TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Instructielaboratorium, Hesselink van Suchtelenweg 4

Wageningen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Instructielaboratorium
Category
onroerend gebouwd
Built
1921
Address
Hesselink van Suchtelenweg 4, 6703 CT Wageningen
Place
Wageningen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.96603, 5.68020
Part of complex
522203
Monument number
522205

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Het LABORATORIUM VOOR MICROBIOLOGIE bezit een samengestelde plattegrond met een in hoofdvorm rechthoekig grondplan. Aan beide langszijden (oost en west) komt een lichte projectie voor die trapsgewijs terugwijkt en zich in zuidelijke richting voortzet, eindigend in een 2/3-sluiting. Het langgerekte pand bevat een souterrain, twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een met daktegels belegd samengesteld schilddak. De zuidzijde van het gebouw bevat één bouwlaag en reikt met het samengestelde schilddak tot onder de, door op korbelen gelijkende elementen, ondersteunde reeks van zeven gekoppelde ramen die op de noord-zuid as zijn gelegen tussen de beide risalieten. De gevels zijn opgetrokken in baksteen (Vlaams verband); alleen de door een amandelvormige betonlijst gescheiden tweede bouwlaag, is voorzien van gepotdekselde donker gebeitste houten delen. De eerder vermelde geprojecteerde, platgedekte bouwvolumen die een ingangspartij bevatten en die deels in het dakvlak ingrijpen, bestaan in de tweede bouwlaag uit verticale gepotdekselde plankendelen. De langsgevels worden gekenmerkt door een veelheid aan geschakelde ramen, die ook in de brede dakkapellen voorkomen. De vensters zijn alle geplaatst op een muizetandlijst die ook de langsgevel afsluit. De forse afgeronde beboording van de bakgoot wordt door omhooggestoken gesneden klossen ondersteund. De VOORGEVEL is evenwijdig gelegen aan de straat en wordt door een stoep hiervan gescheiden. Langs de gevel bevindt zich een laag muurtje dat aansluit op de risalerende ingangspartij, links in de gevel geplaatst en dient ter afscheiding van een hellingbaan ten behoeve van leveranciers naar het souterrain. Evenwijdig aan genoemd muurtje bevindt zich links nog een muurtje, dat eveneens naar de ingang leidt en ter plaatse waar het overgaat in het opgaande muurwerk van de gevel is voorzien van een gebeeldhouwde kop evenals aan de rechterzijde van de risaliet. (De in graniet gebeeldhouwde koppen (1922) die de ingangspartij sieren, zijn van de hand van Johan Polet en stellen van links naar rechts het Slapende Verstand voor, de Bezinning en de Ontwakende Natuur). De voordeur met door stijlen onderverdeelde glas-in-lood zijlichten, is gevat in een paraboolvormige boog die door een in graniet gebeeldhouwde kop wordt bekroond. Alleen in de voorzijde van de risalerende partij komen ramen voor. Het samengestelde van een bovenlicht voorziene vierstrooksvenster op de verdieping bevat in de centrale as aansluitend op de gebeeldhouwde sluitsteen van de deurpartij twee uitspringende draairamen die samen een hoek van negentig graden vormen. De twee zijlichten zijn in de gevel geplaatst. Onder de overkragende daklijst komt een venster voor dat bestaat uit alleen twee overhoeks geplaatste enkelvoudige ramen.

In de rechtse zijde van de voorgevel komen ter plaatse van het souterrain, 14 vensters voor waarvan drie ventilatieroosters, twee dichtgezette ramen, een halfrond afgesloten deur en acht rechtgesloten ramen. De ramen op de begane grond zijn in drie groepen geschakeld. Links een venster met vier als klapraam uitgevoerde boven- en onderramen. In het midden een venster waarin een doorlopend kalf het kozijn verdeelt in 13 boven- en onderramen die per drie door een horizontaal gedeeld raam worden geflankeerd. De bovenlichten bevatten twee horizontale roeden. Het muurvlak geheel rechts met een venster wijkt in lichte mate terug. De overgang wordt gevormd door een kwartrond gemetseld muurvlak. De terugwijkende gevel biedt ruimte aan een bloemperkje dat zich in de rechter zijgevel voortzet. De tweede bouwlaag is, zoals reeds opgemerkt, voorzien van plankendelen. Links bevindt zich een vierstrooksvenster met als klapraam uitgevoerde bovenlichten. De gevel wordt vervolgens geheel in beslag genomen door met een bovenlicht uitgeruste reeks van 16 gekoppelde ramen. Het horizontale karakter van de gevel wordt nog eens onderstreept door 18 geschakelde (draai)ramen in de brede dakkapel.

