Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk O.L.Vrouw Onbevlekt Ontvangen
Susteren, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1917 - 1918
- Address
- Marialaan 2, 6114 CR Susteren (Echt-Susteren 31) (and others)
- Place
- Susteren
- Municipality
- Echt-Susteren
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.06530, 5.86318
- Monument number
- 521385
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1916 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening ten behoeve van het maken van eene los- en laadplaats op het emplacement Susteren" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In NEO-ROMAANS in 1917 naar een ontwerp van de architect C.J.H.
Franssen uit Roermond gebouwde ROOMS-KATHOLIEKE KERK met SACRISTIE ter ere van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen. Het bijbehorende KLOOSTER van de Congregatie van de Heren Lazaristen is in hetzelfde jaar in de stijl van het traditionalisme gebouwd, eveneens naar ontwerp van architect C. Franssen. Er is een duidelijk onderscheid tussen het gewijde en profane deel van het complex.
De aanleiding voor de bouw van de kerk en het klooster is gelegen in een besluit van de Nederlandse Spoorwegen uit 1914 te Susteren, bij het gehucht "Heide" een groot rangeerterrein (28 ha., 16 sporen) aan te leggen, om een goede afvoer van de gedolven kolen uit de Mijnstreek mogelijk te maken. Voor de kleine gemeenschap Susteren waren de komst van de spoorwegen en de vele nieuwe inwoners een hele gebeurtenis.
De toenmalige pastoor van Susteren, Louis Thijssen, sloeg de gebeurtenissen eveneens met nieuwsgierigheid, maar ook met zorg gade. Vele van de nieuwe inwoners, hoofdzakelijk spoorwegpersoneel, waren immers protestants of hielden er geen religie op na. Na overleg met bisschop Schrijnen kreeg de pastoor de toestemming met de Orde der Lazaristen de plannen verder uit te werken tot vestiging van de Lazaristen in zijn parochie te Susteren, vooral ook met het oog op de zielzorg van het personeel van de Maatschappij der Staatsspoorwegen.
Gekozen werd voor een perceel dicht bij de tunnel welke het gebied "Heide" met de kern van Susteren verbond, op 6 à 7 minuten van het station. Mei 1917 startte de bouw; 5 augustus 1918 volgde de inzegening door bisschop Schrijnen.
Omschrijving
De KERK heeft een BASILICA-VORM met drie beuken onder zadel- en lessenaardaken, afgedekt met Hollandse pannen en ondersteund door schouderstukken aan de achtergevel en houten consoles onder de daken. De kerk kent twee bouwlagen en wordt omzoomd door een risalerende plint van donkere baksteen. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen in kruisverband met natuursteen. De vensters en deuren zijn rondboogvormig, de vensters bevatten glas-in-lood ramen, de dorpels zijn van natuursteen. De decoratieve elementen zijn uitgevoerd middels siermetselwerk - zoals muizetand en bloktand - onder de nok en de dakgoten. Op de achterste nok van het middenschip staat een angelustorentje.
De KLOKKENTOREN is vooraan naast het middenschip geplaatst. De spits is ingesnoerd, heeft een overstek en is afgedekt met leien. De toren heeft vijf geledingen, van elkaar gescheiden door hardstenen regenlijsten. Onder deze lijsten bevindt zich siermetselwerk. In de eerste geleding zit een dubbele houten toegangsdeur en een lancetvormig venster in de zijgevel.
Boven de ingang bevindt zich een rondboogvormig vulvlak, omzoomd met siermetselwerk. In het vulvlak zijn met gekleurde siertegels een kruis en de letters Alfa en Omega weergeven. In de tweede tot en met vijfde geleding bevinden zich lisenen aan, die in de tweede en derde geleding zijn verbonden door blinde bogen waaronder zich per gevelvlak drie lancetvormige vensters bevinden. De vierde geleding bevat het uurwerk. De vier wijzerplaten, ingelegd in een ruitvorm, worden door vier gemetselde ringen omgeven. De vijfde geleding, waarin de klokken hangen, bevat lisenen verbonden door rondboogfriesjes. Eronder bevinden zich per gevelvlak drie galmgaten, gescheiden door zuiltjes, ieder met een teerlingkapiteel.
