TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Westzijde 87

Zaandam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1895
Address
Westzijde 87, 1506 GA Zaandam (Zaanstad 27)
Place
Zaandam
Municipality
Zaanstad
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.44585, 4.81864
Monument number
518066

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op de hoek van de Westzijde en de Langestraat gelegen halfvrijstaand HERENHUIS uit 1895, gebouwd in eclectische stijl naar ontwerp van de Amsterdamse architect H.G. Jansen. Opdrachtgever was E.G. Verkade jr, de oudste zoon van de grondlegger van de Verkade-fabrieken. Het pand is schuin tegenover "De Ruyter" gesitueerd, de eerste fabriek van Verkade.

In 1929 kreeg de zijgevel aan de Langestraat een dienstingang en werd de veranda tegen de achtergevel vervangen door een serre met daarnaast een bijkeuken met bergplaats. Tussen de kamers-en-suite op de begane grond bevond zich een glas-in-lood schuifwand die zich thans in de achtertuin bevindt. Voor het overige verkeert het pand zowel uit- als inwendig grotendeels in oorspronkelijke staat.

Omschrijving

Op nagenoeg rechthoekig grondplan opgetrokken herenhuis van twee bouwlagen onder een samengesteld dak. Op alle dakvlakken aan de voorzijde en op het achtzijdige tentdak van het traptorentje boven de rechter zijgevel liggen leien in Maasdekking, de overige dakschilden zijn gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. De risalerende bijkeukenaanbouw met bergplaats heeft een rechthoekige plattegrond en telt één bouwlaag onder twee platte daken met overstek (het dak boven de bergplaats is lager). De gevels van het pand zijn opgetrokken in rode machinale baksteen (waalformaat) in kruisverband met gesneden voeg. De vensters hebben hardsteen lekdorpels. In tegenstelling tot de sobere achter- en zijgevels is de voorgevel rijk voorzien van (deels crèmekleurig geverfde) natuursteen en kunststeen elementen.

De voorgevel (O) kent een drieledige opzet met enigszins rechts van het midden over beide bouwlagen een erker met afgeschuinde zijden. Links hiervan een geveldeel met dubbel ingezwenkte klokgevel en rechts een smal gevelvlak waarin de voordeur, en zowel op de eerste als de zolderverdieping een inpandig balkon. Hierboven een uit het voorschild komend ingezwenkt en leigedekt tentdak bekroond door rijk floraal siersmeedwerk en voorzien van een zinken mastgoot. De voorgevel heeft een gemetselde sokkel met plint en bovenrand van hardsteen en daartussen ruitvormige en rechthoekige siermotieven. Het metselwerk van de sokkel is ter plaatse van de erker uitgevoerd in grijze baksteen. De erker is voorzien van speklagen en wordt bekroond door een rijk gedetailleerde balustrade met cirkelmotieven en een hardstenen afdeklijst. De voorzijde van de erker wordt geflankeerd door pilasters die ter hoogte van het bovenlicht van het verdiepingsvenster eindigen in halfzuiltjes met knoppenkapitelen. De erker heeft middenvoor op de begane grond een schuifvenster met tweedelig bovenlicht waarboven driepasmotieven en op de verdieping een stolpraam met tweedelig getoogd bovenlicht voorzien van glas- in-lood. In de schuine zijden van de erker bevindt zich zowel beneden als boven een smal schuifvenster met bovenlicht, op de verdieping voorzien van glas-in-lood. De verdiepingsvensters van de erker zijn geplaatst op een blinde balustrade met een vulling van gele en lichtrode baksteen. Het balkon op de erker is toegankelijk via een door de gootlijst stekende paneeldeur met vierruits raam onder een lessenaardak.

Het linker geveldeel is voorzien van rijke muurankers. Op de begane grond bevindt zich een driedelig schuifvenster met rijkgeprofileerde tussenstijlen en kalven, vier bovenlichten en een in het midden verhoogde latei voorzien van driepasmotieven. Op de eerste verdieping bevinden zich naast elkaar twee door spekblokken geflankeerde schuifvensters met glas-in-lood bovenlichten waarboven segmentbogen van oranjerode baksteen voorzien van bewerkte sluit-en aanzetstenen en afgesloten door een profiellijst. De klokgevel heeft een door blokken geflankeerd stolpraam met roedeverdeling, ontlast door een korfboog waaronder een boogvulling van gele en oranjerode baksteen. Ter hoogte van de lekdorpel van het venster bevindt zich aan weerszijden een cartouche: rechts met een krakeling, links met drie kleine rechthoekige motieven (vermoedelijk biscuits). De topgevel is voorzien van voluutvormige aanzetstenen en een deklijst met bolmotieven (mogelijk deegbolletjes) die zich boven het middendeel van de gevel voortzet. De topgevel wordt bekroond door een gebogen fronton met siervaas.

