TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Villa Jorissen

Dordrecht, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1893 - 1895
Address
Singel 97, 3311 PB Dordrecht
Place
Dordrecht
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.81152, 4.67512
Part of complex
522299
Monument number
522300

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1890 map "16. Dordrecht (Tweede uitgave, 1890)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Een in de negentiende-eeuwse schil van Dordrecht gesitueerd vrijstaand WOONHUIS van het type villa, met bijbehorende ERFSCHEIDING, hoofdonderdeel van het complex Villa Jorissen. De villa is in 1893-1895 gebouwd in opdracht van de rentmeester/administrateur en kunstkenner P.C. Jorissen. De villa is een ontwerp van de Rotterdamse architect Willem Kromhout, die met deze villa zijn eerste bouwopdracht als zelfstandig architect realiseerde. Het pand is gebouwd in een fantasievolle, aan de Chaletstijl en de vroege Art Nouveau verwante bouwstijl. Het interieur heeft ondanks verbouwingen nog veel van het oorspronkelijke karakter en de detaillering behouden. De villa is een opvallend onderdeel van de villabebouwing aan de Singel.

Omschrijving

De in hoofdzaak vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken villa is opgetrokken in baksteen verlevendigd met siermetselwerk in gele en oranje verblendsteen en grijze hardsteen. De villa heeft twee, respectievelijk drie boven een souterrain staande bouwlagen onder met bouletpannen en leien gedekte schild- en zadeldaken. De gevels zijn asymmetrisch en voorzien van rechtgesloten gevelopeningen. De boven een hardstenen sokkel staande, drie-assige voorgevel heeft een relatief smalle, tweelaags ingangstravee in het midden, een even hoge bredere travee rechts en een hoger opgaande travee met dwarskap achter een puntgevel links ervan. De entree is samengesteld uit een hardstenen steektrap naar een rijk versierde deur. De onderzijde van de deur staat tussen hardstenen blokken, de bovenzijde tussen boven- en zijlichten met kleurrijk glas-in-lood en verblendstenen dagkanten en hanekam. De rijk uitgevoerde deur is een aan drie decoratief gesmede gehengen opgehangen paneeldeur met glas-in-lood in de drie deurramen. Het middenraam staat achter een decoratief hekwerk van smeedijzer. De zijlichten staan binnen een geprofileerd kozijn en vormen een eenheid met het samengestelde bovenlicht. De entree staat onder de driezijdige houten erker van het boudoir. Deze is voorzien van schuine zijden, geschulpte onderranden en een half, met leien gedekt schilddakje. De geveldelen aan weerszijden van de middentravee zijn identiek op de bel étage en de eerste verdieping. De vensters op de bel étage zijn samengesteld uit een breed middenraam met smalle zijlichten en een smaller, driedelig bovenraam met glas-in-lood onder verblendstenen hanekam met sluit- en aanzetstenen van natuursteen. De verdiepingsvensters hebben een driedelig bovenraam met glas-in-lood boven een raam met middenstijl. Deze vensters staan onder strekken met sluit- en aanzetstenen. De gevel wordt aan weerszijden van de voet van de erker uitbundig versierd door een brede band van gele en oranje verblendsteen in decoratieve verbanden die wordt doorsneden door een dunne hardstenen cordonlijst. De bovenkant van de gevel is aan weerszijden van de erkerkap eveneens rijkelijk versierd met decoratief verwerkte verblendsteen en hardsteen, die voor een deel is uitgemetseld. De gevel wordt boven de middentravee en de rechter travee beëindigd door een houten gootlijst. Uit het dakschild hierboven steekt boven de erker een kleien houten dakkapel met wolfdak en boven het venster een grotere, deels gemetselde en onder een zadeldak staande dakkapel met een uitkragend houten voorschot en gevelteken. De linker travee heeft een twede verdieping boven een houten cordonlijst, die ligt in het verlengde van de gootlijst er rechts van. De tweede verdieping heeft een gemetselde onderzijde met vakwerk en een houten geveltop met voorschot. Het vierdelige venster met glas-in-lood in de bovenramen ligt onder de rondboog van het voorschot dat wordt bekroond door een gevelteken. Omdat de muurdam rechts van het venster iets breder is loopt het dakschild hier verder door. Uit dit dakschild steekt een gemetselde schoorsteen met gele banden.

