Rijksmonumentenregister · Netherlands
Schip van Blaauw
Wageningen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Instructielaboratorium
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1919 - 1921
- Address
- Generaal Foulkesweg 70, 6703 BW Wageningen (and others)
- Place
- Wageningen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.96595, 5.67809
- Part of complex
- 522203
- Monument number
- 522204
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
LABORATORIUM VOOR PLANTENFYSIOLOGIE, gebouwd in 1919-1922 door architect Cornelis J. Blaauw (1885-1947), in Amsterdamse Schoolstijl. Het opzienbarende gebouw staat bekend als het "Schip van Blaauw" en is op de noordelijke oever van de Nederrijn, evenwijdig aan de rivier gelegen. Het gebouw, nu deels als kantoorgebouw in gebruik, is van de Generaal Foulkesweg gescheiden door bossages en een kleine (voormalige) conciërgewoning. Het bouwplan voor het laboratorium was ingediend door hoogleraar A.H. Blaauw (geen familie van de jonge architect), die voor het gebouw behalve een bestemming als laboratorium met collegezaal, er een hoogleraarswoning in had ondergebracht. Door de beperkingen van zijn aanvankelijke huisvesting in een oud pand in de binnenstad, wist hij precies aan welke (nieuwe) eisen het pand diende te voldoen. Zo ligt het souterrain een meter onder het maaiveld (gunstig voor constante meet-temperaturen), aan de zuidzijde oorspronkelijk kassen en een diepe kelder op ca 9 meter met lage temperatuur ter bevordering van natuurlijke groei en energiebesparing voor koelruimten. Dit visionaire bouwplan heeft uiteindelijk bijgedragen tot ideale omstandigheden voor onderzoek die uiteindelijk in grote successen hebben geresulteerd voor de hedendaagse bloembollencultuur.
Omschrijving
Het gebouw bezit een samengestelde plattegrond met een in hoofdvorm rechthoekig grondplan. Het langgerekte in baksteen (Vlaams verband) opgetrokken pand bevat een souterrain, één bouwlaag en een verdieping onder een met daktegels belegd samengesteld schilddak. Het dak dat aan de beide korte zijden van het dak is gebroken wordt gedomineerd door een zich in het midden bevindende lichtkoepel. Deze is vervolgens gedekt met een tentdak van een bijzondere vorm. In de noord- en zuidzijde komen enkele in grootte en type afwijkende (platgedekte) dakkapellen voor waarvan er enkele later zijn toegevoegd. De afgeronde en geprofileerde bakgoten worden door als ribben omhoogstekende gesneden klossen ondersteund. De vele vensterassen bevatten verschillende typen ramen, al dan niet gekoppeld, waarvan de kleine varianten zijn uitgerust met horizontale of decoratieve roede-verdelingen. De verschillende haaks op de muurvlakken geplaatste deurpartijen aan de noord- en zuidzijde worden door uit de gevel doorgetrokken muurdammen veelal deels aan het zicht onttrokken. De deurkozijnen rusten steeds op hardstenen neuten en dito dorpels.
Als VOORGEVEL wordt de noordzijde beschouwd die ligt afgekeerd van de Nederrijn. De raampjes in het souterrain, links van de uitgebouwde oostelijk gelegen deurpartij, rusten op lekdorpeltegels, in plaats van op houten vensterdorpels. In de zuidzijde van de gevel komen ongedeelde klapraampjes voor. De oostzijde van de gevel bevat op de verdieping drie grote gekoppelde ramen boven een in steen ingehakte tekst 'GEBOUWD IN DE JAREN 1919-1921 ONDER/ DIRECTIE DER NEDERLANDS GEBOUWEN 1E DISTRICT/ ONTWORPEN DOOR ARCH. C.J. BLAAUW' met in het deels over de gevel doorgetrokken met daktegels belegde dakschild drie geschakelde ruitvormige, maar tegenwoordig dichtgezette ramen. In het bovenliggende dakvlak is een halfrond dakraampje aanwezig. Het rechts aansluitende uitgebouwde portaal bevat een eikenhouten deur (naar de collegezaal) met in het midden een ruitvormig raam en sierlijk deurrooster. De zijde van de uitbouw die evenwijdig ligt aan de gevel wordt in beslag genomen door een samengesteld venster bestaand uit drie rijen van vier raampjes die elk voorzien zijn van gedeeltelijk glas-in-lood. De rijen worden door twee zwaar uitgevoerde kalven van elkaar gescheiden. Vanuit de bovenste rij raampjes zetten zich links naar de zijkant twee raampjes voort boven de eerder genoemde voordeur en rechts hoekt een raampje om in de verder blinde muur. Op de twee hoeken komen twee gebeeldhouwde maskers voor. In het dakvlak komt een dakkapel voor met een valraam dat door een drielicht wordt geflankeerd.
