Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Bouriciusstraat 9
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1914
- Address
- Bouriciusstraat 9, Locatie: Burgemeesterswijk, 6814 CS Arnhem (and others)
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98608, 5.90098
- Monument number
- 516859
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Twee HERENHUIZEN, waarvan nr.11 met HEKWERK, gebouwd ca. 1914 in overgangsstijl. De herenhuizen, die onderling slechts verbonden zijn d.m.v. een poortje, vormen elkaars spiegelbeeld. De herenhuizen onderscheiden zich van de andere huizen in de straat door hun gecompliceerde, schilderachtige bouwmassa's met torens en erkerpartijen met loggia's. Tevens vallen de huizen op door de bijzondere ornamentiek en materiaalgebruik zoals de houten pijlers in de portieken en de loggia's. De bouwstijl is overgangsstijl, een mengvorm van de in het begin van de 20ste eeuw gangbare stijlen, zoals het historisme (venstervormen en -afsluitingen), rationalisme (enkele constructieve elementen, portieken), geometrische Art Nouveau (plafonds in het interieur en vorm van hardstenen en gepleisterde ornamenten, decoratie van lateibalken, pijlers, etc.). De herenhuizen zijn gelegen in de Bouriciusstraat in de Burgemeesterswijk ten noorden van het stadscentrum van Arnhem tussen de Amsterdamseweg en de Zijpendaalseweg. Deze rond de eeuwwisseling tot ontwikkeling gebrachte woonwijk ligt op de noordoostelijke helling van het stuwwallencomplex tussen de Rijn en de Jansbeek en grenst aan het Sonsbeekpark. Kenmerkend voor de wijk zijn de verbredingen van de straten tot driehoekige pleinen, vanwaar zichtassen lopen naar het Sonsbeekpark. De twee herenhuizen liggen precies op zo'n zichtas. De bebouwing in het zuidelijk deel van de wijk bestaat voornamelijk uit rijen aaneengesloten herenhuizen, gebouwd in historiserende stijlen.
De panden hebben ondiepe voortuinen. De tuin van nr. 11 wordt begrensd door een smeedijzeren hekwerk.
Omschrijving
De twee HERENHUIZEN hebben een samengestelde plattegrond, een kelderverdieping, twee en drie bouwlagen aan weerszijden van de torens, die uit vier bouwlagen bestaan, en een zolderverdieping. De huizen hebben een platte daken met 5-ruits daklichten en dakschilden aan de voorzijde en deels ook aan de achterzijde. De torens hebben overstekende tentdaken. De dakschilden en tentdaken zijn gedekt met leien in maasdekking. De daken zijn aan de straatzijde voorzien van ver overstekende houten bakgoten op bewerkte klossen. Op het voorschild bevinden zich dakkapellen met zadeldakjes met geprofileerde houten windveren, beschoten topgeveltjes en stolpramen met zijlichten.
De VOORGEVELS van de herenhuizen hebben samen een symmetrische opzet, terwijl de afzonderlijke voorgevels asymmetrisch zijn ingedeeld. De voorgevels worden verbonden door het poortje naar de achtertuinen. Aan weerszijden van het poortje bevinden zich de tweelaags gedeelten, daarnaast de torens en aan de buitenzijde de drielaags gedeelten van de woningen.
