Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Straatweg 37
Breukelen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1908 - 1909
- Address
- Straatweg 37, 3621 BG Breukelen (Stichtse Vecht 26)
- Place
- Breukelen
- Municipality
- Stichtse Vecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.16945, 5.00369
- Monument number
- 520644
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1901 map "31 Utrecht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KERK van het type (pseudo-)kruiskerk, in opdracht van de Gereformeerde kerken in Nederland in 1908/9 ontworpen door architect A. Griffioen in een gemengde stijl met invloeden van het Rationalisme.
De Gereformeerde kerk van Breukelen is in 1893 ontstaan door het samengaan van twee gemeenschappen van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Vanaf 1903 startte binnen de kerk de discussie over een nieuw kerkgebouw met pastorie en paardenstalling. De nieuwe kerk werd in 1908/9 uitgevoerd met centrale verwarming en gasverlichting. Het bankenplan en de meubels waren van de hand van J. de Jager.
In 1965 zijn de ingangspartij en de trappen naar de galerij gewijzigd. Bovendien werden podium, doopvont, banken en deuren vernieuwd. Daarnaast is het glas-in-lood vervangen. In 1978 liet de kerkeraad van de Gereformeerde kerk het kerkgebouw aan de achterzijde uitbreiden met een vergaderruimte en jeugdwerkaccomodatie naar ontwerp van Leicher B.V. Deze uitbreiding is voor de bescherming van rijkswege van ondergeschikt belang. In 1998/9 is de kerk opnieuw verbouwd, waarbij onder meer het entreeportaal betrokken is.
N.B. Het interieur is voor de bescherming van rijkswege van ondergeschikt belang, omdat de inventaris en de interne indeling niet meer oorspronkelijk zijn.
N.B. De ten zuiden van de kerk gelegen pastorie uit 1905/06, eveneens van architect A. Griffioen, valt buiten de bescherming van rijkswege omdat deze van onvoldoende architectonische waarde wordt geacht voor plaatsing op de rijksmonumentenlijst.
Omschrijving
De kerk heeft een T-vormige plattegrond en bestaat uit een noordoost-zuidwest georiënteerd, drie traveeën lang schip met transepten. Op de rechterhoek van de voorgevel van het kerkgebouw bevindt zich een in de gevelwand opgenomen klokkentoren met tentdak. De linkerhoek wordt door een soort laag opgemetseld opzetstuk, voorzien van een tentdak gemarkeerd. Het schip heeft een zadeldak, dat aan beide uiteinden is afgesloten met een tuitgevel met ezelsruggen en is voorzien van bakgoten. De transepten zijn uitgevoerd met tuitgevels. In beide oksels van het T-vormig grondvlak bevindt zich een éénlagige uitbouw onder lessenaarsdak, waarin een entree gesitueerd is. De kerk is kruisverband, met boven een trasraam en in baksteen opgetrokken. Vensters en deuren zijn uitgevoerd met hardstenen dorpels en lateien en zandstenen raamtraceringen. De vensters komen in twee hoofdtypen voor. Er zijn rechtgesloten enkele of gekoppelde vensters onder ontlastingsbogen met gemetselde penanten. De vensters bevatten glas-in-lood ramen. De overige vensters zijn rondboogvormige twee- en drielichtvensters onder rollaag met bakstenen penanten en traceringen, afgeschuinde of inspringende dagkanten en bakstenen afzaten en glas-in-lood ramen. De entree's hebben een geprofileerde bovendorpel en de dagkanten zijn aan weerszijden in het vlak bezet met gebeeldhouwde zuiltjes. De houten deuren zijn voorzien van ruiten en hebben rijk beslag. De daken zijn gedekt met leien in maasdekking. Ten zuidwesten van dit kerkgebouw is een samengesteld volume op rechthoekige plattegrond gebouwd, waarin zich onder meer de kosterswoning en de consistorie bevinden. Dit volume heeft een dwars op de kerk geplaatst zadeldak, dat aan de zuidzijde met een