TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kaiserbau

Sittard, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1913
Address
Leyenbroekerweg 105 A, 6132 CD Sittard (Sittard-Geleen 31) (and others)
Place
Sittard
Municipality
Sittard-Geleen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.98695, 5.86626
Part of complex
521603
Monument number
521608

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "60 Sittard" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KLOOSTERVLEUGEL voor studentenhuisvesting genaamd 'Kaiserbau', 1913, in traditionele stijl met elementen van neogotiek. Onderdeel en als zodanig de vierde uitbreiding van het klooster van de Missionarissen van het H. Hart in Leijenbroek. Deze kloostervleugel werd in westelijke richting, in het verlengde van de westgevel van de Duitse school opgetrokken, een rechte hoek vormend met de westgevel van de kloostervleugel uit 1896.

Omschrijving

De Kaiserbau bestaat uit een aanzienlijk middenvolume met een hoge en verdiept gelegen souterrainverdieping, drie BOUWLAGEN en een zolderverdieping, gedekt door een ZADELDAK met muldenpannen. Dit middenvolume wordt aan weerszijden geflankeerd door een traptoren met souterrainverdieping en vijf bouwlagen onder PLAT. Het plat van beide torens is rondom voorzien van een opengewerkte baksteenbalustrade.

Deze kloostervleugel kenmerkt zich door een souterrainverdieping met lichtstraat overlopend in de geprofileerde plint met lichtrode profiellijst. Bakstenen optrek in kruisverband, gepleisterde dorpels. Venstervulstukken in schoon metselwerk, getoogde strekken.

De oostelijke traptoren aan de ZUIDGEVELzijde is onregelmatig ingedeeld. De vensterkozijnen van de verschillende lagen zijn geplaatst tussen hoeklisenen, uitlopend in de baksteenbalustrade rond het platte dak. Ter hoogte van het souterrain drie rechthoekige houten zesruitsvensters. In de eerste en tweede laag in formaat verschillende rechthoekige dubbele houten kruiskozijnen met kleine roedeverdeling. In de derde laag twee rechthoekige houten vensters, verticaal ingedeeld, met decoratieve geleding van de glaspanelen, geplaatst in een segmentboogvormige lijst. De vierde bouwlaag heeft drie smalle rechthoekige houten vensters, horizontaal ingedeeld en voorzien van een vierruits bovenlicht. In de vijfde laag twee rechthoekige houten vensters met verticaal ingedeeld bovenlicht, waartussen een verhoogd geplaatst rechthoekig houten venster. Het middenvolume telt aan de zuidgevelzijde twaalf vensterassen. Elf assen zijn op gelijke afstand van elkaar geplaatst, de tussenruimte met twaalfde vensteras aan de oostzijde is groter. In elke as bevinden zich drie rechthoekige houten T-vensters met achtruits bovenlicht en horizontaal ingedeeld glaspaneel. Deze vensters zijn geplaatst in segmentbooglijsten met schoon metselwerk in de vulstukken en een getoogde strek. Deze gevelindeling wordt niet voortgezet in de souterrainverdieping, welke vanwege de helling van het perceel naar de westzijde toe steeds minder aan het oog wordt onttrokken. Hierin zes rechthoekige, dubbele houten kruiskozijnen met dubbele horizontale indeling van het glaspaneel en zesruits roedeverdeling in de bovenlichten. Het venster aan de westzijde is dichtgemetseld, aan de oostzijde van de vensterreeks bevindt zich een rechthoekig stalen venster.

De westelijke traptoren aan de zuidgevelzijde, in vergelijking met de oostelijke traptoren voorzien van een smallere gevelbreedte, telt in elke laag twee vensterassen. In de souterrainverdieping en de eerste bouwlaag rechthoekige smalle houten vensters met horizontale indeling van het glaspaneel en zesruits bovenlichten. In de tweede tot en met de vierde laag bevinden zich soortgelijke vensters, maar met vierruits bovenlicht. In de vijfde laag twee smalle, rechthoekige houten vensters met T-vormig bovenlicht.

