Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Harlingerstraatweg 6
Leeuwarden, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1931
- Address
- Harlingerstraatweg 6, 8916 BB Leeuwarden (and others)
- Place
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.20443, 5.78594
- Monument number
- 519897
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Stanford LibrariesUtrecht University Library
2 historical maps cover this location, the earliest the 1937 map "North west Europe 1:250,000" (Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
DRIEVOUDIGE VILLA gebouwd in Interbellum-architectuur met zowel Expressionistische als romantische detailleringen, in 1931 ontworpen door D. Kalma en G. Witteveen. In het oeuvre van dit architectenkoppel dat in de jaren twintig en dertig veel herenhuizen en villa's voor welgestelden bouwde, is deze drievoudige villa, op de bouwtekening van 9 februari 1931 noemen de architecten het een `drievoudig landhuis', een kenmerkend project. Opdrachtgevers waren een mevrouw Spoelstra, Hero de Vries en burgemeester Van Beijma.
Het is een van de grootste bouwvolumes aan de Harlingerstraatweg geworden, de oude dijk naar Marssum, later uitvalsweg naar Harlingen die aanvankelijk, aan het eind van de negentiende eeuw, aarzelend, maar vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw in toenemende mate bebouwd werd met villa's en herenhuizen.
Omschrijving
EXTERIEUR: Drievoudige villa waarvan de oostelijke 6, de middelste 6a en de westelijke 6b is genummerd. Het geheel is gebouwd op een rechthoekige plattegrond met een dwarspand en enkele uit- en aanbouwsels. Het heeft een bouwvolume opgeleverd van een evenwijdig aan de straat gelegen breed langspand van twee lagen met een hoog zadeldak met afwolvingen en een kort dwarspand dat aan de voorzijde in twee lagen met een schildkap risaleert en aan de achterzijde binnen het hoofdvolume tot drie lagen oprijst en daar voorzien is van een wolfskap. De oostelijke woning loopt tot en met de flink vooruitspringende, rechthoekige erker met balkon voor de verdieping; de middelste woning van genoemde erker tot het midden van de risalerende uitbouw en de westelijke woning bestaat uit de andere helft van het risaliet en het laatste stuk van het langspand. De twee uiterste woningen hebben de toegangspartijen in de zijgevels. De twee deuren die nagenoeg in het midden zitten kunnen voor de afgrenzing van de woningen misverstand wekken. De rechter deur is niet de ingang van de oostelijke woning, maar de deur van de inpandige steeg van de middelste woning. Het pand is gemetseld van gemêleerde helderrode baksteen, in halfsteensverband en met verdiepte lintvoegen. De bij toegangspartijen, bloembakken en dergelijke expressief verschietende basementen, alsmede de achtergevel zijn van een iets donkerder baksteensoort opgetrokken. De kappen zijn gedekt met riet en hebben overstekken die op de hoeken worden ondersteund door uitstekende zware balken, oorspronkelijk groen geschilderd met rode kopse kanten. Op de grens van oostelijke en middelste woning staat een kleine schoorsteen op de nok. Aan de achterzijde is op die grens vanuit de achtermuur een hoge, gecombineerde keukenschoorsteen opgetrokken; die van de westelijke woning is uitgemetseld vanuit het achterschild van de kap. De aan de achterzijde aangebouwde bijkeukens en bergingen hebben platte daken; de bijkeuken van nummer 6a is aan de achterzijde in later tijd uitgebouwd.
De woningen bezitten voornamelijk grote venster- en erkerpartijen, oorspronkelijk deels, en wat de bovenlichten betreft nog steeds, met loodststrips in ruitjes verdeeld. Op de begane grond zijn het veelal grote, ongedeelde vensters met vierledige bovenlichten; op de verdiepingen drie- en vierlichtsvensters. Alleen die van de westelijke woning is deze grootmazige glas-in-lood indeling nog geheel in oorspronkelijke staat. Zowel aan de voorzijde in de kappen, als bij de zij- en achtergevels onder de wolfseinden van de rietkappen vensterlinten van kleinere maat ter verlichting van de derde laag. Die in de kap aan de voorzijde zijn opgenomen in brede kapellen met hoog aangekapte lessenaarsdaken. Nummer 6 bezit aan de achterzijde bovendien een lichtpui met deur naar een plat op de tweede en een drieledig venster in kapeluitbouw op de derde laag, voorzien van glas-in-lood ter verlichting van de trappenhal. De ingangspartijen kregen bijzondere aandacht. De rondgesloten deur van nummer 6, is nagenoeg in het midden van de zijgevel opgenomen in een iets uitgemetselde, waaiervormige rondpas. Schuin boven de deur zit midden in de gevel op de verdieping het meest expressieve element van het hele pand: een tweeledig venster met glas-in-lood in wigvorm, gedeeld door een van bovenaf lopende muurstijl die bij het venster in een golfvormig profiel is gezaagd. De rechtgesloten deuren met zijlichten van nummer 6a, van woning en steeg, zijn tussen de erker van nummer 6 en het risaliet samengevat onder een flinke betonnen luifel met een zesledig bovenlicht erboven. De ingangspartij van nummer 6b in de zijgevel bestaat uit een risalerende rechthoekige partij met lichten in de zijgevels, een betonnen luifel en te weerszijden gemetselde bloembakken.