In de torens zijn de ingangsportieken geplaatst. De drielaags delen bevatten een brede segmentboogvormige erker, bekroond met een loggia met balkon. Hierboven bevindt zich opnieuw een balkon. De voorgevels zijn opgetrokken met baksteen, gemetseld in kruisverband en voorzien van een plint met trasraam en rollaag. De vensters zijn afgesloten met strekken, meestal met licht getoogde onderzijde en bakstenen lekdorpels. In de torentravee bevindt zich een portiek met trap met hardstenen treden, oplopende bakstenen zijkanten en eenvoudige ijzeren leuningen. De portiekopening bezit aan weerszijden een vierkant houten pijlertje met gecanneleerd kapiteel. De pijlers rusten op hoge gepleisterde natuurstenen basementen. Aan de bovenzijde sluiten zij aan op een brede gepleisterde natuurstenen architraaf met eenvoudige Art Nouveau-motieven. Hierboven bevindt zich een bovenlicht, bestaande uit vijf natuurstenen balusters tussen bakstenen hoekpenanten. De balusters sluiten aan op een natuurstenen latei. In het portiek is een kozijn geplaatst op granieten neuten en een brede dubbele 6-ruits paneeldeur met veelruits bovenlicht. Hierboven bevinden zich op de eerste en de tweede verdieping zowel aan de voor- als aan de zijkant schuiframen met resp. 6- en 4-ruits bovenlichten. Op de derde verdieping bevinden zich eveneens zowel aan de voor- als aan de zijkant vier rechthoekige vensters met enkelruits raampjes. De traveeën aan de binnenkant van de torens hebben in de plint een kelderlicht en in de eerste bouwlaag een venster met kozijn met brede middenstijl en twee schuiframen met 4-ruits bovenlichten. In de tweede bouwlaag hierboven een venster met schuifraam met 6-ruits bovenlicht. De bij de schuiframen oorspronkelijk aanwezige spiegelluiken zijn alleen bij nr. 11 nog voorhanden.
De traveeën aan de buitenkant van de torens worden geheel ingenomen door een brede segmentboogvormige erker met drie vensters met bovenlichten. Bij nr. 9 zijn de erkerramen licht gewijzigd. In de plint bevinden zich kelderlichten. De vensters worden aan de bovenzijde afgesloten met een geornamenteerde lateibalk. Boven de vensters bevinden zich twee zinken gebogen dakjes, die aansluiten bij de balkonbalustrade op de erker. Deze bezit bakstenen hoekstijlen met eenvoudige natuurstenen bekroningen en een rijk smeedijzeren hekwerk met natuurstenen dekplaat. Achter het balkon ligt de loggia, die links en rechts wordt begrensd door twee houten pijlers van hetzelfde type als in het portiek. De pijlers bezitten met Art Nouveau-motieven versierde natuurstenen kapitelen, die aansluiten op de rijk geornamenteerde zware lateibalk. De loggia, waarin zich een uit bakstenen troggewelfjes bestaand plafond bevindt, is toegankelijk via een dubbele balkondeur met zijlichten en resp. 8- en 2-ruits bovenlichten. Boven de loggia bevindt zich een balkon met bakstenen balustrade met smeedijzeren hekwerken. De hoog opgaande hoekdammen en de bakstenen stijlen van het balkon worden bekroond door respectievelijk natuurstenen blokken met afdekplaten en geprofileerde bekroningen. Dit balkon is toegankelijk via een dubbele deur met twee zijlichten aan iedere kant.
Het houten poortje heeft aan weerszijden houten pijlers op bakstenen penanten, een eenvoudig houten hoofdgestel en hierboven een bakstenen balustrade.
De ZIJGEVELS aan de binnenzijde zijn geheel gepleisterd. In het midden van de eerste bouwlaag bevindt zich een ingang met paneeldeur met een 6-ruits raam, Links en rechts hiervan zijn vensters aangebracht. Voor de deur bevindt zich een kelderlicht met rooster. In de tweede en derde bouwlaag bevinden zich twee trappenhuisvensters met 2-ruits ramen.
De gang tussen de nrs. 9 en 11 leidt naar een overdekte gang tussen de beide aangebouwde schuurtjes. Deze overdekte gang bezit een stucplafond.
De ACHTERGEVELS zijn gepleisterd. De geveldelen aan weerszijden van de doorgang springen ten opzichte van de buitenste delen naar voren. Voor het teruggelegen delen zijn serres geplaatst. Nr. 9 heeft een geheel gemoderniseerde serre met balkon en ook het keukengedeelte links is gewijzigd.
