Rijksmonumentenregister · Netherlands
Winkelwoning, Cronjéstraat 1
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Werk-woonhuis
- Function
- Winkelwoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1904
- Address
- Cronjéstraat 1, Locatie: Transvaalbuurt, 6814 AG Arnhem (and others)
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98544, 5.90537
- Monument number
- 516913
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WINKEL met twee BOVENWONINGEN en HEKWERKEN gebouwd in 1904 in opdracht van de "firma in comestibles Belderbos" door architect Willem Diehl (1876-1959) in de stijl van de geometrische Art Nouveau op de hoek van de Zijpendaalseweg, een oude uitvalsweg, en de Cronjéstraat, die de voornaamste toegang tot de Transvaalbuurt vormt. Komend vanuit de stad valt dit pand meteen op wanneer men onder de Zijpse poort (tegenwoordig een spoorwegviaduct) door komt. Het tegeltableau boven de deur van Zijpendaalseweg 2 is vervaardigd door Joost Thooft & Labouchère Delft naar ontwerp van W.Diehl. De voorstelling op het tegeltableau, "De hoge vlucht" geheten, geeft de richting aan, die het bedrijf Belderbos met deze vestiging genomen had.
Aan de zijde van de Zijpendaalseweg sluit links van Zijpendaalseweg 2-4 een eveneens door Diehl ontworpen pand aan (Zijpendaalseweg 6-8),in dezelfde stijl en met veel dezelfde details. De voortuinen van de panden zijn bestraat met klinkers.
Omschrijving
WINKEL met twee BOVENWONINGEN op een in hoofdlijn L-vormige plattegrond met een kwartrond gebogen voorgevel op de hoek. De zeven traveeën brede VOORGEVEL is onder te verdelen in drie delen, welke op zich zelf een symmetrische opzet met grotendeels symmetrische indeling hebben gekregen. Van links naar rechts gezien betreft het een breed, drielaags gedeelte met drie brede traveeën, waarvan de middentravee in de tweede bouwlaag is voorzien van een licht uitspringende, rechthoekige hangende erker, rustend op een ijzeren balk en op de hoeken op gemetselde, driemaal naar voren springende dammen, met natuurstenen gedecoreerde kraagstenen, bekroond door een overstekend balkon op houten bewerkte klossen. De middentravee wordt bekroond door een dakhuis met een driezijdig gesloten voorgevel, omgeven door een gebogen schilddak met een driezijdige sluiting met groot overstek. De middentravee van het linker deel wordt afgesloten door een geornamenteerde zandstenen lijst met op de hoeken cirkelvormige zandstenen ornamenten. De hoeken van dit linker gevelgedeelte zijn voorzien van uitkragende ronde doorgestoken hoekdammen met natuurstenen geornamenteerde bekroningen. Hiertussen bevinden zich ruim overstekende houten bakgoten op bewerkte klossen met houten ringen. Rechts volgt op dit linker gevelgedeelte een breed tweelaags geveldeel met één brede middentravee en aan weerszijden een smalle travee. Dit gedeelte sluit boven af met een over de gehele breedte doorgetrokken overstekend balkon op houten klossen. In het gebogen dakschild hierboven is een grote halfronde houten dakkapel opgenomen met twee 2-ruits balkondeuren met zijlichten, waarboven beschoten delen. Tenslotte volgt geheel rechts een smal drielaags gedeelte met één brede travee, met boven de eerste bouwlaag weer een overstekend balkon. Dit balkon rust in tegenstelling tot de andere balkons op een ijzerconstructie met troggewelven, uitgevoerd in siermetselwerk in witte en zwarte verblendsteen. Deze travee sluit op de hoeken af met doorgestoken achtzijdige hoekdammen, met verticale sierbanden in zwarte en witte verblendsteen in schaakbordpatronen en natuurstenen bekroningen. Hiertussen bevindt zich eenzelfde bakgoot als bij het linker geveldeel. Het pand bezit platte daken afgezien van het schilddak en het gebogen dakschild. Deze zijn voorzien van leien in maasdekking. Er bevinden zich verder enkele gepleisterde schoorstenen in het dak. Het pand is gedeeltelijk onderkelderd.