INTERIEUR: Van de woning nummer 6 is de inrichting van voornamelijk de begane grond met behoud van de oorspronkelijke structuur flink veranderd. Op de verdiepingen is de inrichting nog goedeels oorspronkelijk met deuren met omlijstingen, kastenblokken en dergelijke. Die inrichting heeft geen bijzondere kenmerken.
Woning nummer 6a mist op de begane grond de suite-inrichting, maar in de vertrekken zijn de oorspronkelijke plafonds van zachtboard in een patroon met rand en rechthoekige vakken nog aanwezig. De gerichtheid van de keuken is gewijzigd. De bijzondere structuur van trappen, verschietend van de eerste naar de tweede trap, is oorspronkelijk; de tweede trap ligt boven de nog oorspronkelijke, interne steeg. Op de verdiepingen de oorspronkelijke structuur. Woning nummer 6b is goeddeels oorspronkelijk. Op de beganegrond een vestibule met dubbele glasdeur - waar glas-in-lood uit is verdwenen - en hal, beide voorzien van lambrizering van zachtgroene tegels met zwart randje en granito vloeren in wit met bruine velden en zwart met witte randen. Naast de vestibule wit betegeld toilet. Keuken met drieledig venster met onderlichten met brut glas, witte betegeling, met zwart randje, over de gehele wanden. Tegenover het venster een kastenwand met schouw, oorspronkelijk de plaats van de kachel met ketel van de centrale verwarming. Vanuit de keuken toegang tot grote, onder de hal met vestibule gelegen kelder. Achter de keuken bijkeuken en kolenhok. Kamers en suite met aan de voorzijde een `zijzit', een zijkamer die met een open wandkader met de voorkamer verbonden is. Suitedeuren met houten roeden en tussen kasten aan alle zijden. De achterkamer op de tuin geopend met openslaande deuren - waar glas-in-lood uit is verdwenen - met zij- en bovenlichten. Alle paneeldeuren zijn vlak beplaat met behoud van de oorspronkelijke deuren. Vanuit de hal loopt de ruim bemeten trap naar een ruim overloop, voorzien van dichte leuningen/borstweringen met uitgespaarde golfmotiefjes; het onderste deel vervangen. De trappenhal wordt verlicht door een groot glas-in-lood venster met onderlichten met brut glas. Bovenhal en slaapkamers alle met oorspronkelijke paneeldeuren en plafond met kleine balkjes. Op de oorspronkelijk open zolder achter een trapportaal zijn in de jaren vijftig vier slaapkamers afgetimmerd.
WAARDERING
De drieledige villa is architectuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig van algemeen belang
- vanwege de kenmerkende plaats die het pand inneemt in het oeuvre van het architectenkoppel Kalma en Witteveen, in de interbellumperiode vooraanstaande ontwerpers van villa's en herenhuizen;
- vanwege de uitwendig gave, gevarieerde Interbellum-architectuur met een fraaie volumewerking en expressieve elementen en bij nummer 6b het nagenoeg gave inwendige in die stijl;
- vanwege de massale, maar wel gevarieerde volumewerking aan een oude uitvalsweg met meest open bebouwing, waardoor de stedenbouwkundige context sterk wordt gevormd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
TRIPLE VILLA built in Interwar architecture with both Expressionistic and romantic detailing, designed in 1931 by D. Kalma and G. Witteveen. In the oeuvre of this architect couple who built many townhouses and villas for the wealthy in the twenties and thirties, this triple villa, which the architects call a 'triple country house' on the building drawing of 9 February 1931, is a characteristic project. The commissioners were a Mrs Spoelstra, Hero de Vries and Mayor Van Beijma.
It has become one of the largest building volumes on the Harlingerstraatweg, the old dike towards Marssum, later an exit road towards Harlingen which was initially, at the end of the nineteenth century, hesitantly built upon, but from the twenties of the twentieth century increasingly developed with villas and townhouses.
