Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Westzijde 81
Zaandam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1862
- Address
- Westzijde 81, 1506 ED Zaandam (Zaanstad 27)
- Place
- Zaandam
- Municipality
- Zaanstad
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.44549, 4.81883
- Monument number
- 518064
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1838 map "Amsterdam" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Op de hoek van de Westzijde en het Stuurmanspad gelegen vrijstaand HERENHUIS, gebouwd in 1862 in neo-classicistische stijl naar ontwerp van de Zaanse gemeentearchitect L.J. Immink. Opdrachtgever was de houthandelaar C. Smit Csz. wiens naam vermeld staat op de eerste steen in de achtergevel. In 1885 liet de toenmalige bewoner, burgemeester H.J. Versteeg, het pand uitbreiden met een door de Zaanse architecten J. en D. Eilmann in dezelfde stijl ontworpen aanbouw van drie bouwlagen tegen de linker zijgevel. Door de aanbouw ten opzichte van het bestaande pand terug te plaatsen kon gelijktijdig een L-vormige houten veranda worden gerealiseerd langs de voorgevel van de aanbouw en tegen de linkerzijgevel van het direct aan de openbare weg grenzende bestaande huis. Sinds 1910 is het pand in gebruik als dokterswoning.
N.B. De uit 1948 daterende lage aanbouw rechts tegen de achtergevel is voor de bescherming van ondergeschikt belang.
Omschrijving
Op nagenoeg rechthoekig grondplan opgetrokken herenhuis van drie bouwlagen onder een flauw hellend schilddak met de noklijn nagenoeg haaks op de straat en een dekking van zwartgeglazuurde Hollandse pannen. Het geheel gepleisterde pand heeft een klassieke gevelopbouw met een lage benedenverdieping rondom voorzien van geblokt pleisterwerk, een hoge bel-etage, en een iets minder hoge tweede verdieping afgesloten door een omgaand hoofdgestel waarachter de borstwering van de zolderverdieping schuil gaat. Het pleisterwerk van de eerste en tweede verdieping heeft een fijne blokindeling. De benedenverdieping heeft rondom een geprofileerde plint en een afsluitende kroonlijst. De gevels worden verder horizontaal geleed door vier omgaande, gekorniste cordonlijsten.
De gerende voorgevel (O) telt drie traveeën en heeft geblokte hoekpilasters. In de eerste bouwlaag twee nagenoeg vierkante stolpramen en links hiervan een dubbele paneeldeur, voorzien van twee gietijzeren deurroosters waarachter twee naar binnen draaiende ramen. De bel-etage telt drie hoge stolpramen met ongedeeld bovenlicht. Hetzelfde venstertype is toegepast op de tweede verdieping. Hier zijn de vensters minder hoog en de bovenlichten van het rechter en linker venster voorzien van een niet oorspronkelijk uitzetraam.
De rechter zijgevel (N) heeft alleen een zesruits Empirevenster in het midden van de tweede verdieping. Ter hoogte van de kapvoet staan twee vernieuwde rechthoekige schoorstenen van rode machinale baksteen.
In het midden van de achtergevel (W) is boven de plint de in hardsteen uitgevoerde eerste steen ingemetseld met daarop de tekst "C. Smit Csz. 17 MEI 1862". Rechts in de eerste bouwlaag bevindt zich de vernieuwde achterdeur. Van de vensters in deze gevel zijn het smalle zesruits schuifvenster rechts op de eerste en tweede verdieping oorspronkelijk (de overige vensters dateren uit XXc en XXd).
De linker zijgevel (Z) van het herenhuis wordt door de aanbouw uit 1885 grotendeels aan het oog onttrokken, met uitzondering van het rechter muurgedeelte. Hier is, vermoedelijk in 1885, ter hoogte van de eerste verdieping een dubbele balkondeur met bovenlicht aangebracht uitkomend op de gelijktijdig met de aanbouw gerealiseerde L-vormige veranda die langs deze gevel en de voorzijde van de aanbouw loopt. De houten veranda is samengesteld uit paarsgewijs geplaatste (vernieuwde) stijlen waarop moerbalken rusten met daarin paarsgewijs ingelaten geprofileerde kinderbalken voorzien van een uitkragend en geprofileerd balkeinde. Rond het houten balkon is een laag hek aangebracht bestaande uit in het verlengde van de stijlen geplaatste houten balusters met afgeschuinde hoeken en daartussen ijzeren hekdelen voorzien van spijlen waartussen krulmotieven.
De op een vergelijkbare wijze gepleisterde aanbouw uit 1885 heeft een rechthoekige plattegrond, drie verdiepingen en een plat dak omgeven door een bakgoot op geprofileerde klossen. Door het ontbreken van een kap met borstwering is de aanbouw lager.