In de afgesnoten linker gevelhoek staat op de begane grond een venster binnen een verblendstenen omlijsting. De eerste verdieping bevat een balkondeur onder een met glas-in-lood ingevuld bovenlicht. De openslaande balkondeuren staan achter een balkon met houten balustrade, die door middel van gestileerde draken van smeedijzer met de balkonrand is verbonden. De minder scherp afgesnoten hoek van de derde verdieping heeft een onderkant met gekruiste regels het vakwerk. Het venster hierboven staat onder een houten gevelbeëindiging.

De eveneens drie traveeën tellende linker zijgevel heeft een hoog opgaande rechter travee met puntgevel die vergelijkbaar is met de linker travee van de voorgevel, maar heeft twee kleine ronde gevelopeningen in plaats van vensters in de eerste twee bouwlagen. De middentravee is een over twee bouwlagen doorlopende vijfzijdige serre, die op de bel-etage halfrond is en is voorzien van een gemetselde onderbouw met een bovenrand van geglazuurde steen en een ononderbroken vensterreeks van acht ramen met glas-in-lood in de bovenramen onder een ver uitkragende halfronde dakrand die steunt op met snijwerk versierde, met de raamstijlen corresponderende schoren. De verdieping is vijfzijdig en bevat twee vensters met onder het driedelige bovenraam met glas-in-lood een raam met middenstijl. De uitgemetselde schoorsteen in het midden is verlevendigd door accenten van gele en rode steen. De vijfzijdige kap is gedekt met leien in maasdekking. De linker travee heeft in beide bouwlagen een onder strek staand rechtgesloten venster. Dit geveldeel wordt beëindigd door een uitgemetselde rand met verblendsteen en een geprofileerde gootlijst. Uit het dakschild hierboven steekt een eenvoudige, waarschijnlijk toegevoegde rechthoekige dakkapel.

Ook de achtergevel wordt versierd door banden van gekleurde steen en heeft als gevelbeëindiging een uitgemetselde gevelrand van gele en rode verblendsteen, waarop de dakgoot ligt. Tegen de licht risalerende rechter gevelpartij staat een vijfzijdige erker met een houten onderbouw. De erker draagt een balkon met houten balustrade, waarop een stel openslaande deuren onder driedelig bovenlicht uitkomen. Uit het met kruispannen gedekte dakschil hierboven steekt een toegevoegde rechthoekige dakkapel met openslaande ramen. Het bredere, iets terugliggende linker geveldeel bevat geheel links een boven een houten trap en onder bovenlicht staande glasdeur met smeedijzeren raamhek. Links van de deur een vierruits venster onder een segmentboog en met baksteenmozaïek ingevulde boogtrommel. Het uitpandige, door een lessenaardak afgesloten portaal met venster hier links van, is opgetrokken in baksteen en heeft een op de tuin gerichte houten windvang met raam, die een boven een met grestegels beklede trap staande, getraliede glasdeur uit de wind houdt. Het linker deel van het lessenaardak rust op een houten schoor. De linker gevelpartij bevat op de verdieping een venster en een balkon met een betonnen onderstel en houten balustrade, waarop onder driedelig bovenlicht staande balkondeuren uitkomen. Uit het dakschild hierboven steekt een toegevoegde rechthoekige dakkapel.

De rechter zijgevel wordt evenals de andere gevels verlevendigd door banden van rode en gele verblendsteen en staat boven een trasraam met geglazuurde bovenrand. De rechter zijde bestaat uit een vrijwel blinde linker travee en een risalerende rechter travee. De linker travee bevat slechts een getoogd venster op de bel-étage en wordt beëindigd door een op klossen rustende gootlijst. In de risalerend rechter travee staan twee keldervensters, twee traplichten, een smal en hoog venster met tralies, een klein venster en een niet oorspronkelijk, liggend venster. Dit geveldeel wordt beëindigd door een uitgemetselde rand, waarop de geprofileerde gootlijst ligt. Uit het dakschild hierboven steekt links een op de dakvoet staande houten dakkapel met zadeldak, glas-in-lood in het driedelige venster en iets meer naar rechts een kleinere dakkapel met wolfdakje.

