TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nieuwe Kerk

IJmuiden, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1910 - 1911
Address
Kanaalstraat 250, 1975 BK IJmuiden (Velsen 27)
Place
IJmuiden
Municipality
Velsen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.46266, 4.60338
Monument number
520708

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de zuidzijde van de Kanaalstraat gelegen Nederlands-hervormde KERK uit 1910-1911 genaamd Nieuwe Kerk met ERFSCHEIDING. De kerk werd in opdracht van de Nederduitsch Hervormde Gemeente te Velsen/IJmuiden gebouwd door de firma P. Heeren en Zonen in IJmuiden naar ontwerp van de Londense architect W.A. Forsyth en de Haarlemse architect G. Meppelink. Het aandeel van Forsyth resulteerde in een sterk door de anglicaanse kerkbouw beïnvloede neogotische architectuur. Het initiatief voor de bouw was afkomstig van dominee Hendrik Willem Creutzberg wiens dochter Clara Catharina Elisabeth op 26 augustus 1910 de eerste steen legde. De keuze voor een kruisvormige plattegrond met een dooptuin in het koorgedeelte hing samen met het streven naar een liturgie die de gemeenschap meer actief liet deelnemen aan de eredienst. Het tussen de Kanaalstraat en de Kon. Wilhelminakade gesitueerde kerkterrein wordt zowel aan de voor- als achterzijde door een lage muur gescheiden van de openbare weg. Deze uit de bouwtijd daterende erfscheiding valt onder de bescherming.

N.B. De moderne laagbouw tegen de westgevel van de consistorie en het drieklaviers Pelsorgel uit 1964 maken geen deel uit van de bescherming.

Omschrijving

Driebeukige pseudobasiliek met een plattegrond in de vorm van een Latijns kruis, een rechte koorsluiting en tegen de rechter (W) transeptarm een evenwijdig aan het koor gesitueerde rechthoekige consistorie onder een zadeldak. De kerk is gedekt onder zadeldaken (middenschip, koor en transept) en lessenaardaken (zijbeuken). Op alle dakvlakken liggen rode OVH-pannen. De kruising wordt bekroond door een ranke achtzijdige houten dakruiter met een achtkante zinkgedekte spits waarop een kruis. De buitengevels zijn gemetseld in rode genuanceerde handvormsteen waalformaat in Vlaams verband met platvolle voeg en voorzien van een hoge plint. Onderaan de puntgevels en de schuin beëindigde gevelvlakken bevindt zich een schouder met zadeldakje. De horizontaal beëindigde muurdelen worden bovenaan afgesloten door getrapt uitkragend metselwerk waaronder een tandlijst. De enigszins terugliggende vensters hebben in rode profielsteen gemetselde stijlen, dorpels en dagkanten, met op de snijpunten daarvan zandsteen. Het merendeel van de vensters is voorzien van pastelkleurig glas in lood.

