TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Wildbaan

Leuvenheim, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910
Address
Spankerenseweg 16, 6974 BC Leuvenheim (Brummen 25) (and others)
Place
Leuvenheim
Municipality
Brummen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.07576, 6.13290
Monument number
521803

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1888 map "04. Brummen (1888)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

LANDHUIS gebouwd in 1910 naar ontwerp van een onbekende architect, ter vervanging van een ouder huis op het historische landgoed 'De Wildbaan'. Opdrachtgever was A.J.P. Metelerkamp, kolonel bij de cavalerie en paardenfokker. Hij was gehuwd met de dochter van de Amsterdamse burgemeester Den Tex, wiens afkomst wel als verklaring wordt gezien voor de trapgevelstijl van het nieuwe huis. De oorsprong van het landgoed gaat terug tot de zestiende eeuw, toen het een domeingoed was van hertog Karel van Gelre. De Wildbaan is een van de vele landgoederen die rond het dorp Brummen zijn aan te treffen, en het vormt samen met de aangrenzende landgoederen Den Bosch en De Rees (de landhuizen zijn beide rijksmonumenten) een soort gordel om het buurtschap Leuvenheim.

Het landhuis is gebouwd in een Heroriëntatiestijl, verwijzend naar de 17de eeuw. Het huis kenmerkt zich door veelvuldig toegepaste trapgevels, sierankers en vensters met onderluiken. Een dergelijke trapgevelstijl was voor landhuizen in het eerste kwart van de twintigste eeuw erg in zwang en kenmerkt ook bijvoorbeeld het landhuis De Lathmer bij Wilp, gebouwd in 1911 door de gebroeders Van Nieukerken.

Van het oude huis De Wildbaan, resteert nog een voormalig koetshuis en een schuur, beiden in Eclectische stijl. Aan de overzijde van de Spankerenseweg staat de voormalige tuinmanswoning uit 1910, die in dezelfde trapgevelstijl is uitgevoerd als het landhuis. De gebouwen werden oorspronkelijk omsloten door een tuin, waarvan de aanleg bekend is door een bewaard gebleven tekening. Deze kenmerkt zich door een gemengde stijl, met een parkachtig gedeelte met boomgroepen, gazons en waterpartijen en geometrische siertuinen, alsmede agrarische gedeelten. Deze aanleg is nog enigszins herkenbaar. De aanleg en genoemde bijgebouwen vallen niet binnen de rijksbescherming.

Na de Tweede Wereldoorlog is het landhuis in gebruik geweest als opleidingsinstituut van de paters MSC. Zij lieten in 1961 links van het huis een kapel bouwen, die door middel van een tussenlid aan het landhuis was verbonden. Inmiddels is dit tussenlid verwijderd. De voormalige kapel is enige jaren geleden door architect Egbert Hogenberk in een historiserende stijl getransformeerd tot woonhuis. Het landhuis wordt momenteel, na een renovatie/restauratie gedeeltelijk bewoond en is deels in gebruik als kantoorruimte. Het wordt omgeven door de genoemde tuinaanleg en de ingang wordt aan de Spankerenseweg gemarkeerd door gepleisterde hekpijlers met een smeedijzeren hekwerk, dat thans niet in situ is. Het landhuis bevindt zich voor een belangrijk deel in oorspronkelijke staat.