Het interieur is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven, en heeft onder meer diverse paneeldeuren binnen geprofileerde omlijstingen. De houten paneellambrizeringen sluiten in kleur en vormgeving aan op de deuren. Ook in het inwendige is gebruik gemaakt van glas-in-lood. Het ingangsportaal bevat een trap met bordes van marmer, een paneeldeur en lambrizeringen onder de met liggende schijnvoegen verlevendigde wanden. Tussen het portaal en de achterliggende hal met korfboogvormige toog staat een paneeldeur met roedenverdeling in het deurraam. De deur staat tussen met glas-in-lood ingevulde boven- en zijlichten. De gelambrizeerde wanden van de hal zijn vergelijkbaar met die van het portaal. De paneeldeuren naar de diverse ruimtes staan onder een paneelfries. Het plafond is versierd met renaissance ornamenten. Twee door een houten profielstijl van elkaar gescheiden deuren voeren naar kamers, die door middel van openslaande paneeldeuren van elkaar zijn gescheiden. Deze kamers-en-suite links van de hal en de gang zijn voorzien van koven, paneellambrizeringen en parketvloer. De achterkamer is bovendien voorzien van een bijzonder houten plafond met in reliëf uitgevoerde achtpuntige sterren. De halfronde erker in de voorkamer heeft een eenvoudig gekoofd stucplafond met geprofileerde cirkels. Vanuit de hal is via een paneeldeur met samengesteld raam de gang naar de achterdeur te bereiken. Deze gang is ook voorzien van paneellambrizeringen en heeft een vloer die bedekt is met tegels. In de hal een tweedelige houten steektrap met tussenbordes en strokenlambrizeringen aan weerszijden. De linker wand is aan de onderkant voorzien van een lambrizering, terwijl de bovenkant bestaat uit een reeks klimmende vensters met geprofileerde kozijnen en een invulling van glas-in-lood. De trap heeft aan weerszijden balustrades met trappalen, gedraaide spijlen en geprofileerde handlijsten. Het de horizontale beëindiging van het trapgat op de eerste verdieping is afgetimmerd met brede profiellijsten, waarop houten balustrades staan als die van de trap. Op de verdieping een hal met versierd stucplafond, lambrizeringen, een groot aantal paneeldeuren binnen profiellijsten rondom de halruimte en een toog. Deze segmentboogvormige toog rust op getrapt klimmende, gemetselde consoles en draagt aan de voorzijde de tekst "Dat uwe ogen open zijn, dag en nacht over dit huis" (2 Kron. 6-20). De vertrekken op de eerste verdieping zijn onder meer voorzien van eenvoudige lambrizeringen, een schouw van zwart marmer (kamer linksvoor), een stucplafond met versiering in reliëf (kamer linksachter), een stucplafond en een hoog tegen de wand staande, ver uitkragende en op consoles rustende hangboezem met rondboog (kamer linksmidden) een vertrek met een meer eenvoudige schouw van zwart marmer, alsmede een toilet en een badkamer, die beide zijn voorzien van de oorspronkelijke tegellambrizering met gestileerde blad- en bloemmotieven en een geprofileerde bovenrand. De trap naar de tweede verdieping is eveneens tweedelig met een tussenbordes en bestaat uit dezelfde onderdelen als de andere trap, wat ook geldt voor de balustrade rondom het trapgat. De hal bezit een stucplafond en een koperen fonteintje met keramisch achterbord en waterbekken van handgeschilderd Delfts Blauw. Ook hier paneeldeuren binnen profiellijst. Het vertrek linksvoor heeft een samengesteld houten plafond met kraaldelen. Verder onder meer diverse geprofileerde koven, geprofileerd lijstwerk en een kelder die is voorzien van troggewelfjes en een met plavuizen bedekte vloer.

De erfscheiding wordt gevormd door eenvoudig ijzeren hekwerken, die staan op lage gemetselde muurtjes en tussen eveneens gemetselde kolommen met uitkragende koppen.

Waardering

De villa met bijbehorende erfscheiding is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde.

- De villa is van cultuurhistorisch belang als een goed voorbeeld van representatieve woonhuisarchitectuur voor de welgestelden.

- De villa heeft architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een bijzondere bouwstijl die karakteristiek is voor de bouwtijd, vanwege de bijzondere detaillering en materiaalgebruik, vanwege de samenhang tussen het exterieur en het interieur en als een goed voorbeeld van een vroeg werk van de befaamde architect Kromhout.

- De villa heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de situering en als een bijzonder onderdeel van de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding die van groot belang is voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad Dordrecht. De villa heeft ensemblewaarde vanwege de samenhang met de tuinkoepel en het koetshuis.

- De villa is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A detached RESIDENTIAL VILLA situated within the nineteenth-century urban fabric of Dordrecht, of the villa type, with associated BOUNDARY ENCLOSURE, principal component of the Villa Jorissen complex. The villa was built in 1893-1895 on commission of the steward/administrator and art connoisseur P.C. Jorissen. The villa is a design by Rotterdam architect Willem Kromhout, who with this villa realised his first commission as an independent architect. The building is constructed in a fanciful architectural style related to the Chalet style and early Art Nouveau. The interior, despite alterations, has retained much of its original character and detailing. The villa is a striking component of the villa development along the Singel.