tuitgevel en aan de noordzijde met een dakschild is afgesloten. Het dak is gedekt met gesmoorde Tuiles du Nord. De dakvoeten zijn voorzien van bakgoten met houten lijsten en geprofileerde klossen. Aan de zuidoostzijde van dit volume bevindt zich een volume van anderhalve bouwlaag met plat dak. De drie assen tellende voorgevel aan de Straatweg (noordoostzijde) bevat een middenas met de licht risalerende hoofdentree en daarboven een groot rondboogvormig venster. De entree bestaat uit een dubbele rechtgesloten deur voorzien van dubbele rondboogvormige ruiten met glas-in-lood. Boven het natuurstenen kalf bevindt zich een driehoekig tympaan, dat afgesloten wordt met een schuine, bakstenen lijst. Hierin is een rondboogvormige tracering met pilasters aangebracht, waarboven een cirkelvormige opening. Het grote rondboogvormige venster heeft een tracering bestaande uit een achtdelig rozetvenster, onderverdeeld door pilasters met ionische kapitelen. In de topgevel komen twee kleine rondboogvensters. Aan weerszijden van de middenas komen op de begane grond een smal rechtgesloten venstervoor met daarnaast een gekoppeld venster met een natuurstenen penant in de vorm van een geprofileerd zuiltje. Op de verdieping bevindt zich links en rechts van het grote venster een enkel rechtgesloten venster. Links bovenin bevindt zich een gekoppelde, rondboogvormige blindnis. Rechts van het rondvenster bevindt zich een driedelig rechtgesloten venster. Ter hoogte van de nok van het schip is de toren aan drie zijden opengewerkt door grote rondboogvormige openingen die zijn voorzien van een bakstenen balustrade, afgewerkt met afgewerkt met natuurstenen lijsten. Aan vier zijden zijn op de hoeken sierankers aangebracht. In de licht uitkragende bovenste geleding bevat ieder gevelvlak twee rondboogvormige vensters. De gevels worden afgesloten met uitgemetselde sierranden. De torenhelm is licht ingesnoerd en bevat een ijzeren windvaan. De eerste as van de rechterzijgevel van de toren (noordwestzijde) bevat een entree met gemetselde stoep en enkele houten deur met zes ruiten. De latei fungeert tevens als lekdorpel van een twee-delig rechtgesloten venster. Daarboven bevindt zich een enkel en een driedelig rechtgesloten venster.
De nagenoeg identieke zijgevels van het schip kenmerken zich door de strakke driedeling, ontstaan door uitgemetselde, zich tweemaal verjongende steunberen met natuurstenen dekplaten. Tussen de steunberen worden de gevelvlakken afgesloten met uitgemetselde sierranden met zaagtandlijsten. Voorts hebben de zijgevels telkens een gekoppeld rechtgesloten venster met daarboven een rondboogvenster. De kopgevels van de transepten bevatten elk een vierdelig rechtgesloten venster met daarboven een drielichtvenster met een hoog midden venster, voorzien van neoromaanse bakstenen traceringen. De entree's onder lessenaarsdak zijn aan de noordoostzijde uitgevoerd met dubbele deuren met zes ruiten en bakstenen sierlijsten (gedetailleerd als de gevels van het hoofdvolume). In beide, met een ezelsrug afgesloten zijgevels (noordwest- en zuidoostzijde), bevindt zich een enkel rechtgesloten venster. De twee assen tellende voorgevel van de consistorie/kosterswoning heeft in de eerste bouwlaag links een entree met een enkele houten één-ruits paneeldeur, houten luifel op geprofileerde klossen, gedragen door tuien en een twaalfdelig bovenlicht en rechts een houten kruisvenster met negenruits bovenramen. Op de verdieping bevinden zich twee kruisvensters. Deuren en venster worden afgesloten door segmentbogen met decoratieve boogvulling. Het dakschild wordt doorbroken door een dakkapel met steekkap. In de achtergevel (zuidwestzijde) bevinden zich in de eerste laag twee kruisvensters en rechts op de verdieping twee vensters.
