TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Huize Olaertsduyn

Rockanje, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1910 - 1911
Address
Windgatseweg 2, 3235 NX Rockanje (Voorne aan Zee 28)
Place
Rockanje
Municipality
Voorne aan Zee
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.89733, 4.07550
Part of complex
520818
Monument number
520819

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 23 Brielle, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1910-1911 gebouwd LANDHUIS, hoofdonderdeel van de historische buitenplaats Olaertsduyn, gebouwd in Nieuw-Historiserende stijl naar ontwerp van J.W. Hanrath in opdracht van W. Smith.

Omschrijving

LANDHUIS opgetrokken in baksteen op een samengestelde plattegrond met dwarsvleugel en verdieping, onder met geglazuurde Hollandse pannen gedekte schilddaken, waarvan de hoge centrale kap gemetselde schoorstenen op beide nokhoeken heeft en de langere rechter dwarsvleugel van een derde schoorsteen is voorzien. De gevels hebben een trasraam en zijn voorzien van rechtgesloten gevelopeningen met ramen met roedenverdeling, die staan onder hanenkammen met zandstenen sluitstenen. De vensters staan boven hardstenen onderdorpels en een uitgemetselde 'baard' en zijn, afhankelijk van het formaat, tevens voorzien van een middenstijl, een tussendorpel, een kruiskozijn of samengesteld kozijn. De gevels worden beëindigd door een smalle, enigszins uitkragende gootlijst.

De asymmetrische voorgevel heeft een bescheiden hoofdentree in een onder een steekkap staande middenrisaliet. De boven een stoep staande deur is geplaatst tussen drieruits zijlichten en onder een houten luifel, die rust op vier, eveneens houten consoles. Het grote venster op de verdieping is het traplicht. De smalle terugliggende traveeën aan weerszijden van de ingangsrisaliet bevatten per bouwlaag een smal venster. Hier recht boven steken rechthoekige dakkapellen met gemetselde wangen, geprofileerde kroonlijst en openslaande ramen met roedenverdeling uit het dakschild.

De bredere linker risaliet heeft aan de voorzijde op de begane grond een venster met persiennes aan het onderraam. Het verdiepingsvenster is over de gehele hoogte met persiennes behangen. De linker zijgevel heeft op de begane grond een driezijdige erker met een venster in alle drie zijden en een geprofileerde kroonlijst. Het verdiepingsvenster is met luiken behangen. Uit het dakschild hierboven steekt een dakkapel als die boven de voorgevel.

De representatieve, symmetrische achtergevel is zuid-oost georiënteerd op het formele gedeelte van de tuin. De zijrisalieten bevatten per bouwlaag twee vensters, die net als de vensters in de linker risaliet van de voorgevel geheel (verdiepingsvensters) of gedeeltelijk (begane grond) met persiennes zijn behangen. De bredere, terugliggende middenpartij bevat op de begane grond een stel openslaande terrasdeuren onder bovenlicht en een venster aan weerszijden. De openslaande balkondeuren op de verdieping worden eveneens aan weerszijden geflankeerd door een venster. Het balkon beslaat de gehele breedte van de middenpartij en is voorzien van een een uit drie gelijke delen samengestelde balustrade met gedraaide balusters tussen vierkante hekpalen. De balustrade staat op een entablement met kroonlijst, dat wordt gedragen door twee enkele en twee dubbele zuilen met Dorische kapiteeltjes, die staan op gemetselde basementen met hardstenen dekplaten. De basementen van de dubbele zuilen zijn aan de voorzijde voorzien van terracotta tegeltjes met heraldische leeuwen en wapenschilden in reliëf. In de penanten op de begane grond en boven de deuren in de ondiepe zijden van de risalieten staan marmeren gevelstenen met portretten en een hardstenen gevelsteen met een mijter boven gekruiste sleutels. Uit het middelste deel van het dakschild steken drie dakkapellen. De middelste heeft een zadeldak en een fronton. De andere twee zijn er verder aan gelijk en tevens identiek aan de eerder genoemde dakkapellen.

Het huis heeft aan tuinzijde een door gemetselde muurtjes omgeven terras en een eveneens gemetselde trap naar de lager gelegen tuin. Het terras heeft een dek van klinkers, met in het midden een stalen zonnewijzer opgenomen in de bestrating. De linker risaliet is tevens de zuid-oostelijke kopgevel van de dwarsvleugel. Deze vleugel heeft een symmetrische langsgevel met vier vensters in beide bouwlagen. Evenals in de andere gevels zijn de vensters op de begane grond voorzien van persiennes aan de onderramen terwijl de verdiepingsvensters over de gehele hoogte met persiennes zijn behangen. In het midden van de gevel staan drie, boven elkaar geplaatste, ovale 'radvensters'. De noord-westelijke kopgevel van de dwarsvleugel bevat op de begane grond een boven een gemetseld stoepje staande paneeldeur onder een bovenlicht met snijraam en aan weerszijden van de deur een venster met diefijzers. De gevel is blind op de verdieping. De andere langsgevel is per bouwlaag voorzien van twee met persiennes behangen vensters, die gelijk zijn aan de vensters in de andere gevels.