Rechts van de narthex bevindt zich haaks op de zijbeuk de MARIAKAPEL, afgedekt met een zadeldak met schouderstukken, Hollandse pannen en omzoomd door een regenlijst. De kapel is ook van buiten toegankelijk middels een deur in de eerste bouwlaag in de voorgevel. In de tweede bouwlaag bevindt zich een venster omzoomd door siermetselwerk en een bakstenen versiering in ruitvorm. De kapel sluit af met een absis, afgedekt met een half kegeldak en Hollandse pannen. De vijf gevelvlakjes bevatten ieder een lancetvormig venster, waarvan vier met glas-in-lood en een blind. Boven de absis bevindt zich eveneens een lancetvormig venster.
Voor het MIDDENSCHIP is een uitspringende NARTHEX geplaatst met drie rondbogen, die rusten op twee zuilen. Onder het lessenaarsdak met Hollandse pannen zit siermetselwerk, evenals rond de bogen. De drie bogen geven toegang tot het voorportaal.
De hoofdingang van de kerk vormt een dubbele houten toegangsdeur met authentiek beslag en rondboogvormig vulvlak, omzoomd met siermetselwerk. In het vulvlak zijn met gekleurde siertegels een kruis en de letters Alfa en Omega weergeven. Naast de deur bevindt zich aan iedere kant een lancetvormig venster met bakstenen dorpel. Op de plaats waar het lessenaardak aan de voorgevel van het middenschip grenst bevindt zich de regenlijst.
In de tweede bouwlaag van de voorgevel van het schip bevinden zich vervolgens drie smalle langwerpige vensters, die geaccentueerd worden door siermetselwerk. Boven de vensters bevindt zich de spreuk: "Door Maria tot Jezus". In de topgevel van het schip bevindt zich een nis met een Mariabeeld op bakstenen sokkel. De voorgevel van het schip wordt begrensd door twee lisenen, die uitlopen in een klimmende boogfries naar de nok van het dak.
De OPBOUW VAN DE WANDEN van het middenschip en de zijbeuken is vrijwel identiek: ze worden opgedeeld door lisenen, en verticaal verbonden door een regenlijst. Boven de lijst bevindt zich per travee een venster, geaccentueerd door siermetselwerk. De wanden van het middenschip en de zijbeuk aan de linkergevel bevatten ieder zes vensters, in de rechtergevel vinden we in de wand van het middenschip zeven en de wand van de zijbeuk zes vensters als gevolg van de aanwezigheid van de toren en de Mariakapel. Het dak van het middenschip bevat vijf dakkapellen.
De ACHTERGEVEL wordt gevormd door een KOOR en een ABSIS.
Het koor wordt afgedekt door een zadeldak met een natuurstenen kruis op de nok en twee dakkapellen. Aan de linkergevel is een aanbouw onder lessenaarsdak, die dienst doet als hulpsacristie.
In de tweede bouwlaag bevinden zich twee vensters. De rechtergevel wordt aan het oog onttrokken door een aangrenzende sacristie, dwars op het koor. Het koor wordt afgesloten met een vijfdelige absis met een half kegeldak en vijf vensters in de tweede bouwlaag.
Van het INTERIEUR van de kerk zijn onder meer de volgende zaken van belang. Achter de ingang van de klokkentoren bevindt zich een halletje met authentieke tegels, een ijzeren draaitrap naar het oksaal en een cassetteplafond. De hoofdingang komt uit in een portaal onder het oksaal. Het OKSAAL rust op drie bogen, gesteund door twee kolommen. Deze bogen hebben parallellen die de toegangsdeur en twee vensters (met glas-in-lood van Max Weiss, 1958) onder narthex accentueren. Het oksaal heeft een houten balustrade met ruitmotief (zie decoraties van exterieur en tegelvloer van interieur). De gehele kerk wordt omzoomd door een siersteenband op de hoogte van de plint en onder de vensters in de zijbeuken alsmede onder de vensters van het middenschip.
