TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

H.H. Martelaren van Gorcum

Brielle, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Bedevaartskerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1929 - 1932
Address
De Rik 5, 3232 LA Brielle (Voorne aan Zee 28)
Place
Brielle
Municipality
Voorne aan Zee
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.89518, 4.15450
Part of complex
518182
Monument number
518183

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "37 Rotterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BEDEVAARTSKERK uit 1929-1931 behorende bij het complex bedevaartsoord H.H. Martelaren van Gorcum. De in een voor de jaren dertig van de twintigste eeuw karakteristieke traditionalistische baksteenarchitectuur uitgevoerde bedevaartskerk van het type pseudo-basiliek, is gebouwd naar ontwerp van de Rotterdamse architect H.P.J. de Vries. Na de bouw van de kerk werd de aan de achterzijde van de omgang staande houten kapel uit 1880 afgebroken. De inventaris van de kerk is voor een deel afkomstig uit deze houten kapel. Het betreft onder meer door de Gebr. Brom uitgevoerd siersmeedwerk, diverse altaren, beelden en de kerkbanken. Andere onderdelen, zoals de koorbank, de katheders en het grote bronzen kruis zijn in 1985 overgebracht vanuit de niet meer in gebruik zijnde kerk van de H. Martelaren te Gorinchem.

Omschrijving

BEDEVAARTSKERK met processiegangen, opgetrokken in rode baksteen op een rechthoekige plattegrond. De bouwdelen, die verschillende hoogtes hebben, staan onder met rode verbeterde Hollandse pannen gedekte zadeldaken. De sobere gevels worden verlevendigd door friezen met siermetselwerk van in- en uitspringende baksteen en hebben spitsboogvormige openingen.

De zuid-oost georiënteerde kerkgevel bevat de hoofdentree in een ingangsportaal in de vorm van een avant-corps met topgevel, voorzien van smalle schouders en een granieten kruis als bekroning. De entree bestaat uit een door muurtjes met ezelsruggen en een viertal smalle lichtspleten geflankeerde stoep en een in een spitsboogvormige portiek staande, getoogde dubbele spitsboogdeur van geklinknageld hout. De vensters in deze gevel zijn smalle lancetvensters, die zijn ingevuld met glas-in-lood. Hoog in de beide zijgevels van het avant-corps staan drie vensters.

Het hogere en bredere schip van de kerk heeft zeven traveeën tellende langsgevels, die zijn verstevigd door zes, eenmaal versneden steunberen met vlechtingen aan de afgeschuinde randen. Elk van de traveeën tussen deze steunberen bevat drie lancetvensters.

Aan het einde van de langsgevels bevinden zich ter hoogte van de laatste travee uitgebouwde zijportalen. Het portaal tegen de linker zijgevel bevat een rechtgesloten, boven een gemetselde trap staande deur, afgesloten door een uitkragende latei. De kopgevel van het portaal wordt evenals de hogere zijgevels met een ezelsrug afgesloten. Het hoger opgaande met het schip verbonden gedeelte, met relatief brede schouders aan een topgevel met drie vensters met glas-in-lood, steekt voor een deel in de kap van het schip. In de zijgevel staan twee keer twee lancetvensters. Aan de linkerzijde is de uitbouw met een zich getrapt verjongende steunbeer verbonden met de absis. Tegen de rechter zijgevel bevindt zich een vergelijkbare uitbouw. De deur in deze kleine dwarsvleugel staat in tegenstelling tot de andere niet in een laag ingangsportaal met horizontale bovenrand.

Het hoog opgaande koorgedeelte met driezijdige absis heeft aan de voorzijde in de topgevel die boven het schipdak uitsteekt een reeks klimmende lancetvensters. In de zijgevels van het koor staan drie grotere lancetvensters, die evenals de andere vensters zijn voorzien van glas-in-lood. De achterzijde wordt bekroond door een granieten kruis. De drie zijden van de absis worden verlevendigd door decoratief metselwerk.