Omschrijving

Het LANDHUIS is opgetrokken op een breed samengesteld grondvlak en telt twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een samengesteld dak. Het karakter van het gebouw wordt in belangrijke mate bepaalt door de risalieten met trapgevels die zich aan voor, achter en rechter zijgevel bevinden. Het dak bestaat uit een afgeknot schilddak over het hoofdvolume en aangekapte zadeldaken over de risalieten. De schilden zijn belegd met gesmoorde, verbeterde Hollandse pannen. In de dakschilden bevinden zich verscheidene dakkapellen voorzien van trapgevels en tevens enkele meer eenvoudige dakkapellen. De gevels zijn volledig bekleed met thans crèmekleurig pleisterwerk boven een plint van gefrijnde hardsteen. De plint is aan de achtergevel gecementeerd. Het pleisterwerk is voorzien van schijnvoegen boven de vensters en als omlijsting van de risalieten. In de gevels bevinden zich overwegend tweeruits stolpvensters onder tweeruits bovenlichten, op veel plaatsen nog voorzien van glas-in-lood. Aan de onderzijde zijn de gevelopeningen voorzien van een hardstenen onderdorpel en aan de bovenzijde hebben zij een gepleisterde strekse boog met een uitstekende sluitsteen (eerste bouwlaag) of een segmentboog met verdiepte boogtrommel (verdieping). De vensters zijn voorzien van in stijl vernieuwde onderluiken, beschilderd met een rood-wit zandlopermotief. Voorts zijn in de gevels een groot aantal smeedijzeren muurankers met krulwerk aangebracht. De gevels worden afgesloten door een geprofileerde bakgoot op klossen. De trapgevels zijn voorzien van dekplaten. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft twee zijrisalieten en een licht vooruitspringende middenpartij waarin zich de hoofdingang bevindt. Tussen de zijrisalieten ligt een breed, hardstenen bordes met twee treden. Boven de entreepartij wordt de middenas benadrukt door een balkon met smeedijzeren balustrade, gedragen door geornamenteerde consoles uit de muur. Vanaf de verdieping wordt de middenrisaliet omgeven door een in blokverband gepleisterde omlijsting, die zich ter hoogte van de zolder in een boog sluit. De trapgevel is voorzien van klauwstukken en wordt bekroond door een verguld beeld van een zittende leeuw. De entree bevindt zich in een rondboogvormig afgesloten portiek met betegelde lambrizering en bezit dubbele paneeldeuren met ruiten onder een tweeruits bovenlicht, gevuld met glas-in-lood. De dubbele balkondeuren hebben een tweeruits bovenlicht en luiken. Voor de zolder bevindt zich een klein tweeruits venster onder een tweeruits bovenlicht. Ter weerszijden van de middenpartij bevinden zich in de eerste bouwlaag twee tuindeuren vormgegeven zoals de balkondeuren. Op de verdieping bevinden zich stolpvensters van het reeds beschreven type. De twee vensterassen brede zijrisalieten bezitten in de eerste en tweede bouwlaag vensters zoals reeds beschreven. In de beide trapgevels bevindt zich een samengestelde raampartij bestaande uit drie smalle vensters met boven het middelste venster een kleiner rondbogig afgesloten venster. In de geveltoppen zijn in twee gepleisterde velden de woorden `Wild' en `Baan' aangebracht. De trapgevels zijn voorzien van smeedijzeren sierbekroningen. Aan de RECHTER ZIJGEVEL bevinden zich enkele uitgebouwde volumes waarin oorspronkelijk dienstruimten waren ondergebracht. In de gevels van deze aanbouwen bevinden zich enkele vernieuwde gevelopeningen, maar voornamelijk oorspronkelijke deuren en vensters, met een vergelijkbare vormgeving als reeds beschreven. Het trapgevelmotief komt hier terug als afsluiting van het middelste, smalle bouwlichaam. Rechts hieraan grenst een twee bouwlagen hoge, platgedekte aanbouw en links een half verzonken bouwlichaam waarin zich de ingang naar de kelder bevindt. Haaks op de aanbouw met de trapgevel is een smalle, eenlaags partij gebouwd waarin zich dubbele, rondbogig afgesloten inrijdeuren met gebogen vensters bevinden. In het midden van de symmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL zijn in het muurwerk nog de sporen zichtbaar van het na-oorlogse tussenlid dat hier in de gevel aansloot. In de eerste bouwlaag bevinden zich twee dubbele tuindeuren en op de verdieping twee balkondeuren, zoals reeds beschreven. Oorspronkelijk was hier een balkon op een serre geplaatst. Rechts en links bevinden zich in dezelfde vertikale as boven elkaar vensters zoals reeds beschreven. De ACHTERGEVEL heeft een licht vooruitspringende middenpartij met trapgevel en is aan weerszijden hiervan drie vensterassen breed. De gevel is voornamelijk gevuld met vensters van het reeds beschreven type en heeft in de eerste bouwlaag ter weerszijden van het risaliet een tuindeur. In de middenpartij bevindt zich een bescheiden achteringang. Tegen de achtergevel sluit een vernieuwd terras aan. De structuur van het INTERIEUR is grotendeels in tact, met uitzondering van de voormalige afdeling voor het dienstpersoneel in de rechterbeuk van het pand. Deze ruimten zijn tot een appartement verbouwd. Voorts is in de gang op de verdieping een tussenwand aangebracht, om het kantoorgedeelte van het bewoonde gedeelte af te scheiden. De indeling van het huis kenmerkt zich door een monumentale gang, die uitloopt in een trappartij. Aan weerszijden van deze hal bevinden zich gangen naar woonvertrekken, zoals een grote salon en een rookkamer. De ruimten voor het dienstpersoneel bevonden zich achter in de rechter beuk en in de diverse aanbouwen. Op de verdieping zijn ter weerszijden van een lange gang slaapvertrekken gesitueerd. Er bevinden zich in het huis nog enkele waardevolle elementen die met name te vinden zijn in de grote salon op de begane grond en in de rookkamer. Zo is de rookkamer voorzien van een stucplafond in Neo-Renaissancetrant, een hoge gepaneelde wandbetimmering en een wand met inpandige kasten en veelruits deuren. De grote salon is uitgevoerd met een rijke betimmering, waaronder een lage casettelambrizering, rijk geornamenteerde houten pilasters en deuromlijstingen. De wanden worden rondom afgesloten door een kroonlijst. Het casetteplafond heeft achthoekige verdiepte velden waarin stervormige plantenmotieven zijn aangebracht. Voorts bezit de ruimte een marmeren schoorsteenmantel. De monumentale hal en gangen bezitten vloeren en plinten van wit marmer, de houten bordestrap is nog in tact en enkele slaapvertrekken op de verdieping hebben nog een houten casettelambrizering en een marmeren schoorsteenmantel.

