Rijksmonumentenregister · Netherlands
R.K. Kerk H. Clemens
Nuenen, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1871
- Address
- Park 53, 5671 GC Nuenen (Nuenen, Gerwen en Nederwetten 30)
- Place
- Nuenen
- Municipality
- Nuenen, Gerwen en Nederwetten
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.47353, 5.55000
- Part of complex
- 517998
- Monument number
- 517999
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1863 map "Niederlande und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De R.K. KERK, gewijd aan de H. Clemens, is een ontwerp van K. Weber uit 1871. De driebeukige kruisbasiliek heeft een westtoren van vijf geledingen en een koor met kastenomgang. De Neo-Romaanse/ Neo-Gotische stijl is gebaseerd op de overgang van Romaans naar vroeg-Gotiek. Omstreeks 1910 zijn naar ontwerp van Jan Stuyt kapellen en een sacristie aangebouwd. Zo'n 15 jaar later heeft men aan de noordelijke zijde een stookhuis aangebouwd.
Omstreeks 1950 is aan de noordelijke zijde van de kerk een niet binnen de bescherming vallende poort naar het kerkhof gebouwd.
Omschrijving
De kruisbasiliek heeft een schip van drie traveeën, geflankeerd door zijbeuken en grenzend aan een transept, waarvan de één travee diepe armen driezijdig gesloten zijn. Het koor bestaat uit twee traveeën en een driezijdige sluiting over bijna de volle hoogte. Schip, transept en koor zijn gedekt door zadeldaken met lei in Maasdekkig. De driezijdige sluitingen worden door topgevels gescheiden van de zadeldaken en hebben een lagere nokhoogte. De toren is opgetrokken in machinale baksteen, de rest van het gebouw in handvorm baksteen. De wanden van schip, koor en transept zijn geleed door verdiept gelegen rondboogvelden, lisenen, cordon- en waterlijsten in hard- en kalksteen, verspringende tandlijsten en afsluitende rond- en spitsbooglijsten. De bakstenen steunberen van het schip, die, deels opgenomen in de massa van de zijbeuken, markant verrijzen boven de lessenaardaken, zijn afgedekt met kalkstenen blokken. In de lichtbeuk van het schip zijn per travee drie gekoppelde spitsboogvensters geplaatst, waarvan de middelste hoger is dan de flankerende. De zijbeuk heeft per travee twee spitsboogvensters, waarvan de koppen zijn afgesloten door een kalkstenen driepastracering. In de sluitingen van het transept zijn eenvoudige lancetvensters aangebracht, waarvan de omvattende boog is uitgevoerd in kalksteen en deels is geschulpt. Deze detaillering treft men ook aan in de vensters van de koorsluiting. Bovendien is hier maaswerk (dubbele lancet met vijfpastracering, bekroond door een zeslobbige rozet) aangebracht, en zijn de wanden van de koortraveeën voorzien van een achtlobbig roosvenster.
De toren heeft een vierkante plattegrond en bestaat uit vier geledingen. In de eerste is het portaal aangebracht, voorzien van hardstenen plint, tegen de dagkanten geplaatste colonetten en een in een spitsboog gevat kalkstenen timpaan. Dit laatste is voorzien van een kleine oculus, gevat in een driepasboog.
De dubbele, opgeklampte deur is voorzien van smeedijzeren sierbeslag. De deuren aan de noord- en zuidzijde van de toren zijn dichtgezet. Aan de zuidzijde bevindt zich een steen met de inscriptie "prim. lap. pos. W.P. van Lent past. AE. D. J.
van Coll, J. Sengers, 28 martii 1871". De geledingen springen, naarmate men hoger komt, geleidelijk in. Belangrijkste elementen zijn een zeslobbig roosvenster in de tweede geleding en twee getrapte, gekoppelde spitsboognissen in de derde geleding. Boven deze nissen wordt zonder gebruik van steunberen of luchtbogen overgegaan tot een octogoon, dat bestaat uit een gesloten onderzijde met (niet meer gebruikte) rondnissen voor wijzerplaten, en een open bovenzijde met galmgaten en (nieuwe) wijzerplaten. De achtzijdige naaldspits is voorzien van lei in maasdekking en driehoekige dakkapellen. Tegen de noordelijke gevel van de toren is, deels geïntegreerd in de massa van zijbeuk en toren, over de hoogte van de eerste twee geledingen een achtkantige traptoren aangebracht. In de toren hangt een reeds eerder beschermde klok uit 1490, gegoten door Jan van Venlo. De koorpartij is omstreeks 1910 voorzien van een zevenzijdige, in stijl aangepaste aanbouw onder lessenaardak. De spitsboogvensters zijn voorzien van diefijzers. Centraal is in een risalerend deel, voorzien van een topgevel met getrapt fries en bekronend natuurstenen kruis, een opgeklampte deur geplaatst. Het spitsbogige bovenlicht heeft een eenvoudige gietijzeren tracering. Omstreeks dezelfde tijd zijn aan de noord- en zuidzijde van het koor sacristieruimten aangebouwd.
Deze eenlaags gebouwtjes onder zadeldak hebben uiterst eenvoudige spitsboogvensters.
