TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Tuinstraat 112

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1907
Address
Tuinstraat 112, 5038 DE Tilburg
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.55730, 5.08227
Monument number
521216

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "Manoeuvreerkaart der 3de Divisie Infanterie in 1889 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het WOONHUIS met ATELIER werd gebouwd in 1903 voor en door architect Jan van der Valk in Art Nouveaustijl. Het architectenbureau was gevestigd in het souterrain. Het pand maakt deel uit van een gevelwand in de binnenstad.

Omschrijving

Het vierlaagse pand heeft een plat dak met schild aan de voorzijde, waarop rode muldenpannen. De gevel is opgetrokken uit machinale baksteen en heeft een hoog uit blokken hardsteen bestaand basement.

Het pand is opgesplitst in twee gevelvlakken. Het linkergedeelte is tamelijk vlak uitgewerkt en benadrukt de horizontale lijn. Het rechtergedeelte accentueert de verticale lijn en heeft meer reliëf. De entree bevindt zich geheel links. Aan weerskanten van de hardstenen traptreden een getoogd kelderraampje, op de trap een eenvoudige vrijstaande schoenschraper. De eikenhouten paneeldeur is voorzien van een smeedijzeren sierrooster en een glas-in-lood raam dat een spin in haar web verbeeldt. Hiernaast zijramen en hardstenen stijlen die zich welven tot schoren voor de luifel, gedekt met leien in Maasdekking. Hierboven bevindt zich een hoog getoogd bovenlicht met glas-in-lood. Afgebeeld zijn gestileerde pelikanen, een krans met passer en driehoek als symbolen van de architect. Het souterrain bevat een breed meerdelig venster onder een stalen profielbalk met siernagels. Op de bel-etage twee getoogde schuifvensters. De hardstenen vensterdorpels zijn voorzien van een decoratief afvoergootje in het midden. De speklaag ter hoogte van de vensterdorpels werkt als horizontale verbinding tussen beide geveldelen van het pand. De bovenlichten zijn ingevuld met glas-in-lood landschappen. Alle vensters zijn voorzien van hardstenen aanzetstenen. De verdieping hierboven heeft een langgerekt balkon met een smeedijzeren balustrade, sierstaven en omranding in geometrische Jugendstil. In het midden dubbele balkondeuren, aan weerskanten schuifvensters. Driedelige bovenlichten met glas-in-lood, daarboven gekoppelde segmentbogen. Het fries rond en boven de bogen is gecementeerd. De houten gootlijst kraagt symmetrisch uit, boven de balkondeuren het meest; behalve geprofileerde gootklossen bevinden zich daar ook schoren. Centraal in het dakschild een dakkapel onder lessenaarsdak, aan de zijden bekleed met leien in Maasdekking. Houten luchtboogjes vormen een visuele verbinding met de schoren van de gootlijst. De beide delen van het pand worden visueel van elkaar en van de belendende panden gescheiden door lange verticale sleuven in het metselwerk, ondersteund door hardstenen kraagstenen.

Het rechter gedeelte van de gevel heeft een breed raam in het souterrain onder een stalen latei. Dit raam zwenkt door de schuingeplaatste zijramen naar binnen en is als zodanig het negatief van de erker daarboven, die zich uitstrekt over twee etages. Deze houten erker met schuine zijden heeft driedelige bovenlichten die zijn voorzien van glas-in-lood. Naast de bovenlichten van de tweede etage bevinden zich roostertjes met hardstenen dorpel en latei. De erker wordt beëindigd als loggia met smeedijzeren hekwerk met ranke uitzwenkende hoekstaven, die als lianen de ijzeren trekstang boven de korfboogvormige loggia grijpen. Aan weerskanten van de loggia forse hardstenen sluitstenen. Naast de loggia is er een smal gedeelte van een dakschild met van twee rijen rode muldenpannen, dat dit geveldeel bekroont.