De korte WESTGEVEL, voorzien van hoeklisenen, telt drie vensterassen, maar is onregelmatig ingedeeld. In het souterrain, uitlopend in een geprofileerde plintlaag met rode profiellijst, bevinden zich twee reeksen vensters: zeven later aangebrachte rechthoekige houten souterrainvensters, oorspronkelijk voorzien van een kruisvormige indeling; hierboven twee rechthoekige houten T-vensters met kleine roedeverdeling in de glaspanelen. De vensteras aan de zuidzijde heeft over de gehele gevelhoogte uitsluitend geblindeerde vensterlijsten. In de middenas zijn in de eerste tot en met de derde laag rechthoekige houten kruiskozijnen met een dubbele horizontale indeling van de glaspanelen geplaatst. In de vierde en vijfde laag van de middenas en de eerste en tweede laag van de noordelijke vensteras rechthoekige houten T-vensters met een kleine roedeverdeling van de glaspanelen. In de derde laag van de noordelijke as vijf gekoppelde rechthoekige houten vensters met bovenlicht en horizontale indeling van het glaspaneel. In de vierde en vijfde laag zijn de vensterlijsten blind. Alle vensterlijsten hebben kunststenen dorpels en een strek.

De NOORDGEVEL van de Kaiserbau is in grote lijnen op dezelfde wijze ingedeeld als de zuidgevel, maar is rijker in ornamentering, bijvoorbeeld door de kroonlijst met cassettemotieven in de traptorens, de kroonlijst met muizentanddecoraties, lichtrode bakstenen plintprofielen, etc. De westelijke hoektoren heeft in het souterrain een rechthoekige houten deur met bovenlicht; in de eerste en tweede laag twee rechthoekige houten vensters met zesruits bovenlicht en de horizontale indeling van het glaspaneel; in de derde tot en met de vijfde laag zijn deze vensters voorzien van een vierruits bovenlicht.

Het middenvolume beschikt ook aan de noordzijde over twaalf vensterassen over drie bouwlagen, op identieke wijze over de gevel verdeeld als aan de zuidzijde. In elke vensteras zijn drie rechthoekige houten T-vensters met horizontaal ingedeeld glaspaneel en twaalfruits bovenlicht bovenlicht geplaatst. Deze vensters liggen enigszins verdiept in spitsboogvormige lijsten met vlechtingen in de vulstukken. In het souterrain bevinden zich zes rechthoekige dubbele houten kruiskozijnen met zesruits bovenlichten en dubbele horizontale indeling van de glaspanelen. Een van deze vensters is vervangen door een dubbele houten deur.

De oostelijke traptoren is in de souterrainverdieping voorzien van een recente rechthoekige houten deur met glas-in-lood zijlichten, in de eerste laag van drie smalle rechthoekige houten vensters met bovenlicht en glas-in-lood. In de tweede tot en met de vijfde laag zijn deze vensters voorzien een vierruits bovenlicht en een horizontale indeling van het glaspaneel.

In het INTERIEUR wordt de indeling van de bouwlagen gekenmerkt door centrale gangen, waaraan zich aan weerszijden klasruimten bevinden. Deze indeling is niet authentiek. Beschermenswaardig zijn met name de gestucte cassetteplafonds met kooflijsten en rozetten in het souterrain, steunend op geornamenteerde gietijzeren kolommen met achtzijdige hardstenen basementen en de trappenhuizen in de traptorens.

Waardering

De Kaiserbau vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele, geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten en de ornamentiek. De Kaiserbau is een essentieel onderdeel van het H. Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard. Het gebouw beschikt voor wat betreft het exterieur en delen van het interieur over een redelijk tot hoge mate van gaafheid en is daarnaast van belang voor de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt deze kloostervleugel in regionaal perspectief over een redelijk tot hoge architectuur- en cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CLOISTER WING for student housing called 'Kaiserbau', 1913, in traditional style with elements of neo-gothic. Component and as such the fourth expansion of the monastery of the Missionaries of the Sacred Heart in Leijenbroek. This cloister wing was erected in a westerly direction, in the extension of the west facade of the German school, forming a right angle with the west facade of the cloister wing from 1896.

Description

The Kaiserbau consists of a substantial central volume with a high and recessed basement storey, three STOREYS and an attic storey, covered by a GABLED ROOF with curved tiles. This central volume is flanked on both sides by a stair tower with basement storey and five storeys under FLAT ROOF. The flat of both towers is provided all around with an openwork brick balustrade.

This cloister wing is characterised by a basement storey with a light well running into the profiled plinth with light-red profile moulding. Brick construction in stretcher bond, plastered lintels. Window reveals in fair-faced brickwork, arched stretches.