In het interieru zijn onder meer van belang het zandstenen hoogaltaar (C.Weber, uitvoering J.Oor, 1872), het Maria-altaar en het H.Hartaltaar (C.Weber en J.Oor, 1878), een eikehouten lezenaar (XIXB), een koperen doopvont (1852), twee marmeren communiebanken (J.Custers, 1927), een Mariabeeld (eind XVII), een H.Clemensbeeld en een H.Jozefbeeld (C. Weber en J.Oor, 1878), een Jacobusbeeld uit omstreeks 1900, twee beelden aan de balustrade van het zangkoor (David, vrouwefiguur, 1881), een Staakmadonna (XIX), een beeldengroep van de H.Familie (Custers, 1929), zeven houten beelden (waarvan alleen H.Quirinusbeeld met oorspronkelijke polychromie), Custers, 1903-'07, kruisbeeld met zilveren corpus op houten balk (XIX), drie ramen in het priesterkoor (H. Drievuldigheid, Olijfhof, Annunciatie, 1895), geschilderde kruiswegstaties (A. Windhausen, Roermond, tot 1907)
Waardering
De kerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van het katholicisme in het zuiden. Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de stijl en de detaillering, met name de min of meer romanogotische detaillering en is van belang als voorbeeld van de overgangsfase van Neo-Gotiek naar Neo-Romaans in het oeuvre van de architect Weber. Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van Nuenen en vanwege de samenhang met de overige bebouwing aan het Park.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The R.C. CHURCH, dedicated to H. Clemens, is a design by K. Weber from 1871. The three-aisled cruciform basilica has a west tower of five storeys and a choir with an ambulatory. The Neo-Romanesque/Neo-Gothic style is based on the transition from Romanesque to early Gothic. Around 1910 chapels and a sacristy were added to designs by Jan Stuyt. About 15 years later a boiler house was added on the northern side.
Around 1950 a gate to the churchyard was built on the northern side of the church, not falling within the protection.
Description
The cruciform basilica has a nave of three bays, flanked by aisles and adjoining a transept, of which one bay has deep arms closed on three sides. The choir consists of two bays and a three-sided closure over almost the full height. Nave, transept and choir are covered with gabled roofs with slate in Maasland bond. The three-sided closures are separated from the gabled roofs by stepped gables and have a lower ridge height. The tower is constructed of machine-made brick, the rest of the building in hand-made brick. The walls of nave, choir and transept are articulated by recessed round-arch panels, pilasters, cordon lines and drip mouldings in sandstone and limestone, stepped dentil mouldings and framing round and pointed-arch mouldings. The brick buttresses of the nave, which, partly incorporated in the mass of the aisles, rise markedly above the lean-to roofs, are capped with limestone blocks. In the clerestory of the nave three coupled pointed-arch windows are placed per bay, of which the central one is higher than the flanking ones. The aisle has two pointed-arch windows per bay, of which the heads are closed by a limestone three-foil tracery. In the closures of the transept simple lancet windows are inserted, of which the encompassing arch is executed in limestone and partly is moulded. This detailing is also found in the windows of the choir closure. Moreover, tracery is applied here (double lancet with five-foil tracery, crowned by a six-lobed rose), and the walls of the choir bays are provided with an eight-lobed rose window.
The tower has a square plan and consists of four storeys. In the first the portal is placed, provided with a sandstone plinth, colonettes placed against the edges and a limestone tympanum set in a pointed arch. The latter is provided with a small oculus, set in a three-foil arch.
The double, clasped door is provided with wrought-iron decorative ironwork. The doors on the north and south sides of the tower are sealed. On the south side is a stone with the inscription "prim. lap. pos. W.P. van Lent past. AE. D. J.
van Coll, J. Sengers, 28 martii 1871". The storeys step back gradually as one ascends. Principal elements are a six-lobed rose window in the second storey and two stepped, coupled pointed-arch niches in the third storey. Above these niches, without use of buttresses or flying buttresses, a transition is made to an octagon, which consists of a closed lower side with (no longer used) round niches for clock faces, and an open upper side with louvers and (new) clock faces. The eight-sided needle spire is provided with slate in Maasland bond and triangular roof dormers. Against the northern facade of the tower is, partly integrated in the mass of aisle and tower, an eight-sided stair tower applied over the height of the first two storeys. In the tower hangs a previously protected bell from 1490, cast by Jan van Venlo. The choir section is provided around 1910 with a seven-sided, stylistically adapted extension under a lean-to roof. The pointed-arch windows are provided with iron bars. Centrally, in a projecting section, provided with a stepped gable with stepped frieze and crowning natural stone cross, a clasped door is placed. The pointed-arch fanlight has simple cast-iron tracery. Around the same time sacristy spaces were added on the north and south sides of the choir.
These single-storey buildings under a gabled roof have extremely simple pointed-arch windows.
In the interior are among others important the sandstone high altar (C.Weber, execution J.Oor, 1872), the Mary altar and the Sacred Heart altar (C.Weber and J.Oor, 1878), an oak lectern (second half 19th century), a bronze baptismal font (1852), two marble communion rails (J.Custers, 1927), a Mary image (end 17th century), an H.Clemens image and an H.Joseph image (C. Weber and J.Oor, 1878), a James image from around 1900, two images on the balustrade of the choir loft (David, female figure, 1881), a Standing Madonna (19th century), a sculptural group of the Holy Family (Custers, 1929), seven wooden images (of which only H.Quirinus image with original polychrome), Custers, 1903-'07, crucifix with silver corpus on wooden beam (19th century), three windows in the priest's choir (Holy Trinity, Mount of Olives, Annunciation, 1895), painted Stations of the Cross (A. Windhausen, Roermond, until 1907)
Valuation
The church is of general importance. The building has cultural-historical importance as a particular expression of Catholicism in the south. The building has architectural-historical importance through the style and detailing, in particular the more or less Romanogothic detailing and is important as an example of the transition phase from Neo-Gothic to Neo-Romanesque in the work of architect Weber. It has ensemble values because of the particular setting, linked with the development/expansion of Nuenen and because of the connection with the other buildings at the Park.
Nearby in the register
- Kerk en kerkonderdeel, Park 53Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- R.K. PastorieKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Begraafplaats en -onderdelen, Park bij 53Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Begraafplaats en -onderdelen, Park bij 53Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.