De middenpartij van de gevel bevat onder andere links op de verdieping acht gekoppelde ramen waarvan de door een kalf gescheiden bovenramen alleen schuivend zijn. In het dakvlak komen evenzoveel gekoppelde ramen in de brede dakkapel voor. Rechts naast een platgedekte uitbouw van het souterrain, bevindt zich achter twee, deels voor elkaar langslopende hellende muurdammen, de kelder-entree met opgeklampte deur. Deze is haaks op de langszijde van de gevel gesteld in een lichtrisalerend gedeelte rechts waarin de derde entree van de gevel is ondergebracht. Onder de daklijst komen zeven gekoppelde glas-in-loodraampjes voor die zich over de haaks geplaatste muurvlakken voortzet. Drie zijden van de twee hoeken worden gesierd door in hout uitgesneden maskers, waarvan de derde zich naast de opgeklampte, van tochtlatten voorziene en beglaasde deur (hoogleraarswoning) bevindt. In het inpandige portiek, bereikbaar via enkele bakstenen treden met haaks op de gevel uitkomende borstweringen, komen twee gekoppelde raampjes voor. Uiterst rechts is de verdieping ten opzichte van het souterrain met drie gekoppelde raampjes uitgebouwd. Het wordt nagenoeg in beslag genomen door een samengesteld venster waarvan drie van de vier ramen zich aan de voorgevel bevinden en het vierde is omgehoekt naar de rechter zijgevel. In het dakvlak komt een brede dakkapel met zeven gekoppelde ramen voor.
De LINKER ZIJGEVEL is zeer eenvoudig en bestaat uit een smalle uitbouw waartegen later een tussenlid is gezet. De zijkanten zijn blind uitgevoerd. Links en rechts van de uitbouw bevat het flankerende muurvlak ter hoogte van het souterrain een venster met drie gekoppelde ramen. Over de eerste bouwlaag is het dakschild met daktegels doorgetrokken.
Het linker gedeelte van de ACHTERGEVEL (zuidzijde) is voor wat betreft de eerste bouwlaag en verdieping ten opzichte van de gevellijn naar achter geplaatst. Hierdoor ontstaat een groot terras dat via een gemetselde trap, evenwijdig aan de gevel, bereikbaar is. Op het terras komt een in grondplan rechthoekige serre onder een doorgetrokken dakschild voor. De zijkanten van de serre tellen drie, door roeden onderverdeelde ramen; de voorzijde bestaat uit een groot raam met ter weerszijden een drielicht. In het dakschild komt een dakkapel met stolpraam voor. Op het terras komen twee vensteropeningen uit, waarvan de meest linkse dubbele vierruits tuindeuren bevatten, geflankeerd door drieruits zijlichten met vier bovenlichten. Met uitzondering van één raam in plaats van dubbele deuren is dit venster overeenkomstig.
