TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Evangelisch Lutherse Kerk

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1897 - 1898
Address
Spoorwegstraat 8, 6828 AS Arnhem (and others)
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98440, 5.91364
Monument number
516875

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De EVANGELISCH LUTHERSE KERK is een bakstenen neogotische zaalkerk met halfrond gesloten absis en slanke toren met ingesnoerde naaldspits. Rechts staat tegen de kerk een smalle KOSTERSWONING. Beide gebouwen zijn met elkaar verbonden door een gang die langs de westgevel van de kerk is doorgetrokken naar de CONSISTORIEKAMER achter op het perceel.

De kerk en de kosterswoning zijn gelegen in de zuidelijke gevelwand van de smalle Spoorwegstraat, in het perceel tussen het Velperplein en de Hommelstraat. De koorpartij van de kerk wordt in de Van Muijlwijkstraat - een naoorlogse verkeersdoorbraak - gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door tweelaags panden met platte daken. Even ten zuiden van de Lutherse kerk staat aan de Steenstraat de R.K. Sint-Martinuskerk uit 1875 van architect A. Tepe (rijksmonument). Beide kerken zijn met de koorpartij naar elkaar gericht.

De Evangelisch Lutherse Kerk aan de Spoorwegstraat is in 1897-1898 gebouwd, nadat het kerkje aan de Korenmarkt (voormalig pakhuis "de Bontenborch", rijksmonument) te klein was geworden. Het ontwerp uit september 1896 in neogotische-stijl is van ingenieur A.R. FREEM (1853-1921). De kosterswoning vertoont bovendien invloeden van de neorenaissance. De bouw werd voor f 56.250,- aanbesteed aan de firma Mulder en Van Wessem. De benodigde financiën voor de bouw van de kerktoren werden in februari 1897 geschonken door mevrouw G.A. Swaving-Arriens. De eerste kerkdienst vond plaats op 27 maart 1898. Freem ontwierp in Arnhem ook de inmiddels gesloopte Remonstrantse Kerk aan de Rietgrachtstraat.

In de Tweede Wereldoorlog is het zuidelijke gedeelte van de kap, ramen en kerkinventaris vernield en daarna in stijl hersteld. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw is een aantal glas-in-loodramen toegevoegd.

Omschrijving

Neogotische ZAALKERK met ingangspartij en toren aan de noordzijde, en halfrond gesloten absis aan de zuidzijde. De bakstenen gevels zijn in kruisverband gemetseld met geknipte voegen. De uitgemetselde plint is voorzien van hoekblokken en een geprofileerde waterlijst van hardsteen. De gevels worden beëindigd door een uitgemetselde band van profielstenen waarop de bakgoot. Het dak van de kerk en de ingesnoerde naaldspits van de toren zijn gedekt met leien in Maasdekking en voorzien van kleine dakkapellen (houten luiken met zandloper-beschildering in blauw en wit, aangekapte schilddakjes met driezijdig overstek aan de voorzijde, pirons). Op de nok van het kerkdak is een houten rechthoekige dakruiter geplaatst die rondom voorzien is van een reeks driepas-openingen. De dakruiter wordt afgesloten door een zadeldak met piron. De naaldspits wordt bekroond door een smeedijzeren kruis waarop een windvaan in de vorm van een zwaan. De toren heeft een vierkant grondplan en bestaat uit drie geledingen die op de hoeken worden begeleid door steunberen met versnijdingen en spitsboognissen. De hoge eerste geleding heeft aan de voorzijde een spitsboogportaal met daarboven een hoog spitsboogvenster. Het portaal bestaat uit: geprofileerde dagkanten en archivolt van rode verblendsteen; treden en neuten van hardsteen; geboorte- en sluitstenen van zandsteen; een opgeklampte dubbele draaideur met smeedijzeren sierbeslag; een natuurstenen spitsboogtrommel met afbeelding van de Lutherse zwaan met uitgeslagen vleugels. Rechts van het portaal is een hardstenen eerste steen ingemetseld met het opschrift: "De eerste steen gelegd door J.E. Schröder Predikant der Gemeente 12 mei 1897". Het grote spitsboogvenster heeft bakstenen tracering en een afzaat. De tweede geleding heeft aan voor-, linker- en rechter zijde elk twee gekoppelde spitsboognissen met daarin boven en onder een kleinere spitsboognis waarin een rechthoekige opening. De derde geleding (klokkenverdieping) heeft in alle vier zijden twee gekoppelde spitsboognissen met elk onderin een rechthoekig houten luik, in het midden een groot galmgat met borden en in de top blind bakstenen traceerwerk. De toren wordt ter hoogte van de eerste geleding geflankeerd door smalle nevenruimten met lessenaardaken. De linker nevenruimte heeft aan de voorzijde een spitsboogingang (opgeklampte draaideur met smeedijzeren sierbeslag en boogtrommel met driepasboog) en daarboven twee gekoppelde glas-in-lood spitsboogvensters. De zijgevel van deze nevenruimte bezit twee dito vensters en wordt afgesloten door een klimmend spitsboogfries en een ezelsrug. De rechter nevenruimte bezit in de eerste en tweede bouwlaag twee gekoppelde glas-in-lood spitsboogvensters. De beëindiging is identiek aan die van de linker nevenruimte. De gevels van het schip en de absis worden geleed door steunberen met versnijdingen. Tussen de steunberen bevindt zich telkens één groot spitsboogvenster met bakstenen tracering.