Het SCHIP is breed van opzet, terwijl de ZIJBEUKEN relatief smal uitvallen. Zowel in het middenschip als in de zijbeuken liggen houten cassetteplafonds. Gewelven zijn aanwezig in het koor en de Mariakapel. Middenschip en zijbeuken worden door een arcade van zes rondbogen gescheiden. De bogen steunen op bakstenen zuilen en teerlingkapitelen. Waar twee scheibogen bij elkaar komen zijn nissen aangebracht voor het plaatsen van heiligenbeelden. Boven de nissen loopt een brede strook, die begrensd is door lijsten van baksteen. De zijbeuken hebben aan het einde een heiligenbeeld tegen een muur. Het KOOR is verhoogd, ten opzichte van het middenschip ingesnoerd en belegd met marmer. Het koor is overkluisd met een kruisgewelf. Aan de rechterkant geeft een AUDITORIUM in de tweede bouwlaag van de sacristie uitzicht op koor en hoofdaltaar. Dit auditorium bestaat uit drie rondboogjes die steunen op twee zuiltjes met teerlingkapitelen. De absis in halfronde vorm is ingesnoerd ten opzichte van het koor en heeft een kalot. Vermeldenswaard zijn bovendien: de tegelvloer met terugkerend ruitmotief (zie ook decoraties in exterieur), de kerkbanken met florale decoraties), glas-in-lood vensters in het priesterkoor van dr. H. Oidtmann uit 1924, kruiswegstaties van A. Windhausen uit 1938 in de zijbeuken en tien beelden in het middenschip uit het atelier van dr. P.J.H. Cuypers te Roermond.
De SACRISTIE heeft een rechthoekige plattegrond, wordt afgedekt door een schilddak met Hollandse pannen, gesteund door houten consoles en is in twee bouwlagen opgetrokken met baksteen in kruisverband. De rondboogvormige ramen bevatten glas-in-lood. De sacristie vormt de verbinding tussen de kerk en het klooster en doet dienst als dagkapel en sacristie (eerste bouwlaag) en als auditorium voor de kloosterbevolking (tweede bouwlaag).
In de VOORGEVEL bevinden zich drie gevelvlakken, gescheiden door lisenen. Iedere bouwlaag heeft de volgende opbouw: liseen - venster - liseen - twee vensters - liseen - twee vensters - liseen. In de gevelvlakken met de dubbele vensters bevinden zich tussen de twee bouwlagen bakstenen ruitmotieven. De dorpels zijn van natuursteen en iedere bouwlaag kent een regenlijst. De vensters worden geaccentueerd door siermetselwerk, dat zich eveneens onder de dakgoot bevindt. In de ACHTERGEVEL een lage aanbouw met zes vierkante vensters en twee deuren in de eerste bouwlaag, en vervolgens vier traveeën met ieder twee vensters, gescheiden door lisenen en ruitvormige motieven in de eerste en tweede bouwlaag. In de tweede bouwlaag loopt een regenlijst onder de vensters.
Van het INTERIEUR van de sacristie zijn onder meer de volgende zaken van belang. De sacristie doet tevens dienst als dagkapel.
De entree van de sacristie is een zware dubbele houten deur met zwarte natuurstenen dorpel. De banken zijn niet-authentiek.
Links in de sacristie/kapel bevinden zich authentieke opbergkasten met rijke decoraties. De zes vensters van de achtergevel en de vijf vensters van de voorgevel bevatten glas-in-lood met geometrische figuren. In de tweede bouwlaag bevindt zich het oratorium. De openingen in de rondbogen zijn gedicht met glasramen van omstreeks 1980.