De eikenhouten paneeldeur in het smalle rechter geveldeel is voorzien van floraal smeedwerk, glas-in-lood en een driedelig bovenlicht eveneens voorzien van glas-in-lood. Boven de deur bevindt zich een overstekend hardstenen balkon dat rechts rust op een zware console en voorzien is van een balustrade zoals onder de verdiepingsvensters van de erker, maar met een vulling van smeedwerk in Art-Nouveaustijl. Het deels inpandige balkon is toegankelijk via een smalle paneeldeur in de linker wand en heeft in de achterwand een kleine rondnis. Het balkon wordt ontlast door een segmentboog waaronder siersmeedwerk en waarboven een jaartalsteen. Het eveneens door een segmentboog ontlaste inpandige balkon ter hoogte van de zolder is toegankelijk via een paneeldeur met vierruits raam.

De rechter zijgevel (N) heeft een plint en waterlijst van grijze baksteen, schootankers ter hoogte van de verdiepingsvloer en wordt door drie schuine gevelsprongen geleed. Het middelste geveldeel is voorzien van een klein liggend venster (1929) rechts in de eerste bouwlaag, drie trapsgewijs geplaatste vensters ter hoogte van de achterliggende trap, en een venster links op de eerste verdieping. Het trappenhuis wordt tevens verlicht door een schuin glazen dakvlak. De bakgoot boven dit geveldeel zet zich voort langs het terugliggende linker geveldeel dat boven de goot met een klokgevel hoger opgetrokken is en rechtsboven voorzien van een klein vierruits venster. De klokgevel is afgesloten met een deklijst en een gebogen fronton met vaasvormige bekroning.

Het door een bakgoot afgesloten brede risalerende rechter geveldeel heeft twee keldervensters, daarboven twee gekoppelde achtruits stolpramen met vierruits bovenlichten (1929), en rechts een portiek met dienstingang (1929) waarnaast links een stalen raam. De eerste verdieping heeft alleen een klein raampje links. De boven de dakgoot uitstekende achtzijdige traptoren is voorzien van een vierruits venster. De vensters (deels met roedenramen) van de aanbouw zetten zich om de hoek voort. Onder de vensters is het muurwerk uitgevoerd in paarsrood gemêleerde waalsteen en daarboven enigszins in overstand gemetseld in rode waalsteen, beide in kruisverband met snijvoeg.

De achtergevel (W) telt boven de serre drie T-vensters en wordt afgesloten door een gootlijst. In het enigzins lagere en uitspringende linker gedeelte van de achtergevel bevindt zich boven de bijkeuken een gekoppeld venster.

Het interieur is grotendeels oorspronkelijk en bevat onder meer een vestibule met witmarmeren vloer, lambrisering en tochtdeur met glas-in-lood, een ruime hal met trap met balustrade en in Amerikaans grenen een vloer, paneellambrisering, deuromlijstingen en een enkelvoudige balklaag met geprofileerde korbelen. De paneeldeuren zijn aan de halzijde uitgevoerd in Amerikaans grenen en aan de andere zijde in eikenhout. In de zeshoekige kamer een eikenhouten parketvloer, lambrisering, hoekschouw en stucplafond met floraal middenornament. Links op de begane grond bevinden zich twee kamers-en-suite met eikenhouten parketvloer en in de achterste kamer een dito paneellambrisering in neorenaissancestijl. Het laatstgenoemde vertrek heeft verder een eikenhouten cassettenplafond en een neorenaissance schouw met secundair verwerkte Delfts blauwe haardtegels, een originele kachel ("J.A. HARM & ZONEN AMSTERDAM") en een op twee zwartmarmeren zuilen rustende eikenhouten schouwkap voorzien van een gobelin met pastorale voorstelling. Bovenaan elke zuil bevindt zich een wapendragende leeuw, links met ankerkruis, het familiewapen van Verkade, rechts met bijenkorf, het familiewapen van Honig. Van de kamers-en-suite heeft de voorkamer een stucplafond met floraal middenornament. De kelder heeft een rode plavuizenvloer en troggewelfjes van gele ijsselsteen. Op de eerste verdieping een overloop met eikenhouten parketvloer, boven de trap een rijke kooflijst waarbinnen een bovenlicht. De slaapkamers met stucplafonds en eikenhouten parketvloeren, hebben zwartmarmeren schouwen en deels witmarmeren wastafels waaronder een dubbele wastafel in een nis in de slaapkamer middenvoor. Voorts een badkamer met oorspronkelijke bad/douche en betegeling, en een zolder met een beschoten gordingenkap en twee afgeschoten kamers waaronder een meidenkamer voorzien van vaste ledikanten.

