Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Harlingerstraat 26
Leeuwarden, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1935 - 1937
- Address
- Harlingerstraat 26, 8913 CE Leeuwarden
- Place
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.20345, 5.78490
- Part of complex
- 519833
- Monument number
- 519834
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Stanford LibrariesUtrecht University Library
2 historical maps cover this location, the earliest the 1937 map "North west Europe 1:250,000" (Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.K. KERK H. Dominicus, deel uitmakende van het COMPLEX van KERK en PASTORIE. Kerk met doopkapel, sacristie en bijsacristie , gebouwd in 1935-1937 door de architecten H.C.M. van Beers uit Huis ter Heide en Arjen Witteveen uit Leeuwarden. De stijl is Delftse School met invloeden van Kropholler en uit Scandinavië. Het is een christocentrische kerk met een breed middenschip en zijbeuken, die alleen dienst doen als verkeersruimten. Kerk en sacristie hebben geen noemenswaardige wijzigingen ondergaan, de bijsacristie en de zalen ondergingen enkele aanpassingen. De pastorie heeft thans een andere bestemming, maar verkeert behoudens de raamkozijnen en de kleuren in het interieur nog in originele toestand.
De Dominicanen waren in de dertiende eeuw in Leeuwarden met hun werk begonnen. Zij bouwden een klooster en een grote kerk, de Jacobijnerkerk. Na de Reformatie betrokken zij een schuilkerk, gewijd aan de H. Dominicus aan de Speelmansstraat. In 1850 kwam aan de schuilkerkperiode een einde door de bouw van een Waterstaatskerk door Th. Molkenboer uit Leiden. In 1932 besloot men tot nieuwbouw ten westen van de binnenstad aan de Harlingerstraat. Voor de bouw van de kerk moesten een villa en vier woningen gesloopt worden.
Omschrijving
EXTERIEUR: Pseudobasiliek met westtoren, doopkapel, sacristie en bijsacristie, opgebouwd uit speciaal gebakken gemêleerde handvorm kloostermoppen door de Gebr. de Vries op Schenkenschans en onderdelen van tufsteen. De daken zijn belegd met rode romaanse pannen en de spitsen van de 65 meter hoge toren en de 35 meter hoge vieringstoren zijn belegd met koper. De westtoren heeft een vierkante grondslag. Op de begane grond bevindt zich een noord-zuid gerichte spitsbogige doorgang, die tufstenen aanzetten heeft. Linksboven de doorgang zit een gevelsteen van tufsteen met het leliekruis van de Nederlandse provincie van de orde der Dominicanen en het gesleten opschrift: LAU(DARE, BENEI)CE(RE, PRAEDIC)ARE (loven, zegenen, preken). De doorgang is overdekt door een vierdelig kruisgewelf met middenin een cirkelvormige opening om de klokken op te hijsen. Aan de westzijde heeft de toren een aan drie zijden uitgebouwde traptoren met een koperen bedaking, die leidt naar de eerste verdieping. Het torenlichaam heeft enkele kleine openingen, vier wijzerplaten en wordt naar boven afgesloten door een uitkraging, die gedragen wordt door een segmentboogfries op consoles. Daarboven bevindt zich een achtkantige lantaarn, die opent met twee gekoppelde lancetvormige galmgaten per zijde. Ook het achtkant eindigt met een segmentboogfries, waarboven een ingesnoerde naaldspits met kruis en haan.
Tussen toren en schip voegt zich een geleding, die lager en breder is dan het schip en het ingangsportaal en twee dwarsgerichte kapellen met zadeldaken tussen sluitgevels bevat. Op de zuidwesthoek van de zuidelijke kapel bevindt zich een sculptuur van de H. Dominicus, ontworpen door prof. H. Luns en uitgevoerd door H.J. Etienne. Het schip telt zeven traveeën, die van elkaar gescheiden worden door tweemaal versneden steunberen. Iedere travee heeft twee lancetvensters. Het muurwerk wordt naar boven afgesloten door een segmentboogfries op consoles. Aan de zuidzijde bevindt zich een ingang in de oksel tussen schip en transept. De transeptgevel heeft vier lancetvensters. De vieringstoren heeft per zijde drie groepen met gekoppelde lancetvensters. Ook hier wordt het muurwerk naar boven afgesloten door een segmentboogfries op consoles. De achtzijdige spits met zijn dubbele insnoering vertoont inspiratie vanuit Scandinavië. De oostgevel is geheel gesloten. aan de noordzijde van het transept is een eenlaagse sacristie aangebouwd met een gevel van drie traveeën, van elkaar gescheiden door steunberen. Elke travee heeft drie gekoppelde lancetvensters. Alle vensters, behoudens die van de zuidelijke devotiekapel, waar gebrandschilderd glas-in-lood zit van Van Woerkom, zijn voorzien van gekleurd glas-in-lood.
