TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Daam Fockemalaan 79

Amersfoort, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1919
Address
Daam Fockemalaan 79, Locatie: Bergkwartier, 3818 KE Amersfoort (and others)
Place
Amersfoort
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.14861, 5.35643
Part of complex
517708
Monument number
517709

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "32 Amersfoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

De in hoofdzaak symmetrische plattegrond van het dubbel woonhuis, type COTTAGE bestaat uit een langgerekte rechthoek, met haaks daarop aan de achterzijde twee kleinere rechthoekige vleugels. Asymmetrisch element is de schoorsteen, links aan de voorgevel. De hoofdmassa bestaat uit twee bouwlagen met een onregelmatig, samengesteld, rieten schilddak met vier bakstenen schoorstenen gelijkmatig over de nok verdeeld. De vleugels bestaan uit één bouwlaag en worden bedekt door een rieten zadeldak. In de indeling van de plattegrond vormt de centrale hal met trap een belangrijk element. Aan de voorzijde van de woningen zijn een woonkamer en een kleinere herenkamer gelegen. Aan de achterzijde bevindt zich de keuken.

De voorgevel (westzijde) is, op de links geplaatste schoorsteen na, symmetrisch, en kan in vijf assen worden onderverdeeld, waarbij de tweede en de vierde as licht risaleren, mede door middel van erkers. Op de middenas bevindt zich een toegang voor de koets, bestaande uit een expressief gemetselde rondboog met daarin dubbele houten deuren met metaalbeslag en met in het bovendeel vensters voorzien van een verticale roedenverdeling. Kleine rechthoekige éénlichts vensters flankeren deze toegang. Boven de toegang, in de tweede bouwlaag, bevinden zich twee maal twee gekoppelde kepervormige vensters, met zeslichts roeden-verdeling, van elkaar gescheiden door een bakstenen muurdam. Boven de houten kozijnen bevindt zich een strekse boog van baksteen. Recht daarboven, in het rieten dak, is een halfronde dakkapel geplaatst met driedelig venster met roedenverdeling. In het midden van de risalerende muurvlakken bevinden zich over de gehele hoogte van de gevel een driezijdige erker waarin per bouwlaag vier vensters zijn geplaatst met op de begane grond achtruits-vensters en op de eerste verdieping zesruits-vensters. Het rieten dak volgt de vormen van de erkers. De eerste en vijfde as hebben op zowel de begane grond als de eerste verdieping een rechthoekige driedelige vensterpartij, met achtruits vensters op de begane grond en op de eerste verdieping zesruits vensters. In het metselwerk, op de overgang van eerste naar tweede bouwlaag is een muizetandlijst aangebracht. De eerste as wordt links besloten door de hoogopgaande en van een schuine zijde voorziene schoorsteen, die met expressief metselwerk is versierd. De vijfde as wordt rechts besloten door de tot net boven de eerste bouwlaag doorlopende rieten kap van de rechter zijgevel.

De linker zijgevel toont één bouwlaag en een hoogopgaande samengestelde rieten dak, dat bestaat uit het schilddak van de hoofdmassa en de steekkap van de linkerzijvleugel. Voor de hoofdmassa risaleert een laag, naar drie zijden open en rechthoekig portaal, dat ondersteund wordt door vier bakstenen kolommen, twee aan twee op muurdammen geplaatst en bedekt door een overstekend lessenaarsdak van riet, dat in het verlengde van de kap is geplaatst. De toegang in het midden van het portaal bestaat uit een rechthoekige, verticaal geprofileerde houten deur binnen een halfrond kozijn op een natuurstenen voet. De deur is geflankeerd door twee rechthoekige vensters met een ruitvormige roedenverdeling en een smalle spijl, vrijstaand voor de vensters. Een natuurstenen brievenbus bevindt zich rechts naast de deur. Ter rechterzijde van het portaal is een achtruits- venster aangebracht. Links bevindt zich in de linkerzijvleugel een driedelig strokenvenster met per venster een zesruits venster met tweedelig bovenlicht. In de rietenkap, ter breedte van en precies boven de risaliet gelegen, is een brede met riet bedekte dakkapel met zeven vensters aangebracht, waarvan de middelste vijf gekoppeld zijn. De vensters hebben een zeslichts roedenverdeling. Boven deze dakkapel bevindt zich een smallere met riet bedekte dakkapel met drie gekoppelde vensters, eveneens met zeslichts roedenverdeling.

De rechterzijgevel is gespiegeld, identiek aan de linkerzijgevel.