De twee traveeën brede voorgevel (O) heeft geen hoekrisalieten. Links in de eerste bouwlaag een brede vernieuwde paneeldeur met moderne glaspanelen en een bovenlicht, rechts hiervan een nieuw smal draairaam waarnaast in de hoek een houten c.v.-ruimte (1965) waarboven een rookkanaal. Links van deze schoorsteen is boven de zuidgevel van het herenhuis naderhand een dakkapel aangebracht. De aanbouw heeft op de bel-etage twee dubbele balkondeuren met bovenlicht uitkomend op het balkon. De twee vensters van de tweede verdieping zijn uitgevoerd als stolpraam met bovenlicht.
De linker zijgevel (Z) van de aanbouw heeft eveneens twee vensterassen met vensters als in de voorgevel van het bestaande pand. Het linker stolpraam op de begane grond is recent vervangen door een raam van kunststof.
De ten opzichte van het bestaande pand risalerende achtergevel (W) is geheel gesloten. Op de gevel staat een rechthoekige schoorsteen van rode machinale baksteen.
Het interieur op de bel-etage is grotendeels oorspronkelijk en onder meer voorzien van paneeldeuren met een geprofileerde omlijsting. De kamers-en-suite op deze verdieping hebben beide een rijk omlijst stucplafond uit het laatste kwart van de 19de eeuw. Het plafond in de voorkamer is voorzien van een gestuct middenornament en de oorspronkelijke polychrome beschildering met florale motieven (ondermeer rankwerk en vruchten). De aanbouw heeft op de bel-etage één vertrek dat betimmerd is in een rijke neo-renaissancestijl. Rondom is een gehoute lambrisering aangebracht geleed door gecanneleerde pilasters en ondermeer voorzien van roodbruin geschilderde diamantkoppen. De zwartmarmeren schouw tegen het midden van de achterwand heeft twee vrijstaande zuilen en rijke details deels in groen marmer. De vloer van de schouw bestaat uit meerkleurige non-figuratieve tegels. De boezem is voorzien van een schilderij voorstellende een zittende vrouw en een man onder een boom (gesigneerd "P. Bouman 1896" ?). Het schoorsteenstuk wordt omlijst door een gehoute pilasterstelling ondermeer voorzien van roodbruine diamantkoppen en beslagwerk. Ter weerszijden van de schouw bevindt zich een kast, afgesloten door een paneeldeur waarboven een kleine houten sierbalustrade is aangebracht. De toegangsdeur in de noordwand heeft een rijke, gehoute omlijsting bestaande uit gecanneleerde pilasters en een kroonlijst waarboven een smallere opbouw voorzien van gecanneleerde pilasters waartussen rolwerk, voluutvormige wangen, en een driehoekig fronton. De vloer van de kamer bestaat uit brede delen, het plafond uit rijk geprofileerde moer- en kinderbalken, evenals de sleutelstukken (dubbel kraalprofiel) voorzien van kleuraccenten in lichtgroen, rozerood en goud. In de aanbouw zijn in de kamers nog de balkenplafonds zichtbaar bestaande uit lichte, geprofileerde balken voorzien van dito sleutelstukken. De deuropeningen op de tweede verdieping hebben nog de oorspronkelijke geprofileerde deuromlijsting. De houten zoldertrap heeft gietijzeren spijlen en houten handlijsten. De zolderverdieping heeft een gepleisterde borstwering en een lage, beschoten kap met Philibertspanten. Op de voorzolder twee dienstbodenkamertjes voorzien van paneeldeuren.
Waardering
Het herenhuis in neo-classicistische stijl is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als goed ontworpen en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van rijke woonhuisarchitectuur uit het derde kwart van de 19de eeuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Standing on the corner of the Westzijde and the Stuurmanspad, a detached TOWNHOUSE built in 1862 in neo-classical style according to a design by the Zaanse municipal architect L.J. Immink. The client was the timber merchant C. Smit Csz., whose name is recorded on the cornerstone in the rear facade. In 1885, the then occupier, mayor H.J. Versteeg, had the building extended with an annex of three storeys designed by the Zaanse architects J. and D. Eilmann in the same style, built against the left side facade. By setting the annex back relative to the existing building, it was simultaneously possible to create an L-shaped wooden veranda along the front facade of the annex and against the left side facade of the existing house bordering the public highway. Since 1910 the building has been in use as a doctor's residence.
N.B. The low annex dating from 1948 attached to the right of the rear facade is of subordinate importance for the protection of the building.
Description
A townhouse constructed on a nearly rectangular ground plan with three storeys beneath a shallow-pitched hipped roof with the ridge line nearly perpendicular to the street and covered with black-glazed Dutch tiles. The entirely rendered building has a classical facade arrangement with a low ground floor provided all round with rusticated plasterwork, a high principal floor, and a slightly lower second floor terminated by a surrounding main cornice behind which the balustrade of the attic storey is concealed. The plasterwork of the first and second floors has fine block divisions. The ground floor has a moulded skirting all round and a terminating cornice. The facades are further articulated horizontally by four continuous, corniced band mouldings.
