TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

R.K. Kerk Christus Koning

Sittard, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Kloosterkerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1928
Address
Leyenbroekerweg 109, 6132 CD Sittard (Sittard-Geleen 31)
Place
Sittard
Municipality
Sittard-Geleen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.98692, 5.86699
Part of complex
521603
Monument number
521609

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Toekenning van een renteloos voorschot uit 's rijks schatkist ten behoeve van den aanleg en het in exploitatie brengen van een spoorweg van Sittard over Heerlen naar de Pruisische grens bij Bovenste Locht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalige KLOOSTERKERK met SACRISTIE en VERBINDINGSVLEUGEL in een door de Neo-Gotiek en het Expressionisme beïnvloede bouwstijl, 1928. Ontworpen door architect Joseph Wielders te Sittard in opdracht van de Missionarissen van het H.Hart, gebouwd door aannemer B. Muyres te Sittard. Marmer- en steenhouwwerken gerealiseerd door Victor Laudy te Sittard. Deze kerk is als zodanig de vijfde uitbreiding van het klooster van de Missionarissen van het H.Hart in Leijenbroek. De kloosterkerk is gesitueerd parallel aan de Leijenbroekerweg, dwars tegen de oostgevel van de Duitse school uit 1900 en via een verbindingsvleugel verbonden met de kloostervleugel uit 1910. Door de bouw van deze voormalige kloosterkerk is er, naast de binnenplaats van het oudste kloosterdeel uit 1889, een tweede gesloten binnenplaats ontstaan. De sacristie is gesitueerd aan de noordwestzijde van de kerk. De in 1963 in aansluiting op de sacristie gerealiseerde pastorie en de scheidingsmuur op de binnenplaats zijn UITGESLOTEN van bescherming.

Omschrijving

De voormalige kloosterkerk van de Missionarissen van het H.Hart is gesitueerd in zuid-noordrichting op een in hoofdvorm rechthoekige PLATTEGROND, aan de noordzijde voorzien van een rond uitgebouwde absis met straalkapellen. Deze straalkapellen lopen aan de oostgevel over in een het schip flankerende lage zijbeuk onder plat, die vervolgens de verbinding vormt met de kerktoren met entreepartij aan de zuidoostzijde. Voor het overige wordt de zuidgevel gevormd door een narthex met een entreepartij aan de binnenplaats. Aan de zuidoostzijde, tussen de kerktoren en de kloostervleugel uit 1910, is de verbindingsvleugel gesitueerd. Aan de noordwestzijde, ter hoogte van de scheidingsmuur tussen schip en absis, bevindt zich de sacristie. Tussen deze sacristie en de kloostervleugel van de Duitstalige school, tegen de westbeuk, bevindt zich een verbindingsgang onder plat.

Het kerkschip wordt gedekt door een steil ZADELDAK, aan de oostzijde met een lichtbeuk bestaand uit vier ingestoken kappen. Aan de westzijde bestaat de lichtbeuk uit drie ingestoken kappen. De halfronde absis wordt gedekt een kegeldak. De daken van de straalkapellen zijn ingestoken op een lessenaarsdak dat de hele ronding van de absis volgt. De toren aan de zuidoostzijde wordt gedekt door een tentdak. De verbindingsvleugel heeft een zadeldak. De narthex aan de zuidzijde is voorzien van een plat dakdeel en een zadeldak. Deze narthex en de verbindingsvleugel worden gedekt met muldenpannen, de overige dakvlakken met leien in Maasdekking. Enkel de absis heeft leien in schubdekking, met een figuratief patroon van paarse leien. Bakgoten.

De Christus Koningkerk bestaat uit een gewapend betonconstructie, omhuld met gevels van rode en gele baksteen, gemetseld in kettingverband. De venstertraceringen, dorpels en de boogtrommel van de entree zijn uitgevoerd in tufsteen. Betonlateien.