De gebogen VOORGEVEL is hoofdzakelijk geelwit gepleisterd en bezit een hardstenen plint met onderin horizontale groeven. Deze plint is met uitzondering van de brede rechter travee aan de Cronjéstraat tot ongeveer een meter hoogte doorgetrokken en sluit hier af met een rand van in de hardsteen uitgespaarde gestileerde vlinders, welke zijn verguld. De eerste bouwlaag is met uitzondering van de rechter travee gemetseld in roomwitte verblendsteen in kruisverband, met natuurstenen geboortestenen, kraagstenen en ornamenten. Ook de licht uitspringende hangende erker in de tweede bouwlaag van het geveldeel aan de Zijpendaalseweg is uitgevoerd in deze steen, evenals de rollagen boven de ijzeren lateien van de vensters. De overige delen van de gevel zijn gepleisterd en geschilderd in een roomwitte tint. Deze gepleisterde geveldelen zijn verder versierd met smalle en brede speklagen in roomwitte en zwarte verblendsteen, uitgevoerd in schaakbordpatroon. Het brede linker gevelgedeelte bezit in de eerste bouwlaag in de brede linker travee links een deur, gevat in een segmentboogopening, met er voor een hardstenen bordestrap, met hardstenen zijkanten, afgesloten door een gebogen verlopende rollaag in roomwitte verblendsteen. De gebeitste deur met een hoog paneel met schouderboogafsluiting en klein ovaal raampje is gevat in een kozijn met smalle zijlichten en een getoogd bovenlicht met in het centrum drie verticale roeden. De houten panelen onder de zijlichten zijn versierd met drie in het houtwerk uitgespaarde cirkels. Rechts naast deze deur bevindt zich een smal etalagevenster, afgesloten door een segmentboog met een kozijn met vast gedecoreerd kalf, enkelruits raam en getoogd 2-ruits bovenlicht met een houten geornamenteerde lambrekijn. De brede middentravee bezit een breed rechthoekig etalagevenster, afgesloten met een ijzeren latei op natuurstenen hoekblokken. Dit venster heeft een kozijn met vast kalf, groot enkelruits raam en 5-ruits bovenlicht (waarvan middelste licht uitgevoerd als klapraam) met op de hoeken nog een smal ruitje. De brede rechter travee van dit gevelgedeelte bezit een dito uitgevoerd rechthoekig etalagevenster. De tweede bouwlaag bezit in de linker travee geheel links een klein rechthoekig venstertje met 2-ruits draairaampje, afgesloten door een rollaag in zwarte verblendsteen en daarnaast twee vensters met een gezamenlijke ijzeren latei ter afsluiting, met een rollaag in roomwitte en zwarte verblendsteen. De vensters zijn van elkaar gescheiden door een smalle gepleisterde muurdam en bezitten elk een schuifraam met 2-ruits bovenlicht met lamberkijn. De wisseldorpels zijn versierd met witte uitgespaarde lijndecoraties. In de hangende erker bevindt zich een breed venster onder een ijzeren latei met een kozijn met tussenstijl en twee schuiframen met bovenlichten met in het centrum drie verticale roeden. De wisseldorpels zijn gedecoreerd. Het venster bezit een lamberkijn. De brede rechter travee bezit in de tweede bouwlaag eenzelfde venster als dat van de erker met boven de ijzeren latei een rollaag in roomwitte verblendsteen. De derde bouwlaag van dit gevelgedeelte bezit in alle drie de traveeën een grote T-vormige opening. Deze is in de beide hoektraveeën uitgevoerd als venster met in het onderste gedeelte een stolpraam en in het brede bovendeel een bovenlicht en in de middentravee bezit de opening in het smallere deel dubbele balkondeuren en in het brede deel eveneens een bovenlicht. Deze bovenlichten bezitten elk drie groepjes van twee verticale roeden, en onder een reeks kleine ruitjes. Het hekwerk van het balkon bezit door elkaar gevlochten verticale en horizontale spijlen en boven een reeks pijlvleugelvormige versieringen (ook de overige balkonhekken zijn zo uitgevoerd). Boven het bovenlicht van deze middentravee sluit de gevel af met een strook siermetselwerk in zwarte en roomwitte verblendsteen in schaakbordpatroon en een natuurstenen deklijst met op de hoeken een natuurstenen grote ringvormige bekroning met in de top weer drie ringen. Deze afsluiting met siermetselwerkfries en deklijst wordt slechts in het midden doorbroken door het middenvenster van het dakhuis met een raam met bovendeel met een aan de onderzijde gebogen uitgevoerde roede en twee verticale roeden in het centrum. Dit bovendeel heeft geel glas. De twee schuin geplaatste zijden van dit dakhuis bezitten een