Van links gezien komen twee dakkapellen voor met respectievelijk vier en drie gekoppelde ramen. De middenpartij kenmerkt zich door een symmetrische indeling van de gevel. Het souterrain is door het uitgegraafde terrein hier een volwaardige bouwlaag geworden. Ter weerszijden van de door roeden ingedeelde deur en flankerende zijlichten komen links en rechts respectievelijk acht en vijf vensters voor met door twee horizontale roeden ingedeelde ramen. De verdieping wordt in beslag genomen door drie vensters met drie gekoppelde, samengestelde ramen van het type zoals dat ook voorkwam in de voorgevel met schuivende bovenramen. In het dak komen met dit aantal corresponderend, drie in de jaren dertig toegevoegde dakkapellen voor. De linkerzijde van de middenpartij die grenst aan het eerder genoemde terras, bezit een beglaasde deur die deels schuil gaat achter een muurdam van de gevel die overgaat als gesloten borstwering van het terras. De rechterkant bevat eveneens een beglaasde deur die bereikbaar is via een bakstenen trapje. De rechter zijde van de gevel is voor het overige gelijk aan de zich met dit gedeelte van de voorgevel spiegelende gedeelte.
Aan de plastisch vormgegeven, aan een scheepsboeg herinnerende hangende erker in de RECHTER ZIJGEVEL (westgevel), ontleent het bijzondere gebouw zijn bijnaam 'Schip van Blaauw'. In de middenas van de gevel komen in het souterrain ter weerszijden een enkelvoudig drieruits en een dito stolpraam voor. Rechts onder de serre van de achtergevel komt nog een vijfruits deur met zijlicht voor, afgeschermd door een lage gemetselde borstwering, dat bereikbaar is via een trapje. Links van de hangende erker bevindt zich een zijraam dat deel uitmaakt van het samengestelde venster van de voorgevel en daar is besproken. De erker is in houten plankdelen opgetrokken en rust op een betonnen schaal. Twee, onder een stompe buitenhoek geplaatste drieruits ramen met bovenlicht, worden door zes onder elkaar geplaatste glas-in-lood ruitjes gescheiden. Ter plaatste van de genoemde hoek in de middenas van de gesloten borstwering van het op de erker aansluitende balkon zijn in hout plastische motieven uitgesneden. Op het balkon komen dubbele beglaasde deuren uit die direct grenzen aan het sterk overkragende dak dat eveneens een stompe buitenhoek naar voren vertoont.
Het in het talud van het terrein verzonken zuidoostelijk gelegen lab-gedeelte wordt gedekt door een bitumineus, gedrukt schilddak, even boven het maaiveld uitstekend. Het bezit in de langszijden vijf en in de eindgevels twee vensters met twee gekoppelde ramen.
Het in geringe mate aan moderne eisen van de tijd aangepaste INTERIEUR heeft behalve de ruimtelijke indeling zijn kenmerkende karakter van de Amsterdamse School-stijl goed behouden en toont nog vele oorspronkelijke onderdelen zoals de paneeldeuren, de zwart-wit betegelde halvloeren, de plastische uitgewerkte trappen met borstwering en boven een lichtschacht met gebrandschilderd glas. In kleinere onderdelen zijn bewaard gebleven enkele fraai vormgegeven paraplubakken, een laboratorium weegtafel en zuurkast. In de collegezaal met oplopend vloerniveau met de oorspronkelijke bankenrijen, een projektortafel, ventilatiekap. In de hal van bevindt zich een steen met tekst: 'ONS BLIJFT NATUUR/ ALS WONDER BOEIEN/ UW TELKENS BLOEIEN/ EN EEUWIG GROEIEN/ VAN UUR TOT UUR'
Waardering
LABORATORIUM gebouwd in 1922 door architect Cornelis J. Blaauw.
- Van architectuurhistorisch belang als gaaf en goed bewaard voorbeeld van een schoolgebouw in de stijl van de Amsterdamse School. Het gebouw vormt met de twee overige laboratoria in Wageningen eveneens van zijn hand, een representatief beeld van het oeuvre van de architect en een rijk uitgevoerd voorbeeld van de Amsterdamse School-stijl.
- Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van het plan op de Wageningse Berg enkele onderwijsgebouwen te realiseren ten behoeve van de uitbreiding van het Landbouwhogeschool onderwijs in het eerste kwart van de 20ste eeuw.
