TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Vergadercentrum, Tuinstraat 66

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Vergadering en vereniging
Function
Vergadercentrum
Category
onroerend gebouwd
Built
1898
Address
Tuinstraat 66, 5038 DD Tilburg (and others)
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.55735, 5.08436
Monument number
521214

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "Manoeuvreerkaart der 3de Divisie Infanterie in 1889 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig CULTUREEL en VERGADERCENTRUM met KANTOOR en twee DIENSTWONINGEN van de R.K. Gildenbond Stichting uit 1898 naar ontwerp van de Tilburgse architect C.F. van Hoof in Eclectische stijl.

Na de in 1891 afgekondigde pauselijke encycliek Rerum Novarum is dit ambitieuze centrum van de prille katholieke arbeidersorganisatie ontstaan. Het gebouw gaf aan wat de strekking van de activiteiten van de organisatie zou zijn: de sociale en culturele verheffing van de katholieke arbeider, ondersteund door een eigen koffiehuis, werk- en vergaderruimte en een theater met mogelijkheden voor toneel en concerten. Het bestaat uit een voor- en een achterbouw. In het middengedeelte van de voorbouw, aan de Tuinstraat, bevinden zich onder andere het kantoor en het vergadercentrum. De dienstwoningen bevinden zich in de zijvleugels. In de achterbouw, op het achterterrein omgeven door bebouwing van de drie straten Telefoonstraat, Korte Tuinstraat en Langestraat, bevindt zich de theaterzaal. De hoofdingang is aan de zijde van de Tuinstraat. Rond 1960 is de theaterzaal aan de zuid- of achterkant met een eenlaagse aanbouw onder plat dak uitgebreid. Dit gedeelte valt buiten de bescherming.

Tussen 1917 en 1960 gaven hier regelmatig de twee officiële onderafdelingen van de R.K. Werkliedenvereniging en later de Katholieke Arbeidersbond (rechtopvolgers van de Gildenbond) hun voorstellingen: de zangvereniging 'de Vereenigde Zangers' en de amateurtoneelvereniging 'de Propylaeeën'. Vooral de laatste heeft perioden gekend van grote regionale faam en trok bij uitvoeringen voor een breed publiek volle zalen. De verenigingen hebben een grote rol gespeeld in de vrijetijdsbesteding op cultureel gebied van de volksklasse. In het begin van de zeventiger jaren heeft de zaal nog dienst gedaan als trefcentrum voor jongeren: de Carnaby-club. Anno 1999 wordt de voorbouw gebruikt voor huisvesting en de achterbouw voor detailhandel.

Omschrijving

De tweelaagse onderkelderde symmetrische voorbouw op rechthoekige plattegrond heeft een hoge drie traveeën brede middenvleugel gedekt door een schilddak en drie traveeën brede lagere zijvleugels gedekt door een mansarde. De daken zijn voorzien van grijze kruispannen.