deur met een dito uitgevoerd raam, uitkomend op het plat achter de borstwering. Het tweelaags gevelgedeelte heeft in de eerste bouwlaag van de brede middentravee weer een groot rechthoekig etalagevenster, uitgevoerd als de vensters van het linker gevelgedeelte. Links van dit venster bevindt zich de winkeldeur gevat in een licht getoogde opening. De oorspronkelijke deur is vervangen door een moderne glazen deur. De deuropening sluit af met een zandstenen strek met getoogde onderzijde. Deze strek is versierd met drie reeksen bloktandlijsten. Aan weerszijden wordt deze strek geflankeerd door een in hoofdlijn H-vormig natuurstenen veld, met daarop in reliëf gestileerde bloemdecoraties (door elkaar gevlochten cirkels en booglijnen). De muurdammen ter weerszijden van de deur bezitten een smal, verticaal verdiept veld, onder afgesloten door een natuurstenen blokje met afzaat. Boven deze deuropening en de flankerende decoraties strekt zich een door een segmentboog afgesloten veld uit met daarin een tegeltableau. Hierop is een berglandschap weergegeven met opkomende zon met in de nog deels bewolkte lucht een zojuist opgevlogen adelaar. Het tableau is rechts onder gesigneerd met "Joost Thooft en Labouchère, Delft". Rechts van het brede etalagevenster bevindt zich de deur naar de bovenwoning aan de Cronjéstraat. De gebeitste deur met een hoog paneel met schouderboogafsluiting en klein ovaal raampje is gevat in een kozijn met smalle zijlichten en een getoogd 6-ruits bovenlicht. De zijlichten zijn van de deur gescheiden door een smalle hardstenen dam. Ook het met driehoekjes versierde kalf is uitgevoerd in natuursteen. De deur lijkt, evenals de deur van Zijpendaalseweg 4, van jongere datum te zijn (1920-1930). In de tweede bouwlaag bevindt zich in de brede middentravee een breed venster, waarvan het middengedeelte is uitgebouwd als een houten, rechthoekige hangende erker, op houten gedecoreerde klossen. De hoekstijlen van deze erker zijn ook weer versierd met profielen en in wit opgehoogde decoraties (pijlvleugelvormen en visgraatachtige decoraties met een gestileerde tulpbekroning). Zowel de hoekdelen van het venster als het erkervormige middengedeelte bezitten een enkelruits raam met een 9-ruits bovenlicht en lamberkijns. De beide smalle hoektraveeën van dit gevelgedeelte bezitten in de tweede bouwlaag een smal venster met rollaag in zwarte en witte verblendsteen en een schuifraam met 6-ruits bovenlicht en lamberkijn. Ook hier is de wisseldorpel weer gedecoreerd met witte lijndecoraties. De tweede bouwlaag van dit gevelgedeelte springt in haar geheel iets terug, ten opzichte van de omliggende geveldelen. Dit geveldeel sluit over de gehele breedte (zoals reeds hierboven is beschreven) af met een balkon met groot overstek op gedecoreerde klossen.
Het smalle drielaags rechter gevelgedeelte aan de Cronjéstraat heeft in de eerste bouwlaag een gewijzigde opening. Oorspronkelijk bevond zich hier een grote door een segmentboog afgesloten opening met stenen tussendammen, met een deur en zijlichten. Thans bevindt zich hier een rechthoekige opening, afgesloten door een stalen lateibalk met etalageraam en deur. De vier kleine, rechthoekige vensters in de bovenbouw van deze bouwlaag zijn nog wel oorspronkelijk. Deze bezitten enkelruits ramen (mogelijk oorspronkelijk met roeden) en sluiten af met rollagen in zwarte verblendsteen en natuurstenen geboortestenen met afgeronde binnenhoeken. Hierboven bevindt zich een balkon met ijzerconstructie met vijf troggewelven in siermetselwerk met weer eenzelfde balkonhek als bij de overige balkons. De tweede bouwlaag bezit een brede rechthoekige opening, afgesloten door een ijzeren lateibalk met een kozijn met twee tussenstijlen, met dubbele balkondeuren met ramen en veelruits bovenlicht en flankerende enkelruits zijlichten met 2-ruits bovenlichten. Ook hier weer een lamberkijn van hetzelfde type als elders in de gevel. De lateibalk sluit boven af met een strook siermetselwerk in roomwitte en zwarte verblendsteen in schaakbordpatroon. De aanzetblokken onder de balk zijn op dezelfde wijze uitgevoerd. De derde bouwlaag bezit drie rechthoekige smalle vensters elk met schuifraam, 6-ruits bovenlicht, gedecoreerde wisseldorpel en lamberkijn. De gevel is vanaf de wisseldorpel van deze drie vensters versierd met siermetselwerk in roomwitte en zwarte verblendsteen in schaakbordpatroon.
