TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Eversweg 2

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1920 - 1921
Address
Eversweg 2, Locatie: Kwakkenberg, 6523 LT Nijmegen
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.83080, 5.90387
Monument number
523006

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De vrijstaande VILLA is gebouwd in 1920 door Marinus Jan Granpré Molière (1883-1972) in opdracht van R. VerLoren van Themaat, civiel-ingenieur en directielid van ingenieursbureau Van Hasselt en De Koning met wie hij later in Nijmegen het Hollandsch-Duitsch Gemaal zou bouwen. Granpré Molière had in deze tijd samen met Verhagen en Kok een architectenbureau.

Granpré Molière verbreidde als hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Delft (1924-1953) zijn traditionalistische schoonheidsleer, die vele architecten beïnvloedde en onder de naam Delftse School het gezicht van de Nederlandse architectuur enkele decennia mede bepaalde. Hoewel Granpré Molière zijn leer pas later theoretisch zou funderen na zijn benoeming als hoogleraar in Delft en zijn bekering tot het katholicisme in 1927, vertoont de villa toch al kenmerken van de stijl die later Delftse School zou worden genoemd. De sober vormgegeven villa heeft een vrije plattegrond en een functionele gevelindeling en is mede hierdoor voor de bouwtijd uiterst modern.

In 1933 werd naast de villa een GARAGE gebouwd, die in 1938 met het woonhuis werd verbonden door een nieuw gebouwde kamer annex bijkeuken. Beide verbouwingen werden uitgevoerd door ingenieursbureau Van Hasselt en de Koning. In de tuin liggen enkele eenvoudige houten bijgebouwtjes zoals een draaibaar THEEKOEPELTJE, een PRIEEL (1925) en een SCHUURTJE met houtopslag.

De villa is gelegen aan de Eversweg in de beboste heuvels ten oosten van Nijmegen.

Omschrijving

De VILLA is opgebouwd uit twee rechthoekige bouwvolumes van verschillende hoogte, resp. twee en drie bouwlagen, die in de lengte tegen elkaar zijn geplaatst en t.o.v. elkaar licht verspringen. De villa is gedeeltelijk onderkelderd. Beide bouwvolumes hebben een zolder onder een zadeldak met gesmoorde Hollandse pannen en mastgoten en ieder twee schoorstenen. Het dak van het hogere, rechter bouwvolume heeft een achterschild dat verder doorloopt, één schoorsteen met een geornamenteerde smeedijzeren bekroning in het voorschild en houten windveren. Tegen de rechter zijgevel van de bouwvolume is in 1938 een éénlaags bouwmassa onder een lessenaarsdak met gesmoorde Hollandse pannen gebouwd. Deze is d.m.v. een houten pergola verbonden met de in 1933 gebouwde garage, die is voorzien van een zadeldak met gesmoorde Hollandse pannen en de nokrichting evenwijdig aan de garagedeur heeft.

De asymmetrisch ingedeelde gevels zijn opgetrokken uit in halfsteens verband gemetselde gele baksteen, die later is witgesausd. Het trasraam is zwart geverfd. De gevels hebben rechthoekige vensters van verschillende afmetingen met smalle onder- en bovendorpels van beton, houten kozijnen, waarvan enkele driedelig zijn en houten stolp- of draairamen.

De VOORGEVEL heeft in het hoge bouwvolume de voordeur, een houten deur met twee smalle ruitjes in een kozijn op hardstenen neuten, afgesloten met een betonnen latei, waarboven zich een getoogd 3-ruits bovenlicht bevindt. In de eerste, tweede en derde bouwlaag bevinden zich verder resp. twee, twee en één venster. In de rechter bovenhoek van dit gevelvlak is enkele jaren na de bouw van de villa een muurschildering in geel en blauw aangebracht, waartegen een zonnewijzer is bevestigd. In het linker bouwvolume bevindt zich een dubbele tuindeur met zijlichten en in de tweede bouwlaag twee stolpramen. De aangebouwde bouwmassa heeft in de voorgevel één venster met driedelig kozijn.

De LINKER ZIJGEVEL wordt begrensd door twee vooruitspringende muurdammen en heeft hiertussen op de begane grond twee stolpramen en een 4-ruits glasdeur en op de eerste verdieping een houten balkon over de volle gevelbreedte met een houten balustrade en een dubbel en een enkele balkondeur. In de geveltop bevindt zich een driezijdig erkervenster met drie 2-ruits ramen. De linker zijgevel van het hoge bouwvolume heeft in de geveltop een ovaal 6-ruits zolderraam De RECHTER ZIJGEVEL heeft een klein venster, twee vensters met stolpramen en een driedelig venster met draairamen. In de geveltop bevindt zich een ovaal 6-ruits zolderraam. In de rechter zijgevel van de later aangebouwde bijkeuken bevindt zich een driedelig venster.

