Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kloostergebouw met Andreaskapel
Sittard, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1889
- Address
- Leyenbroekerweg 113 B, 6132 CD Sittard (Sittard-Geleen 31) (and others)
- Place
- Sittard
- Municipality
- Sittard-Geleen
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 50.98628, 5.86653
- Part of complex
- 521603
- Monument number
- 521604
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 428. Aachen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KLOOSTER met ANDREASKAPEL van de Missionarissen van het H.Hart, 1889, respectievelijk in negentiende-eeuws traditionele en Neo-Gotische stijl. Het gebouw vormt het oudste bouwdeel van het kloostercomplex, dat sindsdien in noordelijke richting langs de Leijenbroekerweg tot ontwikkeling is gekomen. De oorspronkelijke binnenplaats is boven de eerste bouwlaag van een plat dak voorzien. Deze overkapping en de hieronder ingerichte ruimte zijn uitgesloten van bescherming. Aan de zuidwestzijde, bij de aansluiting met de kloostervleugel uit 1927, is een entreepartij van één laag onder plat gebouwd, welke eveneens is UITGESLOTEN van bescherming.
Omschrijving
Kloostergebouw op carré-vormige PLATTEGROND, bestaande uit een aan de H.Andreas gewijde kloosterkapel aan de oostzijde, een voormalige refter aan de westzijde en voormalige verblijfsgebouwen aan de noord- en zuidzijde. De zuid- en westvleugel hebben elk twee BOUWLAGEN, de noordvleugel telt drie bouwlagen. Het klooster is gedeeltelijk onderkelderd.
De kapel wordt gedekt door een ZADELDAK met leien in Maasdekking. Drie dakkapellen met chaletachtig overstek, blind met uitzondering van een driepasornament. Bakgoten. De overige vleugels worden gedekt door in hoogte variërende ZADEL- EN SCHILDDAKEN, voorzien van oud-Hollandse pannen, muldenpannen en betonpannen in uiteenlopende kleurschakeringen.
De OOSTGEVEL van de Andreaskapel, aan de straatzijde, kenmerkt zich door een geprofileerde, gepleisterde plint; een bakstenen optrek in kruisverband; vensterlijsten, deurlijsten, nislijsten, een kroonlijst en boogfriezen in lichtrode profielsteen. De oostgevel van de kapel heeft twee hoekrisalieten over twee lagen, aan de zuidzijde twee traveeën breed, aan de noordzijde drie traveeÙn. De hoeklisenen van deze risalieten lopen uit tuitgevels, voorzien van een spitsboogfries en gepleisterde schouderstukken. In elke vensteras twee spitsboogvormige houten T-vensters, met houten traceringen in de glas-in-lood bovenlichten en zesruits indeling van de glaspanelen. De vensters in de eerste laag van het noordelijke risaliet zijn gedeeltelijk vervangen. De lagen van de hoekrisalieten worden optisch gescheiden door gestucte dorpel- en waterlijsten. In de tuitgevels, onder het boogfries, een inmiddels lege beeldennis met console en baldakijn.
Het tussenliggende, teruggelegen gevelveld wordt geleed door vier zich verjongende steunberen met gestucte afdekking. Tussen deze steunberen bevinden zich drie spitsboogvormige vensters met kunststenen venstertraceringen, glas-in-lood en gestucte dorpellijsten. Aan de noordzijde van deze spitsboogvensters is een rechthoekige, dubbele houten paneeldeur in een spitsboogvormige lijst geplaatst. Boven de deur bevindt zich een hardstenen latei, in het bovenlicht voorzien van kunststenen traceringen en glas-in-lood. Boven deze entree een spitsboogvormig venster met traceringen en glas-in-lood. Aan de zuidzijde van deze spitsboogvensters, hoog in de gevel, is een soortgelijk spitsboogvenster geplaatst.
In de deels witgesausde binnenplaatsgevel van de OOSTVLEUGEL, gedeeltelijk aan het oog onttrokken door de dakconstructie boven de eerste bouwlaag, heeft de Andreaskapel vier spitsboogvensters met traceringen en glas-in-lood.