Het KLOOSTER heeft een plattegrond in T-vorm. Het klooster kent een risalerende plint, rechthoekige vensters met een strek en dorpels van baksteen, kunststofkozijnen met roedeverdeling.
Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen in kruisverband.
De ACHTERGEVEL vanaf de sacristie gezien bevat allereerst een LAGERE BOUW van twee bouwlagen onder een plat dak. De tweede bouwlaag betreft een nieuwbouw met betonnen latei boven de twee rechthoekige vensters. In de eerste bouwlaag treffen we twee keldergaten, twee vensters en een deur aan.
De erop volgende HOGERE BOUW kent drie bouwlagen onder een mansardedak, afgedekt met Hollandse pannen en achttien dakkapellen. De achtergevel van deze hogere bouw kent een bordes dat dateert van omstreeks 1990, drie vensters, een blind venster en een dubbele houten deur in de eerste bouwlaag, vijf vensters en een blind venster in de tweede bouwlaag en twee dakkapellen onder het mansarde dak in de derde bouwlaag. De achtergevel van de eropvolgende LAAGBOUW kent één bouwlaag onder een plat dak met zes vensters waarvan vier vensters met roedeverdeling.
De VOORGEVEL van het klooster vanaf de sacristie gezien bevat twee vensters en deur met bovenlichten in de eerste bouwlaag en drie vensters zonder roedeverdeling in de tweede bouwlaag. De ZIJGEVEL van de naar voren springende HOOGBOUW kent zes vensters met roedeverdeling in de eerste bouwlaag, zes vensters met roedeverdeling in de tweede bouwlaag en zeven dakkapellen onder het mansardedak. De VOORGEVEL kent risalerende baksteendecoraties op de hoekpunten, vier vensters en een centrale deur met baksteendecoratie in rondboogvorm in de eerste bouwlaag, vier vensters met en twee vensters zonder roedeverdeling in de tweede bouwlaag.
In de topgevel treffen we twee vensters met bovenlichten, twee ruitvormige decoraties en een decoratief kruis van gekleurde baksteen aan. Het dak bevat twee dakkapellen. De RECHTER ZIJGEVEL heeft zes vensters en zes lucht- en ventilatiegaten in de eerste bouwlaag, zeven vensters in de tweede bouwlaag en zeven dakkapellen. De voorgevel van de lage aanbouw heeft zes vensters zonder roedeverdeling, waarvan de bovenlichten met hout zijn gedicht en zes lucht- en ventilatiegaten. De aanbouw, die aan deze laagbouw vastzit is uitgesloten van bescherming.
Het INTERIEUR van het klooster is niet wezenlijk aangetast. De grootste verandering betreft de toevoeging van een tweede bouwlaag bovenop de keuken in het gedeelte dat grenst aan de sacristie. In de tweede bouwlaag van de middenbouw zijn de plafonds verlaagd. Enkele kamers in het klooster zijn vergroot of hebben een andere bestemming gekregen. In de derde bouwlaag is de vloer ongeveer een halve meter verhoogd om diverse leidingen weg te werken. De meeste kozijnen en deurposten van het interieur zijn authentiek evenals de tegelvloer, en de terrazzo-vloer en smeedijzeren balustrade van het trappenhuis.
In diverse kamers zijn nog authentieke schoorsteenmantels aanwezig.