Waardering

LANDHUIS De Wildbaan' gebouwd in 1910 door een onbekende architect.

-Van architectuurhistorische waarde als goed en in hoofdvorm gaaf voorbeeld van een landhuis gebouwd aan het begin van de twintigste eeuw in een Heroriëntatie-stijl gebaseerd op de 17de eeuw. Deze bouwtrant was aan het begin van deze eeuw erg in trek voor landhuizen van adel en nieuw ontstane bovenlagen. Het huis valt op door esthetische kwaliteiten in in- en exterieur, zoals het veelvuldig toegepaste trapgevelmotief, het gebruikte venstertype met onderluiken en de bewaard gebleven interieuronderdelen zoals de van rijke wand- en plafondbetimmeringen voorziene salon. Het huis bezit een voor die tijd en dat bouwtype karakteristieke interne structuur.

-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in het historisch gegroeide landschap rond Leuvenheim, dat bestaat uit een gordel van landgoederen. Het huis speelt hier door zijn markante verschijningsvorm een beeldbepalende rol en heeft ensemblewaarden met de overige bebouwing, die niet onder de rijksbescherming valt.

-Van cultuurhistorische waarde vanwege de geschiedenis die aan het landgoed verbonden is.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

COUNTRY HOUSE built in 1910 designed by an unknown architect, replacing an older house on the historic estate 'De Wildbaan'. The client was A.J.P. Metelerkamp, colonel in the cavalry and horse breeder. He was married to the daughter of Amsterdam's mayor Den Tex, whose descent is seen as an explanation for the stepped gable style of the new house. The origin of the estate dates back to the sixteenth century, when it was a domain estate of Duke Karel of Gelre. De Wildbaan is one of many estates found around the village of Brummen, and together with the adjoining estates Den Bosch and De Rees (the country houses are both national monuments) it forms a kind of belt around the hamlet of Leuvenheim.

The country house is built in a Reorientation style, referring to the 17th century. The house is characterized by frequently applied stepped gables, ornamental wall anchors and windows with shutters. Such a stepped gable style was very much in fashion for country houses in the first quarter of the twentieth century and also characterizes, for example, the country house De Lathmer near Wilp, built in 1911 by the brothers Van Nieukerken.

Of the old house De Wildbaan, a former coach house and a barn remain, both in Eclectic style. On the other side of the Spankerenseweg stands the former gardener's cottage from 1910, which is executed in the same stepped gable style as the country house. The buildings were originally enclosed by a garden, whose design is known through a preserved drawing. This is characterized by a mixed style, with a park-like section with tree groups, lawns and water features and geometric ornamental gardens, as well as agricultural sections. This layout is still somewhat recognizable. The layout and mentioned outbuildings fall outside the national protection.

After the Second World War the country house was used as a training institute of the MSC fathers. In 1961 they had a chapel built to the left of the house, which was connected to the country house by means of an intermediate section. Meanwhile this intermediate section has been removed. The former chapel was transformed into a residence in a historicizing style some years ago by architect Egbert Hogenberk. The country house is currently, after renovation and restoration, partially inhabited and is partly used as office space. It is surrounded by the mentioned garden layout and the entrance is marked on the Spankerenseweg by plastered gate pillars with wrought-iron gates, which are now not in situ. The country house is for an important part in original condition.

