleugel zijn blind uitgevoerd. Tegen de westvleugel bevindt zich een tweelaags, vijfzijdige uitbouw (trappenhuis) met plat dak. De ruimte tussen het trappenhuis en de naar de binnenruimte gekeerde gevels van de zuid- en de noordvleugel is "opgevuld" met tweelaags, ondiepe uitbouwen met platte daken. Tegen de linker uitbouw is een éénlaags uitbouw geplaatst. Beide hebben drie segmentboogvensters en worden afgesloten met een daklijst. De rechter uitbouw heeft een blind segmentboogvenster. Het trappenhuis heeft segmentboogvensters vlak boven het maaiveld. Daarboven zijn de vijf zijden voorzien van zes grote vensters, waarvan de onderdorpel per twee hoger ligt. De vensters hebben ramen en bovenlichten met horizontale en verticale roeden, die dicht langs het kozijn lopen.
In het INTERIEUR zijn nog vele oorspronkelijke elementen bewaard gebleven zoals: de indeling; de vestibule en de gangen met tegelvloeren, die bestaan uit velden van achthoekige gele en vierkante zwarte tegels binnen hardstenen banden en plinten; de met een geprofileerde houten lijst afgewerkte betegelde lambriseringen in de vestibule en gangen met resp. witte en blauwe en witte, bruine en gele tegels; het trappenhuis met de drie-armige hardstenen bordestrap met geornamenteerde smeedijzeren leuning en de lambrisering, die op dezelfde wijze is vormgegeven als in de gang; de met lijstwerk geornamenteerde stucplafonds en stucversieringen en pilasters op de wanden van gangen en trappenhuis; de zittingzaal met paneellambrisering en door het hele gebouw paneeldeuren in geprofileerde omlijstingen.
Het HEKWERK aan de voor- en de achterzijde bestaat uit een voetmuur van hardsteen en deels van rode verblendsteen, gemetselde hekposten van rode verblendsteen met gefrijnde hardstenen basementen en dekplaten en smeedijzeren hekwerken. De smeedijzeren hekken aan de achterzijde langs de Van Schevichavenstraat zijn oorspronkelijk. De hekken aan de voorzijde zijn vernieuwd.
Waardering
KANTONGERECHT met HEKWERK uit 1905.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een kantongerecht van W.C. Metzelaar in een sobere neorenaissance-stijl. Het kantongerecht heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals evenwichtige verhoudingen en bijzonder materiaalgebruik.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in het beschermde stadsgezicht, nl. op een straathoek aan één van de voornaamste straten van het beschermde stadsgezicht, het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan van Bert Brouwer.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming welke verbonden is met een bestuurlijke ontwikkeling nl. de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht in 1881, die een enorme bouwactiviteit van het Departement van Justitie in de periode 1881-1914 ten gevolge had, waarbij de ontwerpen van de nieuwe gebouwen door J.F. en W.C. Metzelaar werden gemaakt.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction The DISTRICT COURT with integrated former CARETAKER'S RESIDENCE was built on commission from the Ministry of Justice by W.C. Metzelaar (1848-1918) in 1905/1906 in a sober neo-Renaissance style. The caretaker's residence was later incorporated into the district court. The front garden and the space behind the building, now used as a car park, are bounded by FENCING. Willem Cornelis Metzelaar was appointed Chief Engineer for prisons and law courts in 1902, after having previously worked as assistant to his father Johan Frederik Metzelaar (1818-1897), who held the same position. During his justice period, W.C. Metzelaar built a large number of buildings for State labour institutions, notably for Veenhuizen, three penal prisons, four reformatories, four reform schools, five law courts, fourteen houses of detention and twenty-seven district courts. This enormous building activity was due to the introduction of the new Criminal Code in 1881.
The district court of Nijmegen most closely resembles that of Helmond (1905-1906) and of Oirschot (1905-1906), with which it shares, among other things, the arrangement of the front facade with a central risalit that transitions into a tower. However, the district court of Nijmegen is larger and executed in more expensive materials.
The district court is situated in the northern facade wall of the Oranjesingel at the corner with the Van Schevichavenstraat, with the front facade facing the Oranjesingel. The Oranjesingel is one of the principal streets in the protected townscape, the late 19th-century expansion plan by Bert Brouwer, designed after the demolition of the fortification works, within the protected townscape.
Description
The DISTRICT COURT has a U-shaped ground plan, with the open side of the U facing east (right side facade). In the open side of the U, a five-sided extension has been placed, which contains the central stairwell. At the front is a rectangular extension in the form of a tower. The left side facade has corner risalits. The district court has a basement, two storeys and an attic under a roof consisting of a flat section with surrounding hipped roofs above the west wing and two perpendicular hipped roofs above the south and north wings. The tower has three storeys under a tent roof. The roofs are covered with swept tuiles du Nord and are fitted with zinc corner brackets and pironnes. On the tower spire stands an ornamented cresting with weathervane. The wooden dormer windows have a neoclassical framing of pilasters with capital and pediment.