Waardering

Het pand is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een sociaal-economische ontwikkeling, namelijk de schaalvergroting door woningbouw binnen het bestaande stedelijk weefsel en is van belang voor de typologische ontwikkeling van de atelierwoning. Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de stijl als een belangwekkende regionale variant op de Art Nouveau en de plaats in het oeuvre van de architect Van der Valk, die het bouwde voor eigen bewoning. Tevens is het belangrijk vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek en de samenhang tussen in- en exterieur. Het object heeft ensemblewaarde wegens de gaafheid van het exterieur in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Het is gaaf bewaard gebleven en als architectenwoonhuis zeldzaam.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The DWELLING HOUSE with STUDIO was built in 1903 for and by architect Jan van der Valk in Art Nouveau style. The architect's office was located in the basement. The building forms part of a façade wall in the city centre.

Description

The four-storey building has a flat roof with hipped roof at the front, covered with red half-round tiles. The façade is constructed of machine-made brickwork and has a high basement consisting of blocks of sandstone.

The building is divided into two façade sections. The left section is worked out fairly flatly and emphasises the horizontal line. The right section accentuates the vertical line and has more relief. The entrance is located at the far left. On either side of the sandstone steps a pointed-arch basement window, on the steps a simple freestanding boot scraper. The oak panelled door is fitted with a wrought-iron ornamental grille and a leaded glass window depicting a spider in its web. Next to it side windows and sandstone mullions that curve upward to form corbels for the canopy, covered with slates in Maas bond. Above this is a high pointed-arch fanlight with leaded glass. Depicted are stylised pelicans, a wreath with compass and triangle as symbols of the architect. The basement contains a broad multi-pane window beneath a steel profile beam with ornamental rivets. On the bel-étage two pointed-arch sash windows. The sandstone window sills are fitted with a decorative drip channel in the centre. The string course at the level of the window sills acts as a horizontal connection between both façade sections of the building. The fanlights are filled with leaded glass landscapes. All windows are fitted with sandstone quoins. The storey above has an elongated balcony with a wrought-iron balustrade, ornamental rods and edging in geometric Jugendstil. In the centre double balcony doors, on either side sash windows. Three-part fanlights with leaded glass, above them coupled segmental arches. The frieze around and above the arches is cemented. The wooden cornice projects symmetrically, most prominently above the balcony doors; in addition to moulded cornice blocks, corbels are also located there. Centrally in the hipped roof a dormer under a lean-to roof, at the sides covered with slates in Maas bond. Wooden relieving arches form a visual connection with the corbels of the cornice. Both sections of the building are visually separated from each other and from the adjoining buildings by long vertical joints in the brickwork, supported by sandstone corbels.

The right section of the façade has a broad window in the basement beneath a steel lintel. This window angles through the obliquely placed side windows inward and is as such the negative of the bay window above it, which extends over two storeys. This wooden bay window with angled sides has three-part fanlights fitted with leaded glass. Beside the fanlights of the second storey are small grilles with sandstone sill and lintel. The bay window ends as a loggia with wrought-iron railings with slender angled corner rods, which grip the iron tie rod above the basket-arch-shaped loggia like lianas. On either side of the loggia substantial sandstone voussoirs. Next to the loggia is a narrow section of a hipped roof covered with two rows of red half-round tiles, which crowns this façade section.

Valuation

The building is of general interest. It has cultural-historical importance as an example of socio-economic development, namely the scaling up through residential construction within the existing urban fabric, and is of significance for the typological development of the studio dwelling. The building has architectural-historical value owing to its style as a notable regional variant of Art Nouveau and its place in the oeuvre of architect Van der Valk, who built it for his own residence. It is furthermore important owing to the distinctive use of materials and ornamental details and the coherence between interior and exterior. The object has ensemble value due to the integrity of the exterior in relation to the structural and visual integrity of the urban surroundings. It has been preserved in good condition and as an architect's dwelling house is rare.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map