De gepleisterde dakopbouw achter het schilddak is voorzien van een plat dak en een brede vensterstrook met enkelruits raampjes (deze geeft licht aan het trappenhuis van Cronjéstraat 1).
Het houtwerk van kozijnen, ramen, lamberkijns, goten en het dragende ijzerwerk van lateien en balkons is blauwgroen geschilderd met accenten in wit voor decoraties. De gootklossen bezitten afwisselend rode en witte ringen. De ijzeren balkonhekken zijn rood geschilderd met witte driehoekige decoraties. Met uitzondering van de winkelpuien bezitten de bovenlichten van de vensters geel kathedraalglas. De vensters van de verdiepingen bezitten verder lekdorpels van zwarte verblendsteen tussen natuurstenen gedecoreerde hoekblokken.
De ACHTERGEVELS van het pand zijn eenvoudig uitgevoerd in baksteen in kruisverband met vensters met o.a. schuiframen. Het INTERIEUR van de winkel is geheel gemoderniseerd. Daarentegen bevat het INTERIEUR van de bovenwoningen nog enkele oorspronkelijke elementen. Beide bovenwoningen bezitten nog het oorspronkelijke trappenhuis met polygonale houten bordestrappen met sober gedecoreerde trappalen, gezaagde spijlen met geometrische motieven en geprofileerde leuningen met omgekrulde uiteinden. Beide woningen bezitten nog oorspronkelijke binnendeurkozijnen, binnendeuren met lijstprofielen en schuifdeuren met ruitjes van geslepen glas. Verder bezitten beide woningen nog de oorspronkelijke keukenservieskast met 8-ruits raampjes, terwijl de linker woning ook nog het oude aanrecht met kastjes bezit. Sommige ruimten bezitten nog de oorspronkelijke visgraatparketvloeren en Art Nouveau-stucplafonds, met in de hoekornamenten gestileerde weergaven van uilen. De plafonds van de linker bovenwoning bezitten tevens nog een middenrozet met gestileerd zonnebloemmotief, linten en vogels. De linker woning bezit tevens nog een aantal zwart marmeren schouwen met Art nouveau-motieven (één met gestileerde bloemmotieven en de andere met geometrische motieven, opgehoogd in zilverwitte tinten). In de stoep voor de voorgevel bevinden zich ter hoogte van de etalagevensters gemetselde kelderkoekoeken met roosters. Naast de linker deur, aan weerszijden van de deur naar de bovenwoning aan de Cronjéstraat en geheel rechts op de hoek bevinden zich haaks op de gevel geplaatste ijzeren hekwerken met drie naar boven taps toelopende staanders op twee poten met op het bovendeel tien, kleine vergulde knoppen. Deze staanders worden onderling verbonden door drie horizontale ijzeren buizen, met vergulde bollen en ringen.
Waardering
WINKEL met twee BOVENWONINGEN en HEKWERKEN gebouwd door W.Diehl in 1904.
- Van architectuurhistorische waarde omdat het pand een van de eerste en een van de meest uitgesproken monumentale panden in Arnhem is, gebouwd in Art Nouveau-stijl. Het pand is van architectuurhistorisch belang vanwege de bijzondere hoofdvorm met de gebogen gevel, de in hoogte verspringende bouwdelen en de opmerkelijke geveldetaillering en het kleurgebruik.
Het pand is van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van de architect Willem Diehl, omdat het zijn eerste grote opdracht in Arnhem betreft, waarmee de architect een opvallende carrière in de stad begon, welke hij uiteindelijk met de bouw van het Vesta-gebouw in 1930 zou afsluiten. In de tussenliggende periode tekende Diehl voor een reeks zeer opvallende ontwerpen, die binnen het historische architectuurbestand van Arnhem een bijzondere plaats innemen.