Het aanzicht van de kerk wordt in hoge mate gedomineerd door de TOREN aan de zuidoostzijde. Deze toren kenmerkt zich door de plaatsing van een entreepartij in de oostgevel van de eerste laag. Het betreft een dubbele houten paneeldeur met beslag, verdiept in een spitsboogvormig portiek en voorzien van een reliëf in de boogtrommel. Vanaf de tweede laag, in elk van de vier gevelvlakken een verticaal risalerend middengevelvlak onder een betonlatei, waarin per laag drie gekoppelde rechthoekige vensters onder een betonlatei zijn geplaatst. De toren loopt uit in rond uitgemetselde hoekpilasters. De torenspits lijkt te zweven omdat de toren ter hoogte van de galmgaten is ingesnoerd en het metselwerk van de torengevels hier wordt beëindigd. Nokkruis op koperen bol.

De ten opzichte van het schip verlaagde narthex aan de ZUIDZIJDE komt uit op de binnenplaats. In het zuidwestelijke geveldeel onder plat is in de eerste laag een dubbele houten paneeldeur met beslag geplaatst, verdiept in een spitsboogvormig portiek. Dit portiek is toegankelijk via enkele traptreden tussen een bakstenen balustrade. Ten westen van dit portiek de twee gekoppelde, horizontaal ingedeelde stalen spitsboogvensters met glas-in-lood van de bidkapel. Boven dit portiek, in de tweede laag een reeks met vier gekoppelde , horizontaal ingedeelde stalen vensters met een doorlopende dorpellijst.

Het middengeveldeel van deze narthex loopt uit in een asymmetrische topgevel en wordt gedekt door een ten opzichte van het schip verlaagd zadeldak. Zowel in de eerste als de tweede laag, een reeks van vijf gekoppelde, horizontaal ingedeelde stalen glas-in-lood vensters met een doorlopende dorpellijst. In de topgevel een geprofileerd uitgemetseld kruismotief. Het middengeveldeel van de narthex wordt ten dele aan het oog onttrokken door de verbindingsvleugel en sluit aan de oostzijde direct aan op de toren.

Het schip telt aan de OOSTZIJDE vier traveeën. Elke travee heeft een hoog in het dak ingestoken topgevel met een tufstenen beëindiging en een spitsboogvormig glas-in-lood lichtbeukvenster met tufstenen traceringen. De traveeën worden onderling gescheiden door steunberen, welke steunen op de zijbeuk van één bouwlaag onder plat. Deze zijbeuk heeft in elke travee, vlak onder de gevelrand ingezet, een reeks van vier smalle glas-in-loodvensters in een tufstenen lijst. Tegen de middenstijlen van deze lijsten zijn de hemelwaterafvoeren met vergaarbak geplaatst.

Aan de noordzijde van het schip bevindt zich, versmald en verlaagd ten opzichte van het schip, de ronde absis. Deze absis heeft een hoog onder de bakgoot geplaatst reeks spitsboogvormige glas-in-loodvensters. Direct onder deze reeks is het rondom de absis aangebrachte lessenaarsdak boven de kooromgang aangezet. Hierop zijn de kappen van de straalkapellen ingestoken. Deze straalkapellen zijn aan de achterzijde blind, zowel in de tussenliggende als de zijgevelvelden bevinden zich glas-in-loodvensters.

Het schip telt ook aan de WESTZIJDE vier traveeën, maar is slechts in drie traveeën voorzien van een hoog in het dak ingestoken topgevel met een tufstenen beëindiging en een spitsboogvormig glas-in-lood lichtbeukvenster met tufstenen traceringen. De vierde travee sluit aan op de oostelijke kopgevel van de kloostervleugel met de Duitse school.

De traveeën worden ook aan de westzijde onderling gescheiden door steunberen, welke steunen op de zijbeuk van één bouwlaag onder plat. Deze zijbeuk heeft aan de westzijde de vorm van een verbindingsgang tussen de sacristie en de kloostervleugel met de Duitse school. In deze verbindingsgang, onder een doorlopende betonlatei, een reeks van zes grote rechthoekig vensters, waaruit de roedeverdeling is verwijderd. Naast het meest zuidelijke venster bevindt zich een rechthoekige dubbele houten buitendeur met decoratief ingedeelde glaspanelen, die vanwege het in westelijke richting sterk afhellende perceel slechts bereikbaar is via een trappartij met getrapte bakstenen balustrade. Vanwege de sterke helling van het perceel steunt de genoemde verbindingsgang op betonnen kolommen en is er onder deze gang een souterrainverdieping zichtbaar, waarin een drietal rechthoekige houten vensters met traliewerk.