De INDELING van de kerk bestaat uit een portaal onder de toren, een breed schip van zes traveeën met in de eerste travee een zangerstribune en een afsluitende halfronde absis met triomfboog van rode en zwarte verblendsteen. De ruimte onder de tribune is in de jaren tachtig uitgebouwd en naar het schip toe afgesloten. Deze ruimte waarin twee zuilen van zwart graniet met zandstenen bladkapitelen doet dienst als koffie- en vergaderzaaltje. In het zijportaal aan de oostzijde van de hoofdingang is een moderne keuken geplaatst.

Het rijk uitgevoerde KERKINTERIEUR bevat onder andere een terrazzovloer in het portaal met de tekst: "Bewaar uwen moet, als gij ten huize Gods ingaat"; meerdere houten deuren met briefpanelen; het originele meubilair met kerkbanken, een door koven overhuifd koorgestoelte (volgt de ronding van de absis) en een kansel (verplaatst); een twee-manualig, rein-pneumatisch ORGEL met vrij pedaal, gemaakt door de fa. Standaart uit Rotterdam in 1913. De orgelkas is naar ontwerp van A.R. Freem, architect van het kerkgebouw; een houten tongewelf op trekbalken met middenstijlen, en stroken cassettenzoldering langs de muren op muurstijlen met gesneden korbelen en geprofileerde kraagstenen; polychrome sjabloonbeschilderingen op de oorspronkelijke delen van het gewelf en de cassettes; gesneden houten gewelfschotels tegen de gordelbogen van het tongewelf; één grote ronde lichtkroon van smeedijzer (oorspronkelijk drie exemplaren).

Langs de westgevel van de kerk bevindt zich een gang met plat dak. De gang is aan de straatzijde geopend door een portiek onder lessenaardak. Het lessenaardak tussen tuitgevels met ezelsruggen is aangekapt tegen de linker zijgevel van de kosterswoning. Het portiek heeft in de topgevel aan de voorzijde een halve spitsboogopening met smeedijzeren draaihek, en in de linker zijde twee gekoppelde korfboogvormig afgesloten openingen met lage opengewerkte balustrade van profielstenen. Het portiek bezit een ingangspartij in de achterwand, die bestaat uit een houten paneeldeur (zes ruitjes, drie smeedijzeren roosters, bewerkte stijlen) en een spitsboogvormig bovenlicht. De polychrome tegelvloer (ruitpatroon met gestileerde bloem- en bladmotieven) zet zich voort in de gang. De gang wordt onderverdeeld door spitse gordelbogen en is overdekt met een vlak plafond. De gang leidt naar de CONSISTORIEKAMER die tegen de westgevel van de kerk is gebouwd. Dit éénlaags bouwdeel met plat dak op rechthoekig grondplan heeft in de achtergevel drie spitsboogvormig afgesloten muuropeningen: twee spitsboogramen met bakstenen tracering en glas-in-lood (geometrische en gestileerde florale motieven) en een dubbele draaideur met spitsboog-bovenlicht. De consistoriekamer bezit een groot aantal waardevolle INTERIEURELEMENTEN, zoals een lambrisering met panelen en bewerkte regels en stijlen; houten deuren met briefpanelen en bewerkte omlijstingen; een schouw die bestaat uit een trapeziumvormige rookvanger met bewerkte houten schouwbalk op gemetselde ondersteuningen met bewerkte zandstenen kraagstenen (bladmotief) en betegelde achterwand; polychroom beschilderde balklaag waarvan de sleutelstukken zijn voorzien van een peerkraal.