- Van stedebouwkundige waarde vanwege de zeer prominente plaats op de hoek van de Cronjéstraat en het beginpunt van de oude uitvalsweg, de Zijpendaalseweg. Het pand springt direct in het oog wanneer men de Zijpse poort (spoorwegviaduct) gepasseerd is. Het pand vormt de toegang tot de voornamelijk in het eerste decennium van deze eeuw gebouwde Transvaalbuurt, waar een aanzienlijk deel van de herenhuizen door Diehl is ontworpen.
Cultuurhistorische omschrijving
WILLEM DIEHL kwam oorspronkelijk uit Den Haag waar hij in 1890 op de ambachtsschool was toegelaten. In 1898 vertrok hij naar Antwerpen en werkte daar op het bureau van E. Thielens (ontwerper van de Antwerpse Zoo), waar hij de architect E. van Averbeke (1876-1946) ontmoette. In 1899 begonnen ze samen een bureau en ontwierpen tot en met 1901 verschillende panden in Antwerpen in Art Nouveau-stijl. Vermoedelijk vertrok Diehl in 1901 of 1902 voor korte tijd naar Brussel, waar hij bij het bureau van George Hobé gewerkt zou hebben en mogelijk contact heeft gehad met de Art Nouveau-architect D'Aronco, wiens werk hem beïnvloed kan hebben. In 1902 is hij om nog onduidelijke redenen vanuit België vertrokken en in Arnhem aangekomen, waar hij zich op 6 december in de Jacob Cremerstraat vestigde. In 1903 ontwierp hij de tijdelijke paviljoens van de internationale kunstnijverheidstentoonstelling in Art Nouveau-stijl en een grafmonument voor de brandstoffenhandelaar Kooij. In de periode 1904-15 ontwierp hij een groot aantal herenhuizen in Art Nouveau-stijl in de pas aangelegde Transvaalbuurt, veelal in opdracht van Kooij, waarvan het witte hoekpand met de ronde gevel van de firma Belderbos het meest opvallende is. Diehl betrok er in 1911 het door hemzelf ontworpen pand De La Reijstraat 11.
Verder bouwde Diehl in de binnenstad, de Burgemeesterswijk en aan de singels, ondermeer het Luxor-theater (1915-1916) in Art Deco-stijl en het kantoor van de levensverzekeringsmaatschappij Vesta (1930-1931) in traditionalistische stijl met invloeden van rationalisme en Amsterdamse school. De Art Nouveau-architectuur van Willem Diehl heeft een zeer herkenbaar eigen karakter. Dit komt ondermeer tot uiting in de op rijk bewerkte klossen rustende gootoverstekken tussen doorlopende hoekdammen, de vorm van de vensters, het gebruik van stalen lateien en de aparte roedenverdelingen. Diehl is verder mogelijk beïnvloed door de Antwerpse Art Nouveau, de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh en de Wiener Secession.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
SHOP with two UPPER DWELLINGS and IRONWORK built in 1904 on behalf of the "firm in groceries Belderbos" by architect Willem Diehl (1876-1959) in the style of geometric Art Nouveau at the corner of the Zijpendaalseweg, an old exit road, and the Cronjéstraat, which forms the principal entrance to the Transvaalbuurt. Coming from the city, this building immediately stands out when passing under the Zijpse gate (nowadays a railway viaduct). The tile tableau above the door of Zijpendaalseweg 2 was made by Joost Thooft & Labouchère Delft after a design by W.Diehl. The representation on the tile tableau, called "The high flight", indicates the direction that the Belderbos business had taken with this establishment.
On the side of the Zijpendaalseweg, a building likewise designed by Diehl adjoins to the left of Zijpendaalseweg 2-4 (Zijpendaalseweg 6-8), in the same style and with many of the same details. The front gardens of the buildings are paved with bricks.