De voorgevel (N) heeft in het verlengde van het middenschip een tussen steunberen ingeklemde portaaluitbouw met lessenaardak waarin een risalerende spitsboogportiek onder een topgevel voorzien van vlechtingen. De via een drie treden tellende stoep van rode genuanceerde baksteen bereikbare portiek is voorzien van een met staande rabatplanken beklede dubbele spitsboogdeur met smeedijzeren deurbeslag. De aanzetten van de spitsboog zijn uitgevoerd in grijze natuursteen. Ter weerszijden van de ingang heeft het portaal twee kleine gekoppelde korfboogramen binnen een rechthoekig spaarveld. Boven de portaaluitbouw neemt een groot spitsboogvenster een groot deel van de voorgevel in beslag. De door steunberen in vier traveeën gelede zijbeuken zijn aan de zijde van de voorgevel gesloten. In de buitenste zijbeukstraveeën bevindt zich een door een gemetselde stijl en dito getoogde kalven in vieren gedeeld Tudorboogvenster; de binnenste traveeën zijn voorzien van een vergelijkbaar, maar breder en getoogd zesruits venster. De zijbeuken zetten zich voort tegen de noordgevel van het transept en zijn daar voorzien van eenzelfde venster in de buitenste travee en een smal tweeruits venster in de smalle binnenste travee. In de door steunberen geflankeerde transeptgevels bevindt zich een groot spitsboogvormig spaarveld waarin drie smalle en hoge spitsboogvensters en bovenin een rondnis. Op een dubbele deur na is de zuidgevel van het transept, evenals de zijmuren van het koor gesloten. In de door steunberen geflankeerde sluitzijde (Z) van het koor bevindt zich een groot spitsboogvenster als voor, maar hier deels voorzien van gebrandschilderd glas. Tegen de westzijde van het koor is de rechter zijbeuk voortgezet om plaats te bieden aan een orgel. In de zuidzijde hiervan bevinden zich twee smalle vensters boven elkaar. De rechthoekige consistoriekamer sluit via een tussenbouw met lessenaardak aan tegen de westelijke transeptarm. In de door overhoekse steunberen geflankeerde kopse zuidgevel van de consistorie bevindt zich een hoog kruisvenster. De oostgevel van de consistorie heeft in het midden een steunbeer en ter weerszijden een venster als in de portaaluitbouw van de voorgevel. In de aangrenzende smalle zuidgevel van de genoemde tussenbouw bevindt zich een getoogde dubbele deur met tweedelig bovenlicht.

Het INTERIEUR verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Achter de voordeur ligt een eikenhouten portaal met in beide zijden een eikenhouten dubbele deur waarin glas in lood. Het middenschip wordt gescheiden van de zijbeuken door achtkante pijlers van rode handvormsteen waarop dito spitsbogen. Naast alle pijlers en bogen zijn ook de venster- en deuromlijstingen in de kerk en de consistorie uitgevoerd in schoonmetselwerk van rode handvormsteen. Voor het overige zijn de wanden gepleisterd. De vensters in de zijbeuken zijn gevat in spaarvelden die tot aan de vloer doorlopen. De zware vieringspijlers dragen laag aangezette spitsbogen rond een vierdelig kruisgraatgewelf. Het middenschip, de transeptarmen, en het koor worden overwelfd door een eveneens gestuct spitstongewelf dat door gordelbogen geleed wordt. Onder deze tongewelven die minder breed zijn dan de onderliggende ruimte bevinden zich eikenhouten trekbalken rustend op korte muurstijlen voorzien van korbelen. De muurstijlen zijn geplaatst op hardstenen consoles. Het oorspronkelijke bankenplan is nog vrijwel intact. In het middenschip en de viering staan sobere eikenhouten banken die zich over de volle breedte uitstrekken. De transeptarmen hebben identieke banken dwars op die in het middenschip. Op de vloer, ook die van de gang naar de consistorie, liggen hardstenen tegels. De dooptuin in het koor heeft een verhoogde witmarmeren vloer afgesloten door een neogotisch doophek van eikenhout waartegen rechts een achthoekige neogotische preekstoel met op de zandstenen voet een via een dito trap waarlangs een smeedijzeren leuning bereikbare eikenhouten kuip die evenals het klankbord erboven verfraaid is met rijk houtsnijwerk. De wanden van het koor zijn evenals de achterwanden van het transept voorzien van een hoge eikenhouten paneellambrisering. Voor de rechter (W) koorwand staat de speeltafel van het in de nis erboven opgestelde Maarschalkerweerdorgel uit 1911 (in 1939 gewijzigd door Flentrop). Dit tweeklaviers koororgel telt 16 registers. Het grote koorvenster toont middenboven het bouwjaar "1911", waaronder een vuurtoren en een banderol met de tekst "ET LUX IN TENEBRIS LUCET" (en het Licht verlichtte de duisteris). Tot de nog grotendeels aanwezige oorspronkelijke inventaris behoren onder meer geelkoperen kroon- en wandluchters, een in het middenschip hangend scheepsmodel, een zandstenen doopvont, een avondsmaaltafel en een neogotische zetel met hoge rug. De deuren in de kerk en de nevenruimten zijn uitgevoerd als eikenhouten meerpaneelsdeuren. Van de dubbele deuren in de zuidgevel van het transept leidt de linker (O) naar buiten en de rechter (W) naar een op de buitendeur tussen consistorie en koor uitkomende gang waaraan de nevenruimten gesitueerd zijn. In de consistorie en de aangrenzende gerfkamer bevindt zich onder meer een schouw met een gepleisterde bovenboezem en een door een houten kroonlijst afgesloten onderboezem uitgevoerd in schoonmetselwerk van rode handvormsteen. De getoogde haardopening is bekleed met groene geglazuurde baksteen.