Het één bouwlaag hoge linker gedeelte van de voorgevel bevat terugwijkende bouwmassa's met over de gevels doorgetrokken dakvlakken van het samengestelde dak. Links komt een samengesteld venster voor van drie ramen met bovenlicht en rechts een venster waarin een doorlopend kalf het kozijn verdeelt in vijf boven- en onderramen waarvan de flankerende ramen een horizontaal gedeeld raam betreft. De bovenlichten bestaan uit drieruits ramen. Dit venster is van het type dat ook in het middengedeelte van de voorgevel in een grote reeks voorkomt. Het blinde muurvlak van de linkerzijde van de vooruitspringende bouwmassa gaat als een breed hellend vlak, voorzien van een lage borstwering geleidelijk in het maaiveld over.

De LINKER ZIJGEVEL wordt gevormd door twee naar elkaar toelopende blinde gevels met deels over de gevels doorgetrokken dakvlakken.

De rechterzijde van de ACHTERGEVEL is identiek aan de overliggende zijde, hiervoor besproken. De risaliet wijkt op enkele onderdelen af, zoals de rechtgesloten beglaasde deur die temidden van een stel muurtjes die haaks op de ingangspartij staan, zijn geplaatst. Op beide uitgemetselde hoeken van de risaliet, voorzien van wangen, is een gebeeldhouwde drakekop aanwezig. Boven de deurpartij bevinden zich twee paar uitspringende ramen onder de uitkragende latei. Opklimmend vanuit het midden komen er trapsgewijs betonnen consoles voor die de gepotdekselde wand van de risaliet ondersteunt. Aan de voorzijde bevindt zich in elk van de twee bouwlagen een uitspringend venster waarvan de drie onder elkaar geplaatste ramen overhoeks zijn geplaatst. De twee samengestelde vensters links van de risaliet bevatten links drie en rechts één boven- en onderraam, dat wordt geflankeerd door een door een kalf gedeeld boven- en onderraam als van het type in de voorgevel. Links hiervan komt een kleinere variant venster voor met drie ramen met bovenlicht en aansluitend vier boven- en onderramen. Op de hoek geheel links zoals in de overliggende zijde van de voorgevel een identiek terugwijkend venster met bloemperkje. De tweede bouwlaag wordt in beslag genomen door van links gezien twee vensters met drie gekoppelde van een bovenlicht voorzien raam, een klein enkelvoudig raam, en een venster bestaand uit negen gekoppelde ramen. De dakkapel met gekoppelde ramen is identiek aan die voorkomt in de voorgevel.

De RECHTER ZIJGEVEL is symmetrisch van opzet. Een beglaasde deur met uit vijf glas-in-lood raampjes bestaande zijlichten, is geplaatst onder een klein vijfhoekig afdakje. Haaks op de gevel geplaatste zijmuurtjes naast de trap, die naar de voordeur leidt, sluiten aan op de halfronde naar voorspringende deurpartij. Op de hoeken van de gevel komt een samengesteld hoekvenster voor met gedeeld boven- en onderraam, dat aansluit op het venster in de voor- en achtergevel, die daar reeds zijn beschreven. De middenas eindigt in een soort Vlaamse gevel die boven de dakvoet uitsteekt en die in de verdieping is voorzien van een gekoppeld venster met 3x3 raampjes waarvan alleen de zijkanten uit glas-in-lood bestaan. Een met tochtlatten uitgeruste lambrizering scheidt een identiek venster boven, als hiervoor beschreven. De linker- en rechterzijde van de verdieping worden in beslag genomen door een venster met drie gekoppelde ramen, gevat in een houten sieromlijsting.