Description
SHOP with two UPPER DWELLINGS on a plan which is fundamentally L-shaped with a quarter-round curved front facade at the corner. The seven-bay wide FRONT FACADE can be subdivided into three sections, each of which has been given a symmetrical arrangement with largely symmetrical fenestration. Viewed from left to right, this concerns a wide, three-storey section with three wide bays, of which the middle bay in the second storey is provided with a slightly projecting, rectangular hanging bay window, resting on an iron beam and at the corners on masonry corbels projecting three times forward, with natural stone decorated brackets, crowned by a projecting balcony on carved wooden consoles. The middle bay is crowned by a roof dormer with a three-sided closed front facade, surrounded by a curved hipped roof with three-sided closure with large overhang. The middle bay of the left section is terminated by an ornamental sandstone moulding with circular sandstone ornaments at the corners. The corners of this left facade section are provided with projecting round through-stone corner corbels with natural stone ornamented crowns. Between these are ample overhanging wooden gutters on carved consoles with wooden rings. To the right follows this left facade section a wide two-storey facade section with one wide middle bay and at either side a narrow bay. This section is closed above with a projecting balcony running across the entire width on wooden consoles. In the curved roof shield above is incorporated a large semicircular wooden roof dormer with two 2-pane balcony doors with side lights, above which boarded sections. Finally, at the far right follows a narrow three-storey section with one wide bay, with above the first storey again a projecting balcony. This balcony rests, in contrast to the other balconies, on an iron construction with trough vaults, executed in ornamental brickwork in white and black facing brick. This bay is closed at the corners with through-stone eight-sided corner corbels, with vertical decorative bands in black and white facing brick in checkerboard patterns and natural stone crowns. Between these is located the same gutter as at the left facade section. The building has flat roofs apart from the hipped roof and the curved roof shield. These are provided with slates in half-lap bond. There are furthermore several plastered chimneys in the roof. The building is partially cellaried.
The curved FRONT FACADE is mainly whitish-yellow plastered and has a hardstone plinth with horizontal grooves at the bottom. This plinth is drawn through to approximately one metre height with the exception of the wide right bay on the Cronjéstraat and is closed here with a border of stylised butterflies engraved in the hardstone and gilded. The first storey is, with the exception of the right bay, laid in cream-white facing brick in header bond, with natural stone birth-stones, brackets and ornaments. The slightly projecting hanging bay window in the second storey of the facade section on the Zijpendaalseweg is likewise executed in this stone, as are the roll mouldings above the iron lintels of the windows. The remaining parts of the facade are plastered and painted in a cream-white tint. These plastered facade sections are further decorated with narrow and wide striped courses in cream-white and black facing brick, executed in checkerboard pattern. The wide left facade section has in the first storey in the wide left bay on the left a door, set in a segmental arch opening, with in front of it a hardstone entrance step, with hardstone sides, closed by a curved tapering roll moulding in cream-white facing brick. The chiselled door with a tall panel with shouldered arch closure and small oval pane is set in a frame with narrow side lights and an arched fanlight with three vertical glazing bars in the centre. The wooden panels below the side lights are decorated with three circles cut out in the woodwork. To the right of this door is a narrow shopwindow, closed by a segmental arch with a frame with fixed decorated calf, single-pane window and arched 2-pane fanlight with a carved wooden lambrequin. The wide middle bay has a wide rectangular shopwindow, closed with an iron lintel on natural stone corner blocks. This window has a frame with fixed calf, large single-pane window and 5-pane fanlight (of which middle light executed as a fanlight) with at the corners yet another narrow pane. The wide right bay of this facade section has an identically executed rectangular shopwindow. The second storey has in the left bay at the far left a small rectangular little window with a 2-pane casement, closed by a roll moulding in black facing brick and beside it two windows with a joint iron lintel for closure, with a roll moulding in cream-white and black facing brick. The windows are separated from each other by a narrow plastered wall corbel and each possess a sash window with 2-pane fanlight with lambrequin. The transoms are decorated with white incised line decorations. In the hanging bay window is a wide window under an iron lintel with a frame with a central post and two sash windows with fanlights with three vertical glazing bars in the centre. The transoms are decorated. The window possesses a lambrequin. The wide right bay has in the second storey a similar window as that of the bay window with above the iron lintel a roll moulding in cream-white facing brick. The third storey of this facade section has in all three bays a large T-shaped opening. This is in both corner bays executed as a window with in the lower section a horizontal-pivot window and in the wide upper part a fanlight and in the middle bay the opening has in the narrower part double balcony doors and in the wide part likewise a fanlight. These fanlights each possess three