De ERFSCHEIDING langs de Kanaalstraat en de Kon. Wilhelminakade bestaat uit een lage, door een ezelsrug afgedekte muur van (oranje)rode handvormsteen waalformaat in kruisverband met snijvoeg. Middenvoor, ter plaatse van het pad naar de hoofdingang, wijkt de muur met kwartronde hoeken terug ter weerszijden van een houten toegangspoort ("lychgate") bestaande uit een lage dubbele poort met uitgespaarde vierpasmotieven tussen twee geschoorde stijlen die een schilddak dragen waarop rode OVH-pannen.

Waardering

De Nieuwe Kerk met bijbehorend interieur en erfscheiding is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een hervormde kerk uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, opgetrokken in een door de anglicaanse kerkbouw beïnvloede neogotische bouwtrant.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Located on the south side of Kanaalstraat, a Dutch Reformed CHURCH from 1910-1911 named Nieuwe Kerk with BOUNDARY WALL. The church was built on behalf of the Nederduitsch Hervormde Gemeente in Velsen/IJmuiden by the firm P. Heeren and Zonen in IJmuiden according to designs by London architect W.A. Forsyth and Haarlem architect G. Meppelink. Forsyth's involvement resulted in a strongly Anglican church architecture-influenced neo-Gothic architecture. The initiative for construction came from reverend Hendrik Willem Creutzberg whose daughter Clara Catharina Elisabeth laid the foundation stone on 26 August 1910. The choice for a cruciform plan with a baptismal font in the choir section was connected with the aim of achieving a liturgy in which the congregation participated more actively in the service. The church grounds, situated between Kanaalstraat and Kon. Wilhelminakade, are separated from the public road on both front and rear sides by a low wall. This boundary wall dating from the construction period falls under protection.

N.B. The modern low-rise building against the west gable of the consistory and the three-manual Pels organ from 1964 are not part of the protection.

Description

Three-aisled pseudo-basilica with a plan in the form of a Latin cross, a straight choir closure and against the right (W) transept arm a rectangular consistory parallel to the choir under a gabled roof. The church is covered with gabled roofs (central nave, choir and transept) and catslide roofs (side aisles). All roof surfaces are covered with red OVH tiles. The crossing is crowned by a slender octagonal wooden lantern with an octagonal zinc-covered spire topped with a cross. The outer walls are laid in red nuanced hand-moulded brick in Flemish bond with flush joint and fitted with a high plinth. At the base of the gable ends and obliquely finished wall surfaces is a shoulder with a small gabled roof. The horizontally finished wall parts are closed at the top by stepped projecting brickwork beneath which is a dentil course. The somewhat recessed windows have mullions, sills and lintels laid in red moulded stone, with sandstone at their intersections. Most of the windows are fitted with pastel-coloured stained glass.