De ACHTERGEVEL heeft in het hoge bouwvolume de achterdeur, rechts hierboven twee trappenhuisvensters met stolpramen, in de eerste en tweede bouwlaag een driedelig venster en nog een klein venster onder de dakrand. In het lagere bouwvolume rechts bevinden zich in de eerste en de tweede bouwlaag resp. één en twee vensters. In de later bijgebouwde bijkeuken, waarvan het achterste dakschild tot ca. 50cm boven het maaiveld doorloopt bevindt zich een soort dakkapel met plat dak, een deur en ramen.

De GARAGE heeft een dubbele garagedeur aan de voorzijde en twee vensters in de achtergevel.

Verspreid over de bostuin ligt een drietal eenvoudige houten gebouwtjes: een draaibaar achthoekig THEEKOEPELTJE, een achthoekig PRIEEL met resp. een achthoekig tentdak en een schilddak, beide met bitumineuze dakbedekking en tenslotte een rechthoekig SCHUURTJE annex overdekte houtopslag onder een zadeldak met rode verbeterde Hollandse pannen. Het INTERIEUR heeft de oorspronkelijke indeling behouden. Aan de zuid- en westzijde liggen de woonvertrekken, aan de noordzijde de keuken en het trappenhuis. Ook zijn vele oorspronkelijke interieurelementen bewaard gebleven zoals: De gang met een zwarte tegelvloer en een plint van hergebruikte mangaankleurige bloementegels. Hier bevindt zich tevens een tegeltableau in wit, zwart en geel met het opschrift: "DE . EERSTE . STEENEN . GELEGD . DOOR/ REEP . EN . PIETER . VERLOREN . / . OUD . 5 . EN . 4 . JAAR ./ . 25 . MEI . 1920 . "; De keuken met betegelde schouw en keukenkasten; De eetkamer met een buffetkast, een hoekkast, een lambrizering van horizontaal geplaatste planken en een schouw van schoon metselwerk blauwwitte tegels en zwart marmeren schoorsteenmantel; De zitkamer met schouw van geel marmer, De werkkamer met een schouw van rood marmer en houten boekenkasten; Het trappenhuis met de twee-armige bordestrap met houten paneellambrizeringen en een houten leuning van spijlen en planken; De linnenkast op de overloop; De wc boven met verschillende hergebruikte tegels; Paneeldeuren in een geprofileerde omlijsting in het gehele huis. Opvallend zijn de vaste kasten, die op ingenieuze wijze zijn vormgegeven en toegesneden op hun specifieke functie en de weggewerkte wastafels bijv. onder de trap en in een kast in de dienstbodenkamer.

Waardering

Vrijstaande VILLA uit 1920 met GARAGE en AANBOUW uit resp. 1933 en 1938 en houten THEEKOEPEL, PRIEEL en SCHUUR van M.J. Granpré Molière.

- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld in ex- en interieur van een villa in een traditionalistische bouwstijl die vooruitloopt op de Delftse Schoolstijl. De villa is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals de bijzondere hoofdvorm en detaillering en de voor de bouwtijd opmerkelijk moderne indeling en afwerking van het interieur. De villa is van architectuurhistorisch belang als één van de vroege en zeldzame voorbeelden van een woonhuis uit de pré-Delftse periode van Granpré Molière.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The detached VILLA was built in 1920 by Marinus Jan Granpré Molière (1883-1972) on behalf of R. VerLoren van Themaat, civil engineer and management member of engineering firm Van Hasselt en De Koning with whom he would later build the Hollandsch-Duitsch Gemaal in Nijmegen. Granpré Molière at this time had an architectural practice together with Verhagen and Kok.

As professor at the Technische Hogeschool in Delft (1924-1953), Granpré Molière disseminated his traditionalist aesthetic doctrine, which influenced many architects and under the name Delft School partly determined the appearance of Dutch architecture for several decades. Although Granpré Molière would only later theoretically substantiate his doctrine following his appointment as professor in Delft and his conversion to Catholicism in 1927, the villa nevertheless already shows characteristics of the style that would later be called the Delft School. The soberly designed villa has a free floor plan and functional façade layout and is thereby extremely modern for its construction period.

In 1933 a GARAGE was built beside the villa, which in 1938 was connected to the residence by a newly built room serving as a scullery. Both alterations were carried out by engineering firm Van Hasselt en De Koning. In the garden lie several simple wooden outbuildings such as a rotating TEA PAVILION, a PERGOLA (1925) and a SHED with wood storage.

The villa is located on the Eversweg in the wooded hills east of Nijmegen.