groups of two vertical glazing bars, and below a series of small panes. The balcony railings have interwoven vertical and horizontal bars and above a series of arrowhead-shaped decorations (the other balcony railings are likewise executed). Above the fanlight of this middle bay the facade is closed with a strip of ornamental brickwork in black and cream-white facing brick in checkerboard pattern and a natural stone coping moulding with at the corners a large natural stone ring-shaped crown with three rings in the top. This closure with ornamental brickwork frieze and coping moulding is only broken in the middle by the middle window of the roof dormer with a window with upper part with a moulding curved at the underside and two vertical glazing bars in the centre. This upper part has yellow glass. The two obliquely placed sides of this roof dormer possess a door with a similar executed window, opening onto the flat behind the coping. The two-storey facade section has in the first storey of the wide middle bay again a large rectangular shopwindow, executed as the windows of the left facade section. To the left of this window is located the shop door set in a slightly arched opening. The original door has been replaced by a modern glazed door. The door opening is closed with a sandstone lintel with arched underside. This lintel is decorated with three series of block tooth mouldings. On either side this lintel is flanked by an essentially H-shaped natural stone field, with thereon in relief stylised flower decorations (interwoven circles and arch lines). The wall corbels on either side of the door possess a narrow, vertical recessed field, closed below by a natural stone block with offcut. Above this door opening and the flanking decorations extends a field closed by a segmental arch with therein a tile tableau. On it is depicted a mountain landscape with rising sun with in the still partly cloudy sky a just flown up eagle. The tableau is signed at the lower right with "Joost Thooft en Labouchère, Delft". To the right of the wide shopwindow is located the door to the upper dwelling on the Cronjéstraat. The chiselled door with a tall panel with shouldered arch closure and small oval pane is set in a frame with narrow side lights and an arched 6-pane fanlight. The side lights are separated from the door by a narrow hardstone corbel. The calf, likewise decorated with triangles, is likewise executed in natural stone. The door appears, like the door of Zijpendaalseweg 4, to be of a later date (1920-1930). In the second storey is located in the wide middle bay a wide window, of which the middle section is built out as a wooden, rectangular hanging bay window, on carved wooden consoles. The corner posts of this bay window are likewise decorated with profiles and white-heightened decorations (arrowhead forms and herringbone decorations with a stylised tulip crown). Both the corner sections of the window and the bay window-shaped middle section possess a single-pane window with a 9-pane fanlight and lambrequins. The two narrow corner bays of this facade section possess in the second storey a narrow window with roll moulding in black and white facing brick and a sash window with 6-pane fanlight and lambrequin. Here too the transom is again decorated with white line decorations. The second storey of this facade section is slightly set back as a whole, in relation to the surrounding facade sections. This facade section is closed across the entire width (as already described above) with a balcony with large overhang on decorated consoles.
The narrow three-storey right facade section on the Cronjéstraat has in the first storey an altered opening. Originally there was here a large opening closed by a segmental arch with stone corbels, with a door and side lights. Now there is a rectangular opening, closed by a steel lintel beam with shopwindow and door. The four small, rectangular windows in the superstructure of this storey are still original. These possess single-pane windows (possibly originally with glazing bars) and close with roll mouldings in black facing brick and natural stone birth-stones with rounded inner corners. Above this is a balcony with iron construction with five trough vaults in ornamental brickwork with again the same balcony railing as at the other balconies. The second storey has a wide rectangular opening, closed by an iron lintel beam with a frame with two central posts, with double balcony doors with windows and multi-pane fanlight and flanking single-pane side lights with 2-pane fanlights. Here too again a lambrequin of the same type as elsewhere in the facade. The lintel beam closes above with a strip of ornamental brickwork in cream-white and black facing brick in checkerboard pattern. The setting blocks below the beam are likewise executed. The third storey has three rectangular narrow windows each with sash window, 6-pane fanlight, decorated transom and lambrequin. The facade is from the transom of these three windows decorated with ornamental brickwork in cream-white and black facing brick in checkerboard pattern.
The plastered roof structure behind the hipped roof is provided with a flat roof and a wide window strip with single-pane windows (this provides light to the stairwell of Cronjéstraat 1).
The woodwork of frames, windows, lambrequins, gutters and the supporting ironwork of lintels and balconies is painted blue-green with white accents for decorations. The gutter consoles possess alternating red and white rings. The iron balcony railings are painted red with white triangular decorations. With the exception of the shopfronts, the fanlights of the windows have yellow cathedral glass. The windows of the storeys further possess drip mouldings of black facing brick between natural stone decorated corner blocks.