Het INTERIEUR van de Christus Koningkerk wordt gekenmerkt door een middenschip, waarvan de traveeën worden gescheiden door op betonkolommen rustende ribben. Per travee een betonnen spitsbooggewelf. Kleine, lage zijbeuken met wit gepleisterde, vlakke zolderingen. Schip en koor worden van elkaar gescheiden door een scheidings muur, met een grote spitsboogvormige opening. Tussen schip en koor een scheidingsmuur met spitsboogvormige kooropening, geflankeerd door de twee spitsboogvormige toegangen van de kooromgang met straalkapellen. Deze toegangen bevinden zich in het verlengde van de zijbeuken. Het koor wordt van de omgang gescheiden door een halfronde, opengewerkte betonnen achterwand, waardoor het glas-in-lood van de straalkapellen in het schip zichtbaar is. Schip en kooromgang zijn belegd met rode en zwarte tegels, het koor met travertinmarmer. Ver in het schip doorgetrokken oxaal in gewapend beton. Verder zijn in dit interieur onder meer van belang de gebrandschilderde ramen van Bücher, in 1928 vervaardigd door atelier G. Deppen te Osnabrück, te weten zes ramen in de wanden van het schip, alle met voorstellingen die betrekking hebben op Christus Koning (H.Hart; Driekoningen; Ze wilden Hem koning maken; Palmzondag; Rex sum ego; Christus aan het kruis) en dertien niet-figuratieve vensters in de absis, met koningsteksten; het kerkmeubilair op houten vlonders, vervaardigd door F.W. Ramakers & Zn. te Geleen, naar een ontwerp van arch. Jos. Wielders; de zowel enkelvoudige als dubbele houten paneeldeuren met glas-in-lood vensters en beslagen; de vier reeksen glas-in-loodvensters in de oostelijke zijbeuk; in deze westelijke zijbeuk vier biechtstoelen, waarachter in de achtergelegen verbindingsgang een viertal muurkasten. De grote SACRISTIE aan de noordwestzijde heeft een rechthoekige plattegrond, met een aan de westzijde zichtbare souterrainverdieping, Één bouwlaag en een zolderverdieping. De sacristie wordt gedekt door een uitkragend zadeldak met bakgoten.

In de onregelmatig ingedeelde westgevel heeft de sacristie in de souterrainverdieping een reeks van drie rechthoekige, verticaal ingedeelde houten vensters en twaalfruits roedeverdeling. Tussen deze vensters is naderhand een rechthoekige kantelpoort geplaatst. De westgevel kenmerkt zich verder door een groot geprofileerd gevelvlak, doorlopend tot de hoog onder de bakgoot ingezette reeks met zes rechthoekige houten twaalfruits vensters. Deze vensters hebben blauw-gele glas-in-lood ornamenten. De zuidgevel van de sacristie heeft in het souterrain twee rechthoekige houten vensters met dubbele horizontale indeling, in de eerste enkele geprofileerde gevelvlakken en in de topgevel twee gekoppelde rechthoekige houten vensters met drievoudige horizontale indeling.

De noordgevel wordt grotendeels aan het oog onttrokken door de aangebouwde pastorie. In de eerste laag resteert een rechthoekig houten venster met drievoudige horizontale indeling, in de topgevel zijn twee gekoppelde spitsboogvensters geplaatst.

Het interieur van de sacristie verkeert in volledig originele staat.