Tegen de absis staat een lage, platte uitbouw met hierin de sacristie en de herenkamer. De achtergevel van deze uitbouw bevat in het midden een getoogde stalen deur met aan weerszijden een glas-in-loodvenster en een reeks, door smalle penanten van elkaar gescheiden hogere vensters, die eveneens glas-in-loodramen bevatten. De deur is van buiten af bereikbaar via een gemetselde trap met zijmuren voorzien van ezelsruggen. De achtergevel en de in het verlengde van het schip van de kerk staande processiegangen omsluiten een kleine binnentuin. De processiegangen sluiten aan op de genoemde dwarse uitbouwen en lopen naar de betonnen omgang. Ze staan onder met verbeterde Hollandse pannen gedekte zadeldaken en zijn in beide langsgevels voorzien van met glas-in-lood gevulde spitsboogvensters, die per twee tussen steunberen staan. Evenals bij de kerk zijn de bovenranden van de gevels verlevendigd met decoratief metselwerk.

Het inwendige van de kerk is in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard gebleven en grotendeels in schoon metselwerk uitgevoerd. De kerkruimte wordt doorsneden door zeven spitsboogvormige gordelbogen, die het schip in acht traveeën verdelen en waarop de gordingen van de in het zicht gelaten houten kap rusten. De bogen zijn aan de bredere onderzijden voorzien van spitsboogvormige doorgangen (scheibogen), zodat aan weerszijden van het schip de suggestie van een smalle zijbeuk wordt gewekt. De muren van het schip zijn tussen de dakvoet en de vensters voorzien van een fries van decoratief metselwerk. Het rechthoekige priesterkoor wordt evenals de erachtergelegen apsis verlicht door glas-in-loodvensters hoog in de gevels van de koortoren. De driezijdige apsis heeft een spits gewelf. De polychrome houten beelden van de martelaren van Gorcum staan op houten consoles tegen de boogpijlers. Op de tegelvloer staan twee rijen banken aan een middenpad. Tussen het ingangsportaal, dat aan beide kanten een nevenruimte heeft, en het kerkschip staat een getoogde dubbele deur. Aan weerszijden van dit hoofdportaal twee spitsboogvormige openingen onder gemetselde balkons. De balkons rusten op vijf lange, getrapt uitgemetselde consoles waarmee ze een geheel vormen. Ze flankeren de orgelgalerij met spitsboogvormige opening. De betegelde processiegangen zijn net als het schip over de breedte doorsneden door zeven gemetselde, spitsboogvormige gordelbogen. De in het zicht gelaten houten kap heeft spantbenen op houten liggers en uitgemetselde bloktandfriezen. Tussen de processiegangen en de betonnen omgang staan dubbele deuren met kruisgehengen. De sacristie heeft een balkenplafond, verbindingsdeuren met kruisgehengen, wanden met uitgemetselde bloktandfriezen en een dubbele kast met openslaande deuren. De keukenwanden zijn aan de onderkant groen geglazuurd.

De kerk bevat onder meer een in 1922 uit brons vervaardigd reliekschrijn met de stoffelijke resten van de Martelaren (atelier gebr. Brom, Utrecht), een witmarmeren altaar met bijbehorend ijzeren tabernakel (geschenk van de Nederlandse bisschoppen), een neogotische zijaltaar van de Heilige Theodorus van der Eem (1880, geschonken door Freule Louise Melort), een neogotisch zijaltaar uit 1880 van de Koningin der Martelaren, met taferelen van de martelingen, en boven de hoofdentree een schilderij met de terechtstelling van de Martelaren van Gorcum, in 1880 geschilderd door de Haarlemse schilder Philippeau in opdracht van de Haarlemse Broederschap van de Heilige Martelaren van Gorcum. De bewerkte koorbank, de katheders en het bronzen kruis zijn in 1985 naar Brielle overgebracht uit de kerk van de H. Martelaren in Gorcum. Het siersmeedwek van het koorhek met herten is vervaardigd door het atelier van de Gebroeders Brom. De sacramentsbaldakijn rechts is een geschenk van katholiek Rotterdam. De lezenaren aan weerszijden van het koor zijn afkomstig uit het atelier van de Gebroeders Brom. Op de orgelgalerij een tweeklaviers mechanisch orgel met vrij pedaal gemaakt door M. Maarschalkerweerd in 1876 voor de r.k. H.Barbarakerk te Bunnik, in 1940 geplaatst in de parochiekerk van Zwijndrecht en in 1999 beschikbaar gesteld voor de kerk van de H.H.Martelaren van Gorkum.

