TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Villa Zonneweelde

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1927
Address
Harlingerstraatweg 2 B, Locatie: Vogelbuurt, 8916 BB Leeuwarden
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20430, 5.78631
Monument number
519896

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Stanford Libraries

2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA Zonneweelde, in 1927 ontworpen door architect Andries Baart in de Engelse Landhuisstijl. In 1927 gaf de welgestelde koopman in granen G.B. Molenaar architect Andries Baart de opdracht om een grote villa aan het begin van de Harlingerstraatweg te bouwen.

Architect Baart (1885-1969), als leraar aan de Leeuwarder ambachtsschool begonnen, kreeg vervolgens een directiefunctie aan een dergelijke school in Amersfoort, maar keerde in 1922 als zelfstandig architect in Leeuwarden terug. Aanleiding tot de vestiging in Leeuwarden waren opdrachten van de Vereniging voor Volkhuisvesting voor het ontwerpen van complexen arbeiderswoningen. Voorts kon hij spoedig bouwkundig onderwijs gaan geven aan de mts en bovendien wist Baart door goede acquisitie spoedig particuliere opdrachten binnen te halen. In de jaren twintig werkte Baart in een stijl die nu eens sterk tegen de Amsterdamse School leunde, dan weer in Expressionisme met een romantisch traditionele draai resulteerde. Omstreeks 1930 ging hij onder invloed van Dudok in meer Kubistische richting ontwerpen, waar de eveneens beschermde voormalige mts het belangrijkste resultaat van is. Bij woonhuizen kreeg dat Kubisme soms opnieuw romantische karaktertrekken, zoals bij de dubbele woning met zijn eigen woning en atelier aan de Emmakade. Een van de sterke karaktertrekken van Baarts architectuur is de aandachtige compositie van bouwvolumes. In de grote lijnen is dat karakter ook in de villa aan de Harlingerstraatweg aanwezig. Hoewel op details de hand van Baart ook is te herkennen, is de romantiek van de Engelse Landhuisstijl ongebruikelijk in zijn oeuvre.

De villa is niet zeer lang door de opdrachtgever bewoond, tijdens de crisis is het pand verkocht aan een notaris die kantoor aan huis ging houden. Het oostelijk gedeelte van de villa is daarvoor aangepast; eerst alleen beneden, later ook op de verdieping. Latere bewoners hebben een deel van de voorzieningen die voor de kantoorfunctie waren getroffen, zoals een spiltrap, weer verwijderd; andere, minder storende wijzigingen zijn gehandhaafd. De villa is uit- en inwendig grotendeels gaaf.

Omschrijving

EXTERIEUR: De villa is gebouwd op een onregelmatige plattegrond, bestaand uit een dwarsgeplaatst rechthoekig hoofdelement met aan zuid-, oost- en noordzijde uitbouwsels van verschillende maat. De massawerking van het hoofdvolume en de aanbouwsels is eveneens sterk gevarieerd, nader verlevendigd door serre's en erkers, en een complex kappengeheel van zadeldaken met kajuiten en kapellen van verschillende maat en vorm. Het hoofdelement is een dwarspand van een volledige bouwlaag met een zeer hoog opgaande kap. Aan de voorzijde op het zuiden springt centraal, maar niet in het midden, een element uit van twee bouwlagen met een fikse afwolving van de hoge kap. Aan de westzijde hiervan springt het op de hoek afgesnoten volume iets terug. Aan de oostzijde is de sprong minder hevig, maar de serre is daar drieledig afgesnoten. Daarop volgt de sterk terugspringende oostelijke aanbouw van één bouwlaag en een iets lagere maar wel hoge kap met een op korbelen rustend groot dakoverstek. Zowel de westgevel van het hoofdelement als de uitbouw aan de oostzijde zijn met topgevels gesloten. Aan de op het noorden gerichte achterzijde is aan de westzijde het grootste uitbouw gerealiseerd. Ook deze is één bouwlaag met een zadeldak hoog. Aan deze uitbouw is een bijkeuken met plat dak en een later tot stand gekomen garage aangebouwd.

De villa is gebouwd van een sterk gemêleerde rode baksteen, de borstweringen van een harder gebakken steen in een iets donkerder melange. De afgewolfde geveltop aan de voorzijde en de grote kajuit aan de achterzijde alsmede de borstweringen van de boegvormige vensters in de oostelijke en westelijke zijgevels bekleed met horizontale, met veer en groef in elkaar gestoken houten delen. Op de dakschilden die in het zicht liggen oranjerode keramische leien, op de schilden aan de achterzijde oranjerode Hollandse golfpannen.

