TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

vm. MTS

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Schoolgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1934 - 1935
Address
Molenstraat 36 A, 8913 BC Leeuwarden (and others)
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20252, 5.78473
Monument number
519836

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Stanford Libraries

2 historical maps cover this location, the earliest the 1937 map "North west Europe 1:250,000" (Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Schoolgebouw met muur en hekwerk voor middelbaar technisch onderwijs in 1934/'35 gebouwd in de Dudok-trant, de kubische Amsterdamse School-stijl, naar ontwerp van architect Andries Baart sr., docent bouwkunde aan de school. In 1915 was in de Vredeman de Vriesstraat naast de enkele tientallen jaren eerder gestichte ambachtsschool de middelbare technische school gesticht. Bij overleg stelde de rijksoverheid begin 1933 voor om een nieuwe mts te bouwen, waardoor tevens de expansiemogelijkheden van de ambachtsschool voldoende zou worden bereikt. Die zou de bestaande mts dan kunnen gaan betrekken. Nieuwbouwplannen werden bestudeerd en in maart kreeg docent bouwkunde Andries Baart sr. de opdracht om plannen te maken. Al op 19 april leverde de architect zijn eerste schetsplan in, een plan waar in het vervolg grotendeels uitvoering aan is gegeven, al vergde overleg met het ministerie van onderwijs en de Rijksgebouwendienst nog een jaar. Op 24 mei 1934 kon de bouw aanbesteed worden en op 14 juni werd de bouw gegund aan aannemersfirma H. van Heeswijk in Best. In januari 1936 opende prinses Juliana de school met de onthulling van een borstbeeld van haar moeder. In een krantenartikel van vlak voor de opening wordt een karakteristiek gegeven: "Het eenvoudige doch wel verzorgde gebouw sluit in strakke lijnen het Westerpark af (...) De nieuwe Middelbare Technische School, ontworpen in platbouw, geeft in z'n duidelijke uitbeelding van de beide vleugels en hoekpartij de strooming van de meer zakelijke en nieuwere richting van de architectuur aan." De nieuwe mts kwam tot stand in een kenmerkende wijk uit de Interbellum-periode, een wijk met voornamelijk woningen voor middenstand en gegoede burgerij aan meest ruime wegen en straten afgewisseld met hier en daar een plantsoen. De meest opmerkelijke groenvoorziening in de wijk is het Westerpark. In 1874/'75 aangelegd als een door plantsoen omgeven verswatervijver die tot 1888 heeft gefunctioneerd, is het gebied in 1926 heringericht en uitgebreid tot park. Aan het eerste gedeelte van de aangrenzende Molenstraat stonden een restant van een molen en een paar bedrijfsgebouwen en op de hoek van de Westerparkstraat lag nog een flinke kavel grond braak. Geheel in de jonge traditie van de wijk waar opmerkelijke gebouwen, zoals Coornhertschool, Wilhelminaschool, Dominicus- en Pelikaankerk op hoeken van straten werden gesitueerd, kwam ook de mts op deze hoek en aan de zoom van het uitgebreide park terecht. Architect Baart (1885-1969), als leraar aan de Leeuwarder ambachtsschool begonnen, kreeg vervolgens een directiefunctie aan een dergelijke school in Amersfoort, maar keerde in 1922 als zelfstandig architect in Leeuwarden terug en kon spoedig ook bouwkundig onderwijs gaan geven op de mts. In die kringen bouwde Baart kennelijk een reputatie op, want in 1927 kon hij een nijverheidsschool voor Velzen ontwerpen, een flink schoolgebouw in stijlzuivere en decoratieve Amsterdamse School-stijl. Eind 1931 hield Baart een lezing ter gelegenheid van een tentoonstelling van architect W.M. Dudok in museum Het Princessehof. In 1932 heeft Baart (in samenwerking met stadsarchitect Krook) de ambachtsschool voor Zwolle ontworpen in de Dudok-stijl en ook de kort daarna ontworpen mts in Leeuwarden kreeg in die stijl gestalte.