The eastern stair tower on the SOUTH FACADE side is irregularly laid out. The window frames of the different storeys are placed between corner strips, running out into the brick balustrade around the flat roof. At basement level three rectangular wooden six-light windows. In the first and second storey rectangular double wooden cross windows of different dimensions with small glazing bars. In the third storey two rectangular wooden windows, vertically divided, with decorative articulation of the glass panes, placed in a segmental-arch moulding. The fourth storey has three narrow rectangular wooden windows, horizontally divided and provided with a four-light fanlight. In the fifth storey two rectangular wooden windows with vertically divided fanlight, between which a raised rectangular wooden window. The central volume counts twelve window axes on the south facade side. Eleven axes are placed at equal distance from each other, the space with the twelfth window axis on the east side is larger. In each axis are three rectangular wooden T-windows with eight-light fanlight and horizontally divided glass pane. These windows are placed in segmental-arch mouldings with fair-faced brickwork in the reveals and an arched stretch. This facade articulation is not continued in the basement storey, which owing to the slope of the plot towards the west side is increasingly concealed from view. In this there are six rectangular, double wooden cross windows with double horizontal division of the glass pane and six-light glazing bars in the fanlights. The window on the west side is bricked up, on the east side of the window row there is a rectangular steel window.

The western stair tower on the south facade side, compared with the eastern stair tower provided with a narrower facade width, counts two window axes in each storey. In the basement storey and the first storey rectangular narrow wooden windows with horizontal division of the glass pane and six-light fanlights. In the second to fourth storey similar windows, but with four-light fanlight. In the fifth storey two narrow, rectangular wooden windows with T-shaped fanlight.

The short WEST FACADE, provided with corner strips, counts three window axes, but is irregularly laid out. In the basement, running into a profiled plinth layer with red profile moulding, there are two rows of windows: seven later installed rectangular wooden basement windows, originally provided with a cross-shaped division; above these two rectangular wooden T-windows with small glazing bars in the glass panes. The window axis on the south side has exclusively blind window frames over the entire facade height. In the central axis rectangular wooden cross windows with a double horizontal division of the glass panes are placed in the first to third storeys. In the fourth and fifth storey of the central axis and the first and second storey of the northern window axis rectangular wooden T-windows with a small glazing bar division of the glass panes. In the third storey of the northern axis five coupled rectangular wooden windows with fanlight and horizontal division of the glass pane. In the fourth and fifth storeys the window frames are blind. All window frames have artificial stone lintels and a stretch.

The NORTH FACADE of the Kaiserbau is in broad outline laid out in the same manner as the south facade, but is richer in ornamentation, for example through the cornice with cassette motifs in the stair towers, the cornice with dentil decoration, light-red brick plinth profiles, etc. The western corner tower has in the basement a rectangular wooden door with fanlight; in the first and second storey two rectangular wooden windows with six-light fanlight and the horizontal division of the glass pane; in the third to fifth storey these windows are provided with a four-light fanlight.

The central volume also has twelve window axes on the north side over three storeys, distributed identically over the facade as on the south side. In each window axis are three rectangular wooden T-windows with horizontally divided glass pane and twelve-light fanlight placed. These windows lie somewhat recessed in pointed-arch mouldings with interlacing in the reveals. In the basement there are six rectangular double wooden cross windows with six-light fanlights and double horizontal division of the glass panes. One of these windows has been replaced by a double wooden door.

The eastern stair tower is provided in the basement storey with a recent rectangular wooden door with leaded-glass sidelights, in the first storey with three narrow rectangular wooden windows with fanlight and leaded-glass. In the second to fifth storey these windows are provided with a four-light fanlight and a horizontal division of the glass pane.

In the INTERIOR the articulation of the storeys is characterised by central corridors, with classrooms on both sides. This articulation is not original. Of particular conservation value are the stuccoed coffered ceilings with cove mouldings and rosettes in the basement, supported on ornamented cast-iron columns with eight-sided stone bases and the staircases in the stair towers.

Valuation

The Kaiserbau is of general interest and of cultural-historical value as a particular expression of a cultural, spiritual and typological development. The architectural-historical values are determined by the building style, the aesthetic qualities and the ornamentation. The Kaiserbau is an essential component of the Sacred Heart monastery, which owing to its location is connected with the development of the old hamlet of Leijenbroek and the rural area of Sittard. The building is of significance for the character of the municipality of Sittard. The building has, with regard to the exterior and parts of the interior, a reasonable to high degree of integrity and is furthermore of importance for the visual integrity of the built environment. Moreover, this cloister wing has, in a regional perspective, a reasonable to high architectural and cultural-historical rarity value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map