Description

The VILLA is constructed from two rectangular building volumes of different heights, namely two and three storeys respectively, which are placed lengthwise against each other and offset slightly in relation to one another. The villa is partially cellared. Both building volumes have an attic under a gabled roof with suppressed Dutch tiles and gutter moldings and each two chimneys. The roof of the higher, right building volume has a rear slope that continues further, one chimney with an ornamented wrought-iron crown in the front slope and wooden weather vanes. Against the right side façade of the building volume a single-storey building mass was built in 1938 under a lean-to roof with suppressed Dutch tiles. This is connected by means of a wooden pergola to the garage built in 1933, which is provided with a gabled roof with suppressed Dutch tiles and the ridge direction parallel to the garage door.

The asymmetrically arranged façades are constructed from yellow brickwork laid in Flemish bond, which was later whitewashed. The trash-frame is painted black. The façades have rectangular windows of various sizes with narrow lower and upper sills of concrete, wooden frames, some of which are three-part, and wooden casement or pivot windows.

The FRONT FAÇADE has in the high building volume the front door, a wooden door with two narrow panes in a frame on limestone sills, closed by a concrete lintel, above which there is an arched 3-pane fanlight. In the first, second and third storey there are further two, two and one window respectively. In the right upper corner of this façade plane, several years after the villa's construction, a mural painting in yellow and blue was applied, against which a sundial is fixed. In the left building volume there is a double garden door with sidelights and on the second storey two casement windows. The adjoining building mass has one window with three-part frame in the front façade.

The LEFT SIDE FAÇADE is bordered by two projecting wall piers and has between them on the ground floor two casement windows and a 4-pane glass door and on the first floor a wooden balcony across the full width of the façade with a wooden balustrade and a double and a single balcony door. In the gable top there is a three-sided bay window with three 2-pane windows. The left side façade of the high building volume has in the gable top an oval 6-pane attic window. The RIGHT SIDE FAÇADE has a small window, two windows with casement windows and a three-part window with pivot windows. In the gable top there is an oval 6-pane attic window. In the right side façade of the later adjoining scullery there is a three-part window.

The REAR FAÇADE has in the high building volume the rear door, to the right above it two stairwell windows with casement windows, in the first and second storey a three-part window and another small window under the roof edge. In the lower building volume to the right there are in the first and second storey one and two windows respectively. In the later adjoining scullery, whose rear roof slope runs down to approximately 50cm above ground level, there is a sort of roof dormer with flat roof, a door and windows.

The GARAGE has a double garage door on the front and two windows in the rear façade.

Scattered over the wooded garden lie three simple wooden buildings: a rotating octagonal TEA PAVILION, an octagonal PERGOLA with an octagonal tent roof and a hipped roof respectively, both with bituminous roofing, and finally a rectangular SHED with adjoining covered wood storage under a gabled roof with red improved Dutch tiles. The INTERIOR has retained its original layout. On the south and west sides lie the living rooms, on the north side the kitchen and stairwell. Many original interior elements have also been preserved such as: The hall with a black tile floor and a skirting of reused manganese-coloured floral tiles. Here there is also a tile panel in white, black and yellow with the inscription: "DE . EERSTE . STEENEN . GELEGD . DOOR/ REEP . EN . PIETER . VERLOREN . / . OUD . 5 . EN . 4 . JAAR ./ . 25 . MEI . 1920 . "; The kitchen with tiled hearth and kitchen cabinets; The dining room with a buffet cabinet, a corner cabinet, wainscoting of horizontally placed boards and a hearth of fair-faced brickwork with blue-white tiles and black marble mantelpiece; The sitting room with hearth of yellow marble; The study with a hearth of red marble and wooden bookshelves; The stairwell with the two-armed return stair with wooden panel wainscoting and a wooden handrail of spindles and boards; The linen cupboard on the landing; The upstairs toilet with various reused tiles; Panelled doors in a moulded frame throughout the house. Notable are the fitted cupboards, which have been ingeniously designed and fitted to their specific function, and the concealed sinks for example under the stairs and in a cupboard in the servants' room.

Valuation

Detached VILLA from 1920 with GARAGE and EXTENSION from 1933 and 1938 respectively and wooden TEA PAVILION, PERGOLA and SHED by M.J. Granpré Molière.

- Of architectural historical importance as a fine and intact example in exterior and interior of a villa in a traditionalist building style that anticipates the Delft School style. The villa is of architectural historical importance because of the high-quality aesthetic qualities of the design such as the distinctive main form and detailing and the remarkably modern layout and finishing of the interior for its construction period. The villa is of architectural historical importance as one of the early and rare examples of a residential house from the pre-Delft School period of Granpré Molière.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map