INTERIEUR: Alle ruimten voor de eredienst zijn in steen overwelfd met graatgewelven. Het brede schip van de pseudobasiliek heeft zeven smalle traveeën. Het middenschip is van de zijbeuken gescheiden door gemetselde, ronde pilaren met tufstenen kapitelen. De scheibogen zetten vrij laag aan. De verlichting geschiedt vanuit de zijbeuken, waardoor het middenschip vrij donker is. Dit vormt een groot contrast met de helder verlichte viering. Te weerszijden van de ingang bevinden zich dwars op de lengteas devotiekapellen. De zuidelijke, drie traveeën diepe, is gewijd aan Onze Lieve Vrouw van Leeuwarden. Behalve een middeleeuws beeld van Haar is in deze kapel de beglazing van Wim van Woerkom vermeldenswaard. De noordelijke kapel, twee traveeën diep, is thans als columbarium ingericht. De viering is van het schip gescheiden door een nogal smalle triomfboog en van de andere nevenruimten door tufstenen pilaren. De viering heeft inwendig een triforium, gedragen door segmentbogen. Daarboven bevindt zich een lichtbeuk met omgaand 12 groepen gekoppelde lancetvensters. Om de viering loopt een processiegang. Te weerszijden van de viering liggen twee kapellen. De achtzijdige doopkapel ligt aan de noordwestkant van het schip. In het midden staat een doopvont van Wim Harzing, uitgevoerd in keramiek. Veel inventarisstukken werden meegenomen uit de kerk aan de Speelmansstraat, waaronder een laatbarokke preekstoel, beelden en liturgisch vaatwerk. De sacristie heeft een ziende houten bekapping, die gedragen wordt door twee gemetselde scheibogen. Het originele paramentenkasten bleven hier bewaard.
Het hoofdorgel werd in 1866 gebouwd door C.B. en P.J. Adema voor de kerk aan de Speelmansstraat. Bij de herplaatsing in de Dominicuskerk werd het door Valckx & van Kouteren voorzien van een nieuwe kas, een electropneumatische tractuur en met 4 registers uitgebreid. Windladen en pijpwerk van Adema bleven behouden. Het koororgel is een belangrijk werk van de laatste generatie Van Dam. Het werd omstreeks 1920 gebouwd door de NV P. van Dam voor de Hervormde kerk van Tijnje, geheel in de ambachtelijke traditie, zonder gebruikmaking van fabrieksprodukten, wat in de klank hoorbaar is. Op grond hiervan is het monumentwaardig. De kas is een catalogusprodukt in Engelse stijl. Het omvat een klavier met aangehangen pedaal en 6 registers met een mechanische tractuur. De klokken van Petit en Fritsen zijn niet monumentaal.
Waardering
Kerk met annexen van algemeen architectuurhistorisch , cultuurhistorisch en liturgiewetenschappelijk belang:
- vanwege de sobere maar karakteristiek gedetailleerde architectuur, die vanwege de hoge westtoren en de markante vieringstoren zeer monumentaal werkt en de wijk in hoge mate domineert;
- vanwege de hoge mate van gaafheid van exterieur en interieur;
- vanwege de nagenoeg ongewijzigde inventaris, deels afkomstig uit de kerk aan de Speelmansstraat, deels voor deze kerk vervaardigd;
- als voorbeeld van een kerk, waar traditionele vormen worden gecombineerd met moderne liturgische inzichten;
- vanwege het koororgel van P. van Dam uit 1920;
- als belangrijk werk binnen het oeuvre van H.C.M. van Beers in samenwerking met A. Witteveen;
- als voorbeeld van een grote stadskerk uit de jaren '30.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
R.C. CHURCH OF H. Dominicus, forming part of the COMPLEX of CHURCH and PARSONAGE. Church with baptistery, sacristy and auxiliary sacristy, built in 1935-1937 by the architects H.C.M. van Beers from Huis ter Heide and Arjen Witteveen from Leeuwarden. The style is Delft School with influences from Kropholler and from Scandinavia. It is a Christocentric church with a broad nave and side aisles, which serve only as circulation spaces. The church and sacristy have undergone no significant alterations, the auxiliary sacristy and the halls underwent some adaptations. The parsonage now has a different purpose, but apart from the window frames and the colours in the interior, it remains in original condition.
The Dominicans began their work in Leeuwarden in the thirteenth century. They built a monastery and a large church, the Jacobijnerkerk. After the Reformation they occupied a clandestine church, dedicated to H. Dominicus on the Speelmansstraat. In 1850 the clandestine church period came to an end with the construction of a Waterstaatskerk by Th. Molkenboer from Leiden. In 1932 a decision was made to build anew to the west of the city centre on the Harlingerstraat. For the construction of the church, a villa and four dwellings had to be demolished.