The front, left side and rear facades are constructed of yellow facing brick, laid in bond. The facades are enlivened by bands of red facing brick, which have accents at the corners in the form of ashlar blocks. The segmental and round arches above the windows are of red facing brick and have ashlar keystones. The arch drums are furnished with decorative brickwork of red and yellow facing brick. The district court has on the south and west sides a tapering, raised plinth consisting of an ashlar section and a part of red facing brick with ashlar rustic blocks at the corners. The plinth is finished with an ashlar drip moulding, in which the drip edges of the windows of the first storey are incorporated. Below the windows of the second storey, between two bands, is a band course with recessed ends. Below the windows of the third storey (tower) is, between two drip mouldings, an ashlar field with the inscription: "KANTONGERECHT". The facades are finished with a cornice consisting of an ashlar architrave, a frieze with brickwork mosaic in facing brick and ashlar consoles and a moulded wooden cornice on worked brackets, which rest on the ashlar consoles. The facades are further furnished with richly ornamented wrought-iron wall anchors.
The windows have ashlar drip edges and moulded ashlar sill plates. At the coupled windows of the left side facade, the middle mullions are largely also of ashlar. The windows are fitted with sash windows, which have later been partially equipped with ventilation slots. The symmetrically arranged FRONT FACADE has five window axes and features a projecting central section which at the level of the third storey transitions into a tower. In the tower is the entrance section, consisting of a renewed panel door with blocked sidelights, moulded rebate and three-part fanlight. In the segmental arch drum is a painting with the arms of the Netherlands, surrounded by scrolls. Above the door is a window with three-part sash frame and above that two coupled round-arch windows with sash frames. In the side facades of the tower are three narrow windows with sash frames, one above the other. On either side of the central section are, in the first and second storeys, two windows with T-sash frames.
The symmetrically arranged LEFT SIDE FACADE has corner risalits with one window axis and a central section that has three window axes. The windows are coupled by a segmental arch and have, in the first storey and at the risalits also in the second storey, an ashlar middle mullion. The windows of the central section of the facade have a wooden middle mullion in the second storey.
The asymmetrically arranged REAR FACADE has a plinth of red facing brick and has four window axes. In the second axis from the right is the access to the former caretaker's residence. This consists of a portico enclosed by an iron profile with a step of five ashlar treads, a panel door with panes and divided fanlight. The portico is flanked on either side by small arched windows with 2-pane casement windows and arched basement windows. The windows in the first and second storeys are fitted with T-sash frames and have a wooden sill plate. In the left window axis is an arched basement hatch.
The asymmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE is plastered and furnished with horizontal grooves at the level of the bands of the other facades. Above the segmental arch-shaped windows are arched grooves. The facades are finished with a moulded rain gutter on cut brackets.
The facades of the south and north wings are blind. Against the west wing is a two-storey, five-sided extension (stairwell) with flat roof. The space between the stairwell and the inward-facing facades of the south and north wings is "filled in" with two-storey, shallow extensions with flat roofs. Against the left extension is a single-storey extension. Both have three segmental arch windows and are finished with a roof cornice. The right extension has a blind segmental arch window. The stairwell has segmental arch windows just above ground level. Above this, the five sides are fitted with six large windows, the sill of which, for every two, is positioned higher. The windows have frames and fanlights with horizontal and vertical glazing bars, which run close to the frame.
In the INTERIOR, many original elements have been preserved such as: the layout; the vestibule and corridors with tiled floors, consisting of fields of octagonal yellow and square black tiles within ashlar bands and plinths; the tiled wainscoting finished with a moulded wooden frame in the vestibule and corridors with respectively white and blue and white, brown and yellow tiles; the stairwell with the three-flight ashlar main staircase with ornamented wrought-iron railing and the wainscoting, which is designed in the same manner as in the corridor; the stucco ceilings and stucco decorations ornamented with mouldings and pilasters on the walls of corridors and stairwell; the sitting room with panel wainscoting and throughout the building panel doors in moulded frames.
The FENCING at the front and rear consists of a foot wall of ashlar and partly of red facing brick, masoned fence posts of red facing brick with reeded ashlar bases and coping slabs and wrought-iron fencing. The wrought-iron fences at the rear along the Van Schevichavenstraat are original. The fences at the front have been renewed.
Appreciation
DISTRICT COURT with FENCING from 1905.
- Of architectural historical value as a good and intact example of a district court by W.C. Metzelaar in a sober neo-Renaissance style. The district court has aesthetic qualities in its design such as balanced proportions and exceptional use of materials.
- Of urban planning value because of its striking location in the protected townscape, namely at a street corner on one of the principal streets of the protected townscape, the late 19th-century expansion plan by Bert Brouwer.
- Of cultural historical value because of its designation which is connected to an administrative development, namely the introduction of the new Criminal Code in 1881, which resulted in enormous building activity of the Department of Justice in the period 1881-1914, whereby the designs of the new buildings were made by J.F. and W.C. Metzelaar.
Nearby in the register
- Woonhuis, Oranjesingel 68Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 51Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oranjesingel 70Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Prins Bernhardstraat 1Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.