Het inwendige van het huis is met name op de begane grond voor een groot deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De voordeur geeft toegang tot een deels van een tegellambrizering voorzien tochtportaal met een balkenplafond en handgeschilderde decors met vogels en bloemenvaas. In de deels betegelde en deel houten wand tussen portaal en hal bevinden zich deuren naar de garderobekast en de hal. Beide deuren en het tussenschot bevatten een raam met roedenverdeling. De hal heeft een houten balkenplafond, vensterbanken en een houten vloer en lambrizering, waarin roosters voor de verwarming. De schouw in de hal heeft een hardstenen haardplaat, een op twee Dorische hoekzuiltjes rustende boezem met geprofileerde en gecanneleerde lijsten en panelen in de houten schoorsteenmantel, en een betegelde haardwand met handgeschilderde decors van druif en granaatappel. De paneeldeuren staan in zware kozijnen. De brede doorgang naar het trappenhuis is korfboogvormig, de smallere doorgangen aan weerszijden naar de andere belendende ruimtes zijn rondboogvormig. De doorgang links van de trap voert naar een gang met een lambrizering van witjes, waaraan zich ook de keuken en de opgang van de diensttrap met trapkast bevindt. De diensttrap is samengesteld uit houten steektrappen met tussenbordessen en houten balustrades met trappalen. In de keuken zijn onder meer de lambrizering van witjes en een brede keukenkast met kroonlijst, laden en een viertal glasdeuren met roedenverdeling bewaard gebleven. In een belendende ruimte eenzelfde kast met drie glasdeuren. De deur rechts van de schouw geeft toegang tot de salon. Deze ruimte is evenals de meeste andere vertrekken op de begane grond voorzien van een plankenvloer, houten balkenplafond, vensterbanken, hoge paneellambrizeringen, een schouw met betegelde haardwand tussen houten pilasters met dorische kapiteeltjes en een voor een groot deel met panelen met gecanneleerde pilasters geklede boezem, alsmede een kabinet uit de bouwtijd. De doorgang rechts van de trapopgang voert onder meer naar een klein vertrek met onder meer ruiters op de handgeschilderde tegels van de tegellambrizering. De centrale, houten bordestrap is samengesteld uit drie steektrappen met twee tussenbordessen en eveneens houten trapbalustrades met twaalf trappalen en houten lambrizeringen. De deuren en de kozijnen op de verdieping zijn als die op de begane grond. In de gemoderniseerde vertrekken op de verdieping nog enkele oorspronkelijke onderdelen, waaronder een ingebouwde kast en tegellambrizeringen van witjes, waarvan enkele zijn voorzien van een handgeschilderd decor van mythologische zeefiguren. De gang heeft aan beide uiteinden een korfboogvormige toog. Ook de boog boven de trap is korfboogvormig. De zolderverdieping onder de houten kap toont de in het zicht gelaten, samengestelde spanten.

Waardering

Landhuis, hoofdonderdeel van de historische buitenplaats Olaertsduyn, van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde, de architectuurhistorische waarde en de ensemblewaarde.

- Het huis is van cultuurhistorische belang als een goed voorbeeld van een representatief landhuis als hoofdonderdeel van een 'jonge' buitenplaats, in traditionalistische trant uit het eerste kwart van de twintigste eeuw, en als een belangrijk onderdeel van een gebied dat een bijzonder landschappelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt.

- Het huis heeft architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteiten van het ontwerp van zowel het in- als het exterieur. Het huis is tevens van belang als een representatief werk uit het oeuvre van architect Hanrath.

- Het huis heeft ensemblewaarde vanwege de bijzondere samenhang met de gelijktijdig ontworpen tuin en omdat het deel uitmaakt van een groter, landschappelijk geheel.

- Het huis is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Country house built in 1910-1911, principal component of the historic country estate Olaertsduyn, built in New-Historicising style after a design by J.W. Hanrath on commission of W. Smith.

Description

Country house built in brick on a composite ground plan with cross wing and first floor, under hipped roofs covered with glazed Dutch tiles, of which the high central roof has brick chimneys at both ridge ends and the longer right cross wing is provided with a third chimney. The facades have ashlar and are provided with straight-headed wall openings with windows with glazing bars, which stand under crow-steps with sandstone keystones. The windows stand above hardstone sills and a flush masonry 'beard' and are, depending on the size, also provided with a central mullion, an intermediate sill, a cross window or composite window frame. The facades are finished with a narrow, slightly overhanging drip moulding.

The asymmetrical front facade has a modest main entrance in a centre risalit standing under a pitched roof. The door standing above a step is placed between three-pane side lights and under a wooden canopy, which rests on four, likewise wooden consoles. The large window on the first floor is the stairlight. The narrow recessed bays on either side of the entrance risalit contain per storey a narrow window. Directly above here rectangular dormer windows with brick cheeks, moulded cornice and opening windows with glazing bars project from the roof.