De grotendeels ingebouwde éénbeukige KOSTERSWONING heeft drie bouwlagen en zolderverdieping op rechthoekig grondplan. De bakstenen gevels zijn gemetseld in kruisverband met geknipte voegen. De uitgemetselde plint heeft een koekoek en is voorzien van hoekblokken en een geprofileerde waterlijst van hardsteen. De gevels zijn rijkelijk voorzien van sierankers en worden beëindigd door een uitgemetselde band van profielstenen waarop de bakgoot. Het schilddak is gedekt met leien in Maasdekking en heeft pironnen op de nokuiteinden. De VOORGEVEL wordt horizontaal geleed door geprofileerde waterlijsten en speklagen van zandsteen. De drie bouwlagen bezitten elk drie gekoppelde vensters onder blinde bogen. De eerste en tweede bouwlaag bezitten een stolpraam met bovenlicht tussen smalle enkelruits ramen met bovenlichten. De afsluitende rond- en segmentbogen hebben geboorte- en sluitstenen van zandsteen en zijn gevuld met metselmozaïek. De derde bouwlaag bezit drie gekoppelde even brede draairamen met tweeruits bovendelen onder blinde segmentbogen met geboorte- en sluitstenen van zandsteen. De bovendorpels van de vensters zijn bekleed met omgekrulde loodslabben.

De LINKER ZIJGEVEL heeft halverwege drie getoogde muuropeningen boven elkaar: in de eerste bouwlaag een ingang (in de gang) en in de verdiepingen elk een stolpraam onder blinde segmentboog. De RECHTER ZIJGEVEL steekt met de derde bouwlaag uit boven de belendende bebouwing en is blind uitgevoerd.

Het gemoderniseerde INTERIEUR bezit in de eerste bouwlaag een woon-/spreekkamer met een zwart marmeren schouw en een eenvoudig stucplafond.

Waardering

EVANGELISCH LUTHERSE KERK incl. ORGEL met KOSTERSWONING en CONSISTORIEKAMER uit 1897-1898.

- Van architectuurhistorische waarde als enig overgebleven religieuze bouwwerk van ingenieur FREEM (1853-1921) in Arnhem, en derhalve van belang voor diens oeuvre waarover verder weinig bekend is. Kerk en kosterswoning zijn voorts van belang als grotendeels gaaf voorbeeld in exterieur van een laat-negentiende eeuws complex, met hoogwaardige esthetische kwaliteiten van de samenstellende onderdelen, die, hoewel in verschillende architectuurstijlen uitgevoerd (neogotische kerk en kosterswoning met neorenaissance-invloeden), uitgevoerd door één architect een visuele eenheid vormen. Met name de kerk en de consistoriekamer hebben een zeldzaam interieur en bezitten bijzondere elementen, zoals een beschilderd houten tongewelf, polychroom beschilderde lambrizeringen en deuren met briefpanelen.

- Van stedenbouwkundige waarde als belangrijk onderdeel van het historisch gegroeid stedelijk gebied ten noorden van het Velperplein en in relatie met de nabij gelegen R.K. Sint-Martinuskerk in de Steenstraat (rijksmonument). De hoge torens van beide kerken zijn te samen van bijzondere betekenis voor het Arnhemse stadsbeeld. De aaneen gebouwde kerk, kosterswoning en consistoriekamer vormen een karakteristiek ensemble.

- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een religieuze ontwikkeling: de Evangelisch Lutherse Gemeente voor Arnhem en omgeving met een historie die terug reikt tot 1644. Vanaf dat jaar vonden kerkdiensten plaats in het voormalige pakhuis "de Bontenborch" aan de Korenmarkt (rijksmonument), en sedert 1898 in onderhavige kerk aan de Spoorwegstraat. Beide gebouwen zijn als zodanig herkenbaar aan het symbool van de zwaan op de voorgevel.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The EVANGELICAL LUTHERAN CHURCH is a brick neogothic hall church with a semicircular closed apse and slender tower with an attenuated needle spire. To the right, a narrow CARETAKER'S DWELLING stands against the church. Both buildings are connected by a corridor that runs along the west facade of the church and extends towards the CONSISTORY ROOM at the rear of the plot.