Centraal in de middenvleugel bevindt zich de hoofdingang van de Gildenbond bestaande uit een dubbele voordeur met een rondboog en een enkele tussenstijl in het bovenlicht. In de paneeldeuren gietijzeren doorzichtroosters. Links hiervan de bredere hoofdingang van de op het achterterrein gelegen theaterzaal bestaande uit een dubbele voordeur met ellipsboog in bovenlicht en twee tussenstijlen. In het basement tussen beide voordeuren een hardstenen gevelsteen met het opschrift: "prima lapis positus" en de datum 20.4.1898. In de rechtse travee van de middenvleugel een zesdeligvenster met ellipsboog in bovenlicht met twee tussenstijlen. De drie gelijke segmentboogvensters op de verdieping hebben een afwijkende indeling. Onder zijn ze T-vormig met naar binnendraaiende ramen en het vaste bovenlicht heeft twee tussenstijlen met rond gesloten midden- en rechtgesloten zijramen. Hierin gekleurd glas-in-lood. De middelste travee bevat een gehakte natuurstenen cartouche met daarin het bouwjaar. Hierboven bevindt zich in het dak een gemetselde Vlaamse gevel met natuurstenen voluten en bekroonde top gedekt door een zadeldak. De muuropening hierin heeft een segmentboog en in de top een oeil de boeuf. Boven de zijtraveeën houten dakkapellen met door een piron bekroond vierzijdig torendakje gedekt. De dienstwoningen vormen elkaars spiegelbeeld. De muuropeningen hier zijn voorzien van segmentbogen. De T-vensters op de verdieping volgen de boog, die van de begane grond en het bovenlicht van de voordeur zijn aan de bovenkant recht gesloten en hebben een boogvulling van siermetselwerk. De linker woning heeft nog de oorspronkelijke paneelvoordeur met smeedijzeren doorzichtrooster. In het dak van beide woningen twee houten kapellen met door een piron bekroond schilddakje gedekt. De kozijnen van de dakkapellen van de voorbouw en de deur- en raamkozijnen van de middenvleugel zijn voorzien van snijwerk. Het theater met rechthoekige plattegrond staat loodrecht op de voorbouw en sluit hierop aan via een korte verbindingsgang. Het wordt grotendeels ingeklemd door belendende bebouwing en is gedekt door een wolfsdak voorzien van vier ventilatielantaarns op de nok. Het dak is belegd met grijze kruispannen. Aan de oostkant heeft de zaal over de volle diepte een lage eenlaagse uitgebouwde foyer onder plat dak met lichtkappen. De gevels van het theater hebben een indeling door lisenen. Elke travee heeft ter hoogte van het balkon twee of drie gietijzeren rondboogvensters met roedenverdeling. In de kopgevels bevinden zich bovendien naast de eerder genoemde vensters ook gietijzeren rondvensters met geometrische roedenverdeling. De traveeën van de zijgevels hebben een vierkante schoorsteen op het dak met manchet. Het opgaande werk bestaat uit een rode handgevormde baksteen gemetseld in kruisverband. De voorgevel aan de Tuinstraat is uitgevoerd als pilastergevel, deze wordt afgewisseld door speklagen van grijze baksteen. Bovendien is de gevel voorzien van een gele bakstenen plint en cordonlijst met een profielstenen rand. De plint is aangezet met hardsteen en de cordonlijst met een grijze baksteen. De pilasters worden door een boogfries met een rand van grijze baksteen met elkaar verbonden. De gevel wordt aan de bovenkant afgesloten door een kroonlijst op bakstenen consoles en kraagstenen. De kopgevels van het theater hebben een klimmend fries. Het oorspronkelijke interieur van de voorbouw is grotendeels weggetimmerd. Zichtbaar zijn twee gietijzeren pilaren met Corintisch kapiteel, achthoekige schacht en basement, ter overspanning van de grote voorkamer van de Gildenbond. In beide dienstwoningen bordestrappen met gedraaide trappaal, kuipstuk en leuningwrong. De hoge eenlaagse driebeukige theaterzaal van vijf traveeën diep heeft inwendig een rondlopend balkon dat door de toneelruimte doorbroken wordt. Het interieur is authentiek. Het bevat onder andere de toneelvloer, kleedruimten, zaal met balkon voorzien van stucgewelven en foyer met tegellambrizering en houten plafonds. Tien tweedelige gietijzeren pilaren met Corintisch kapiteel, een achthoekige schacht en basement dragen balkon- en kapconstructie. Het balkon heeft een houten balustrade.

Waardering

Het voormalig cultureel en vergadercentrum met kantoor en dienstwoningen is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een sociaal-economische ontwikkeling, namelijk de stichting van een cultuurcentrum ter verheffing van de katholieke volksklasse; het is tevens van belang als belangwekkend voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het volkstheater als gebouw voor de arbeidersbeweging. Architectuurhistorisch is het van belang vanwege het voor een katholiek complex uitzonderlijke gebruik van Eclectische stijlmotieven en de plaats in het oeuvre van de architect. Het gebouw is belangrijk vanwege de grote typologische en functionele zeldzaamheid. l

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former CULTURAL and MEETING CENTRE with OFFICE and two SERVICE RESIDENCES of the R.K. Gildenbond Foundation from 1898 designed by Tilburg architect C.F. van Hoof in Eclectic style.

Following the papal encyclical Rerum Novarum promulgated in 1891, this ambitious centre of the nascent Catholic workers' organisation was established. The building demonstrated the direction of the organisation's activities: the social and cultural advancement of the Catholic worker, supported by its own coffee house, working and meeting space, and a theatre with facilities for theatre performances and concerts. It consists of a front and rear building. In the middle section of the front building, on the Tuinstraat, are located among other things the office and the meeting centre. The service residences are situated in the side wings. In the rear building, on the back grounds surrounded by structures on three streets—Telefoonstraat, Korte Tuinstraat and Langestraat—is situated the theatre hall. The main entrance is on the Tuinstraat side. Around 1960 the theatre hall was extended on the south or rear side with a single-storey extension under a flat roof. This section falls outside the protected area.