Omschrijving

EXTERIEUR: Schoolgebouw, bestaand uit twee vleugels aan Molenstraat en Westerparkstraat van drie bouwlagen met platte daken, een hoekpartij van gevarieerde kubische elementen en een aangebouwde machinehal met glazen tentdak. Het schoolterrein wordt van de openbare ruimte afgegrensd door een gemetselde muur, waarop een decoratief gesmeed hek in art déco-vormen en voorzien van eenzelfde dubbel zwaaihek. Het geeft de bijzondere situering in de stedenbouwkundige structuur nader vorm.

De twee lokalenvleugels zijn eenvoudige bakstenen dozen met vensterlinten die slechts geleed worden door smalle muurdammen en op de begane grond mede door rondstaven van gefrijnde hardsteen. Beneden zijn de vensters daardoor vooral vertikaal gericht. Op de verdiepingen zijn ze meer horizontaal van geleding en daar bestaan de vensters uit brede benedenstroken met uitzetramen en hoge, brede bovenlichten met kleine roedenverdelingen, alles in staal uitgevoerd. Het metselwerk van de begane grond is van paarsrode baksteen en het overige muurwerk van een heldere roodbruine steen opgetrokken, wat verfijnde kleurnuances opleverde. In vorm is eveneens een subtiel effect bereikt doordat het metselwerk van de zuidvleugel aan de zijde van de hoekpartij even uitwijkt en afgerond is. Uit de korte oostzijde van deze vleugel is over de tweede en derde bouwlaag en boven een ingangspartij, aan het einde van de middengangen, een uitbouw met halfronde sluiting, voorzien van raampuien en gemetselde borstweringen aangebracht. Na dit element springt het volume een raamvak terug met op de begane grond een kwartronde afsluiting van een gemetselde borstwering en raampui. De hoekpartij met bijzondere functies bestaat uit gevarieerde, rechthoekige volumes met een laag, afgerond element: de portiersloge die als een tuinpaviljoen naar voren steekt en aan die zijde tevens drager is van de betonnen luifel boven de ingang. Aan de andere zijde wordt de luifel gedragen door een kolom. Boven deze ingangspartij en luifel ligt de hoge trappenhal, die door een door paarsrode baksteen omkaderde vensterpui met vertikaal gerichte ramen wordt verlicht. Iets verschoven achter de trappenhal rijst de toren op: een forse, gemetselde bakstenen piloon met in art déco-letters 'M T S' van Oberkirchner zandsteen. Daar weer naast begint de andere lokalenvleugel op een hoogte van twee bouwlagen om na een raamvak op drie lagen hoogte voortgezet te worden. De hoekpartij vormt zo een pregnante compositie van kubische volumes die het gebouw in belangrijke mate zijn karakteristiek verleent.

Achter de westvleugel waarin ook een transformatorhuisje is ingebouwd staat de oorspronkelijke machinehal: een rechthoekig bouwelement met hier en daar in kleur (paarsrood en roodbruin) verspringend metselwerk en een glazen tentdak. Aan de voorzijde heeft een glazen pui gezeten die later, vermoedelijk in de jaren-zestig, van een lage borstwering is voorzien. Aan het exterieur de enige ingreep die de gaafheid heeft aangetast.

INTERIEUR: De vleugels bevatten middengangen met aan weerszijden lokalen. De gangen sluiten op elkaar aan in een rechthoekige hal (met borstbeeld van Wilhelmina), waar achter de hoofdingang nog een vestibule aan voorafgaat en waar de portiersloge naast ligt. De structuur van deze ruimten en van alle lokalen is nog oorspronkelijk. De trappenhal sluit aan op de centrale hal. De trap heeft brede en zware granieten treden en forse houten leuningen. In het ruime trapgat is in de jaren zeventig een liftschacht aangebracht. Een achter de lichtpui van de trappenhal geplaatst glas-in-loodvenster, bij de opening geschonken door leerlingen en oud-leerlingen, ontworpen door W. Bakker en uitgevoerd door J. Haasdijk, werd in 1942 door oorlogsgeweld vernietigd, maar in 1946 min of meer gereconstrueerd. Alle verkeersruimten zijn betegeld, op de vloer blokvormig in beige en geel met zwarte kaders, tegen de wanden lichtgeel met een decoratief randje van groen, rood en zwart. Slechts kleine gedeelten van deze bekledingen zijn beschadigd of verdwenen. In de zuidvleugel volgt op een ruimte voor administratie een nog oorspronkelijk, onder meer van houten lambrizeringen voorzien, vertrek van de directeur. Dit vertrek, maar ook alle lokalen zijn voorzien van verlaagde systeemplafonds. Verschillende tussenpuien met tochtdeuren zijn vernieuwd; enkele zijn nog aanwezig. Veel van de oorspronkelijke deuren zijn nog aanwezig. De machinehal bezit nog de oorspronkelijke vloerbetegeling van afwisselend beige en gele stroken met zwarte randen ertussen. De ongeveer twee meter hoge lambrizering is in schoon metselwerk uitgevoerd en daarboven gestuct. Helemaal boven in de lange wanden zijn zware I-balken verwerkt, kennelijk niet voor de structuur van het bouwwerk, maar waarschijnlijk voor de inmiddels verloren gegane functie. De glazen kapconstructie rust op stalen spanten, alles nog in oorspronkelijke staat.