Het aan moderne eisen van de tijd aangepaste INTERIEUR heeft behalve de ruimtelijke indeling zijn kenmerkende karakter van de Amsterdamse School-stijl goed behouden en toont nog vele oorspronkelijke onderdelen zoals enkele paneeldeuren, een fraaie met zwart-wit betegelde vloer in de gangen en in de hal. De stenen bordestrap met gesloten borstwering bezit marmeren treden. In een van de laboratorium-ruimten is de oorspronkelijke zuurkast bewaard gebleven en in de collegezaal met halfronde houten banken komt nog een fraai vormgegeven ventilatierooster voor. Het souterrain was in gebruik als kolen- en stookhok en bood plaats aan een timmerwerkplaats. De zolderverdieping diende als zaaddroogzolder, maar wordt tegenwoordig gebruikt als kantoorruimte, vergaderzaal en bibliotheek.

Waardering

LABORATORIUM, gebouwd in 1922 door architect Cornelis J. Blaauw.

- Van architectuurhistorisch belang als gaaf en goed bewaard voorbeeld van een schoolgebouw, dat typologisch bijzonder is, in de stijl van de Amsterdamse School. Het gebouw vormt met de twee overige laboratoria in Wageningen eveneens van zijn hand, een representatief beeld van het oeuvre van de architect en een rijk uitgevoerd voorbeeld van de Amsterdamse School-stijl.

- Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van het plan op de Wageningse Berg enkele onderwijsgebouwen te realiseren ten behoeve van de uitbreiding van het Landbouwhogeschoolonderwijs in het eerste kwart van de 20ste eeuw.

- Van cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een onderwijsgebouw volgens de voor die tijd moderne eisen gebouwd en ingericht. Van belang voor het landbouwkundig onderzoek in Nederland.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

The LABORATORY FOR MICROBIOLOGY has a composite floor plan with a mainly rectangular ground plan. On both long sides (east and west) a slight projection occurs that recedes in steps and continues in a southern direction, ending in a 2/3-closure. The elongated building contains a basement, two storeys and an attic storey under a composite hipped roof covered with roof tiles. The south side of the building contains one storey and extends with the composite hipped roof to beneath the series of seven coupled windows supported by elements resembling corbels, which are located on the north-south axis between the two risalits. The facades are built in brick (Flemish bond); only the second storey, separated by an almond-shaped concrete moulding, is provided with caulked dark-stained wooden parts. The aforementioned projected flat-roofed building volumes which contain an entrance section and which partly project into the roof plane, consist on the second storey of vertical caulked plank parts. The long facades are characterized by a multitude of coupled windows, which also appear in the broad roof dormers. The windows are all placed on a tooth moulding which also terminates the long facade. The robust rounded cladding of the rainwater gutter is supported by cut blocks pushed upwards. The FRONT FACADE is parallel to the street and is separated from it by a step. Along the facade is a low wall that connects to the projecting entrance section, placed on the left of the facade and serves to separate a ramp for suppliers to the basement. Parallel to said wall is on the left yet another wall, which also leads to the entrance and at the point where it transitions into the rising masonry of the facade is provided with a sculptured head as well as on the right side of the risalit. (The heads sculptured in granite (1922) which adorn the entrance section represent, from left to right, Sleeping Understanding, Reflection and Awakening Nature, and are by the hand of Johan Polet). The front door with glass-in-lead side lights subdivided by stiles is set in a parabolic arch which is crowned by a head sculptured in granite. Windows appear only on the front of the projecting section. The composite four-strip window provided with a fanlight on the storey contains in the central axis adjoining the sculptured keystone of the door section two projecting casement windows that together form a ninety-degree angle. The two side lights are placed in the facade. Beneath the overhanging roof line is a window consisting of only two casement windows placed diagonally opposite.