The church and the caretaker's dwelling are located in the southern facade of the narrow Spoorwegstraat, in the plot between the Velperplein and the Hommelstraat. The choir section of the church is partially obscured from view in the Van Muijlwijkstraat - a post-war traffic thoroughfare - by two-storey buildings with flat roofs. Just south of the Lutheran church stands the R.C. Sint-Martinuskerk from 1875 by architect A. Tepe at the Steenstraat (national monument). Both churches are oriented with their choir sections towards each other.

The Evangelical Lutheran Church at the Spoorwegstraat was built in 1897-1898, after the small church at the Korenmarkt (former warehouse "de Bontenborch", national monument) had become too small. The design from September 1896 in neogothic style is by engineer A.R. FREEM (1853-1921). The caretaker's dwelling furthermore shows neo-renaissance influences. The construction was tendered for f 56,250,- to the firm Mulder and Van Wessem. The necessary funds for the construction of the church tower were donated in February 1897 by Mrs G.A. Swaving-Arriens. The first church service took place on 27 March 1898. Freem also designed the now demolished Remonstrant Church at the Rietgrachtstraat in Arnhem.

During the Second World War, the southern section of the roof, windows and church furnishings were destroyed and subsequently restored in style. In the 1980s a number of stained-glass windows were added.

Description

Neogothic HALL CHURCH with entrance section and tower on the north side, and semicircular closed apse on the south side. The brick facades are laid in Flemish bond with struck joints. The rendered plinth is provided with corner blocks and a profiled hardsteen drip moulding. The facades are terminated by a rendered band of moulded stones on which the gutter sits. The roof of the church and the attenuated needle spire of the tower are covered with slate in Maas pattern and provided with small roof dormers (wooden shutters with hourglass paintwork in blue and white, attached half-hipped rooflets with three-sided overhang at the front, iron roof cresting). On the ridge of the church roof is placed a wooden rectangular roof lantern which is provided all around with a series of trefoil openings. The roof lantern is crowned by a gabled roof with iron roof cresting. The needle spire is crowned by a wrought-iron cross on which a weathervane in the shape of a swan. The tower has a square ground plan and consists of three storeys accompanied at the corners by buttresses with splayed angles and pointed-arch recesses. The tall first storey has a pointed-arch portal at the front with above it a tall pointed-arch window. The portal consists of: profiled stone-faced edges and archivolt of red brick; steps and nosings of hardsteen; voussoirs and keystones of sandstone; a clasped double revolving door with wrought-iron ornamental metalwork; a natural stone pointed-arch tympanum with depiction of the Lutheran swan with spread wings. To the right of the portal is a hardsteen foundation stone mortared in with the inscription: "The foundation stone laid by J.E. Schröder Preacher of the Congregation 12 May 1897". The large pointed-arch window has brick tracery and a weathering. The second storey has on front, left and right sides each two coupled pointed-arch recesses with above and below a smaller pointed-arch recess containing a rectangular opening. The third storey (bell chamber) has in all four sides two coupled pointed-arch recesses with each at the bottom a rectangular wooden shutter, in the middle a large sound hole with boards and at the top blind brick tracery work. The tower is flanked at the height of the first storey by narrow side compartments with lean-to roofs. The left side compartment has a pointed-arch entrance on the front (clasped revolving door with wrought-iron ornamental metalwork and arch tympanum with trefoil arch) and above it two coupled stained-glass pointed-arch windows. The side facade of this compartment has two similar windows and is terminated by a climbing pointed-arch frieze and a roof ridge. The right side compartment has in the first and second storey two coupled stained-glass pointed-arch windows. The termination is identical to that of the left side compartment. The facades of the nave and apse are articulated by buttresses with splayed angles. Between the buttresses is located each time one large pointed-arch window with brick tracery.

The PLAN of the church consists of a vestibule under the tower, a broad nave of six bays with in the first bay a singers' gallery and a closing semicircular apse with triumphal arch of red and black brick. The space under the gallery was expanded in the 1980s and closed off towards the nave. This space in which two columns of black granite with sandstone leaf capitals serves as a coffee and meeting room. In the side portal on the east side of the main entrance a modern kitchen has been placed.

The richly executed CHURCH INTERIOR contains amongst other things a terrazzo floor in the vestibule with the text: "Guard thy feet, when thou goest to the house of God"; several wooden doors with letter panels; the original furnishings with church pews, a choirstall overhung by vaults (following the curve of the apse) and a pulpit (relocated); a two-manual, purely pneumatic ORGAN with free pedal, made by the firm Standaart from Rotterdam in 1913. The organ case is designed after a design by A.R. Freem, architect of the church building; a wooden barrel vault on tie beams with central posts, and strips of coffered ceiling along the walls on wall posts with carved corbels and profiled stone corbels; polychrome stencilled paintings on the original parts of the vault and the coffering; carved wooden vault bosses against the transverse ribs of the barrel vault; one large round iron light chandelier (originally three specimens).