De buitengevel aan de ZUIDZIJDE is opgetrokken in grauwbruine baksteen, gemetseld in kruisverband en vertoont diverse verbouwingssporen. Een deels gepleisterde, deels gestucte plint. Gepleisterde dorpels. Schootankers. Kroonlijst met muizetanddecoraties. Vensterstrekken. De gevel is onregelmatig ingedeeld. Aan de oostzijde bevindt zich, ter afsluiting van de oostvleugel met kapel, een tuitvormige, afgeschuinde kopgevel met gepleisterde schouderstukken. In de tweede laag en in de topgevel een segmentboogvormig houten kruiskozijn met horizontale indeling van de glaspanelen. In de vijf vensterassen van de zuidvleugel bevinden zich in beide bouwlagen segmentboogvormige houten kruiskozijnen met een horizontaal ingedeeld glaspaneel. De kopgevel aan de westzijde vormt de afsluiting van de westvleugel. Deze kopgevel wordt in de eerste laag aan het oog onttrokken door de aangebouwde entreepartij van de kloostervleugel uit 1927. Boven deze entreepartij, in de tweede laag, een reeks met vier kleine segmentboogvormige houten kruiskozijnen.
De ten dele witgesausde binnenplaatsgevel van de ZUIDVLEUGEL, deels aan het oog onttrokken door de overkapping, telt in de tweede laag vijf vensterassen voorzien van segmentboogvormige houten vensterkozijnen met een horizontale indeling van het glaspaneel. Tussen de bouwlagen profiellijsten met kruismotieven, muizetanddecoraties. Deels geprofileerde vensterstrekken.
De buitengevel aan de WESTZIJDE kenmerkt zich door een grauwbruine bakstenen optrek over twee lagen. Kroonlijst met blok- en muizetanden, geprofileerde delen in de vensterstrek en de profiellijst tussen de bouwlagen met kruismotieven in lichtrode baksteen. Gepleisterde dorpels.
Lage, geprofileerde plint met souterrainopeningen. Vijf vensterassen, waarin segmentboogvormige houten kruiskozijnen met horizontaal ingedeelde glaspanelen. In de eerste laag bevindt zich in de meest noordelijke vensteras een recente, segmentboogvormige dubbele houten deur met bovenlicht. Deze deur is bereikbaar via een klein bordes.
De ten dele wit gesausde binnengevel van de WESTVLEUGEL, deels aan het oog onttrokken door de overkapping van de binnenplaats, telt in de tweede laag vijf vensterassen met segmentboogvormige houten T-vensters met een verticale indeling van het bovenlicht en een horizontale indeling van het glaspaneel. Ook deze gevel heeft profiellijsten met kruismotieven, deels geprofileerde vensterstrekken en muizetanddecoraties. De buitengevel aan de NOORDZIJDE wordt aan de straatzijde niet meer zichtbaar als gevolg van latere kloosteruitbreidingen. Deels geprofileerde plint met drie souterrainopeningen. Grauwbruine bakstenen optrek over drie lagen. Kroonlijst met blok- en muizetanden, geprofileerde delen in de vensterstrek, profiellijsten tussen de bouwlagen met kruismotieven in lichtrode baksteen. Gepleisterde dorpels. Boven de in 1910 aangebouwde kloostervleugel is de noordelijke kopgevel met spitsboogfries in lichtrode profielsteen nog zichtbaar. Voor het overige telt de noordelijke buitengevel negen vensterassen. De derde en de vierde vensteras zijn geplaatst in een risalerend gevelvlak met lisenen, welke uitlopen in een tuitgevel met gepleisterde schouderstukken, ezelsrug en een spitsboogfries met rode profielsteen. In elke vensteras drie segmentboogvormige houten kruiskozijnen met een horizontale indeling van het glaspaneel. Slechts in de eerste laag van de vierde vensteras is het venster verwijderd en vervangen door een verdiept geplaatste rechthoekige houten deur. De binnenplaatsgevel van de NOORDVLEUGEL, deels aan het oog onttrokken door de overkapping van de binnenplaats, telt vier vensterassen over twee bouwlagen. In de eerste laag segmentboogvormige houten kruiskozijnen met horizontaal ingedeeld glaspaneel, in de tweede laag segmentboogvormige houten vensters met verticale geleding en dubbele horizontale indeling van het glaspaneel. Ook deze deels witgesausde gevel kenmerkt zich door profiellijsten met kruismotieven, deels geprofileerde vensterstrekken en muizetanddecoraties.