The REAR FACADES of the building are simply executed in brick in header bond with windows with amongst others sash windows. The INTERIOR of the shop has been completely modernised. By contrast, the INTERIOR of the upper dwellings still contains some original elements. Both upper dwellings still possess the original stairwell with polygonal wooden entrance steps with soberly decorated stair posts, saw-cut balusters with geometric motifs and profiled handrails with curled ends. Both dwellings still possess original interior door frames, interior doors with list profiles and sliding doors with panes of cut glass. Furthermore, both dwellings still possess the original kitchen service cupboard with 8-pane windows, while the left dwelling also still possesses the old sink with cupboards. Some rooms still possess the original herringbone parquet floors and Art Nouveau stucco ceilings, with in the corner ornaments stylised depictions of owls. The ceilings of the left upper dwelling also still possess a central rose with stylised sunflower motif, ribbons and birds. The left dwelling also still possesses a number of black marble fireplaces with Art Nouveau motifs (one with stylised flower motifs and the other with geometric motifs, heightened in silver-white tints). In the pavement in front of the front facade at the height of the shopwindows are located masonry cellar lights with gratings. Beside the left door, on either side of the door to the upper dwelling on the Cronjéstraat and at the far right at the corner are located iron railings positioned at right angles to the facade with three upward tapering posts on two feet with on the upper part ten small gilded knobs. These posts are interconnected by three horizontal iron tubes, with gilded balls and rings.
Valuation
SHOP with two UPPER DWELLINGS and IRONWORK built by W.Diehl in 1904.
- Of architectural-historical value because the building is one of the first and one of the most pronounced monumental buildings in Arnhem, built in Art Nouveau style. The building is of architectural-historical importance because of the special principal form with the curved facade, the height-offset building sections and the remarkable facade detailing and colour use.
The building is of architectural-historical importance as part of the oeuvre of architect Willem Diehl, because it concerns his first major commission in Arnhem, with which the architect began a striking career in the city, which he would ultimately conclude with the construction of the Vesta building in 1930. In the intervening period Diehl drew for a series of very striking designs, which occupy a special place within the historical architectural stock of Arnhem.
- Of urban planning value because of the very prominent location at the corner of the Cronjéstraat and the starting point of the old exit road, the Zijpendaalseweg. The building immediately stands out when the Zijpse gate (railway viaduct) has been passed. The building forms the entrance to the Transvaalbuurt, built primarily in the first decade of this century, where a considerable part of the mansions were designed by Diehl.
Cultural-historical description
WILLEM DIEHL originally came from The Hague where he was admitted to the vocational school in 1890. In 1898 he moved to Antwerp and worked at the office of E. Thielens (designer of the Antwerp Zoo), where he met the architect E. van Averbeke (1876-1946). In 1899 they started an office together and designed various buildings in Antwerp in Art Nouveau style until 1901. Diehl presumably left for Brussels in 1901 or 1902 for a short time, where he would have worked at the office of George Hobé and may have had contact with the Art Nouveau architect D'Aronco, whose work may have influenced him. In 1902 he left Belgium for reasons still unclear and arrived in Arnhem, where he settled on 6 December in the Jacob Cremerstraat. In 1903 he designed the temporary pavilions of the international applied arts exhibition in Art Nouveau style and a monument for the fuel merchant Kooij. In the period 1904-15 he designed a large number of mansions in Art Nouveau style in the newly laid out Transvaalbuurt, mostly commissioned by Kooij, of which the white corner building with the curved facade of the Belderbos company is the most striking. Diehl moved into the building he designed himself at De La Reijstraat 11 in 1911.
Furthermore Diehl built in the city centre, the Burgemeesterswijk and along the canals, among others the Luxor theatre (1915-1916) in Art Deco style and the office of the life insurance company Vesta (1930-1931) in traditionalist style with influences from rationalism and the Amsterdam school. The Art Nouveau architecture of Willem Diehl has a very recognizable distinctive character. This is expressed among other things in the gutter overhangs resting on richly worked knobs between continuous corner pillars, the form of the windows, the use of steel lintels and the distinctive glazing bars. Diehl was further possibly influenced by Antwerp Art Nouveau, the Scottish architect Charles Rennie Mackintosh and the Wiener Secession.
Nearby in the register
- Woonhuis, Zijpendaalseweg 6Woonhuisunder 1 mi
- Kantoorwoning, Cronjéstraat 2Werk-woonhuisunder 1 mi
- Winkelwoning, Cronjéstraat 4Werk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cronjéstraat 15Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.