TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nutsbedrijf, Schielands Hoge Zeedijk 20

Gouda, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Nutsbedrijf
Category
onroerend gebouwd
Built
1883
Address
Schielands Hoge Zeedijk 20, 2802 RB Gouda
Place
Gouda
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.00138, 4.70435
Monument number
517626

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Historical map archives, georeferenced via Allmaps

4 historical maps cover this location, the earliest the 1859 map "Kaart van de rivier de Hollandsche Ijssel van Gouda tot IJsselmonde : in drie bladen (1859/1860)" (Historical map archives, georeferenced via Allmaps).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De uit 1883 stammende WATERTOREN in Neo-Romaanse stijl is in opdracht van NV Goudsche Waterleiding Maatschappij gebouwd aan de Schielandse Hoge Zeedijk, waar water uit de IJssel werd gewonnen voor de openbare drinkwatervoorziening. De architect J. Schotel (1845-1912), specialist op het gebied van utiliteitsbouw, ontwierp in de periode 1883-1911 zestien watertorens. Kenmerkend voor Schotel is de aandacht die hij besteedde aan vormgeving en detaillering van zijn ontwerpen, waarbij hij de heersende opvattingen en architectuurstromingen volgde. Hierdoor geeft zijn oeuvre een representatief overzicht van de architectonische ontwikkeling die dit type gebouw heeft doorgemaakt in de periode 1883-1911. De Goudse watertoren is zijn vroegste werk in dit genre. Het ontwerp in Neo-Romaanse stijl sluit aan bij de oudste generatie watertorens, die het karakter van een 'chateau d'eau' hebben. Architectonisch vertoont de robuuste Goudse watertoren verwantschap met die te Katwijk (J.W. Schaap, 1877).

Watertorens stonden doorgaans in de directe omgeving van steden (en dus van de afnemers), waardoor een hoge schacht, voor de drukregulatie, niet noodzakelijk was. De relatief brede rechtopgaande torens met vlakbodemreservoirs hebben meestal een iets uitkragende bovenbouw ter plaatse van het reservoir, waarbij de reservoirwand bijna loodrecht in de gemetselde torenschacht staat. De Goudse watertoren, die tot 1993 als zodanig heeft gefunctioneerd, is laatstelijk in 1970 gerestaureerd. Hij is gesitueerd op de Schielandse Hoge Zeedijk en is een duidelijk herkenningspunt langs de westoever van de Hollandsche IJssel, even buiten het centrum van Gouda.

N.B. Het in 1979 aan de oostzijde tot kantoor verbouwde magazijn stamt uit 1974. Het is gebouwd ter vervanging van het oorspronkelijk uit 1906 stammende ketelhuis met schoorsteen en machinekamer en valt evenals de moderne glazen entreedeur van de watertoren aan de noordoostzijde, buiten de bescherming van rijkswege.

Omschrijving

De circa 33 meter hoge ronde watertoren wordt gedekt door een overkragend, flauw hellend tienzijdig tentdak, belegd met koperen platen. Het overstek van de dakranden wordt gedragen door sierlijke houten korbeels. Het dak is omgeven met een goot die ter plaatse van de hoekkepers halfrond zijn verhoogd. Op het dak staat een korte tienzijdige houten lantaarn, eveneens met koperen platen belegd. Het geheel wordt bekrond door een decoratieve smeedijzeren windvaan.