Het zuidelijke VERBINDINGSVOLUME tussen de toren en de kloostervleugel uit 1910 kenmerkt zich door een expressief vormgegeven en onregelmatig ingedeelde oostelijke voorgevel. In de eerste laag, verdiept in een portieklijst, bevindt zich een inmiddels vernieuwde rechthoekige houten deur; daarnaast twee rechthoekige houten vensters, verticaal ingedeeld en voorzien van een drievoudige horizontale geleding van de glaspanelen. In de tweede laag, hoog onder het dakoverstek en in een terugliggende gevelvlak vijf spitsboogvormige houten vensters, tweevoudig verticaal ingedeeld en voorzien van kleine roedeverdeling in de glaspanelen. Doorlopende betonnen vensterlijst. De gewelfde, afgerond uitgemetselde zuidelijke hoekpilaster loopt uit boven de goothoogte en heeft een gestucte afdekking. De achtergevel aan de westzijde is sober en symmetrisch ingedeeld middels drie vensterassen over twee bouwlagen. In elke as twee rechthoekige houten kruiskozijnen met horizontale indeling van het glaspaneel en een vensterstrek. De achtergevel wordt beëindigd door een kroonlijst met bloktanddecoraties.

Het INTERIEUR is wat betreft de indeling vrijwel ongewijzigd (kloostergangen met roodzwarte tegelvloeren, waarop de verblijfsruimten uitkomen, voorzien van eenvoudig gestileerde paneeldeuren en twaalfruits bovenlichten).

Waardering

De Christus Koningkerk is van cultuurhistorische waarde en vertegenwoordigt algemeen belang als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden zijn groot en worden bepaald door de bouwstijl, de bouwtechniek, de betrokkenheid van architect Joseph Wielders, de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, het materiaalgebruik, de ornamentiek en de samenhang tussen exterieur en interieur. De kerk is een essentieel onderdeel van het kloostercomplex van de Missionarissen van het H.Hart, is vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek alsmede het buitengebied van Sittard en is van groot belang voor het aanzien van Sittard. De kerk verkeert wat betreft exterieur en interieur over een hoge mate van architectonische gaafheid en is van belang in relatie tot de structurele gaafheid van het kloostercomplex als ook de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt de Christus Koningkerk over een aanzienlijke architectuurhistorische waarde en vanwege de relatief jonge leeftijd over een aanzienlijke typologische cq. functionele zeldzaamheidswaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former CONVENT CHURCH with SACRISTY and CONNECTING WING in a building style influenced by Neo-Gothic and Expressionism, 1928. Designed by architect Joseph Wielders of Sittard on behalf of the Missionaries of the Sacred Heart, built by contractor B. Muyres of Sittard. Marble and stone works realised by Victor Laudy of Sittard. This church represents the fifth expansion of the convent of the Missionaries of the Sacred Heart in Leijenbroek. The convent church is situated parallel to the Leijenbroekerweg, directly against the east facade of the German school of 1900 and connected via a connecting wing to the convent wing of 1910. Through the construction of this former convent church, a second enclosed courtyard has been created alongside the courtyard of the oldest convent section of 1889. The sacristy is situated on the north-west side of the church. The rectory realised in 1963 adjoining the sacristy and the boundary wall on the courtyard are EXCLUDED from protection.

Description

The former convent church of the Missionaries of the Sacred Heart is situated in a south-north direction on a mainly rectangular GROUND PLAN, with a round projecting apse on the north side equipped with radiating chapels. These radiating chapels transition at the east facade into a low side aisle flanking the nave with a flat ceiling, which then forms the connection to the church tower with entrance section on the south-east side. The south facade is otherwise formed by a narthex with an entrance section on the courtyard. On the south-east side, between the church tower and the convent wing of 1910, the connecting wing is situated. On the north-west side, at the height of the dividing wall between nave and apse, the sacristy is located. Between this sacristy and the convent wing of the German-language school, against the west aisle, there is a connecting passage with a flat ceiling.