Description

The COUNTRY HOUSE is built on a broad composite ground plan and has two storeys and an attic storey under a composite roof. The character of the building is determined to a significant extent by the risalits with stepped gables which are on the front, rear and right side facade. The roof consists of a truncated hipped roof over the main volume and attached gabled roofs over the risalits. The roof panels are covered with suppressed, improved Dutch tiles. In the roof panels there are several roof dormers with stepped gables and also some simpler roof dormers. The facades are completely covered with now cream-coloured plasterwork above a plinth of tooled hard stone. The plinth is cemented on the rear facade. The plasterwork is provided with sham joints above the windows and as a framing of the risalits. The facades contain predominantly two-light leaded casement windows under two-light fanlights, in many places still provided with stained glass. At the bottom the window openings are provided with a hard stone undersill and at the top they have a plastered flat arch with a projecting keystone (first storey) or a segmental arch with recessed arch wall (upper storey). The windows are provided with shutters renewed in style, painted with a red-white hourglass motif. Furthermore a large number of wrought-iron ornamental wall anchors with scroll work have been installed in the facades. The facades are finished with a moulded gutter on brackets. The stepped gables are provided with coping stones. The symmetrically arranged FRONT FACADE has two side risalits and a slightly projecting central section in which the main entrance is located. Between the side risalits lies a broad, hard stone landing with two steps. Above the entrance section the middle axis is emphasized by a balcony with wrought-iron balustrade, supported by ornamented consoles from the wall. From the upper storey the middle risalit is surrounded by a framing plastered in block bond, which closes in an arch at the level of the attic. The stepped gable is provided with claw pieces and is crowned by a gilded sculpture of a seated lion. The entrance is located in a round-arched closed portico with tiled wainscoting and has double panel doors with panes under a two-light fanlight, filled with stained glass. The double balcony doors have a two-light fanlight and shutters. For the attic there is a small two-light window under a two-light fanlight. On either side of the central section there are in the first storey two garden doors designed like the balcony doors. On the upper storey there are casement windows of the type already described. The two-window-axis wide side risalits possess windows as already described in the first and second storey. In both stepped gables there is a composite window section consisting of three narrow windows with above the middle window a smaller round-arched closed window. In the gable tops the words 'Wild' and 'Baan' have been placed in two plastered fields. The stepped gables are provided with wrought-iron ornamental cresting. On the RIGHT SIDE FACADE there are several built-out volumes in which service rooms were originally housed. In the facades of these extensions there are some renewed window openings, but mainly original doors and windows, with a similar design as already described. The stepped gable motif returns here as a closure of the middle, narrow building section. To the right of this is a two-storey high, flat-roofed extension and to the left a half-sunken building section containing the entrance to the basement. Perpendicular to the extension with the stepped gable is a narrow, single-storey section in which double, round-arched closed cart entry doors with curved windows are located. In the middle of the symmetrically arranged LEFT SIDE FACADE the traces are still visible in the masonry of the post-war intermediate section that adjoined here to the facade. In the first storey there are two double garden doors and on the upper storey two balcony doors, as already described. Originally a balcony was placed on a conservatory here. To the right and left there are windows in the same vertical axis one above the other as already described. The REAR FACADE has a slightly projecting central section with stepped gable and is three window axes wide on either side of it. The facade is mainly filled with windows of the type already described and has on the first storey on either side of the risalit a garden door. In the central section there is a modest rear entrance. Against the rear facade a renewed terrace adjoins. The structure of the INTERIOR is largely intact, with the exception of the former staff section in the right aisle of the building. These rooms have been converted into an apartment. Furthermore, a partition wall has been installed in the corridor on the upper storey to separate the office section from the inhabited section. The layout of the house is characterized by a monumental hall, which leads into a staircase section. On either side of this hall there are corridors leading to living rooms, such as a large salon and a smoking room. The staff rooms were located at the rear in the right aisle and in the various extensions. On the upper storey bedrooms are situated on either side of a long corridor. There are still some valuable elements in the house which are particularly found in the large salon on the ground floor and in the smoking room. The smoking room is equipped with a stucco ceiling in Neo-Renaissance style, high panelled wall covering and a wall with built-in cupboards and multi-pane doors. The large salon is executed with rich panelling, including low case wainscoting, richly ornamented wooden pilasters and door framings. The walls are finished all around by a cornice. The coffered ceiling has octagonal recessed fields in which star-shaped plant motifs have been placed. Furthermore, the room possesses a marble fireplace mantel. The monumental hall and corridors possess white marble floors and skirting boards, the wooden staircase is still intact and some bedrooms on the upper storey still have wooden case wainscoting and a marble fireplace mantel.

Evaluation

COUNTRY HOUSE 'De Wildbaan' built in 1910 by an unknown architect.

-Of architectural-historical value as a good and in main form intact example of a country house built at the beginning of the twentieth century in a Reorientation style based on the 17th century. This building tradition was very popular at the beginning of this century for country houses of nobility and newly emerged upper classes. The house stands out for aesthetic qualities in both interior and exterior, such as the frequently applied stepped gable motif, the window type used with shutters and the preserved interior components such as the salon furnished with rich wall and ceiling panelling. The house possesses an internal structure characteristic for its time and building type.

-Of urban planning value because of its location in the historically developed landscape around Leuvenheim, which consists of a belt of estates. The house plays here a defining role in the image through its striking appearance and has ensemble values with the other buildings, which do not fall under national protection.

-Of cultural-historical value because of the history connected to the estate.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map