De gevels zijn opgetrokken uit grauwe baksteen in kruisverband, waarbij de plint wordt afgesloten door een afgeschuinde rollaag. De vensters onder rondboogvormige openingen hebben flauw hellende, brede afzaten en en gietijzeren kozijnen met tracering. De toren heeft een driedelige horizontale geleding, bestaande uit een relatief hoog basement, een schacht en - ter plaatse van het reservoir - een iets uitspringend bovendeel. De drie geledingen zijn gescheiden door zware gemetselde waterlijsten, waarvan de onderste wordt gedragen door een rondboogfries dat over het basement rondgaat. Het basement en de schacht zijn verlevendigd door tien rondbogige spaarvelden, waarvan die van het basement gedeeltelijk schuil gaat achter de aanbouw. De spaarvelden van het basement zijn gescheiden door relatief zware muurdammen, die rusten op een plint met afgeschuinde bovenkant. Acht van de tien spaarvelden zijn voorzien van een gekoppeld rondboogvenster met gemetselde afzaten. Aan de noordwestzijde bevindt zich de oorspronkelijke entree, bestaande uit een dubbele achtruits paneeldeur onder een rondbogig, van straalsgewijze roeden voorzien, bovenlicht. Voor de entree ligt een hardstenen stoep van twee treden. Aan de noordoostzijde bevindt zich een moderne deur. De schacht heeft een verticaal accent door de lisenen tussen de rondbogige spaarvelden. Binnen de spaarvelden is om de andere een rondboogvenster aangebracht. De rondbogige beëinding van de spaarvelden gaat op van hardstenen kapitelen, die hoor hun holle onderkant en afgeschuinde bovenzijde het karakter hebben van korte waterlijsten. In de top van elk spaarveld bevinden zich twee gekoppelde halfronde bogen, die in het midden op één kraagsteen samenkomen. In het boogveld erboven is steeds één rond venstertje aangebracht. Het fries is ter hoogte van het reservoir eveneens verdeeld in tien spaarvelden, gescheiden door lisenen. Deze rust op een trapsgewijs uitgemetseld rondboogfries. De rechthoekige spaarvelden worden gedekt door een tandlijst, waarvan elke tand bestaat uit een uitgemetselde strek, gedragen door een kop. De spaarvelden zijn voorzien van twee gekoppelde rondboogvensters.

INTERIEUR De reinwaterkelder bevindt zich onder het maaiveld. Erboven heeft de toren twee gepleisterde verdiepingsvloeren, uitgevoerd als troggewelfjes in gele ijsselstenen met ijzeren profielbalken. In noord- zuidrichting wordt de toren in tweeën gedeeld door een dwarsmuur, die evenals het binnenmuurwerk van de toren afgewerkt is met gewit pleisterwerk. Op de begane grond is het bovenste deel van het muurwerk uitgevoerd als imitatierusticawerk. De dwarsmuur heeft op de begane grond twee grote rondboogvormige openingen. De trap naar de eerste verdieping is een rijk georamenteerde gietijzeren wenteltrap. Aan weerszijden van de dwarsmuur is op de verdieping een houten trap met smeedijzeren balustrade geplaatst, die middels bordessen in rondboogvormige openingen met elkaar verbonden zijn. Op de tweede verdieping fungeert de zoldervloer als lekvloer. De ijzeren balken, die de bodem van het geklonken ijzeren vlakbodemreservoir ondersteunen, worden aan de uiteinden ondersteund door de buitenmuur en genoemde dwarsmuur. Het reservoir heeft een diameter van 11 meter en een inhoud van 1200 m3. De houten kap wordt geschoord door gietijzeren korbeels met cirkelmotief.

Waardering

De watertoren met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van een watertoren uit het laatste kwart van de 19de eeuw in Neo-Romaansestijl, waarbij water uit de rivier werd gewonnen.

De watertoren met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens architectuurhistorische waarden als representatief voorbeeld uit de oudste generatie watertorens, zware brede torens met ijzeren vlakbodemreservoirs, zonder een sterke uitkraginging ter plaatse van het reservoir. Bovendien neemt de watertoren een wezenlijke plaats in binnen het oeuvre van architect J. Schotel, een belangrijke vertegenwoordiger en specialist op het gebied watertorens.

Het exterieur van de watertoren is grotendeels gaaf wat betreft hoofdvorm, materiaal en detaillering. Ook in het interieur zijn de belangrijkste onderdelen gaaf bewaard gebleven.

Stedebouwkundig is de watertoren van belang vanwege de beeldbepalende situering op de Schielandse Hoge Zeedijk, aan de IJsseloever, even buiten het centrum van Gouda.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The WATER TOWER dating from 1883 in Neo-Romanesque style was built on commission of NV Goudsche Waterleiding Maatschappij (Gouda Water Supply Company) at the Schielandse Hoge Zeedijk, where water from the IJssel was obtained for the public drinking water supply. The architect J. Schotel (1845-1912), a specialist in the field of utilitarian construction, designed sixteen water towers in the period 1883-1911. Characteristic of Schotel is the attention he paid to the design and detailing of his projects, whereby he followed the prevailing views and architectural movements of the time. Through this, his body of work provides a representative overview of the architectural development that this type of building underwent in the period 1883-1911. The Gouda water tower is his earliest work in this genre. The design in Neo-Romanesque style is in line with the oldest generation of water towers, which have the character of a 'chateau d'eau'. Architecturally, the robust Gouda water tower shows affinity with those at Katwijk (J.W. Schaap, 1877).