De serre van nr. 11 heeft een dubbele enkelruits schuifdeur met zijlichten en resp. 12- en 4-ruits bovenlichten en wordt aan de bovenzijde afgesloten door een geprofileerde houten bakgoot op klossen. Beide serres hebben moderne ijzeren balkonhekken.
Op de begane grond van nr. 11 bevindt zich links een venster met veelruits raam en rechts een venster met kozijn met middenstijl en twee schuiframen met 4-ruits bovenlichten. Geheel rechts bevindt zich een eenvoudige ingang. In de westelijke gevel van het uitspringend gedeelte bevinden zich een kozijn met twee ramen met bovenlichten en een niet oorspronkelijke deur. In de eerste bouwlaag zijn de balkons toegankelijk via dubbele enkelruits balkondeuren met bovenlicht en zijlichten met 4-ruits bovenlichten. Het bovenlicht van nr. 9 is 8-ruits. In de tweede bouwlaag bevinden zich in de vooruitspringende geveldelen twee vensters met kozijnen met middenstijl en schuiframen met 4-ruits bovenlichten (bij nr. 9 rechts gewijzigd). De achtergevels sluiten aan de bovenzijde af met een eenvoudige bakgoot op klossen. Op de achterschilden bevinden zich eenvoudige dakkapellen. Aan weerszijden van de middengang bevindt zich een schoorsteen.
Tegen de achtergevels sluiten ter plekke van de middengang tussen beide huizen éénlaags, gepleisterde schuurtjes met plat dak aan. De schuurtjes hebben aan het einde van de smalle gang tussen de nrs. 9 en 11 een schuin geplaatste ingang. In de zijgevels van de schuurtjes bevinden zich opgeklampte deuren. Het INTERIEUR van nr. 9 bevat nog diverse oorspronkelijke elementen. In de hal zijn ondermeer marmeren vloeren, neuten en plinten, een trappenhuis met geornamenteerde trappaal voorzien van fantasiekapiteel en siervaas, houten spijlen en geprofileerde leuningen en een tochtdeur met geëtst glas bewaard gebleven. Verder bleven paneeldeuren met geprofileerde kozijnen, enkele geornamenteerde stucplafonds en zwart marmeren schouwen behouden. Op de overloop van de zolderverdieping bevindt zich een gietijzeren fonteintje met koperen kraantje.
Het INTERIEUR van nr. 11 is nog vrijwel geheel in oorspronkelijke staat. De vestibule en gang zijn voorzien van marmeren vloeren, plinten en neuten en van eenvoudige stucplafonds. De wanden van de vestibule zijn voorzien van stucwerkpanelen. Verder is er een tochtdeur met meerruits zijlichten met geslepen glas, een houten trappenhuis met geornamenteerde trappaal met bladwerkmotieven, houten spijlen en geprofileerde leuningen en panelen langs de opgang. Het trappenhuis zet zich voort tot in de zolderverdieping, waar het wordt verlicht door een lichtkoepel met zadeldak. In het gehele huis bleven geprofileerde deurkozijnen en paneeldeuren bewaard. De paneeldeuren zijn echter veelal afgetimmerd. Verder zijn er stucplafonds ondermeer in Art Nouveau-stijl met kastanjebladmotieven, bewaard, een dubbele 16-ruits schuifdeur met geslepen glas, een dubbele schuifdeur met 7-ruits bovenlicht en een aantal marmeren schouwen. Ook de keuken bezit nog oorspronkelijke elementen zoals een terrazzovloer met smetrand, een schouw met geprofileerde lijst, een wand met blauw op wit gedecoreerde tegeltjes, een hoge plint van witte tegels en een vaste servieskast met dubbele 8-ruits deurtjes. Het plafond van de kelder bestaat deels uit troggewelfjes. De kelder is toegankelijk via een houten trap met geprofileerde spijlen en een trappaal.