Het inwendige is door diverse verbouwingen weliswaar op een aantal plaatsen aangetast, maar in grote lijnen en bij veel onderdelen is de oorspronkelijke inrichting nog te herkennen.

WAARDERING

Schoolgebouw met muur en hekwerk van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege

- de vooral uitwendig gave stijlzuiverheid in de Dudok-trant;

- de belangrijke plaats die het gebouw inneemt in het leven en het oeuvre van architect Baart;

- de stedenbouwkundige ligging als een ruimtevormend accent in de Westerparkwijk en aan de zoom van het Westerpark.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

School building with wall and metalwork for secondary technical education built in 1934/'35 in the Dudok manner, the cubic Amsterdam School style, designed by architect Andries Baart sr., lecturer in building design at the school. In 1915 a secondary technical school had been established in the Vredeman de Vriesstraat next to the craft school founded several decades earlier. In early 1933 consultation the national government proposed building a new secondary technical school, which would also provide sufficient expansion possibilities for the craft school. The latter would then be able to occupy the existing secondary technical school. New building plans were studied and in March lecturer in building design Andries Baart sr. was commissioned to draw up plans. As early as 19 April the architect submitted his first sketch plan, a plan which was largely followed subsequently, though consultation with the Ministry of Education and the National Building Authority took another year. On 24 May 1934 the construction could be put out to tender and on 14 June the contract was awarded to contractor H. van Heeswijk in Best. In January 1936 Princess Juliana opened the school with the unveiling of a bust of her mother. In a newspaper article shortly before the opening a characterisation is given: "The simple yet carefully designed building closes off the Westerpark in clean lines (...) The new Secondary Technical School, designed in flat-roof construction, expresses in its clear portrayal of the two wings and corner section the trend of the more businesslike and newer direction of architecture." The new secondary technical school came into being in a characteristic neighbourhood from the Interwar period, a neighbourhood with mainly homes for the middle class and the well-to-do on mostly spacious roads and streets interspersed here and there with a small park. The most remarkable green space provision in the neighbourhood is the Westerpark. Laid out in 1874/'75 as a freshwater pond surrounded by landscaping which functioned until 1888, the area was redesigned and extended into a park in 1926. On the first section of the adjoining Molenstraat stood a remnant of a mill and a few industrial buildings and on the corner of the Westerparkstraat there was still a considerable plot of vacant land. Entirely in the young tradition of the neighbourhood where remarkable buildings such as Coornhertschool, Wilhelminaschool, Dominicus and Pelikaankerk were situated on street corners, the secondary technical school also ended up on this corner and on the edge of the extended park. Architect Baart (1885-1969), who began as a teacher at the Leeuwarden craft school, subsequently took a management position at such a school in Amersfoort, but returned to Leeuwarden in 1922 as an independent architect and was soon able to also give instruction in building design at the secondary technical school. In those circles Baart evidently built up a reputation, as in 1927 he was able to design an industrial school for Velzen, a substantial school building in stylistically pure and decorative Amsterdam School style. At the end of 1931 Baart gave a lecture on the occasion of an exhibition of architect W.M. Dudok in museum Het Princessehof. In 1932 Baart (in collaboration with city architect Krook) designed the craft school for Zwolle in the Dudok style and the secondary technical school in Leeuwarden designed shortly afterwards was also realised in that style.