Along the west facade of the church is a corridor with flat roof. The corridor is open at the street side through a portico under a lean-to roof. The lean-to roof between spout gables with roof ridges is attached against the left side facade of the caretaker's dwelling. The portico has in the gable at the front a semi-pointed-arch opening with wrought-iron swing gate, and on the left side two coupled corbel-arch terminated openings with low openwork balustrade of moulded stones. The portico has an entrance section in the rear wall, consisting of a wooden panel door (six panes, three wrought-iron grilles, worked stiles) and a pointed-arch fanlight. The polychrome tile floor (diamond pattern with stylised floral and leaf motifs) continues into the corridor. The corridor is subdivided by steep transverse arches and is covered with a flat ceiling. The corridor leads to the CONSISTORY ROOM which is built against the west facade of the church. This one-storey building section with flat roof on rectangular ground plan has in the rear facade three pointed-arch terminated wall openings: two pointed-arch windows with brick tracery and stained glass (geometric and stylised floral motifs) and a double revolving door with pointed-arch fanlight. The consistory room possesses a large number of valuable INTERIOR ELEMENTS, such as wainscoting with panels and worked rails and stiles; wooden doors with letter panels and worked surrounds; a fireplace consisting of a trapezoidal smoke hood with worked wooden mantelpiece on built-up supports with worked sandstone stone corbels (leaf motif) and tiled rear wall; polychrome painted beam layer with the keystones provided with a pear moulding.

The largely built-in one-aisle CARETAKER'S DWELLING has three storeys and an attic storey on rectangular ground plan. The brick facades are laid in Flemish bond with struck joints. The rendered plinth has a cuckoo moulding and is provided with corner blocks and a profiled hardsteen drip moulding. The facades are richly provided with ornamental wall anchors and are terminated by a rendered band of moulded stones on which the gutter sits. The hipped roof is covered with slate in Maas pattern and has iron roof cresting at the ridge ends. The FRONT FACADE is horizontally articulated by profiled drip mouldings and speck-layers of sandstone. The three storeys each possess three coupled windows under blind arches. The first and second storey have a sash window with fanlight between narrow single-pane windows with fanlights. The closing round and segmental arches have voussoirs and keystones of sandstone and are filled with brick mosaic. The third storey has three coupled equally wide casement windows with two-pane upper sections under blind segmental arches with voussoirs and keystones of sandstone. The upper sills of the windows are clad with upcurled lead slabs.

The LEFT SIDE FACADE has halfway up three arched wall openings one above the other: in the first storey an entrance (in the corridor) and in the upper storeys each a sash window under blind segmental arch. The RIGHT SIDE FACADE projects with the third storey above the adjacent buildings and is executed blind.

The modernised INTERIOR has in the first storey a living/reception room with a black marble fireplace and a simple stucco ceiling.

Evaluation

EVANGELICAL LUTHERAN CHURCH incl. ORGAN with CARETAKER'S DWELLING and CONSISTORY ROOM from 1897-1898.

- Of architectural-historical value as the sole surviving religious building by engineer FREEM (1853-1921) in Arnhem, and therefore of importance for his oeuvre about which little else is known. Church and caretaker's dwelling are moreover of value as a largely intact example in exterior of a late-19th-century complex, with high aesthetic qualities of the constituent components, which, although executed in different architectural styles (neogothic church and caretaker's dwelling with neo-renaissance influences), executed by one architect form a visual unity. In particular the church and the consistory room have a rare interior and possess special elements, such as a painted wooden barrel vault, polychrome painted wainscoting and doors with letter panels.

- Of urban value as an important component of the historically developed urban area north of the Velperplein and in relation to the nearby R.C. Sint-Martinuskerk at the Steenstraat (national monument). The tall towers of both churches together are of special significance for the Arnhem cityscape. The row of connected church, caretaker's dwelling and consistory room form a characteristic ensemble.

- Of cultural-historical value as a particular expression of a religious development: the Evangelical Lutheran Congregation for Arnhem and surroundings with a history dating back to 1644. From that year church services took place in the former warehouse "de Bontenborch" at the Korenmarkt (national monument), and since 1898 in this church at the Spoorwegstraat. Both buildings are recognisable as such by the symbol of the swan on the front facade.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map