Waardering

De bedevaartskerk is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde, de ensemblewaarde en de architectuurhistorische waarde.

- De kerk is van cultuurhistorisch belang vanwege de functie en als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling.

- De kerk heeft situeringswaarde en ensemblewaarde vanwege de bijzondere ligging ten opzichte van de directe omgeving en vanwege de sterke functionele en visuele samenhang met de andere complexonderdelen.

- De kerk heeft architectuurhistorische waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp en vanwege de bijzondere samenhang tussen in- en exterieur.

- De kerk is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van in- en exterieur en vanwege de belangwekkende inventarisstukken.

- De bedevaartskerk is van belang vanwege de functionele zeldzaamheid in de provincie Zuid-Holland en in Nederland.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

PILGRIMAGE CHURCH dating from 1929-1931 forming part of the pilgrimage site complex H.H. Martelaren van Gorcum. The pilgrimage church, executed in brick architecture characteristic of the nineteen-thirties and of the pseudo-basilica type, was built to the design of Rotterdam architect H.P.J. de Vries. After the construction of the church, the wooden chapel from 1880 standing at the rear of the ambulatory was demolished. The inventory of the church derives in part from this wooden chapel. This includes, among other things, ornamental ironwork executed by the Gebr. Brom, various altars, statues and church benches. Other components, such as the choir bench, the cathedral chairs and the large bronze cross were transferred in 1985 from the no longer in-use church of the H. Martelaren in Gorinchem.

Description

PILGRAMAGE CHURCH with processional galleries, constructed in red brick on a rectangular ground plan. The building sections, which have different heights, are covered by gabled roofs with red improved Dutch tiles. The sober facades are enlivened by friezes with decorative brickwork of recessed and projecting brick and have pointed-arch openings.

The south-east oriented church facade contains the main entrance in an entrance portal in the form of an avant-corps with a stepped gable, furnished with narrow shoulders and a granite cross as crowning. The entrance consists of a stoop flanked by walls with saddle-back edges and four narrow light slits, and a vaulted double pointed-arch door of riveted timber standing in a pointed-arch portico. The windows in this facade are narrow lancet windows filled with glass-in-lead. High in both side facades of the avant-corps stand three windows.

The higher and wider nave of the church has longitudinal facades with seven bays, which are strengthened by six, once cut buttresses with buttress slips at the chamfered edges. Each of the bays between these buttresses contains three lancet windows.

At the end of the longitudinal facades, at the level of the last bay, are located protruding side portals. The portal against the left side facade contains a straight-headed door, standing above a masonry staircase, closed by a projecting lintel. The gable head of the portal is finished, as are the higher side facades, with a saddle-back edge. The higher section connected with the nave, with relatively broad shoulders to a stepped gable with three glass-in-lead windows, projects in part into the roof of the nave. In the side facade stand two pairs of lancet windows. On the left side the projection is connected with the apse by a buttress that tapers in steps. Against the right side facade stands a similar projection. The door in this small transverse wing, in contrast to the others, does not stand in a low entrance portal with a horizontal upper edge.

The high-rising choir section with three-sided apse has, on its front face in the stepped gable which projects above the nave roof, a series of climbing lancet windows. In the side facades of the choir stand three larger lancet windows, which, like the other windows, are furnished with glass-in-lead. The rear is crowned by a granite cross. The three sides of the apse are enlivened by decorative brickwork.