The church nave is covered by a steep GABLED ROOF, with a clerestory on the east side consisting of four inset roof lights. On the west side the clerestory consists of three inset roof lights. The semi-circular apse is covered by a conical roof. The roofs of the radiating chapels are inset on a lean-to roof that follows the entire curve of the apse. The tower on the south-east side is covered by a pyramidal roof. The connecting wing has a gabled roof. The narthex on the south side is provided with a flat roof section and a gabled roof. This narthex and the connecting wing are covered with curved tiles, the remaining roof surfaces with slate in Dutch bond. Only the apse has slate with a shingle pattern, with a figurative pattern of purple slates. Rainwater gutters.

The Christus Koningskerk consists of a reinforced concrete structure, enclosed with facades of red and yellow brickwork, laid in chain bond. The window traceries, sills and the arch ring of the entrance are executed in tuff stone. Concrete lintels.

The appearance of the church is to a large extent dominated by the TOWER on the south-east side. This tower is characterised by the placement of an entrance section in the east facade of the first storey. This is a double wooden panel door with fittings, recessed in a pointed arch portico and provided with a relief in the arch ring. From the second storey, in each of the four facade surfaces a vertically rising central facade element under a concrete lintel, in which per storey three coupled rectangular windows under a concrete lintel are placed. The tower culminates in round rendered corner pilasters. The tower spire appears to float because the tower is constricted at the height of the sound openings and the brickwork of the tower facades terminates here. Cross on copper sphere.

The narthex on the SOUTH SIDE, lowered in relation to the nave, opens onto the courtyard. In the south-western facade section with a flat ceiling, a double wooden panel door with fittings is placed on the first storey, recessed in a pointed arch portico. This portico is accessible via a few steps between a brick balustrade. West of this portico the two coupled, horizontally divided steel pointed arch windows with glass-in-lead of the prayer chapel. Above this portico, on the second storey a series of four coupled, horizontally divided steel windows with a continuous sill line.

The central facade section of this narthex terminates in an asymmetrical gabled roof and is covered by a gabled roof lowered in relation to the nave. Both on the first and second storey, a series of five coupled, horizontally divided steel glass-in-lead windows with a continuous sill line. In the gabled roof a profiled rendered cross motif. The central facade section of the narthex is partly obscured from view by the connecting wing and adjoins the tower directly on the east side.

The nave has four bays on the EAST SIDE. Each bay has a tall gabled roof inset in the roof with a tuff stone termination and a pointed arch glass-in-lead clerestory window with tuff stone traceries. The bays are separated from each other by buttresses, which rest on the side aisle of one storey with a flat ceiling. This side aisle has in each bay, set just below the facade edge, a series of four narrow glass-in-lead windows in a tuff stone frame. Against the middle mullions of these frames the rainwater downspouts with catch basin are placed.

On the north side of the nave there is, narrowed and lowered in relation to the nave, the round apse. This apse has a high series of pointed arch glass-in-lead windows placed under the rainwater gutter. Directly below this series the lean-to roof arranged all round the apse above the ambulatory is set. The roofs of the radiating chapels are inset upon this. These radiating chapels are blind at the back, both in the intervening and the side facade sections there are glass-in-lead windows.

The nave also has four bays on the WEST SIDE, but is only provided with tall gabled roofs inset in the roof with tuff stone terminations and pointed arch glass-in-lead clerestory windows with tuff stone traceries in three bays. The fourth bay adjoins the eastern gable of the convent wing with the German school.

The bays are also separated on the west side from each other by buttresses, which rest on the side aisle of one storey with a flat ceiling. This side aisle has on the west side the form of a connecting passage between the sacristy and the convent wing with the German school. In this connecting passage, under a continuous concrete lintel, a series of six large rectangular windows from which the glazing bars have been removed. Next to the southernmost window there is a rectangular double wooden outer door with decoratively divided glass panels, which because of the steeply sloping site in a western direction is only accessible via a staircase with stepped brick balustrade. Because of the steep slope of the site the aforementioned connecting passage rests on concrete columns and there is below this passage a basement storey visible, in which three rectangular wooden windows with trellis work.