- Van cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een onderwijsgebouw volgens de voor die tijd moderne eisen gebouwd en ingericht. Van belang voor het landbouwkundig onderzoek in Nederland.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
LABORATORY FOR PLANT PHYSIOLOGY, built in 1919-1922 by architect Cornelis J. Blaauw (1885-1947), in Amsterdam School style. The striking building is known as the "Blaauw's Ship" and is situated on the northern bank of the Nederrijn, parallel to the river. The building, now partly in use as an office building, is separated from Generaal Foulkesweg by rustication and a small (former) caretaker's lodge. The building plan for the laboratory was submitted by professor A.H. Blaauw (no relation to the young architect), who incorporated not only a laboratory with lecture hall into the building, but also a professor's residence. Due to the limitations of his initial housing in an old building in the city centre, he knew precisely what (new) requirements the building had to meet. Thus the basement is situated one metre below ground level (favourable for constant measurement temperatures), on the south side originally with greenhouses and a deep cellar at approximately 9 metres with low temperature to promote natural growth and energy savings for cooling spaces. This visionary building plan ultimately contributed to ideal conditions for research which eventually resulted in great successes for the contemporary bulb-flower cultivation.
Description
The building has a composite floor plan with a mainly rectangular ground plan. The elongated brick building (Flemish bond) contains a basement, one storey and a first floor under a composite hipped roof covered with roof tiles. The roof, which is broken at both short sides, is dominated by a skylight located in the middle. This is then covered with a tent roof of a special form. On the north and south sides there are several roof dormers that vary in size and type (flat-roofed), some of which were added later. The rounded and profiled brickwork gutters are supported by protruding cut blocks acting as ribs. The numerous window bays contain different types of windows, coupled or not, the smaller variants equipped with horizontal or decorative glazing bars. The various doors on the north and south sides, placed perpendicular to the wall surfaces, are largely partially concealed by wall piers extending from the facade. The door frames always rest on stone sills and likewise thresholds.
The FRONT FACADE is considered to be the north side, which faces away from the Nederrijn. The small windows in the basement, to the left of the protruding door section located to the east, rest on leakage sill tiles, instead of on wooden window sills. On the south side of the facade there are undivided hinged windows. The east side of the facade contains on the first floor three large coupled windows above an inscription chiselled in stone reading 'BUILT IN THE YEARS 1919-1921 UNDER/ DIRECTION OF THE NETHERLANDS BUILDINGS 1ST DISTRICT/ DESIGNED BY ARCH. C.J. BLAAUW' with, in the roof shield partly extended over the facade and covered with roof tiles, three stepped diamond-shaped windows, now sealed. In the overlying roof plane there is a semicircular roof window. The adjoining protruding portico to the right contains an oak door (to the lecture hall) with a diamond-shaped window in the centre and an ornamental door grille. The side of the extension which is parallel to the facade is taken up by a composite window consisting of three rows of four windows each provided with partial stained glass. The rows are separated from each other by two heavily executed mullions. From the top row of windows, two windows extend to the left towards the side above the aforementioned front door and to the right a window angles into the further blind wall. Two sculpted masks appear at the two corners. In the roof plane there is a roof dormer with a drop window flanked by a three-light window.
The central section of the facade contains among other things on the first floor eight coupled windows, of which the upper windows separated by a mullion slide only. In the roof plane there are just as many coupled windows in the wide roof dormer. To the right of a flat-roofed extension of the basement, behind two, partly overlapping sloping wall piers, is the basement entrance with a clamped door. This is placed perpendicular to the long side of the facade in a slightly projecting section to the right in which the third entrance of the facade is accommodated. Below the cornice come seven coupled stained glass windows that extend over the perpendicularly placed wall surfaces. Three sides of the two corners are decorated with masks cut out in wood, the third of which is situated next to the clamped door, provided with draught strips and glazed door (professor's residence). In the interior portico, accessible via several brick steps with parapets perpendicular to the facade, there are two coupled windows. At the far right the first floor is extended with respect to the basement with three coupled windows. It is almost entirely taken up by a composite window of which three of the four windows are on the front facade and the fourth is angled towards the right side facade. In the roof plane there is a wide roof dormer with seven coupled windows.
The LEFT SIDE FACADE is very simple and consists of a narrow extension against which an intermediate section was later added. The sides are finished blind. To the left and right of the extension, the flanking wall surface at basement height contains a window with three coupled windows. Over the first storey the roof shield is extended with roof tiles.