Description
EXTERIOR: Pseudo-basilica with west tower, baptistery, sacristy and auxiliary sacristy, built up from specially fired mixed-colour handmade monastic bricks by the Gebr. de Vries on Schenkenschans and components of tufa stone. The roofs are covered with red Romanesque tiles and the spires of the 65-metre-high tower and the 35-metre-high crossing tower are covered with copper. The west tower has a square ground plan. On the ground floor there is a north-south oriented pointed-arch doorway with tufa stone quoins. Above the doorway on the left is a tufa stone facing stone with the lily cross of the Dutch province of the order of the Dominicans and the worn inscription: LAU(DARE, BENEI)CE(RE, PRAEDIC)ARE (praise, bless, preach). The doorway is covered by a four-part ribbed vault with a circular opening in the middle to hoist the bells. On the west side, the tower has a stair turret built out on three sides with copper cladding, which leads to the first storey. The tower body has several small openings, four clock faces and is closed at the top by a corbel carried by a segmental arch frieze on consoles. Above this is an octagonal lantern opening with two paired lancet-shaped sound holes per side. The octagon also ends with a segmental arch frieze, above which is a constricted spire with cross and weathercock.
Between tower and nave is a gradation that is lower and wider than the nave and contains the entrance portal and two transversely oriented chapels with gabled roofs between end walls. On the southwest corner of the southern chapel is a sculpture of H. Dominicus, designed by prof. H. Luns and executed by H.J. Etienne. The nave has seven bays, separated from each other by double-stepped buttresses. Each bay has two lancet windows. The masonry is closed at the top by a segmental arch frieze on consoles. On the south side there is an entrance in the junction between nave and transept. The transept gable has four lancet windows. The crossing tower has per side three groups with paired lancet windows. Here too the masonry is closed at the top by a segmental arch frieze on consoles. The eight-sided spire with its double constriction shows inspiration from Scandinavia. The east gable is completely closed. On the north side of the transept is a single-storey sacristy built with a facade of three bays, separated from each other by buttresses. Each bay has three paired lancet windows. All windows, except those of the southern devotional chapel, which have stained glass by Van Woerkom, are provided with coloured stained glass.
INTERIOR: All worship spaces are vaulted in stone with ribbed vaults. The broad nave of the pseudo-basilica has seven narrow bays. The nave is separated from the side aisles by masoned round pillars with tufa stone capitals. The transverse arches spring at a relatively low level. Lighting is from the side aisles, making the nave rather dark. This forms a great contrast with the brightly lit crossing. On either side of the entrance are devotional chapels transverse to the longitudinal axis. The southern, three bays deep, is dedicated to Our Lady of Leeuwarden. Besides a medieval image of Her, the stained glass by Wim van Woerkom in this chapel is noteworthy. The northern chapel, two bays deep, is now fitted out as a columbarium. The crossing is separated from the nave by a fairly narrow triumphal arch and from the other secondary spaces by tufa stone pillars. The crossing has an internal triforium on the inside, supported by segmental arches. Above this is a clerestory with surrounding 12 groups of paired lancet windows. Around the crossing runs a procession aisle. On either side of the crossing lie two chapels. The eight-sided baptistery is located at the northwest of the nave. In the middle stands a baptismal font by Wim Harzing, executed in ceramics. Many inventory items were taken from the church on the Speelmansstraat, including a late Baroque pulpit, sculptures and liturgical vessels. The sacristy has a wooden ceiling with a lattice pattern, supported by two masoned transverse arches. The original parament cabinets have been preserved here.
The main organ was built in 1866 by C.B. and P.J. Adema for the church on the Speelmansstraat. When relocated to the Dominicuskerk it was provided by Valckx & van Kouteren with a new case, an electropneumatic action and enlarged with 4 registers. Windlades and pipework by Adema were retained. The choir organ is an important work of the last generation of Van Dam. It was built around 1920 by the N.V. P. van Dam for the Reformed church of Tijnje, entirely in the craft tradition, without the use of factory products, which is audible in the sound. On this basis it is worthy of monument status. The case is a catalogue product in English style. It comprises a manual with attached pedal and 6 registers with a mechanical action. The bells by Petit and Fritsen are not of monumental status.
Valuation
Church with annexes of general architectural-historical, cultural-historical and liturgical-scientific importance:
- because of the sober but characteristically detailed architecture, which due to the high west tower and the distinctive crossing tower has a highly monumental effect and dominates the district to a high degree;
- because of the high degree of integrity of exterior and interior;
- because of the almost unchanged inventory, partly from the church on the Speelmansstraat, partly made for this church;
- as an example of a church where traditional forms are combined with modern liturgical insights;
- because of the choir organ by P. van Dam from 1920;
- as an important work within the oeuvre of H.C.M. van Beers in collaboration with A. Witteveen;
- as an example of a large city church from the 1930s.
Nearby in the register
- Pastorie DominicuskerkKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Harlingerstraatweg 9 AWoonhuisunder 1 mi
- vm. MTSOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Woonhuis, Harlingerstraatweg 6Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.