Description

EXTERIOR: School building consisting of two wings on Molenstraat and Westerparkstraat of three storeys with flat roofs, a corner section of varied cubic elements and an attached machine hall with glass barrel roof. The school site is bounded from the public space by a brick wall, on which a decorative wrought-iron railing in art deco forms is provided with the same double swing gate. This gives more specific form to the exceptional siting in the urban structure.

The two classroom wings are simple brick boxes with window bands which are articulated only by narrow wall divisions and on the ground floor also by rounded mouldings of dressed hard stone. Below, the windows are therefore primarily vertically articulated. On the upper storeys they are more horizontally articulated and there the windows consist of broad lower sections with casement windows and tall, broad fanlights with small glazing bars, all executed in steel. The brickwork of the ground floor is of purplish-red brick and the remaining masonry is built of a bright reddish-brown stone, which creates refined colour nuances. In form a subtle effect is likewise achieved in that the brickwork of the south wing on the side of the corner section curves out slightly and is rounded. From the short east side of this wing a projection with semi-circular closure is provided over the second and third storeys and above an entrance section at the end of the central corridors, provided with window frames and brick parapets. After this element the volume steps back a bay with a quarter-round closure of a brick parapet and window frame on the ground floor. The corner section with special functions consists of varied rectangular volumes with a low rounded element: the porter's lodge which projects forward like a garden pavilion and on that side is also the support for the concrete canopy above the entrance. On the other side the canopy is supported by a column. Above this entrance section and canopy lies the high stairwell, which is lit by a window frame bordered by purplish-red brick with vertically oriented windows. Slightly displaced behind the stairwell rises the tower: a substantial brick pilaster with art deco letters 'M T S' in Oberkirchner sandstone. Next to that begins the other classroom wing at a height of two storeys to be continued after a bay at three storeys height. The corner section thus forms a striking composition of cubic volumes which to a significant extent lends the building its character.

Behind the west wing in which a transformer house is also built stands the original machine hall: a rectangular building element with masonry in places offset in colour (purplish-red and reddish-brown) and a glass barrel roof. A glass frame was present on the front which later, presumably in the nineteen-sixties, was provided with a low parapet. On the exterior the only intervention which has affected the integrity.

INTERIOR: The wings contain central corridors with rooms on either side. The corridors connect to each other in a rectangular hall (with bust of Wilhelmina), where behind the main entrance there is still a vestibule and where the porter's lodge is nearby. The structure of these rooms and of all classrooms is still original. The stairwell connects to the central hall. The stairs have broad and heavy granite steps and substantial wooden railings. A lift shaft was installed in the spacious stairwell in the nineteen-seventies. A stained-glass window placed behind the light frame of the stairwell, donated at the opening by students and former students, designed by W. Bakker and executed by J. Haasdijk, was destroyed by warfare in 1942 but was more or less reconstructed in 1946. All circulation spaces are tiled, on the floor block-patterned in beige and yellow with black borders, on the walls light yellow with a decorative border of green, red and black. Only small sections of these coverings are damaged or missing. In the south wing an administrative space is followed by a still original room of the director, including among other things wooden wainscoting. This room, but also all classrooms are provided with recessed suspended ceilings. Various intermediate frames with draught doors have been renewed; some are still present. Many of the original doors are still present. The machine hall retains the original floor tiling of alternating beige and yellow stripes with black borders between them. The approximately two-metre-high wainscoting is executed in fair-faced brickwork and plastered above that. At the very top of the long walls heavy I-beams are incorporated, apparently not for the structure of the building but probably for the meanwhile lost function. The glass roof truss structure rests on steel trusses, all still in original condition.

The interior has been affected in a number of places by various alterations, but in broad outline and in many components the original design is still recognisable.

APPRECIATION

School building with wall and metalwork of general cultural-historical and architectural-historical and urban planning significance because of

- the especially externally preserved stylistic purity in the Dudok manner;

- the important place which the building holds in the life and oeuvre of architect Baart;

- the urban planning siting as a space-forming accent in the Westerparkwijk and on the edge of the Westerpark.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map