De INTERIEURindeling van dit carré-vormige kloostergebouw uit 1889 is, met uitzondering van de kapel, meermalen gewijzigd en bevat geen beschermde onderdelen. Het INTERIEUR van de Andreaskapel kenmerkt zich door een éénbeukig schip van drie traveeën, zonder kruisarmen en voorzien van vernieuw glas-in-lood. Kruisribgewelven op drievoudige pilasters, voorzien van kapitelen met acanthusbladeren. Oxaal over een breedte van twee traveeën, met een opengewerkte houten balustrade in neo-gotische stijl. In het interieur van de kapel zijn onder meer van belang de houten altaartafel met reliëf, drie neo-gotische altaarstukken (voorstellende Maria met Kind Jezus, H.Hart en H.Andreas), de op doek geschilderde kruiswegstaties en de grafsteen van Pater Andreas Prevot SCJ, stichter van het klooster.
Waardering
Het oudste onderdeel van het H.Hartklooster aan de Leijenbroekerweg vertegenwoordigt algemeen belang en is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een historisch-politieke (de Kulturkampf), geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten van het geheel, de ornamentiek en de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Het pand vormt het oudste bouwdeel van het H.Hartklooster, dat vanwege de situering verbonden is met de ontwikkeling van het oude gehucht Leijenbroek en het buitengebied van Sittard. Het gebouw is van bijzondere betekenis voor het aanzien van de gemeente Sittard.
Het kloostergebouw beschikt wat betreft het exterieur en het interieur van de Andreaskapel over een redelijk tot hoge mate van architectonische gaafheid. Het gebouw is van belang in relatie tot de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikt het pand in regionaal perspectief over een redelijke architectuurhistorische en hoge cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CLOISTER with ANDREW CHAPEL of the Missionaries of the Sacred Heart, 1889, in nineteenth-century traditional and Neo-Gothic style respectively. The building forms the oldest component of the cloister complex, which has since developed in a northerly direction along the Leijenbroekerweg. The original courtyard is provided with a flat roof above the first storey. This roof covering and the space arranged beneath it are excluded from protection. On the southwest side, at the junction with the cloister wing from 1927, an entrance section of one storey under a flat roof has been built, which is likewise EXCLUDED from protection.
Description
Cloister building on a square-shaped GROUND PLAN, consisting of a cloister chapel dedicated to St. Andrew on the east side, a former refectory on the west side and former residential buildings on the north and south sides. The south and west wings each have two STOREYS, the north wing has three storeys. The cloister is partly cellared.
The chapel is covered by a GABLED ROOF with slates in Dutch bond. Three roof dormers with chalet-like overhang, blind except for a trefoil ornament. Gutters. The remaining wings are covered by gabled and hipped roofs of varying heights, furnished with old Dutch tiles, curved tiles and concrete tiles in varying colour shades.
The EAST FACADE of the Andrew Chapel, facing the street, is characterised by a profiled, plastered plinth; brickwork in running bond; window sills, door sills, niche sills, a cornice and arch friezes in light red moulded stone. The east facade of the chapel has two corner risalits over two storeys, on the south side two bays wide, on the north side three bays. The corner pilasters of these risalits end in spout gables, furnished with a pointed arch frieze and plastered shoulders. In each window opening two pointed-arch-shaped wooden T-windows, with wooden tracery in the leaded-glass fanlights and six-pane divisions of the glass panels. The windows in the first storey of the northern risalit are partly replaced. The storeys of the corner risalits are optically separated by stuccoed sill and drip mouldings. In the spout gables, beneath the arch frieze, an empty image niche with console and baldachin.
The intermediate, recessed facade plane is articulated by four tapering buttresses with stuccoed capping. Between these buttresses are three pointed-arch-shaped windows with artificial stone window tracery, leaded glass and stuccoed sill mouldings. On the north side of these pointed-arch windows is a rectangular, double wooden panelled door in a pointed-arch-shaped frame. Above the door is a hard stone lintel, furnished with artificial stone tracery and leaded glass in the fanlight. Above this entrance a pointed-arch-shaped window with tracery and leaded glass. On the south side of these pointed-arch windows, high in the facade, a similar pointed-arch window is placed.
In the partly whitewashed courtyard facade of the EAST WING, partly hidden from view by the roof structure above the first storey, the Andrew Chapel has four pointed-arch windows with tracery and leaded glass.
The external facade on the SOUTH SIDE is built of greyish-brown brick, laid in running bond and shows various signs of alteration. A partly plastered, partly stuccoed plinth. Plastered sills. Schoot anchors. Cornice with mouse-tooth decoration. Window sills. The facade is irregularly arranged. On the east side, at the termination of the east wing with chapel, is a spout-shaped, bevelled gable with plastered shoulders. In the second storey and in the gable a segmental-arch-shaped wooden cross window with horizontal division of the glass panels. In the five window openings of the south wing there are in both storeys segmental-arch-shaped wooden cross windows with a horizontally divided glass panel. The gable on the west side forms the termination of the west wing. This gable is hidden from view in the first storey by the built-on entrance section of the cloister wing from 1927. Above this entrance section, in the second storey, a row of four small segmental-arch-shaped wooden cross windows.