De symmetrische achtergevel wordt gevormd door de hoofdmassa, bestaande uit twee bouwlagen en de twee topgevels van de risalerende vleugels aan weerszijden, waarvan het rieten dak bijna tot aan de eerste bouwlaag reikt. Net als bij de voorgevel is er sprake van vijf assen. De wand van de middelste as is teruggelegen. Op de begane grond bevindt zich een deur met negenlichts-roedenverdeling, geflankeerd door smalle vensters met achtlichts roedenverdeling. De vensters hebben een kepervormige aftopping. In de tweede bouwlaag zijn twee maal twee gekoppelde vensters met zeslichts roedenverdeling aangebracht. In het rieten dak bevindt zich een halfronde dakkapel, met driedelig venster met roedenverdeling.

De tweede en vierde as omvatten op de begane grond een samengesteld kozijn, waarin een deur met daarnaast - in de tweede as links, in de vierde as rechts - drie vensters. Deze vensters zijn voorzien van achtlichts roedenverdeling en kepervormige aftopping van de bovenzijden. In de tweede bouwlaag bevindt zich een kozijn met drie vensters, waarin een zeslichts roedenverdeling is aangebracht. In de rieten kap is een halfronde dakkapel met spaakvormige roedenverdeling geplaatst,iets kleiner dan de dakkapel in het midden. In de vierde as geheel links is een bakstenen steunbeer geplaatst. Deze bevond zich oorspronkelijk ook aan de rechterzijde van de tweede as.

De bredere eerste en de vijfde as worden bepaaald door de topgevels van de vleugels. De randen van de bakstenen muren zijn schuin gemetseld. In de eerste bouwlaag in het midden twee gekoppelde venster met zeslichts- roedenverdeling, met luiken, geflankeerd door kleine rechthoekige vensters met een ruitvormige roedenverdeling. Op de overgang tussen eerste een tweede bouwlaag is een muizetandlijst in de gevel aangebracht en in de tweede bouwlaag twee maal twee gekoppelde vensters met zeslichts-roedenverdeling. Vanaf de onderdorpels van deze vensters is verticaal metselwerk toegepast. De topgevel is met horizontale planken beschot.

Het oorspronkelijke interieur is in de beide woningen bewaard gebleven, evenals de indeling van de ruimten. De bekleding van de vloeren en wanden is in veel ruimten bewaard gebleven. Dit geldt gedeeltelijk voor de plafonds. De hal bezit een tegelvloer en een trappartij, welke door de vijf vensters in de dakkapel wordt verlicht. In de woningen bevinden zich rondboogdeuren en rechthoekige deuren, voorzien van lijsten, alsmede verticaal geprofileerde lambrizeringen. In nummer 79 bevindt zich in de hal een expressief gemetselde schouw.

In de achtertuin van nummer 79 is een PAARDENSTALLING gelegen, die tegelijkertijd met de woningen door H.C. Elzinga is ontworpen. De paardenstalling heeft een rechthoekige vorm, waarvan de lange zijde evenwijdig aan het hoofdgebouw is gesitueerd. Het bestaat uit één bouwlaag met een rieten zadeldak. De wanden bestaan uit baksteen met een zwart geschilderde plint. In de symmetrische, witgeverfde voorgevel (westzijde) bevinden zich drie hoge en brede houten deuren, waarop boven elkaar twee zandlopermotieven zijn geschilderd. Boven de deuren is een halfrond bovenlicht met spaakvormige roedenverdeling aangebracht. Deur en bovenlicht steken door de onderrand van de kap.

Waardering

De dubbele cottage en de daarbij behorende paardenstalling - beide geïnspireerd op de architectuur van het Engelse Landhuis en met invloeden van de Amsterdamse School - zijn van algemeen belang vanwege hun architectuurhistorische waarde, hun gaafheid met een rijke detaillering, hetgeen zowel geldt voor het exterieur als voor het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

The substantially symmetrical floor plan of the double cottage, type COTTAGE consists of an elongated rectangle, with two smaller rectangular wings at right angles to it at the rear. An asymmetrical element is the chimney, positioned on the left of the front facade. The main mass consists of two storeys with an irregular, composite, thatched hipped roof with four brick chimneys evenly distributed along the ridge. The wings consist of one storey and are covered by a thatched gabled roof. In the floor plan layout, the central hall with staircase forms an important element. At the front of the dwellings are a living room and a smaller gentleman's room. At the rear is the kitchen.