The left section of the REAR FACADE (south side) is positioned back from the facade line with respect to the first storey and first floor. This creates a large terrace which is accessible via a brick staircase parallel to the facade. On the terrace there is a greenhouse with rectangular floor plan under an extended roof shield. The sides of the greenhouse have three windows divided by glazing bars; the front consists of a large window with a three-light on each side. In the roof shield there is a roof dormer with a roof window. Two window openings open onto the terrace, the most left one containing double four-pane garden doors, flanked by three-pane side lights with four fanlights. With the exception of one window instead of double doors, this window is corresponding.
Seen from the left there are two roof dormers with respectively four and three coupled windows. The central section is characterized by a symmetrical facade layout. The basement has become a full storey here due to the excavated terrain. On either side of the door divided by glazing bars and flanking side lights there are on the left and right respectively eight and five windows with windows divided by two horizontal glazing bars. The first floor is taken up by three windows with three coupled, composite windows of the type that also appeared in the front facade with sliding upper windows. In the roof, three roof dormers added in the nineteen-thirties correspond with this number. The left side of the central section, which borders the aforementioned terrace, has a glazed door which is partially concealed behind a wall pier of the facade that continues as a closed parapet of the terrace. The right side likewise contains a glazed door which is accessible via a brick staircase. The right side of the facade is otherwise the same as the section mirroring it with this part of the front facade.
From the plastically shaped hanging bay on the RIGHT SIDE FACADE (west facade), reminiscent of a ship's bow, the special building derives its nickname 'Blaauw's Ship'. In the central axis of the facade, in the basement on either side there is a simple three-pane and a roof window. To the right below the greenhouse of the rear facade there is also a five-pane door with side light, screened by a low brick parapet, which is accessible via a staircase. To the left of the hanging bay is a side window that forms part of the composite window of the front facade and is described there. The bay is constructed of wooden planks and rests on a concrete shell. Two three-pane windows with fanlight placed under a blunt exterior corner are separated by six stained glass panes placed one below the other. At the location of the aforementioned corner in the central axis of the closed parapet of the balcony adjoining the bay, plastic motifs are cut out in wood. The balcony has double glazed doors which directly border the far overhanging roof which likewise shows a blunt exterior corner projecting forward.
The laboratory section located south-east, recessed in the terrain talus, is covered by a bituminous pressed hipped roof, protruding slightly above ground level. It has five windows with two coupled windows on the long sides and two on the end facades.
The INTERIOR, adapted to a minor degree to modern requirements of the time, has preserved its characteristic Amsterdam School-style character well, in addition to its spatial layout, and still shows many original components such as the panel doors, the black and white tiled half-storeys, the plastically executed staircases with parapets and above a light shaft with stained glass. In smaller details several beautifully designed umbrella stands, a laboratory weighing table and a fume hood have been preserved. In the lecture hall with rising floor level with the original bench rows, a projector table, ventilation hood. In the hall there is a stone with the inscription: 'NATURE REMAINS/ A WONDER TO ENCHANT US/ YOUR BLOSSOMING EVER/ AND ETERNAL GROWTH/ FROM HOUR TO HOUR'
Valuation
LABORATORY built in 1922 by architect Cornelis J. Blaauw.
- Of architectural-historical importance as an intact and well-preserved example of a school building in the style of the Amsterdam School. Together with the two other laboratories in Wageningen, also designed by him, the building forms a representative image of the architect's oeuvre and a richly executed example of Amsterdam School style.
- Of town-planning importance as part of the plan to realize several educational buildings on the Wageningse Berg for the expansion of the Agricultural University education in the first quarter of the 20th century.
- Of cultural-historical importance as an example of an educational building built and fitted out according to the modern requirements of the time. Important for agricultural research in the Netherlands.
Nearby in the register
- Conciërgewoning, Generaal Foulkesweg 68Dienstwoningunder 1 mi
- Laboratorium voor LandmeetkundeOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Tuin, Hesselink van Suchtelenweg bij 4Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Kasteel, buitenplaats, Generaal Foulkesweg 64Kasteel, buitenplaatsunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.