The north-facing front facade (O) has three bays and features rusticated corner pilasters. On the first storey two nearly square cross windows and to the left of these a double panelled door, fitted with two cast-iron door grilles behind which two inward-opening windows are located. The principal floor has three tall cross windows with undivided fanlights. The same window type is employed on the second floor. Here the windows are lower in height and the fanlights of the right and left windows are provided with a non-original opening window.
The right side facade (N) has only a six-pane Empire window in the middle of the second floor. At the level of the roof eaves stand two renewed rectangular chimneys of red machine-made brick.
In the middle of the rear facade (W), above the skirting, the cornerstone executed in sandstone is set into the masonry with the text "C. Smit Csz. 17 MEI 1862" inscribed on it. On the right in the first storey is located the renewed rear door. Of the windows in this facade, the narrow six-pane sash window on the right of the first and second floors is original (the other windows date from the 20th century).
The left side facade (Z) of the townhouse is largely obscured by the 1885 annex, with the exception of the right wall section. Here, probably in 1885, at the level of the first floor a double balcony door with fanlight was fitted giving access to the L-shaped veranda realised simultaneously with the annex, which runs along this facade and the front of the annex. The wooden veranda is composed of paired (renewed) posts on which beam struts rest with paired inset moulded girders provided with a projecting and moulded beam end. Around the wooden balcony a low fence is installed consisting of wooden balusters with bevelled corners positioned in line with the posts and between them iron fence panels provided with bars with spiral motifs between them.
The annex of 1885, rendered in a similar manner, has a rectangular ground plan, three storeys and a flat roof surrounded by a gutter on moulded brackets. Due to the absence of a roof truss with balustrade, the annex is lower.
The front facade (O) two bays wide has no corner projections. On the left in the first storey a wide renewed panelled door with modern glass panels and a fanlight, to the right of this a new narrow casement window next to which in the corner a wooden heating unit room (1965) above which a flue. To the left of this chimney a roof dormer has subsequently been added above the south facade of the townhouse. The annex has on the principal floor two double balcony doors with fanlight giving access to the balcony. The two windows of the second floor are executed as cross windows with fanlight.
The left side facade (Z) of the annex likewise has two window axes with windows as on the front facade of the existing building. The left cross window on the ground floor has recently been replaced by a plastic window.
The rear facade (W), projecting relative to the existing building, is entirely blank. On the facade stands a rectangular chimney of red machine-made brick.
The interior on the principal floor is largely original and provided amongst other things with panelled doors with a moulded surround. The rooms-en-suite on this floor each have a richly framed stucco ceiling from the last quarter of the 19th century. The ceiling in the front room is provided with a stucco centrepiece and the original polychrome paintwork with floral motifs (including amongst others foliage and fruits). The annex has on the principal floor one room that is fitted out in a rich neo-Renaissance style. All round a wooden wainscoting has been applied articulated by fluted pilasters and amongst other things provided with reddish-brown painted diamond-head ornaments. The black marble fireplace against the middle of the back wall has two freestanding columns and rich details partly in green marble. The floor of the fireplace consists of multicoloured non-figurative tiles. The fireplace recess is provided with a painting depicting a seated woman and a man beneath a tree (signed "P. Bouman 1896" ?). The fireplace surround is framed by a wooden pilaster arrangement amongst other things provided with reddish-brown diamond-head ornaments and metalwork. On either side of the fireplace is a cupboard, closed by a panelled door above which a small wooden decorative balustrade is fitted. The entrance door in the north wall has a rich, wooden surround consisting of fluted pilasters and a cornice above which a narrower structure is provided with fluted pilasters between which scrollwork, volute-shaped brackets, and a triangular pediment. The floor of the room consists of broad planks, the ceiling of richly moulded girders and joists, as well as the keystones (double bead moulding) provided with colour accents in light green, rose-red and gold. In the annex the beam ceilings remain visible in the rooms, consisting of light, moulded beams provided with similar keystones. The door openings on the second floor still have the original moulded door surround. The wooden attic stair has cast-iron balusters and wooden handrails. The attic storey has a rendered balustrade and a low, boarded roof with Philibert trusses. On the front of the attic two servant's rooms fitted with panelled doors.
Valuation
The neo-classical townhouse is of general importance for cultural and architectural-historical value as a well-designed and well-preserved example of rich residential architecture from the third quarter of the 19th century.
Nearby in the register
- Woonhuis, Westzijde 87Woonhuisunder 1 mi
- Kerk, Westzijde 75Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Levensmiddelenfabriek, Westzijde 168Industrieunder 1 mi
- Levensmiddelenfabriek, Aan het Hollandse Pad Zaandam (Zaanstad 27)Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.