Waardering
De R.K. Kerk O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen en Klooster van de Congregatie van de Lazaristen zijn van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. De bouw van kerk en klooster is een reactie op een maatschappelijke ontwikkeling: de komst van de spoorwegen en de vele nieuwe inwoners. De kerk bezit architectuurhistorische waarde vanwege haar belang voor het oeuvre van de architect C.J.H. Franssen te Roermond, vanwege de hoogwaardige kwaliteiten van het ontwerp en delen van het interieur zoals de kolomstelling met beelden. Kerk met klooster bezitten ensemblewaarde wegens de bijzondere betekenis van de objecten voor Mariaheide-Susteren. De kerk is tenslotte van algemeen belang op grond van de architectuurhistorische gaafheid van ex- en interieur en de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
In NEO-ROMANESQUE in 1917 according to a design by the architect C.J.H. Franssen from Roermond, a ROMAN CATHOLIC CHURCH with SACRISTY built in honour of Our Lady of the Immaculate Conception. The accompanying MONASTERY of the Congregation of the Lazarists was built in the same year in the style of traditionalism, also according to a design by architect C. Franssen. There is a clear distinction between the sacred and secular parts of the complex.
The reason for the construction of the church and monastery lies in a decision by the Dutch Railways in 1914 at Susteren, near the hamlet of "Heide", to establish a large marshalling yard (28 hectares, 16 tracks), to enable proper disposal of coal mined from the Mining Region. For the small community of Susteren, the arrival of the railways and the many new inhabitants was quite an event.
The then parish priest of Susteren, Louis Thijssen, also observed these events with curiosity, but also with concern. Many of the new inhabitants, mainly railway staff, were Protestant or had no religion. After consultation with bishop Schrijnen, the priest obtained permission to work with the Order of the Lazarists to further develop plans for the establishment of the Lazarists in his parish of Susteren, particularly also with a view to pastoral care of the staff of the State Railways Company.
Choice was made for a plot close to the tunnel which connected the area "Heide" with the centre of Susteren, 6 to 7 minutes from the station. In May 1917 construction started; on 5 August 1918 consecration followed by bishop Schrijnen.
Description
The CHURCH has a BASILICA FORM with three aisles under gabled and lean-to roofs, covered with Dutch tiles and supported by shoulder pieces at the rear facade and wooden consoles under the roofs. The church has two storeys and is bordered by a projecting plinth of dark brick. The building material used is brick in common bond with natural stone. The windows and doors are rounded arch-shaped, the windows contain leaded glass panes, the sills are of natural stone. The decorative elements are executed by means of ornamental brickwork - such as mouse-tooth and block-tooth - under the ridge and the gutters. On the rear ridge of the nave stands a small bell turret.
The BELL TOWER is placed at the front next to the nave. The spire is tapered, has an overhang and is covered with slate. The tower has five storeys, separated from each other by hard stone drip mouldings. Beneath these mouldings is ornamental brickwork. In the first storey is a double wooden entrance door and a lance-shaped window in the side facade.
Above the entrance is a rounded arch-shaped infill panel, bordered with ornamental brickwork. In the infill panel a cross and the letters Alpha and Omega are depicted in coloured decorative tiles. In the second to fifth storey there are pilasters, which in the second and third storeys are connected by blind arches beneath which there are per facade three lance-shaped windows. The fourth storey contains the clockwork. The four clock faces, set in a diamond shape, are surrounded by four brick rings. The fifth storey, in which the bells hang, contains pilasters connected by rounded arch friezes. Beneath these are per facade three sound holes, separated by little columns, each with a block capital.
To the right of the narthex is perpendicular to the side aisle the MARIA CHAPEL, covered with a gabled roof with shoulder pieces, Dutch tiles and bordered by a drip moulding. The chapel is also accessible from outside by means of a door in the first storey in the front facade. In the second storey is a window bordered by ornamental brickwork and a brick decoration in diamond shape. The chapel closes with an apse, covered with a half-conical roof and Dutch tiles. The five facade panels each contain a lance-shaped window, four of which are leaded glass and one blind. Above the apse is also a lance-shaped window.
Before the NAVE is a projecting NARTHEX placed with three rounded arches, which rest on two columns. Under the lean-to roof with Dutch tiles is ornamental brickwork, as well as around the arches. The three arches provide access to the entrance vestibule.