Waardering

Het pand is van algemeen belang wegens architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde als grotendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een herenhuis uit het laatste kwart van de 19de eeuw, opgetrokken in eclectische bouwtrant. Vanwege de gaafheid en rijkdom van het interieur heeft het pand tevens zeldzaamheidswaarde. Daarnaast heeft het pand ensemblewaarde vanwege de historisch-functionele relatie met het tegenoverliggende fabriekscomplex van Verkade.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Semi-detached gentleman's house from 1895, located on the corner of the Westzijde and the Langestraat, built in eclectic style to a design by Amsterdam architect H.G. Jansen. The client was E.G. Verkade jr, the eldest son of the founder of the Verkade factories. The property is situated diagonally opposite "De Ruyter", Verkade's first factory.

In 1929 the side facade on the Langestraat received a service entrance and the veranda against the rear facade was replaced by a conservatory with an adjoining scullery with storage space. Between the interconnecting rooms on the ground floor there was a leaded glass sliding partition which is now located in the back garden. Otherwise the property is largely in its original state both externally and internally.

Description

Gentleman's house built on a nearly rectangular ground plan with two storeys under a composite roof. On all roof surfaces facing the front and on the eight-sided tent roof of the stair tower above the right side facade, slates are laid in Maas covering; the remaining roof tiles are covered with suppressed Dutch tiles. The projecting scullery extension with storage space has a rectangular ground plan and comprises one storey under two flat roofs with eaves (the roof above the storage space is lower). The facades of the property are built in red machine-made brick (Waals format) in a cross bond with cut joint. The windows have sandstone drip moulds. In contrast to the austere rear and side facades, the front facade is richly furnished with (partly cream-painted) natural stone and artificial stone elements.

The front facade (E) has a three-part arrangement with an oriel with bevelled sides, positioned somewhat to the right of centre and spanning both storeys. To the left of this a facade section with a double-indented bell gable and to the right a narrow facade area in which the front door is located, and on both the first floor and the attic storey an inset balcony. Above this an indented and slate-covered tent roof projecting from the front panel, crowned with rich floral wrought ironwork and fitted with a zinc gutter. The front facade has a masonry plinth with a skirting and top edge of sandstone and between them diamond-shaped and rectangular ornamental motifs. The masonry of the plinth is executed in grey brick at the location of the oriel. The oriel is furnished with bands of stone and is crowned by a richly detailed balustrade with circle motifs and a sandstone coping. The front of the oriel is flanked by pilasters which terminate at the height of the fanlight of the first-floor window in half-columns with knob capitals. The oriel has centrally on the ground floor a sash window with two-part fanlight above which three-pass motifs and on the first floor a horizontal-pivot window with two-part arched fanlight furnished with leaded glass. In the sloping sides of the oriel there is a narrow sash window with fanlight on both levels, on the first floor furnished with leaded glass. The first-floor windows of the oriel are positioned on a blind balustrade with a filling of yellow and light red brick. The balcony on the oriel is accessible via a panel door with four-pane window piercing the gutter line, under a sloping roof.