Description

The villa, constructed primarily from a rectangular ground plan, is built in brick enlivened with decorative brickwork in yellow and orange brick and grey ashlar. The villa has two, respectively three storeys above a basement beneath hipped and gabled roofs covered with round tiles and slates. The facades are asymmetrical and provided with regular window openings. The three-bay front facade, standing above a stone plinth, has a relatively narrow, two-storey entrance bay in the centre, an equally high wider bay to the right and a taller bay with transverse gable behind a pointed gable to its left. The entrance is composed of a stone step staircase leading to a richly decorated door. The lower part of the door stands between stone blocks, the upper part between fanlights and sidelights with coloured stained glass and dressed brick edges and brick decorations. The richly executed door is a panel door hung on three decoratively wrought hinges with stained glass in the three door panes. The centre window stands behind decorative ironwork. The sidelights stand within a moulded frame and form a unit with the composite fanlight. The entrance stands beneath the three-sided wooden bay window of the boudoir. This is provided with angled sides, sculpted lower edges and a half hipped roof covered with slates. The facade sections on either side of the centre bay are identical on the bel étage and the first floor. The windows on the bel étage are composed of a wide centre window with narrow sidelights and a narrower, tripartite upper window with stained glass beneath dressed brick decorations with stone closing and setting stones. The upper floor windows have a tripartite upper window with stained glass above a window with centre mullion. These windows stand beneath lintels with stone closing and setting stones. The facade is lavishly decorated on either side of the foot of the bay window by a broad band of yellow and orange dressed brick in decorative bond which is cut through by a thin stone course. The top of the facade is likewise richly decorated on either side of the bay cap with decoratively worked dressed brick and stone, part of which is tooled. The facade is terminated above the centre bay and the right bay by a wooden gutter moulding. Above this roof protrusion, above the bay, rises a small clay and wooden roof dormer with half-hipped roof and above the window a larger, partly masoned roof dormer standing beneath a gabled roof with an overhanging wooden projection and gable marker. The left bay has a second floor above a wooden course moulding, which lies in line with the gutter moulding to its right. The second floor has a masoned base with timber framing and a wooden gable top with projection. The four-part window with stained glass in the upper panes stands beneath the arch of the projection crowned by a gable marker. Because the mullion to the right of the window is slightly wider, the roof slope continues here. Rising from this roof slope is a masoned chimney with yellow bands.

In the recessed left facade corner stands on the ground floor a window within a dressed brick surround. The first floor contains a balcony door beneath a fanlight filled with stained glass. The opening balcony doors stand behind a balcony with wooden balustrade, which is connected to the balcony edge by means of stylised dragons in wrought iron. The less sharply recessed corner of the third floor has a base with crossed rules in the timber framing. The window above stands beneath a wooden gable termination.

The likewise three-bay left side facade has a tall right bay with pointed gable comparable to the left bay of the front facade, but has two small round window openings instead of windows in the first two storeys. The centre bay is a five-sided conservatory extending across two storeys, which is semicircular on the bel-étage and is provided with a masoned base with a top edge of glazed stone and an unbroken row of eight windows with stained glass in the upper panes beneath a far overhanging semicircular roof edge resting on carved supports corresponding to the window mullions. The upper floor is five-sided and contains two windows with, beneath the tripartite upper window with stained glass, a window with centre mullion. The masoned chimney in the centre is enlivened by accents of yellow and red stone. The five-sided roof is covered with slates in Dutch bond. The left bay has in both storeys a window with lintel standing below. This facade section is terminated by a masoned edge with dressed brick and a moulded gutter moulding. Rising from the roof slope above is a simple, probably later added rectangular roof dormer.

The rear facade is likewise decorated by bands of coloured stone and has as gable termination a masoned gable edge of yellow and red dressed brick, upon which the roof gutter rests. Against the slightly projecting right facade section stands a five-sided bay with wooden base. The bay carries a balcony with wooden balustrade, onto which opening doors beneath tripartite fanlight emerge. Rising from the roof slope covered with cross tiles above is an added rectangular roof dormer with opening windows. The wider, slightly recessed left facade section contains on the far left a glazed door above a wooden staircase and beneath fanlight with wrought iron grille. To the left of the door a four-pane window beneath a segmental arch and with brick mosaic filling the arch spandrel. The projecting, closed-off by a lean-to roof porch with window here to the left, is constructed in brick and has a wooden wind-break facing the garden with window, which holds sheltered a barred glazed door standing above stairs covered with cresselle tiles. The left part of the lean-to roof rests on a wooden support. The left facade section contains on the floor a window and a balcony with concrete base and wooden balustrade, onto which balcony doors beneath tripartite fanlight emerge. Rising from the roof slope above is an added rectangular roof dormer.