Water towers were generally situated in the immediate vicinity of cities (and thus of the consumers), which meant that a high shaft for pressure regulation was not necessary. The relatively broad upright towers with flat-bottom reservoirs usually have a slightly projecting superstructure at the location of the reservoir, whereby the reservoir wall stands almost perpendicular in the masoned tower shaft. The Gouda water tower, which functioned as such until 1993, was last restored in 1970. It is situated on the Schielandse Hoge Zeedijk and is a clearly recognizable landmark along the western bank of the Hollandsche IJssel, just outside the centre of Gouda.

N.B. The magazine converted to offices in 1979 on the east side dates from 1974. It was built to replace the original boiler house with chimney and engine room dating from 1906 and, like the modern glazed entrance door of the water tower on the northeast side, falls outside the protection of national heritage status.

Description

The approximately 33 metre high round water tower is covered by an overhanging, gently sloping ten-sided tent roof, laid with copper plates. The overhang of the roof edges is carried by elegant wooden corbels. The roof is surrounded by a gutter which at the location of the roof crucks is raised in a semi-circular fashion. On the roof stands a short ten-sided wooden lantern, also covered with copper plates. The whole is crowned by a decorative wrought-iron weathervane.

The facades are constructed of grey brick in Flemish bond, with the plinth finished by a bevelled fillet. The windows under round-arched openings have gently sloping, broad sills and cast-iron frames with tracery. The tower has a three-part horizontal articulation, consisting of a relatively high basement, a shaft and - at the location of the reservoir - a slightly projecting upper section. The three articulations are separated by heavy masoned drip mouldings, the lower one carried by a round-arched frieze that runs around the basement. The basement and shaft are enlivened by ten round-arched relieving arches, those of the basement being partially hidden behind the adjoining structure. The relieving arches of the basement are separated by relatively heavy wall piers, which rest on a plinth with bevelled top. Eight of the ten relieving arches are provided with a coupled round-arched window with masoned sills. On the northwest side is the original entrance, consisting of a double rear-glazed panel door under a round-arched, radially-barred fanlight. In front of the entrance lies a sandstone step of two treads. On the northeast side is a modern door. The shaft has a vertical accent created by the pilasters between the round-arched relieving arches. Within the relieving arches, round-arched windows are placed in alternating fashion. The round-arched termination of the relieving arches rises from sandstone capitals, which by their hollow underside and bevelled upper side have the character of short drip mouldings. At the top of each relieving arch are two coupled semi-circular arches, which meet in the middle on a single corbel. In the arch above is always one small round window. The frieze at the height of the reservoir is likewise divided into ten relieving arches, separated by pilasters. This rests on a stepped round-arched frieze. The rectangular relieving arches are covered by a dentil moulding, each tooth consisting of a masoned projecting course carried by a head. The relieving arches are provided with two coupled round-arched windows.

INTERIOR The fresh water cellar is located below ground level. Above it the tower has two plastered storey floors, executed as barrel vaults in yellow Yssel brick with iron profile beams. In the north-south direction the tower is divided into two by a cross wall, which like the internal masonry of the tower is finished with whitened plasterwork. On the ground floor the upper part of the masonry is executed as imitation rustication work. The cross wall has on the ground floor two large round-arched openings. The staircase to the first floor is a richly ornamented cast-iron spiral staircase. On either side of the cross wall is on the floor a wooden staircase with wrought-iron balustrade placed, which are connected to each other by landings in round-arched openings. On the second floor the attic floor serves as a leakage floor. The iron beams, which support the base of the riveted iron flat-bottom reservoir, are supported at the ends by the outer wall and the aforementioned cross wall. The reservoir has a diameter of 11 metres and a capacity of 1200 m3. The wooden roof truss structure is braced by cast-iron corbels with circular motif.

Valuation

The water tower with its associated interior is of general importance for its architectural and cultural-historical value as a representative example of a water tower from the last quarter of the 19th century in Neo-Romanesque style, whereby water from the river was obtained.

The water tower with its associated interior is of general importance for its architectural-historical values as a representative example from the oldest generation of water towers, heavy broad towers with iron flat-bottom reservoirs, without pronounced projection at the location of the reservoir. Moreover, the water tower occupies an essential place within the body of work of architect J. Schotel, an important representative and specialist in the field of water towers.

The exterior of the water tower is largely intact with respect to main form, material and detailing. In the interior too, the principal components have been well preserved.

From an urban design perspective, the water tower is important because of its visually dominant siting on the Schielandse Hoge Zeedijk, on the IJssel bank, just outside the centre of Gouda.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map