The left facade section is furnished with rich wall anchors. On the ground floor there is a three-part sash window with richly profiled centre and outer stiles and mullions, four fanlights and a centrally raised lintel furnished with three-pass motifs. On the first floor next to each other are two sash windows flanked by bands of stone with leaded glass fanlights above which segmental arches of orange-red brick furnished with worked closing and springing stones and terminated by a moulding. The bell gable has a flanked horizontal-pivot window with glazing bars, relieved by a segmental arch below which an arch filling of yellow and orange-red brick. At the height of the window drip mould there is on each side a cartouche: on the right with a pretzel, on the left with three small rectangular motifs (presumably biscuits). The top gable is furnished with scroll-shaped springing stones and a cornice with ball motifs (possibly dough balls) which continues above the central section of the facade. The top gable is crowned by a curved pediment with ornamental vase.

The oak panel door in the narrow right facade section is furnished with floral wrought ironwork, leaded glass and a three-part fanlight also furnished with leaded glass. Above the door there is a projecting sandstone balcony which rests on the right on a heavy console and furnished with a balustrade like that below the first-floor windows of the oriel, but with a filling of wrought ironwork in Art Nouveau style. The partly inset balcony is accessible via a narrow panel door in the left wall and has in the rear wall a small round niche. The balcony is relieved by a segmental arch below which wrought ironwork and above which a date stone. The equally segmental arch relieved inset balcony at the height of the attic is accessible via a panel door with four-pane window.

The right side facade (N) has a skirting and drip moulding of grey brick, shoot anchors at the height of the first-floor level and is articulated by three oblique facade offsets. The central facade section is furnished with a small horizontal window (1929) to the right on the first storey, three staircase-arranged windows at the height of the rear stair, and a window to the left on the first floor. The staircase is also lit by a sloping glazed roof section. The gutter above this facade section continues along the recessed left facade section which above the gutter rises higher with a bell gable and to the upper right is furnished with a small four-pane window. The bell gable is terminated with a cornice and a curved pediment with vase-shaped finial.

The broad projecting right facade section terminated by a gutter has two cellar windows, above them two paired eight-pane horizontal-pivot windows with four-pane fanlights (1929), and to the right a porch with service entrance (1929) next to which on the left a steel frame. The first floor has only a small window on the left. The eight-sided stair tower projecting above the roof gutter is furnished with a four-pane window. The windows (partly with glazing bar frames) of the extension continue around the corner. Below the windows the masonry is executed in purple-red variegated Waals brick and above in a somewhat projecting course in red Waals brick, both in a cross bond with cut joint.

The rear facade (W) has above the conservatory three T-windows and is terminated by a gutter line. In the somewhat lower and projecting left section of the rear facade there is above the scullery a paired window.

The interior is largely original and contains amongst other things a vestibule with white marble floor, wainscoting and draught door with leaded glass, a spacious hall with staircase with balustrade and American white pine flooring, panel wainscoting, door casings and a simple beam layer with profiled brackets. The panel doors are executed in American white pine on the hall side and in oak on the other side. In the hexagonal room an oak parquet floor, wainscoting, corner fireplace and stucco ceiling with floral central ornament. On the left on the ground floor are two interconnecting rooms with oak parquet flooring and in the rear room with panel wainscoting in neo-Renaissance style. The aforementioned room also has an oak coffered ceiling and a neo-Renaissance fireplace with secondarily incorporated Delftware blue tiles, an original stove ("J.A. HARM & ZONEN AMSTERDAM") and an oak fireplace hood resting on two black marble columns furnished with a tapestry with pastoral representation. On top of each column there is a heraldic lion, on the left with anchor cross, the Verkade family coat of arms, on the right with beehive, the Honig family coat of arms. Of the interconnecting rooms the front room has a stucco ceiling with floral central ornament. The cellar has a red tile floor and barrel vaults of yellow Ijssel stone. On the first floor a landing with oak parquet flooring, above the stair a rich cornice line within which a fanlight. The bedrooms with stucco ceilings and oak parquet floors have black marble fireplaces and partly white marble washstands including a double washbasin in a niche in the central front bedroom. Furthermore a bathroom with original bath/shower and tiling, and an attic with a covered collar tie roof truss and two enclosed rooms including a maid's room furnished with fixed bedsteads.

Valuation

The property is of general interest due to its architectural-historical and cultural-historical value as a largely intact example of a gentleman's house from the last quarter of the 19th century, built in an eclectic style. Due to the intactness and richness of the interior the property also has rarity value. Additionally, the property has ensemble value due to the historic-functional relationship with the opposite Verkade factory complex.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map