Description
EXTERIOR: Triple villa of which the eastern is numbered 6, the middle 6a and the western 6b. The whole is built on a rectangular plan with a transverse wing and several extensions and outbuildings. It has produced a building volume of a long wing lying parallel to the street of two storeys with a high gabled roof with half-hipped ends and a short transverse wing that projects on the front elevation with two storeys with a hipped roof and rises on the rear elevation within the main volume to three storeys and there provided with a half-hipped roof. The eastern dwelling extends to and including the substantially projecting, rectangular bay window with balcony for the upper floor; the middle dwelling extends from the aforementioned bay window to the centre of the projecting outbuilding and the western dwelling consists of the other half of the projecting wing and the last section of the long wing. The two end dwellings have their access arrangements in the side elevations. The two doors situated almost in the middle could cause confusion regarding the separation of the dwellings. The right door is not the entrance to the eastern dwelling, but the door of the internal passage of the middle dwelling. The building is built of mixed bright red brick, in half-brick bond with recessed mortar joints. The basements at the access arrangements, flowerbeds and similar features which expressively change in appearance, as well as the rear elevation are built of a slightly darker brick type. The roofs are covered with thatch and have overhangs which are supported at the corners by projecting heavy beams, originally painted green with red end faces. On the boundary between the eastern and middle dwelling stands a small chimney on the ridge. At the rear, from the rear wall on that boundary a tall, combined kitchen chimney is built; that of the western dwelling is built up from the rear slope of the roof. The back kitchens and stores built on to the rear have flat roofs; the back kitchen of number 6a was extended at the rear at a later date.
The dwellings possess mainly large window and bay window arrangements, originally in part, and as far as the fanlights are concerned still, divided with lead strips into panes. On the ground floor these are mostly large, undivided windows with four-light fanlights; on the upper floors three- and four-light windows. Only those of the western dwelling still has this broad-mesh leaded glass division in completely original condition. Both on the front elevation in the roofs, and at the side and rear elevations below the half-hipped ends of the thatched roofs, window bands of smaller size for lighting the third storey. Those in the roof on the front elevation are incorporated in broad roof pavilions with high pitched sloping roofs. Number 6 also has on the rear elevation a light well with door to a flat on the second floor and a three-light window in roof pavilion extension on the third storey, provided with leaded glass for lighting the stairwell. The access arrangements received special attention. The arched door of number 6 is incorporated almost in the middle of the side elevation in a slightly projecting, fan-shaped arched surround. Diagonally above the door, in the middle of the elevation on the upper floor, sits the most expressive element of the entire building: a two-light window with leaded glass in wedge form, divided by a mullion running from above which is cut at the window into a undulating profile. The straight-closing doors with side lights of number 6a, of the dwelling and passage, are brought together between the bay window of number 6 and the projecting wing under a substantial concrete canopy with a six-light fanlight above it. The access arrangement of number 6b in the side elevation consists of a projecting rectangular section with lights in the side elevations, a concrete canopy and masonry flowerbeds on either side.
INTERIOR: The arrangement of dwelling number 6 is, with the exception of mainly the ground floor where the original structure has been substantially altered. On the upper floors the arrangement is still largely original with doors with surrounds, cupboard blocks and similar features. This arrangement has no special characteristics.
Dwelling number 6a lacks the en-suite arrangement on the ground floor, but in the rooms the original ceilings of softboard in a pattern with border and rectangular fields are still present. The orientation of the kitchen has been changed. The special structure of stairs, varying from the first to the second staircase, is original; the second staircase is situated above the still original internal passage. On the upper floors the original structure. Dwelling number 6b is largely original. On the ground floor a vestibule with double glazed door - where leaded glass has disappeared - and hall, both provided with cladding of soft green tiles with black edge and granite floors in white with brown fields and black with white borders. Next to the vestibule a white-tiled toilet. Kitchen with three-light window with lower lights with obscured glass, white tiling with black edge covering the entire walls. Opposite the window a cupboard wall with fireplace, originally the location of the stove with boiler of the central heating. From the kitchen access to a large cellar situated below the hall with vestibule. Behind the kitchen a back kitchen and coal store. Rooms en suite with on the front elevation a 'side sitting room', a side room connected to the front room with an open wall frame. Suite doors with wooden glazing bars and between cupboards on all sides. The back room opening onto the garden with french doors - where leaded glass has disappeared - with side and top lights. All panel doors are flatly panelled with retention of the original doors. From the hall runs the generously proportioned staircase to a spacious landing, provided with solid railings/balustrades with recessed wave motifs; the lower part replaced. The stairwell is illuminated by a large leaded glass window with lower lights with obscured glass. Upper landing and bedrooms all with original panel doors and ceiling with small beams. On the originally open attic behind a stair enclosure, in the nineteen fifties four bedrooms were constructed.
VALUATION
The three-part villa is of general importance for architectural history, architecture and town planning
- because of the characteristic place which the building occupies in the oeuvre of the architect couple Kalma and Witteveen, leading designers of villas and townhouses in the Interwar period;
- because of the externally intact, varied Interwar architecture with fine volumetric composition and expressive elements and in number 6b the almost intact interior in this style;
- because of the massive, yet varied volumetric composition on an old exit road with mostly open development, whereby the town planning context is strongly formed.
Nearby in the register
- Villa ZonneweeldeWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Harlingerstraatweg 9 AWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Spanjaardslaan 168Woonhuisunder 1 mi
- Pastorie DominicuskerkKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.