The front facade (west side) is, except for the chimney positioned on the left, symmetrical, and can be subdivided into five bays, with the second and fourth bays projecting slightly, also by means of oriels. On the central bay is a carriage entrance, consisting of an expressively laid brick semicircular arch with within it double wooden doors with metal fittings and with windows in the upper part provided with vertical glazing bars. Small rectangular single-light windows flank this entrance. Above the entrance, in the second storey, are twice two coupled rafter-shaped windows, with six-light glazing bars, separated from each other by a brick wall tie. Above the wooden frames is a continuous brick arch. Directly above, in the thatched roof, is a semicircular dormer window placed with three-part window with glazing bars. In the middle of the projecting wall surfaces, over the full height of the facade, is a three-sided oriel in which four windows per storey are placed, with four-light windows on the ground floor and six-light windows on the first floor. The thatched roof follows the forms of the oriels. The first and fifth bays have on both the ground floor and first floor a rectangular three-part window arrangement, with four-light windows on the ground floor and six-light windows on the first floor. In the brickwork, at the transition from first to second storey a brick nogging course has been applied. The first bay is closed on the left by the high-rising chimney provided with a sloped side, which is decorated with expressive brickwork. The fifth bay is closed on the right by the thatched roof covering of the right side wing that extends to just above the first storey.

The left side facade shows one storey and a high-rising composite thatched roof, which consists of the hipped roof of the main mass and the catslide roof of the left side wing. In front of the main mass projects a low, open on three sides and rectangular portico, which is supported by four brick columns, two by two placed on wall ties and covered by a projecting catslide roof of thatch, which is placed in the extension of the roof. The entrance in the middle of the portico consists of a rectangular, vertically profiled wooden door within a semicircular frame on a natural stone base. The door is flanked by two rectangular windows with a diamond-shaped glazing pattern and a narrow muntin, standing free in front of the windows. A natural stone letterbox is located to the right of the door. To the right of the portico is a four-light window. On the left, in the left side wing, is a three-part strip window with per window a six-light window with two-part fanlight. In the thatched roof, to the width of and directly above the projection, is a broad thatched dormer window with seven windows placed, of which the middle five are coupled. The windows have six-light glazing bars. Above this dormer window is a narrower thatched dormer window with three coupled windows, also with six-light glazing bars.

The right side facade is mirrored, identical to the left side facade.

The symmetrical rear facade is formed by the main mass, consisting of two storeys and the two gable ends of the projecting wings on either side, of which the thatched roof extends almost to the first storey. As with the front facade, there are five bays. The wall of the central bay is recessed. On the ground floor is a door with nine-light glazing bars, flanked by narrow windows with eight-light glazing bars. The windows have a rafter-shaped topping. In the second storey, twice two coupled windows with six-light glazing bars are placed. In the thatched roof is a semicircular dormer window, with three-part window with glazing bars.

The second and fourth bays comprise on the ground floor a composite frame, in which a door with beside it - in the second bay on the left, in the fourth bay on the right - three windows. These windows are provided with eight-light glazing bars and rafter-shaped topping of the upper sides. In the second storey is a frame with three windows, in which six-light glazing bars are placed. In the thatched roof is a semicircular dormer window with spoke-shaped glazing bars placed, slightly smaller than the dormer window in the middle. In the fourth bay completely on the left is a brick buttress placed. This was originally also on the right side of the second bay.

The wider first and fifth bays are determined by the gable ends of the wings. The edges of the brick walls are laid at an angle. In the first storey in the middle two coupled windows with six-light glazing bars, with shutters, flanked by small rectangular windows with a diamond-shaped glazing pattern. At the transition between first and second storey a brick nogging course has been applied to the facade and in the second storey twice two coupled windows with six-light glazing bars. From the lower sills of these windows vertical brickwork is applied. The gable end is boarded with horizontal planks.

The original interior has been preserved in both dwellings, as has the arrangement of the spaces. The covering of the floors and walls has been preserved in many rooms. This partly applies to the ceilings. The hall has a tiled floor and a staircase, which is lit by the five windows in the dormer window. In the dwellings are semicircular doors and rectangular doors, provided with frames, as well as vertically profiled wall panelling. In number 79 there is in the hall an expressively laid brick fireplace.

In the back garden of number 79 is a HORSE STABLE, which was designed at the same time as the dwellings by H.C. Elzinga. The horse stable has a rectangular form, of which the long side is situated parallel to the main building. It consists of one storey with a thatched gabled roof. The walls consist of brick with a black painted plinth. In the symmetrical, whitewashed front facade (west side) are three tall and wide wooden doors, on which two hourglass motifs are painted one above the other. Above the doors is a semicircular fanlight with spoke-shaped glazing bars. Door and fanlight project through the lower edge of the roof.

Assessment

The double cottage and its associated horse stable - both inspired by the architecture of the English Country House and with influences from the Amsterdam School - are of general importance because of their architectural-historical value, their integrity with rich detailing, which applies to both the exterior and the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map