De voortuin van nr. 11 wordt aan de straatzijde afgesloten door een smeedijzeren tuinhek met dubbel draaihek. De hekpalen hebben een eenvoudige Art Nouveau-ornamentiek. De stoep is van geperste tegels.
De achtertuin van nr. 9 met een grote oude paardekastanje wordt nog geheel omgeven door een oude bakstenen tuinmuur.
Waardering
Twee HERENHUIZEN, waarvan nr.11 met HEKWERK, ca. 1914 gebouwd in overgangsarchitectuur.
- Van architectuurhistorisch belang als een goed en redelijk gaaf voorbeeld van overgangsarchitectuur, een mengvorm van de in het begin van de 20ste eeuw gangbare stijlen, zoals het historisme (venstervormen), rationalisme (enkele constructieve elementen, portieken), geometrische Art Nouveau (plafonds in het interieur en vorm van hardstenen en gepleisterde ornamenten, decoratie van lateibalken, pijlers, etc.).
- Van stedebouwkundig belang als onderdeel van de zuidelijke gevelwand van de Bouriciusstraat in de rond de eeuwwisseling tot ontwikkeling gebrachte Burgemeesterswijk, waarin de panden vanwege hun opvallende vorm en hoge ligging nabij een driehoekig pleintje op een zichtas naar het Sonsbeekpark, een beeldbepalende rol spelen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Two GENTLEMAN'S HOUSES, of which no. 11 with IRONWORK FENCE, built c. 1914 in transition style. The gentleman's houses, which are only connected to each other by means of a small gateway, form mirror images of each other. The gentleman's houses distinguish themselves from the other houses in the street through their complicated, picturesque building masses with towers and bay windows with loggias. The houses also stand out due to the special ornamentation and use of materials such as the wooden pillars in the porches and the loggias. The architectural style is transition style, a hybrid form of the styles current in the early 20th century, such as historicism (window forms and closures), rationalism (some constructive elements, porches), geometric Art Nouveau (ceilings in the interior and form of sandstone and rendered ornaments, decoration of lintels, pillars, etc.). The gentleman's houses are located in the Bouriciusstraat in the Burgemeesterswijk to the north of Arnhem's city centre between the Amsterdamseweg and the Zijpendaalseweg. This residential district, developed around the turn of the century, lies on the north-eastern slope of the push moraine complex between the Rhine and the Jansbeek and borders the Sonsbeekpark. Characteristic of the district are the widenings of the streets into triangular squares, from which sight lines run towards the Sonsbeekpark. The two gentleman's houses are situated precisely on such a sight line. The buildings in the southern part of the district consist mainly of rows of adjoining gentleman's houses, built in historicizing styles.
The properties have shallow front gardens. The garden of no. 11 is bounded by wrought-iron ironwork.
Description
The two GENTLEMAN'S HOUSES have a complex ground plan, a basement storey, two and three storeys on either side of the towers, which consist of four storeys, and an attic storey. The houses have flat roofs with 5-pane roof lights and roof signs on the front and partly also on the rear. The towers have overhanging tent roofs. The roof signs and tent roofs are covered with slate in Maas bond. The roofs are provided on the street side with far-overhanging wooden gutters on worked blocks. On the front roof sign are roof dormers with saddle roof dormer windows with profiled wooden weather vanes, finely ended gable sections and casement windows with side lights.
The FRONT FACADES of the gentleman's houses together have a symmetrical arrangement, while the individual front facades are laid out asymmetrically. The front facades are connected by the small gateway to the rear gardens. On either side of the gateway are the two-storey sections, next to them the towers and on the outer side the three-storey sections of the dwellings.