Between 1917 and 1960 the two official sub-divisions of the R.K. Werkliedenvereniging and later the Katholieke Arbeidersbond (successors of the Gildenbond) regularly held their performances here: the choral society 'de Vereenigde Zangers' and the amateur theatre association 'de Propylaeeën'. The latter in particular experienced periods of great regional renown and attracted full halls at performances for a broad public. The associations played a major role in the leisure and cultural activities of the working class. In the early nineteen-seventies the hall still served as a meeting place for young people: the Carnaby-club. In 1999 the front building is used for housing and the rear building for retail.

Description

The two-storey undercellared symmetrical front building on a rectangular ground plan has a tall three-bay wide central wing covered by a hipped roof and three-bay wide lower side wings covered by a mansard roof. The roofs are fitted with grey interlocking tiles.

Centrally in the central wing is the main entrance of the Gildenbond consisting of a double door with a round arch and a single glazing bar in the fanlight. In the panelled doors are cast iron fanlights. To the left of this the wider main entrance to the theatre hall located on the back grounds consisting of a double door with an elliptical arch in fanlight and two glazing bars. In the basement between both doors a hardstone façade stone with the inscription: "prima lapis positus" and the date 20.4.1898. In the right bay of the central wing a six-pane window with elliptical arch in fanlight with two glazing bars. The three equal segmental arch windows on the floor above have a different arrangement. Below they are T-shaped with inward-opening casements and the fixed fanlight has two glazing bars with a round closed centre and right-closed side casements. Coloured stained glass is contained herein. The middle bay contains a dressed natural stone cartouche with the building year within it. Above this is situated in the roof a brick Flemish gable with natural stone volutes and a crowned top covered by a gabled roof. The wall opening therein has a segmental arch and at the top an oeil de boeuf. Above the side bays wooden dormers with a four-sided pyramidal roof topped by a finial. The service residences form mirror images of each other. The wall openings here are fitted with segmental arches. The T-windows on the floor above follow the arch, those of the ground floor and the fanlight of the door are closed straight at the top and have an arch filling of decorative brickwork. The left residence still has the original panelled door with wrought iron fanlight. In the roof of both residences two wooden dormers with a hipped roof topped by a finial. The frames of the dormers of the front building and the door and window frames of the central wing are fitted with tracery. The theatre with rectangular ground plan stands perpendicular to the front building and connects to it via a short connecting passage. It is largely enclosed by adjacent structures and is covered by a half-hipped roof fitted with four ventilation lanterns on the ridge. The roof is clad with grey interlocking tiles. On the east side the hall has over its full depth a low single-storey extended foyer under a flat roof with roof lights. The walls of the theatre have a division by pilasters. Each bay has at the level of the balcony two or three cast iron segmental arch windows with glazing bars. In the end walls are also cast iron round windows with geometric glazing bars in addition to the aforementioned windows. The bays of the side walls have a square chimney on the roof with a collar. The masonry consists of red hand-formed brick laid in Flemish bond. The front façade on the Tuinstraat is executed as a pilaster façade, this is alternated by courses of grey brick. Moreover the façade is furnished with a yellow brick plinth and a cornice with a moulded stone edge. The plinth is set with hardstone and the cornice with a grey brick. The pilasters are connected to each other by an arch frieze with an edge of grey brick. The façade is closed at the top by a cornice on brick consoles and corbels. The end walls of the theatre have a climbing frieze. The original interior of the front building has been largely boarded over. Visible are two cast iron pillars with Corinthian capital, octagonal shaft and basement, spanning the large front room of the Gildenbond. In both service residences are dog-leg stairs with turned newels, cove base and stair brackets. The tall single-storey three-aisle theatre hall of five bays deep has internally a running balcony which is interrupted by the stage space. The interior is authentic. It contains among other things the stage floor, dressing rooms, auditorium with balcony furnished with stucco vaults and foyer with tile wainscoting and wooden ceilings. Ten two-part cast iron pillars with Corinthian capital, an octagonal shaft and basement support the balcony and roof truss structure. The balcony has a wooden balustrade.

Valuation

The former cultural and meeting centre with office and service residences is of general importance. It has cultural-historical significance as an example of a socio-economic development, namely the establishment of a cultural centre for the advancement of the Catholic working class; it is moreover of significance as a noteworthy example of the typological development of the workers' theatre as a building for the labour movement. From an architectural-historical perspective it is of significance because of the exceptional use of Eclectic style motifs for a Catholic complex and its place in the architect's oeuvre. The building is important because of its great typological and functional rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map