Against the apse stands a low, flat projection containing the sacristy and the vestry. The rear facade of this projection contains in the centre a vaulted steel door with on either side a glass-in-lead window and a series of higher windows separated from each other by narrow pilasters, which likewise contain glass-in-lead frames. The door is accessible from outside via a masonry staircase with side walls furnished with saddle-back edges. The rear facade and the processional galleries standing in the extension of the church nave enclose a small courtyard. The processional galleries connect with the aforementioned transverse projections and lead to the concrete ambulatory. They are covered with gabled roofs with improved Dutch tiles and in both longitudinal facades are furnished with pointed-arch windows filled with glass-in-lead, which stand in pairs between buttresses. As with the church, the upper edges of the facades are enlivened with decorative brickwork.

The interior of the church has been preserved in virtually original condition and is largely executed in exposed brickwork. The church space is divided by seven pointed-arch transverse ribs, which divide the nave into eight bays and on which rest the collar beams of the exposed timber roof truss. The arches are furnished on their broader undersides with pointed-arch passages (transverse ribs), so that on either side of the nave the suggestion of a narrow side aisle is created. The walls of the nave are furnished between the roof foot and the windows with a frieze of decorative brickwork. The rectangular priest's choir is illuminated, like the apse behind it, by glass-in-lead windows high in the facades of the choir tower. The three-sided apse has a pointed vault. The polychrome wooden statues of the martyrs of Gorcum stand on wooden consoles against the arch piers. On the tile floor stand two rows of benches along a central aisle. Between the entrance portal, which has an ancillary space on both sides, and the church nave stands a vaulted double door. On either side of this main portal two pointed-arch openings under masonry balconies. The balconies rest on five long, progressively stepped-out consoles with which they form a whole. They flank the organ gallery with a pointed-arch opening. The tiled processional galleries are, like the nave, divided across their width by seven masonry, pointed-arch transverse ribs. The exposed timber roof has collar ties on timber beams and masonry block-tooth friezes. Between the processional galleries and the concrete ambulatory stand double doors with cross hinges. The sacristy has a beam ceiling, connecting doors with cross hinges, walls with masonry block-tooth friezes and a double cabinet with hinged doors. The kitchen walls are glazed green at the bottom.

The church contains, among other things, a reliquary shrine made of bronze in 1922 containing the mortal remains of the Martyrs (atelier Gebr. Brom, Utrecht), a white marble altar with accompanying iron tabernacle (gift of the Dutch bishops), a neo-gothic side altar of Saint Theodorus van der Eem (1880, donated by Freule Louise Melort), a neo-gothic side altar from 1880 of the Queen of the Martyrs, with scenes of the martyrdoms, and above the main entrance a painting of the execution of the Martyrs of Gorcum, painted in 1880 by Haarlem painter Philippeau by commission of the Haarlem Brotherhood of the Holy Martyrs of Gorcum. The worked choir bench, the cathedral chairs and the bronze cross were transferred in 1985 to Brielle from the church of the H. Martelaren in Gorcum. The ornamental ironwork of the choir screen with deer was manufactured by the atelier of the Gebroeders Brom. The sacrament baldachin on the right is a gift from catholic Rotterdam. The lecterns on either side of the choir come from the atelier of the Gebroeders Brom. On the organ gallery a two-manual mechanical organ with free pedal made by M. Maarschalkerweerd in 1876 for the r.k. H.Barbarakerk in Bunnik, placed in 1940 in the parish church of Zwijndrecht and made available in 1999 for the church of the H.H.Martelaren van Gorkum.

Valuation

The pilgrimage church is of general interest because of its cultural-historical value, ensemble value and architectural-historical value.

- The church is of cultural-historical importance because of its function and as a special expression of a spiritual and typological development.

- The church has siting value and ensemble value because of its special location in relation to the immediate surroundings and because of the strong functional and visual coherence with the other complex components.

- The church has architectural-historical value because of the quality of the design and because of the special coherence between interior and exterior.

- The church is also of importance because of the recognisability and integrity of the interior and exterior and because of the noteworthy inventory items.

- The pilgrimage church is of importance because of its functional rarity in the province of South Holland and in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map