The partly whitewashed courtyard facade of the SOUTH WING, partly hidden from view by the roof covering, has in the second storey five window openings furnished with segmental-arch-shaped wooden window frames with a horizontal division of the glass panel. Between the storeys profile mouldings with cross motifs, mouse-tooth decoration. Partly profiled window sills.
The external facade on the WEST SIDE is characterised by a greyish-brown brick construction over two storeys. Cornice with block and mouse-tooth dentils, profiled elements in the window sill and the profile moulding between the storeys with cross motifs in light red brick. Plastered sills.
Low, profiled plinth with basement openings. Five window openings, containing segmental-arch-shaped wooden cross windows with horizontally divided glass panels. In the first storey in the most northerly window opening is a recent segmental-arch-shaped double wooden door with fanlight. This door is accessible via a small stoop.
The partly whitewashed interior facade of the WEST WING, partly hidden from view by the courtyard roof covering, has in the second storey five window openings with segmental-arch-shaped wooden T-windows with a vertical division of the fanlight and a horizontal division of the glass panel. This facade too has profile mouldings with cross motifs, partly profiled window sills and mouse-tooth decoration. The external facade on the NORTH SIDE is no longer visible from the street as a result of later cloister extensions. Partly profiled plinth with three basement openings. Greyish-brown brick construction over three storeys. Cornice with block and mouse-tooth dentils, profiled elements in the window sill, profile mouldings between the storeys with cross motifs in light red brick. Plastered sills. Above the cloister wing built on in 1910 the northern gable with pointed arch frieze in light red moulded stone is still visible. Otherwise the northern external facade has nine window openings. The third and fourth window openings are placed in a projecting facade plane with pilasters, which end in a spout gable with plastered shoulders, catback and a pointed arch frieze with red moulded stone. In each window opening three segmental-arch-shaped wooden cross windows with a horizontal division of the glass panel. Only in the first storey of the fourth window opening has the window been removed and replaced by a recessed rectangular wooden door. The courtyard facade of the NORTH WING, partly hidden from view by the courtyard roof covering, has four window openings over two storeys. In the first storey segmental-arch-shaped wooden cross windows with horizontally divided glass panel, in the second storey segmental-arch-shaped wooden windows with vertical articulation and double horizontal division of the glass panel. This partly whitewashed facade too is characterised by profile mouldings with cross motifs, partly profiled window sills and mouse-tooth decoration.
The INTERIOR arrangement of this square-shaped cloister building from 1889 is, with the exception of the chapel, altered several times and contains no protected components. The INTERIOR of the Andrew Chapel is characterised by a single-aisle nave of three bays, without transepts and furnished with renewed leaded glass. Cross-ribbed vaults on triple pilasters, furnished with capitals with acanthus leaves. Gallery over a width of two bays, with an openwork wooden balustrade in neo-gothic style. In the interior of the chapel are among other things important a wooden altar table with relief, three neo-gothic altarpieces (depicting Mary with the Christ Child, the Sacred Heart and St. Andrew), the crucifixion stations painted on canvas and the gravestone of Father Andreas Prevot SCJ, founder of the cloister.
Valuation
The oldest component of the Sacred Heart Cloister on the Leijenbroekerweg represents general interest and is of cultural-historical value as a distinctive expression of a historical-political (the Kulturkampf), spiritual and typological development. The architectural-historical values are determined by the building style, the aesthetic qualities of the whole, the ornamentation and the distinctive relationship between exterior and interior. The building forms the oldest component of the Sacred Heart Cloister, which because of its location is connected to the development of the old hamlet of Leijenbroek and the countryside of Sittard. The building is of special significance for the appearance of the municipality of Sittard.
The cloister building has with regard to the exterior and the interior of the Andrew Chapel a reasonable to high degree of architectural integrity. The building is important in relation to the visual integrity of the built environment. Furthermore, the building has from a regional perspective a reasonable architectural-historical and high cultural-historical rarity value.
Nearby in the register
- Klooster, Leyenbroekerweg 111Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Klooster, Leyenbroekerweg 113 DKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Schoolgebouw, Leyenbroekerweg 105 AOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- KaiserbauKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.