The front facade (N) has in line with the central nave a portal projection set between buttresses with a catslide roof containing a projecting pointed-arch portico under a gable end fitted with lattice work. The portico, accessible via three steps of red nuanced brick, is fitted with a double pointed-arch door clad with upright rabbeted boards with wrought-iron door fittings. The springing of the pointed arch is executed in grey natural stone. On either side of the entrance the portal has two small paired basket-arch windows within a rectangular spandrel. Above the portal projection, a large pointed-arch window occupies a large part of the front facade. The side aisles, articulated by buttresses into four bays, are closed on the front facade side. In the outer side aisle bays is a Tudor-arch window divided into four parts by a laid mullion and curved tracery; the inner bays are fitted with a comparable but wider and curved six-pane window. The side aisles continue against the north gable of the transept and are there fitted with the same window in the outer bay and a narrow two-pane window in the narrow inner bay. In the transept gables flanked by buttresses is a large pointed-arch-shaped spandrel containing three narrow and tall pointed-arch windows and above a rose window. Apart from a double door, the south gable of the transept, as well as the side walls of the choir, are closed. In the choir closure (S) flanked by buttresses is a large pointed-arch window as above, but here partly fitted with stained glass. Against the west side of the choir, the right side aisle is extended to provide space for an organ. In its south side are two narrow windows one above the other. The rectangular consistory chamber adjoins the west transept arm via an intermediate structure with a catslide roof. In the end south gable of the consistory flanked by diagonal buttresses is a tall cross window. The east gable of the consistory has in the centre a buttress and on either side a window as in the portal projection of the front facade. In the adjacent narrow south gable of the mentioned intermediate structure is a curved double door with two-part fanlight.

The INTERIOR is still largely in its original state. Behind the front door lies an oak portal with on both sides an oak double door with stained glass. The central nave is separated from the side aisles by octagonal pillars of red hand-moulded brick with matching pointed arches. Alongside all pillars and arches, the window and door surrounds in the church and consistory are executed in exposed brickwork of red hand-moulded stone. For the rest the walls are plastered. The windows in the side aisles are set in spandrels that extend to the floor. The heavy crossing pillars carry low-set pointed arches around a four-part cross vault. The central nave, the transept arms, and the choir are vaulted with a similarly stuccoed barrel vault that is articulated by ribs. Under these barrel vaults which are narrower than the underlying space are oak tie-beams resting on short wall pillars fitted with corbels. The wall pillars are placed on sandstone consoles. The original pew arrangement is still largely intact. In the central nave and crossing stand sober oak pews that extend across the full width. The transept arms have identical pews transverse to those in the central nave. On the floor, including that of the corridor to the consistory, are sandstone tiles. The baptismal font in the choir has a raised white marble floor closed off by a neo-Gothic oak baptismal screen against which stands on the right an octagonal neo-Gothic pulpit on a sandstone base reached via a sandstone stair with wrought-iron railing with an oak tub decorated like the sounding board above with rich woodcarving. The walls of the choir as well as the rear walls of the transept are fitted with high oak panelled wainscoting. In front of the right (W) choir wall stands the console of the Maarschalkerweerdorgel from 1911 (modified in 1939 by Flentrop) installed in the recess above. This two-manual choir organ has 16 stops. The large choir window shows in the centre above the construction year "1911", below which a lighthouse and a banderol with the text "ET LUX IN TENEBRIS LUCET" (and the Light shone in the darkness). Among the original furnishings largely still present are brass crown and wall lights, a ship model hanging in the central nave, a sandstone baptismal font, a communion table and a neo-Gothic seat with high back. The doors in the church and adjacent spaces are executed as multi-panel oak doors. Of the double doors in the south gable of the transept, the left (E) one leads outside and the right (W) one leads to a corridor opening onto the outer door between consistory and choir to which the adjacent rooms are situated. In the consistory and the adjoining scullery room is among other things a fireplace with a plastered upper breast and lower breast closed by a wooden cornice executed in exposed brickwork of red hand-moulded stone. The curved fireplace opening is clad with green glazed brick.

The BOUNDARY WALL along Kanaalstraat and Kon. Wilhelminakade consists of a low wall crowned with a saddle crest of (orange)red hand-moulded brick in cross bond with flush joint. Centre front, at the location of the path to the main entrance, the wall recedes with quarter-round corners on either side of a wooden access gate ("lychgate") consisting of a low double gate with recessed four-foil motifs between two braced pillars that carry a hipped roof covered with red OVH tiles.

Valuation

The Nieuwe Kerk with its associated interior and boundary wall is of general importance for its architectural and cultural-historical value as a well-preserved example of a Reformed church from the first quarter of the 20th century, erected in a neo-Gothic style influenced by Anglican church architecture.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map