The right side facade is, like the other facades, enlivened by bands of red and yellow dressed brick and stands above a brick plinth with glazed top edge. The right side consists of an almost blind left bay and a projecting right bay. The left bay contains only an arched window on the bel-étage and is terminated by a gutter moulding resting on corbels. In the projecting right bay stand two basement windows, two stairwell lights, a narrow and tall window with grilles, a small window and a later, horizontal window. This facade section is terminated by a masoned edge, upon which the moulded gutter moulding rests. Rising from the roof slope above stands on the left, at the roof edge, a wooden roof dormer with gabled roof, stained glass in the tripartite window and somewhat further to the right a smaller roof dormer with half-hipped roof.

The interior is preserved in large part in its original state, and comprises among other things various panel doors within moulded surrounds. The wooden panel wainscotings are consistent in colour and design with the doors. Stained glass is also used in the interior. The entrance vestibule contains a staircase with marble landing, a panel door and wainscotings beneath walls enlivened with horizontal false joints. Between the vestibule and the rear hall with barrel vault stands a panel door with glazing bars in the door window. The door stands between fanlights and sidelights filled with stained glass. The wainscoted walls of the hall are comparable to those of the vestibule. The panel doors to the various rooms stand beneath a panel frieze. The ceiling is decorated with Renaissance ornaments. Two doors separated by a wooden moulded mullion lead to rooms which are separated from one another by means of opening panel doors. These enfilade rooms to the left of the hall and the corridor are provided with alcoves, panel wainscotings and parquet floors. The rear room is furthermore provided with a distinctive wooden ceiling with eight-pointed stars executed in relief. The semicircular bay in the front room has a simply alcoved stucco ceiling with moulded circles. From the hall, via a panel door with composite window, the corridor to the rear door is reached. This corridor is also provided with panel wainscotings and has a floor covered with tiles. In the hall a two-flight wooden step staircase with intermediate landing and strip wainscotings on either side. The left wall is provided on the lower part with wainscoting, while the upper part consists of a series of climbing windows with moulded frames and stained glass infill. The staircase has on either side balustrades with newel posts, turned balusters and moulded handrails. The horizontal termination of the stairwell on the first floor is boarded in with broad moulded strips, upon which wooden balustrades stand like those of the staircase. On the floor a hall with decorated stucco ceiling, wainscotings, a large number of panel doors within moulded surrounds throughout the hall space and a vault. This segmental arch vault rests on stepped climbing masoned corbels and carries on its front face the text "That your eyes may be open, day and night over this house" (2 Chron. 6-20). The rooms on the first floor are among other things provided with simple wainscotings, a fireplace of black marble (front left room), a stucco ceiling with relief decoration (rear left room), a stucco ceiling and a tall, high against the wall standing, far overhanging and on corbels resting overmantel with semicircular arch (centre left room) a room with a simpler fireplace of black marble, as well as a toilet and a bathroom, both provided with the original tile wainscoting with stylised leaf and flower motifs and a moulded top edge. The staircase to the second floor is likewise two-flight with intermediate landing and consists of the same components as the other staircase, which also applies to the balustrade around the stairwell. The hall has a stucco ceiling and a brass fountain with ceramic backing panel and water basin of hand-painted Delft Blue. Here too panel doors within moulded surround. The front left room has a composite wooden ceiling with beaded sections. Further among other things various moulded alcoves, moulded mouldings and a basement provided with barrel vault cavities and a floor covered with tiles.

The boundary enclosure is formed by simple iron railings, standing on low masoned walls and between likewise masoned columns with overhanging heads.

Valuation

The villa with associated boundary enclosure is of general interest on account of its cultural-historical, urban planning and architectural-historical value.

- The villa is of cultural-historical importance as a good example of representative residential architecture for the wealthy.

- The villa has architectural-historical value as a good example of a distinctive architectural style characteristic of the construction period, on account of the distinctive detailing and material use, on account of the coherence between exterior and interior and as a good example of an early work by the renowned architect Kromhout.

- The villa has urban planning and ensemble value on account of its location and as a distinctive component of the nineteenth-century urban expansion which is of great importance for the development history of the city of Dordrecht. The villa has ensemble value on account of the coherence with the garden pavilion and the coach house.

- The villa is furthermore of importance on account of the recognisability and the high degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map