The main entrance of the church forms a double wooden entrance door with authentic fittings and rounded arch-shaped infill panel, bordered with ornamental brickwork. In the infill panel a cross and the letters Alpha and Omega are depicted in coloured decorative tiles. Next to the door is on each side a lance-shaped window with brick sill. At the point where the lean-to roof meets the front facade of the nave is the drip moulding.
In the second storey of the front facade of the nave there are then three narrow oblong windows, which are accentuated by ornamental brickwork. Above the windows is the inscription: "Through Mary to Jesus". In the gable of the nave is a niche with a statue of Mary on a brick base. The front facade of the nave is bounded by two pilasters, which end in a climbing arch frieze towards the ridge of the roof.
The CONSTRUCTION OF THE WALLS of the nave and the side aisles is virtually identical: they are divided by pilasters, and vertically connected by a drip moulding. Above the moulding is per bay a window, accentuated by ornamental brickwork. The walls of the nave and the side aisle on the left facade each contain six windows, in the right facade we find in the wall of the nave seven and the wall of the side aisle six windows as a result of the presence of the tower and the Maria Chapel. The roof of the nave contains five roof dormers.
The REAR FACADE is formed by a CHOIR and an APSE.
The choir is covered with a gabled roof with a natural stone cross on the ridge and two roof dormers. On the left facade is an extension under a lean-to roof, which serves as a auxiliary sacristy.
In the second storey are two windows. The right facade is hidden from view by an adjacent sacristy, transverse to the choir. The choir closes with a five-part apse with a half-conical roof and five windows in the second storey.
Of the INTERIOR of the church the following matters are of importance. Behind the entrance of the bell tower is a small hallway with authentic tiles, an iron spiral staircase to the gallery and a coffered ceiling. The main entrance leads out into a vestibule under the gallery. The GALLERY rests on three arches, supported by two columns. These arches have parallels that accentuate the entrance door and two windows (with leaded glass by Max Weiss, 1958) under the narthex. The gallery has a wooden balustrade with diamond motif (see decorations of exterior and tile floor of interior). The entire church is bordered by a decorative stone band at the height of the plinth and below the windows in the side aisles as well as below the windows of the nave.
The NAVE is broad in layout, while the SIDE AISLES are relatively narrow. Both in the nave and in the side aisles lie wooden coffered ceilings. Vaults are present in the choir and the Maria Chapel. Nave and side aisles are separated by an arcade of six rounded arches. The arches rest on brick columns and block capitals. Where two transverse arches meet, niches are placed for placing statues of saints. Above the niches runs a wide strip, which is bounded by brick mouldings. The side aisles have at the end a statue of a saint against a wall. The CHOIR is raised, in relation to the nave it is tapered and paved with marble. The choir is vaulted with a cross vault. On the right side an AUDITORIUM in the second storey of the sacristy gives a view of the choir and high altar. This auditorium consists of three rounded arches that rest on two small columns with block capitals. The apse in semi-circular form is tapered in relation to the choir and has a calotte. Also noteworthy are: the tile floor with recurring diamond motif (see also decorations in exterior), church pews with floral decorations), leaded glass windows in the priests' choir by Dr. H. Oidtmann from 1924, Stations of the Cross by A. Windhausen from 1938 in the side aisles and ten statues in the nave from the studio of Dr. P.J.H. Cuypers in Roermond.
The SACRISTY has a rectangular floor plan, is covered with a hipped roof with Dutch tiles, supported by wooden consoles and is built in two storeys with brick in common bond. The rounded arch-shaped windows contain leaded glass. The sacristy forms the connection between the church and the monastery and serves as a day chapel and sacristy (first storey) and as an auditorium for the monastery community (second storey).
In the FRONT FACADE are three facade panels, separated by pilasters. Each storey has the following layout: pilaster - window - pilaster - two windows - pilaster - two windows - pilaster. In the facade panels with the double windows there are between the two storeys brick diamond motifs. The sills are of natural stone and each storey has a drip moulding. The windows are accentuated by ornamental brickwork, which is also found below the gutter. In the REAR FACADE a low extension with six square windows and two doors in the first storey, and then four bays each with two windows, separated by pilasters and diamond-shaped motifs in the first and second storey. In the second storey a drip moulding runs below the windows.