In het interieur is de T-vormige kerkruimte met de twee snijdende houten tongewelven met houten kraaldelen van belang. Ter plaatse van de kruising, waar orgel en preekstoel geplaatst zijn, bevindt zich een achtdelig kruisribgewelf. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. De aanzetten van de gewelven steunen op decoratief uitgemetselde bakstenen consoles in geel en rood. De gordelbogen lopen door ter plaatse van deze consoles en worden ondersteund door houten, langgerekte sleutelstukken. Deze forse, geprofileerde sleutelstukken zijn via een anker met geslagen ijzeren kopplaat met de bakstenen consoles verbonden. De gevels zijn bepleisterd. De boven- en onderdorpels en traceringen van de venster bestaan uit schoon metselwerk.
Waardering
De Gereformeerde kerk is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als uitwendig gaaf bewaard voorbeeld van een (pseudo-)kruiskerk met een aangebouwde kosterswoning uit 1908/1909 in een gemengde stijl met invloeden van het neoromaans en het Rationalisme; vanwege de karakteristieke hoofdvorm; vanwege de situationele waarde door de beeldbepalende ligging op de hoek van de Straatweg en de Willink van Collenstraat.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CHURCH of the type (pseudo-)cruciform church, commissioned by the Gereformeerde Kerken in Nederland, designed in 1908/9 by architect A. Griffioen in a mixed style with influences from Rationalism.
The Gereformeerde church of Breukelen originated in 1893 through the merger of two congregations of the Gereformeerde Kerken in Nederland. From 1903 onwards, discussions within the church began about a new church building with a parsonage and horse stable. The new church was constructed in 1908/9 with central heating and gas lighting. The seating plan and furnishings were by J. de Jager.
In 1965 the entrance section and the stairs to the gallery were modified. Furthermore, the pulpit, font, pews and doors were renewed. In addition, the stained glass was replaced. In 1978 the church council of the Gereformeerde church had the church building extended at the rear with a meeting room and youth work accommodation designed by Leicher B.V. This extension is of minor importance for national monument protection. In 1998/9 the church was rebuilt again, including the entrance foyer.
N.B. The interior is of minor importance for national monument protection, because the furnishings and internal layout are no longer original.
N.B. The parsonage to the south of the church, dating from 1905/06 and also designed by architect A. Griffioen, falls outside national monument protection because it is not considered to have sufficient architectural value for inclusion on the national monuments register.
Description
The church has a T-shaped floor plan and consists of a northeast-southwest oriented nave three bays long with transepts. At the right corner of the front facade of the church building is a bell tower incorporated in the gable wall with a hipped roof. The left corner is marked by a kind of low masonry superstructure, fitted with a hipped roof. The nave has a gabled roof, which is closed at both ends with a spout gable with saddle backs and is fitted with gutters. The transepts are executed with spout gables. In both recesses of the T-shaped floor plan is a single-storey extension under a half-hipped roof, in which an entrance is situated. The church is in stretcher bond, with a sash window above and constructed in brick. Windows and doors are executed with sandstone sills and lintels and sandstone window traceries. The windows come in two main types. There are straight-topped single or coupled windows under relieving arches with morticed pilasters. The windows contain stained glass panes. The remaining windows are semicircular two- and three-light windows under a roller course with brick pilasters and traceries, bevelled or recessed reveals and brick sills and stained glass panes. The entrances have a profiled upper sill and the reveals are fitted on both sides in the plane with carved small columns. The wooden doors are fitted with panes and have rich fittings. The roofs are covered with slate in Dutch bond. To the southwest of this church building is a composite volume on a rectangular floor plan constructed, in which the sexton's dwelling and the consistory are situated. This volume has a gabled roof placed transversely to the church, which is closed at the south side with a spout gable and at the north side with a roof shield. The roof is covered with dampened Tuiles du Nord. The roof eaves are fitted with gutters with wooden lists and profiled corbels. On the southeast side of this volume is a volume of one-and-a-half storeys with a flat roof. The three-bay front facade on the Straatweg (northeast