Is het bouwvolume al sterk gevarieerd, de vormen, maten detailleringen van muuropeningen zijn zeer divers. Alle vensters zijn of met roeden of met loodstrips geleed in kleine ruitjes. Aan de voorzijde op de begane grond twee erkers, openslaande deuren, een serre en enkele vensters; op de verdieping twee venstergroepen in trapeziumvormige erkers en op elk dakschild een kapel van uiteenlopende maat. In de oostelijke zijgevel de secundaire deur en een kleine, lage aanbouw en op de verdieping een boegvormig venster. In de westelijke zijgevel ver naar achter geplaatste hoofdtoegang: oorspronkelijke deur met luifel, zij- en bovenlichten; in de topgevel twee boegvormige vensters op de verdieping en een zesruitsvenster in de top. In de achterbouw een drieledig keukenvenster. Aan de achterzijde is op de begane grond een achtergang aangebouwd van grote vensters in stijl- en regelwerk en voorzien van een plat dak. Op de verdieping is een grote houten kajuit uitgebouwd met grote, van glas-in-lood voorziene vensters met roeden, die over de kap van de achterbouw doorloopt en daar is voorzien van een raampui met een deur naar het balkon op de van een plat dak voorziene, uitgebouwde eetkamer. De eetkamer in de achterbouw is aan de oostzijde van een deur (voor de bouw van de achtergang waren er openslaande deuren) voorzien en aan de noordzijde subtiel uithoekende drieledige vensterpartij.

INTERIEUR: Het interieur geeft de verklaring van de levendige expressie van het gebouw. De gebruiksruimten zijn vanuit het interieur volgens een middelpuntvliedend concept rond de centrale hal geplaatst en gevormd. Op sporen van niet gereconstrueerde aanpassingen tot tijdelijk kantoorgebruik in het oostelijk deel van de villa na, is alles, ook de inrichting, tot op detail nog in oorspronkelijke staat. De belangrijkste verstoring is de tegen het oostelijk gedeelte van de achtergevel geplaatste gang.

Achter de ingangspartij in de westgevel ligt een vestibule met een lambrizering van groene verglaasde steen en glas-in-lood venstertjes. Daarachter ligt de ruime centrale hal met lambriseringen van groene verglaasde steen waar een haard in is verwerkt, een garderobehoek en een vrij in de ruimte staande brede steektrap. Aan de zuidkant grenzen spreekkamer en ruime woonkamer aan de hal; ze zijn onderling doorgebroken, maar ruimtelijk nog herkenbaar aan een flinke latei. Plafonds met moerbalken en kinderbinten; lambrizeringen van hol geprofileerd latwerk, ingebouwde kast en bankpartij in erker; haardpartij van groene verglaasde steen waarin kastjes zijn verwerkt. Ten oosten van de woonkamer een aparte, via een deur toegankelijke serre met een gemêleerd gekleurde tegellambrizering en een vaste plantenbak voor de gebogen glaspui. Nog verder oostelijk een oorspronkelijke slaapkamer met een aanliggende badkamer. In de uitbouwen aan de achterzijde de geheel op de tuin gerichte en van een wortelnoten lambrizering voorziene eetkamer. Een pantry verbindt dit vertrek met de modern ingerichte keuken.

De vrijstaande trap met decoratief bewerkte leuningen leidt naar een overloop met toilet een kort trapje voert naar een slaapkamer in de oostelijke uitbouw; een ander trapje naar de bovenhal met bewerkte balustrade waar slaap- en hobbyvertrekken aan grenzen. In de meeste bovenkamers zijn eveneens haardpartijen in gelazuurde tegel- of baksteenpartijen aangebracht. Bij alle erker- en vensterpartijen bankjes en in de wanden veelal kasten verwerkt. Op de zolder is aan de westkant is een meidenkamer afgetimmerd.

WAARDERING

Villa Zonneweelde is van algemeen architectuurhistorisch en architectonisch belang

- vanwege de bijzondere plaats die het als urbaan gelegen romantisch landhuis die het inneemt in het oeuvre van de vooraanstaande Friese architect Baart;

- vanwege de nog nagenoeg gaaf aanwezige stijlzuivere Engelse Landhuisstijl van de villa, zowel in ruimtelijke, gebruiksfunctionele zin als wat betreft de uitwendige architectonische expressie en de detaillering van de inrichting.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA Zonneweelde, designed in 1927 by architect Andries Baart in the English Country House style. In 1927, the wealthy grain merchant G.B. Molenaar commissioned architect Andries Baart to build a large villa at the beginning of the Harlingerstraatweg.

Architect Baart (1885-1969), who began as a teacher at the Leeuwarder vocational school, subsequently took a management position at a similar school in Amersfoort, but returned to Leeuwarden in 1922 as an independent architect. The reason for establishing himself in Leeuwarden was commissions from the Association for Housing for the People to design workers' housing complexes. Furthermore, he was soon able to teach architectural design at the mts and moreover Baart was able to quickly secure private commissions through good business development. In the nineteen twenties Baart worked in a style that sometimes leaned heavily towards the Amsterdam School, then again resulted in Expressionism with a romantic traditional turn. Around 1930, under the influence of Dudok, he began designing in a more Cubist direction, of which the equally protected former mts is the most important result. With residential buildings that Cubism sometimes took on romantic character traits again, as with the double dwelling with his own residence and studio on the Emmakade. One of the strong characteristics of Baart's architecture is the careful composition of building volumes. In broad terms, that character is also present in the villa on the Harlingerstraatweg. Although Baart's hand can be recognised in details, the romance of the English Country House style is unusual in his oeuvre.