The INTERIOR of the Christus Koningskerk is characterised by a central nave, whose bays are separated by ribs resting on concrete columns. Per bay a concrete pointed arch vault. Small, low side aisles with white plastered, flat ceilings. Nave and choir are separated from each other by a dividing wall, with a large pointed arch opening. Between nave and choir a dividing wall with pointed arch choir opening, flanked by the two pointed arch accesses to the ambulatory with radiating chapels. These accesses are situated in line with the side aisles. The choir is separated from the ambulatory by a semi-circular, open-worked concrete rear wall, through which the glass-in-lead of the radiating chapels in the nave is visible. Nave and ambulatory are laid with red and black tiles, the choir with travertine marble. An openwork gallery in reinforced concrete extends far into the nave. Furthermore, the stained glass windows by Bücher, executed in 1928 by the atelier G. Deppen in Osnabrück are of importance among other things in this interior, namely six windows in the walls of the nave, all with representations relating to Christ the King (Sacred Heart; Three Kings; They wanted to make Him king; Palm Sunday; Rex sum ego; Christ on the cross) and thirteen non-figurative windows in the apse, with texts of kingship; the church furnishings on wooden duckboards, executed by F.W. Ramakers & Son of Geleen, after a design by arch. Jos. Wielders; both single and double wooden panel doors with glass-in-lead windows and fittings; the four series of glass-in-lead windows in the eastern side aisle; in this western side aisle four confessionals, behind which in the adjoining connecting passage four wall cupboards. The large SACRISTY on the north-west side has a rectangular ground plan, with a basement storey visible on the west side. One storey and an upper storey. The sacristy is covered by an overhanging gabled roof with rainwater gutters.

In the irregularly divided west facade, the sacristy has in the basement storey a series of three rectangular, vertically divided wooden windows with twelve-light glazing bars. Between these windows a rectangular tilting door was subsequently placed. The west facade is further characterised by a large profiled facade section, continuing to the high series with six rectangular wooden twelve-light windows set just below the rainwater gutter. These windows have blue-yellow glass-in-lead ornaments. The south facade of the sacristy has in the basement two rectangular wooden windows with double horizontal division, in the first storey some profiled facade sections and in the gabled roof two coupled rectangular wooden windows with threefold horizontal division.

The north facade is largely obscured from view by the attached rectory. On the first storey a rectangular wooden window with threefold horizontal division remains, in the gabled roof two coupled pointed arch windows are placed.

The interior of the sacristy is in completely original condition.

The southern CONNECTING VOLUME between the tower and the convent wing of 1910 is characterised by an expressive and irregularly divided east front facade. On the first storey, recessed in a portico line, there is a now renewed rectangular wooden door; next to it two rectangular wooden windows, vertically divided and provided with a threefold horizontal division of the glass panes. On the second storey, high under the roof overhang and in a set-back facade section five pointed arch wooden windows, doubly vertically divided and provided with small glazing bars in the glass panes. Continuous concrete window line. The vaulted, rounded rendered south corner pilaster extends above the gutter height and has a stucco finish. The rear facade on the west side is sober and symmetrically divided by means of three window axes over two storeys. In each axis two rectangular wooden cross windows with horizontal division of the glass pane and a window frame. The rear facade is terminated by a cornice with block dentil decoration.

The INTERIOR as regards the layout is virtually unchanged (cloister corridors with red-black tile floors, onto which the living quarters open, provided with simply stylised panel doors and twelve-light fanlights).

Valuation

The Christus Koningskerk is of cultural-historical value and represents public interest as a particular expression of a spiritual and typological development. The architectural-historical values are considerable and are determined by the building style, the building technique, the involvement of architect Joseph Wielders, the aesthetic qualities of his design, the use of materials, the ornamentation and the coherence between exterior and interior. The church is an essential component of the convent complex of the Missionaries of the Sacred Heart, is through its location connected with the development of the old hamlet of Leijenbroek as well as the outlying area of Sittard and is of great importance for the appearance of Sittard. The church has with regard to exterior and interior a high degree of architectural integrity and is of importance in relation to the structural integrity of the convent complex as well as the visual integrity of the built environment. Furthermore, the Christus Koningskerk possesses considerable architectural-historical value and because of its relatively young age considerable typological or functional rarity value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map