On the right side of the front facade at the level of the basement are 14 windows of which three ventilation grilles, two blocked-up windows, a semi-circular closed door and eight square-closed windows. The windows on the ground floor are coupled in three groups. On the left a window with four top and bottom windows executed as casement windows. In the middle a window in which a continuous crossbar divides the frame into 13 top and bottom windows which per three are flanked by a horizontally divided window. The fanlights contain two horizontal glazing bars. The wall area far right with a window recedes slightly. The transition is formed by a quarter-round mortared wall area. The receding facade provides space for a flower bed which continues in the right side facade. The second storey is, as already noted, provided with plank parts. On the left is a four-strip window with fanlights executed as casement windows. The facade is then entirely occupied by a series of 16 coupled windows fitted with a fanlight. The horizontal character of the facade is further emphasized by 18 coupled (casement) windows in the broad roof dormer.

The one-storey high left section of the front facade contains receding building masses with roof planes of the composite roof extending across the facades. On the left is a composite window of three windows with fanlight and on the right a window in which a continuous crossbar divides the frame into five top and bottom windows of which the flanking windows are a horizontally divided window. The fanlights consist of three-pane windows. This window is of the type that also appears in a large series in the middle section of the front facade. The blind wall area of the left side of the projecting building mass transitions as a broad sloping plane, provided with a low parapet, gradually into the ground level.

The LEFT SIDE FACADE is formed by two blind facades sloping towards each other with partly roof planes extending across the facades.

The right side of the REAR FACADE is identical to the corresponding side previously discussed. The risalit differs on a few details, such as the square-closed glazed door which is placed amid a set of walls that stand perpendicular to the entrance section. On both mortared corners of the risalit, provided with cheeks, a sculptured dragon head is present. Above the door section are two pairs of projecting windows beneath the overhanging lintel. Rising from the centre are stepped concrete consoles which support the caulked wall of the risalit. On the front there is in each of the two storeys a projecting window of which the three windows placed one above the other are positioned diagonally opposite. The two composite windows to the left of the risalit contain on the left three and on the right one top and bottom window, which is flanked by a top and bottom window divided by a crossbar as of the type in the front facade. To the left of this comes a smaller variant window with three windows with fanlight and adjoining four top and bottom windows. On the corner far left as in the corresponding side of the front facade an identical receding window with flower bed. The second storey is occupied by, viewed from the left, two windows with three coupled windows provided with a fanlight, a small single window, and a window consisting of nine coupled windows. The roof dormer with coupled windows is identical to that which appears in the front facade.

The RIGHT SIDE FACADE is symmetrical in layout. A glazed door with side lights consisting of five glass-in-lead panes is placed beneath a small pentagonal awning. Side walls placed perpendicular to the facade next to the staircase, which leads to the front door, connect to the semi-circular forward-projecting door section. On the corners of the facade is a composite corner window with divided top and bottom window, which adjoins the window in the front and rear facades, which have already been described there. The middle axis ends in a kind of Flemish gable which projects above the roof line and which on the storey is provided with a coupled window with 3x3 panes of which only the sides consist of glass-in-lead. A lambrizierung fitted with draught strips separates an identical window above, as previously described. The left and right sides of the storey are occupied by a window with three coupled windows, set in a wooden decorative frame.

The INTERIOR adapted to modern standards of the time has, besides its spatial layout, retained its characteristic character of the Amsterdam School style well and shows many original components such as some panelled doors, a fine black and white tiled floor in the corridors and in the hall. The stone staircase with closed parapet has marble steps. In one of the laboratory rooms the original fume hood has been preserved and in the lecture hall with semi-circular wooden benches there is still a finely designed ventilation grille. The basement was in use as a coal and heating room and offered space for a carpentry workshop. The attic storey served as a seed-drying loft, but is nowadays used as office space, meeting room and library.

Valuation

LABORATORY, built in 1922 by architect Cornelis J. Blaauw.

- Of architectural-historical significance as an intact and well-preserved example of a school building, which is typologically remarkable, in the style of the Amsterdam School. The building, together with the two other laboratories in Wageningen also by his hand, forms a representative image of the architect's oeuvre and a richly executed example of the Amsterdam School style.

- Of urban planning significance as part of the plan on the Wageningse Berg to realize several educational buildings for the expansion of agricultural higher education in the first quarter of the 20th century.

- Of cultural-historical significance as an example of an educational building built and furnished according to modern standards of the time. Of importance for agricultural research in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map