The villa was not occupied by the client for very long; during the crisis the property was sold to a notary who set up an office in the house. The eastern part of the villa was adapted for this purpose; initially only on the ground floor, later also on the first floor. Later occupants removed some of the provisions that had been made for the office function, such as a spiral staircase; other, less disruptive alterations have been retained. The villa is largely intact inside and out.

Description

EXTERIOR: The villa is built on an irregular floor plan, consisting of a transversely placed rectangular main element with outbuildings of various sizes on the south, east and north sides. The mass effect of the main volume and the annexes is equally strongly varied, further enlivened by conservatories and bay windows, and a complex roof structure of gabled roofs with dormers and roof pavilions of various sizes and shapes. The main element is a transverse structure of a full storey with a very steeply rising roof truss structure. On the front facing south a element springs out centrally, but not in the middle, of two storeys with a substantial curved section of the high roof. To the west of this, the volume cut off at the corner steps back slightly. On the east side the step is less pronounced, but the conservatory is closed off in three parts. This is followed by the strongly recessed eastern annexe of one storey and a slightly lower but still high roof with a large roof overhang resting on corbels. Both the west gable of the main element and the annexe on the east side are closed with stepped gables. On the rear facing north, the largest annexe is realised on the west side. This too is one storey with a steeply gabled roof. To this annexe a scullery with flat roof and a later constructed garage are attached.

The villa is built of strongly mottled red brick, the parapets of harder fired brick in a slightly darker mixture. The curved gable top on the front and the large dormer on the rear as well as the parapets of the bow-shaped windows in the eastern and western side facades are clad with horizontal wooden parts fitted together with tongue and groove. On the roof slabs that are visible orange-red ceramic tiles, on the slabs on the rear orange-red Dutch barrel tiles.

If the building volume is already strongly varied, the forms, sizes and detailings of wall openings are very diverse. All windows are either glazed with glazing bars or with lead strips into small panes. On the front on the ground floor two bay windows, French doors, a conservatory and several windows; on the first floor two window groups in trapezium-shaped bay windows and on each roof slab a pavilion of varying size. In the eastern side gable the secondary door and a small, low annexe and on the first floor a bow-shaped window. In the western side gable the main entrance placed far back: original door with canopy, side and fanlights; in the stepped gable two bow-shaped windows on the first floor and a six-pane window in the top. In the rear annexe a three-part kitchen window. On the rear on the ground floor a rear passage is built of large windows in post-and-rail work and provided with a flat roof. On the first floor a large wooden dormer is built out with large windows fitted with leaded glass with glazing bars, which runs over the roof of the rear annexe and is provided with a glazed screen with a door to the balcony on the flat-roofed, built-out dining room. The dining room in the rear annexe is provided with a door on the east side (before the construction of the rear passage there were French doors) and on the north side a subtly angled three-part window section.

INTERIOR: The interior provides the explanation for the lively expression of the building. The functional spaces are arranged and formed from the interior according to a centrifugal concept around the central hall. Apart from traces of unadapted conversions for temporary office use in the eastern part of the villa, everything, including the furnishings, is still in its original state down to the detail. The main disturbance is the corridor placed against the eastern part of the rear facade.

Behind the entrance section in the west gable lies a vestibule with wainscoting of green glazed brick and leaded glass windows. Behind this lies the spacious central hall with wainscoting of green glazed brick in which a fireplace is incorporated, a cloakroom corner and a freely standing broad flight of stairs. On the south side a consultation room and spacious living room adjoin the hall; they are open to each other, but spatially still recognisable by a substantial lintel. Ceilings with cross beams and secondary beams; wainscoting of hollow profiled latticework, built-in cupboard and bench seating in bay window; fireplace section of green glazed brick with cupboards incorporated. East of the living room a separate conservatory accessible via a door with mottled coloured tile wainscoting and a fixed planter in front of the curved glazed screen. Even further east an original bedroom with an adjoining bathroom. In the annexes at the rear the dining room entirely oriented towards the garden and provided with wainscoting of walnut root wood. A pantry connects this room with the modern kitchen.

The freestanding staircase with decoratively worked banisters leads to a landing with toilet; a short flight of stairs leads to a bedroom in the eastern annexe; another flight to the upper landing with worked balustrade where sleeping and hobby rooms adjoin. In most of the upper rooms fireplace sections in glazed tile or brick sections are also incorporated. In all bay window and window sections benches and often cupboards in the walls. In the attic on the west side a maid's room is partitioned off.

VALUATION

Villa Zonneweelde is of general architectural historical and architectural importance

- because of the special position it occupies as an urban sited romantic country house in the oeuvre of the prominent Frisian architect Baart;

- because of the still nearly intact stylistically pure English Country House style of the villa, both in spatial and functional use terms and regarding the external architectural expression and the detailing of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map