The wider left risalit has on the front on the ground floor a window with blinds on the lower window. The first floor window is hung with blinds over its full height. The left side facade has on the ground floor a three-sided bay with a window in all three sides and a moulded cornice. The first floor window is hung with shutters. A dormer projects from the roof above it as that above the front facade.

The representative, symmetrical rear facade is south-east oriented towards the formal part of the garden. The side risalits contain per storey two windows, which like the windows in the left risalit of the front facade are hung entirely (first floor windows) or partially (ground floor) with blinds. The wider, recessed central section contains on the ground floor a set of opening terrace doors under a fanlight and a window on either side. The opening balcony doors on the first floor are likewise flanked on either side by a window. The balcony spans the full width of the central section and is provided with a balustrade composed of three equal parts with turned balusters between square railings. The balustrade stands on an entablature with cornice, which is supported by two single and two double columns with Doric capitals, which stand on brick bases with hardstone capping. The bases of the double columns are on the front provided with terracotta tiles with heraldic lions and coats of arms in relief. In the piers on the ground floor and above the doors in the shallow sides of the risalits stand marble facade stones with portraits and a hardstone facade stone with a mitre above crossed keys. Three dormers project from the middle part of the roof. The middle one has a gabled roof and a pediment. The other two are otherwise equal to it and likewise identical to the aforementioned dormers.

The house has on the garden side a terrace surrounded by brick walls and likewise a brick staircase to the lower garden. The terrace has a paving of bricks, with a steel sundial incorporated in the paving in the middle. The left risalit is also the south-eastern end gable of the cross wing. This wing has a symmetrical long facade with four windows in both storeys. As in the other facades, the windows on the ground floor are provided with blinds on the lower windows while the first floor windows are hung with blinds over their full height. In the middle of the facade stand three, placed one above the other, oval 'radial windows'. The north-western end gable of the cross wing contains on the ground floor a panelled door standing above a brick step under a fanlight with a sliding sash and on either side of the door a window with anti-burglar bars. The facade is blank on the first floor. The other long facade is per storey provided with two windows hung with blinds, which are equal to the windows in the other facades.

The interior of the house is preserved in the original state to a large extent, particularly on the ground floor. The front door gives access to a draught vestibule partly provided with tile wainscoting, with a beam ceiling and hand-painted decoration with birds and flower vases. In the partly tiled and part wooden wall between vestibule and hall are doors to the wardrobe cupboard and the hall. Both doors and the intermediate partition contain a window with glazing bars. The hall has a wooden beam ceiling, windowsills and a wooden floor and wainscoting, with grilles for the heating. The fireplace in the hall has a hardstone hearth, a mantelpiece resting on two Doric corner columns with moulded and fluted lists and panels in the wooden chimney breast, and a tiled hearth wall with hand-painted decoration of grape and pomegranate. The panelled doors stand in heavy window frames. The broad passage to the stairwell is barrel-vaulted, the narrower passages on either side to the other adjoining rooms are round-arched. The passage to the left of the stairs leads to a corridor with wainscoting of white-painted wood, to which the kitchen and the service stairs with stair cupboard are also connected. The service stairs are composed of wooden straight flights with intermediate landings and wooden balustrades with stair posts. In the kitchen are preserved among others the wainscoting of white-painted wood and a broad kitchen cupboard with cornice, drawers and four glazed doors with glazing bars. In an adjoining room an identical cupboard with three glazed doors. The door to the right of the fireplace gives access to the salon. This room, like most other rooms on the ground floor, is provided with a plank floor, wooden beam ceiling, windowsills, high panelled wainscoting, a fireplace with tiled hearth wall between wooden pilasters with Doric capitals and a mantelpiece clothed for a large part with panels with fluted pilasters, as well as a cabinet from the building period. The passage to the right of the stair opening leads among others to a small room with among others horsemen on the hand-painted tiles of the tile wainscoting. The central wooden straight staircase is composed of three straight flights with two intermediate landings and likewise wooden stair balustrades with twelve stair posts and wooden wainscoting. The doors and window frames on the first floor are as those on the ground floor. In the modernised rooms on the first floor still some original components, including a built-in cupboard and tile wainscoting of white-painted wood, some of which are provided with hand-painted decoration of mythological sea figures. The corridor has at both ends a barrel-vaulted archway. Also the arch above the stairs is barrel-vaulted. The attic floor under the wooden roof shows the exposed, composite roof truss structure.

Valuation

Country house, principal component of the historic country estate Olaertsduyn, of general importance by reason of its cultural-historical value, architectural-historical value and ensemble value.

- The house is of cultural-historical importance as a good example of a representative country house as principal component of a 'young' country estate, in traditionalistic manner from the first quarter of the twentieth century, and as an important component of an area that has undergone a particular landscape development.

- The house has architectural-historical value by reason of the qualities of the design of both the interior and the exterior. The house is also important as a representative work from the oeuvre of architect Hanrath.

- The house has ensemble value by reason of the particular coherence with the contemporary designed garden and because it forms part of a larger, landscape whole.

- The house is also important by reason of the recognisability and the great degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map