side) contains a central axis with the slightly projecting main entrance and above it a large semicircular window. The entrance consists of a double straight-topped door fitted with double semicircular panes with stained glass. Above the natural stone plinth is a triangular tympanum, which is closed off with a slanting brick list. In this is a semicircular tracery with pilasters, above which is a circular opening. The large semicircular window has a tracery consisting of an eight-part rose window, subdivided by pilasters with Ionic capitals. In the gable two small semicircular windows appear. On either side of the central axis on the ground floor is a narrow straight-topped window opening with next to it a coupled window with a natural stone pilaster in the form of a profiled column. On the upper floor to the left and right of the large window is a single straight-topped window. At the upper left is a coupled, semicircular blind opening. To the right of the round window is a three-part straight-topped window. At the height of the ridge of the nave, the tower is opened up on three sides by large semicircular openings which are fitted with a brick balustrade, finished with natural stone lists. On the four corners are ornamental wall anchors fitted. In the slightly projecting upper section each facade contains two semicircular windows. The facades are closed off with morticed decorative edges. The tower helm is slightly pinched and contains an iron weathervane. The first bay of the right side facade of the tower (northwest side) contains an entrance with morticed step and a single wooden door with six panes. The lintel also functions as a drip sill of a two-part straight-topped window. Above this is a single and a three-part straight-topped window.
The nearly identical side facades of the nave are characterized by the taut three-part division, created by morticed, twice tapering buttresses with natural stone coping plates. Between the buttresses the facade surfaces are closed off with morticed decorative edges with sawtooth lists. Furthermore, the side facades each have a coupled straight-topped window with above it a semicircular window. The end gables of the transepts each contain a four-part straight-topped window with above it a three-light window with a tall central window, fitted with neo-Romanesque brick traceries. The entrances under the half-hipped roof are executed on the northeast side with double doors with six panes and brick decorative lists (detailed as the facades of the main volume). In both, closed off with a saddle back, side facades (northwest and southeast side), is a single straight-topped window. The two-bay front facade of the consistory/sexton's dwelling has on the ground floor on the left an entrance with a single wooden one-pane panel door, wooden canopy on profiled corbels, supported by braces and a twelve-pane fanlight and on the right a wooden cross window with nine-pane upper sashes. On the upper floor are two cross windows. Doors and window are closed off by segmental arches with decorative arch filling. The roof shield is interrupted by a roof dormer with a jutting roof. In the rear facade (southwest side) are on the first storey two cross windows and on the right on the upper floor two windows.
In the interior, the T-shaped church space with the two intersecting wooden barrel vaults with wooden bead divisions is of importance. At the point of crossing, where the organ and pulpit are placed, is an eight-part cross-ribbed vault. Organ and organ case are of no value from the point of view of monument conservation. The springing of the vaults rest on decoratively morticed brick consoles in yellow and red. The wall arches run through at the point of these consoles and are supported by wooden, elongated keystones. These substantial, profiled keystones are connected to the brick consoles via an anchor with wrought iron coupling plate. The facades are plastered. The upper and lower sills and traceries of the windows consist of fair-faced masonry.
Valuation
The Gereformeerde church is of general importance because of its architectural-historical value as an externally well-preserved example of a (pseudo-)cruciform church with an adjoining sexton's dwelling from 1908/1909 in a mixed style with influences from neo-Romanesque and Rationalism; because of its characteristic main form; because of its situational value through its image-determining location at the corner of Straatweg and Willink van Collenstraat.
Nearby in the register
- Woonhuis, Straatweg 43Woonhuisunder 1 mi
- Entreehek met schamppalenTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- ParkaanlegTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- HoofdgebouwKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.