Of the INTERIOR of the sacristy the following matters are of importance. The sacristy also serves as a day chapel.
The entrance to the sacristy is a heavy double wooden door with black natural stone sill. The pews are not authentic.
On the left in the sacristy/chapel are authentic storage cupboards with rich decorations. The six windows of the rear facade and the five windows of the front facade contain leaded glass with geometric figures. In the second storey is the oratory. The openings in the rounded arches are filled with glass panes from around 1980.
The MONASTERY has a T-shaped floor plan. The monastery has a projecting plinth, rectangular windows with a transom and brick sills, plastic window frames with glazing bars.
The building material used is brick in common bond.
The REAR FACADE from the sacristy viewed contains first a LOWER BUILDING of two storeys under a flat roof. The second storey is a new building with concrete lintel above the two rectangular windows. In the first storey we find two cellar windows, two windows and a door.
The following HIGHER BUILDING has three storeys under a mansard roof, covered with Dutch tiles and eighteen roof dormers. The rear facade of this higher building has a landing dating from around 1990, three windows, a blind window and a double wooden door in the first storey, five windows and a blind window in the second storey and two roof dormers under the mansard roof in the third storey. The rear facade of the following LOW BUILDING has one storey under a flat roof with six windows, four of which windows with glazing bars.
The FRONT FACADE of the monastery from the sacristy viewed contains two windows and door with fanlights in the first storey and three windows without glazing bars in the second storey. The SIDE FACADE of the forward-projecting HIGH BUILDING has six windows with glazing bars in the first storey, six windows with glazing bars in the second storey and seven roof dormers under the mansard roof. The FRONT FACADE has projecting brick decorations at the corners, four windows and a central door with brick decoration in rounded arch form in the first storey, four windows with and two windows without glazing bars in the second storey.
In the gable we find two windows with fanlights, two diamond-shaped decorations and a decorative cross of coloured brick. The roof contains two roof dormers. The RIGHT SIDE FACADE has six windows and six air and ventilation openings in the first storey, seven windows in the second storey and seven roof dormers. The front facade of the low extension has six windows without glazing bars, of which the fanlights are blocked up with wood and six air and ventilation openings. The extension, which is attached to this low building is excluded from protection.
The INTERIOR of the monastery is not substantially affected. The greatest change concerns the addition of a second storey on top of the kitchen in the section adjacent to the sacristy. In the second storey of the central building the ceilings have been lowered. Some rooms in the monastery have been enlarged or have been given a different purpose. In the third storey the floor has been raised approximately half a metre to route various conduits away. Most of the window frames and door posts of the interior are authentic as are the tile floor, and the terrazzo floor and wrought-iron balustrade of the stairwell.
In various rooms there are still authentic fireplace mantels present.
Valuation
The Roman Catholic Church Our Lady of the Immaculate Conception and Monastery of the Congregation of the Lazarists are of cultural-historical value as a particular expression of a spiritual and typological development. The construction of church and monastery is a response to a social development: the arrival of the railways and the many new inhabitants. The church possesses architectural-historical value because of its importance for the oeuvre of architect C.J.H. Franssen in Roermond, because of the high-quality qualities of the design and parts of the interior such as the colonnade with statues. Church with monastery possess ensemble value because of the particular significance of the objects for Mariaheide-Susteren. The church is finally of general importance on the grounds of the architectural-historical integrity of exterior and interior and the architectural-historical, construction-technical and typological rarity.
Nearby in the register
- St. JozefschoolOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Gedenkteken, Raadhuisplein tegenover 15Gedenktekenunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Heerenstraat 1Dienstwoningunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Heerenstraat 3Dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.