In the towers the entrance porches are placed. The three-storey sections contain a broad segment arch-shaped bay window, crowned with a loggia with balcony. Above this is again a balcony. The front facades are built up with brick, laid in English bond and provided with a plinth with ashlar course and roller course. The windows are closed with stone strips, mostly with slightly arched underside and brick drip stones. In the tower bay is a porch with stairs with sandstone steps, rising brick sides and simple iron railings. The porch opening has on either side a small square wooden pillar with fluted capital. The pillars rest on high rendered natural stone bases. At the top they connect to a broad rendered natural stone architrave with simple Art Nouveau motifs. Above this is a fanlight, consisting of five natural stone balusters between brick corner blocks. The balusters connect to a natural stone lintel. In the porch is a frame placed on granite steps and a broad double 6-pane panel door with multi-pane fanlight. Above this are on the first and second storeys both on the front and on the side sash windows with respectively 6- and 4-pane fanlights. On the third storey are also both on the front and on the side four rectangular windows with single-pane window panes. The bays on the inside of the towers have in the plinth a basement light and on the first storey a window with frame with broad central mullion and two sash windows with 4-pane fanlights. On the second storey above this a window with sash window with 6-pane fanlight. The mirror shutters originally present with the sash windows are still present only at no. 11.
The bays on the outside of the towers are entirely occupied by a broad segment arch-shaped bay window with three windows with fanlights. At no. 9 the bay windows have been slightly altered. In the plinth are basement lights. The windows are closed at the top with an ornamented lintel beam. Above the windows are two zinc curved small roofs, which connect with the balcony balustrade on the bay window. This has brick corner mullions with simple natural stone crowning and a rich wrought-iron ironwork with natural stone coping. Behind the balcony lies the loggia, which is bounded on the left and right by two wooden pillars of the same type as in the porch. The pillars possess natural stone capitals decorated with Art Nouveau motifs, which connect to the richly ornamented heavy lintel beam. The loggia, in which there is a ceiling consisting of brick trough vaults, is accessible via a double balcony door with side lights and respectively 8- and 2-pane fanlights. Above the loggia is a balcony with brick balustrade with wrought-iron ironwork. The high-rising corner jambs and the brick mullions of the balcony are crowned by respectively natural stone blocks with capping plates and profiled crowning. This balcony is accessible via a double door with two side lights on each side.
The wooden small gateway has on either side wooden pillars on brick piers, a simple wooden main frame and above this a brick balustrade.
The SIDE FACADES on the inside are entirely rendered. In the middle of the first storey there is an entrance with panel door with a 6-pane window, to the left and right of which are windows. In front of the door is a basement light with grating. On the second and third storeys are two staircase windows with 2-pane windows.
The passage between nos. 9 and 11 leads to a covered passage between the two attached sheds. This covered passage has a stucco ceiling.
The REAR FACADES are rendered. The facade sections on either side of the passage project forward in relation to the outer sections. For the recessed sections conservatories have been placed. No. 9 has a completely modernized conservatory with balcony and also the kitchen section on the left has been altered.
The conservatory of no. 11 has a double single-pane sliding door with side lights and respectively 12- and 4-pane fanlights and is closed at the top by a profiled wooden gutter on blocks. Both conservatories have modern iron balcony railings.
On the ground floor of no. 11 on the left is a window with multi-pane window and on the right a window with frame with central mullion and two sash windows with 4-pane fanlights. At the far right is a simple entrance. In the western facade of the projecting section are a frame with two windows with fanlights and a non-original door. On the first storey the balconies are accessible via double single-pane balcony doors with fanlight and side lights with 4-pane fanlights. The fanlight of no. 9 is 8-pane. On the second storey in the projecting facade sections are two windows with frames with central mullion and sash windows with 4-pane fanlights (at no. 9 on the right altered). The rear facades close at the top with a simple gutter on blocks. On the rear roof signs are simple roof dormers. On either side of the middle passage there is a chimney.
Against the rear facades at the location of the middle passage between both houses single-storey, rendered sheds with flat roof attach. The sheds have at the end of the narrow passage between nos. 9 and 11 an obliquely placed entrance. In the side facades of the sheds are attached doors. The INTERIOR of no. 9 contains various original elements. In the hall there are among other things marble floors, steps and skirting boards, a stairwell with ornamented stair balustrade provided with fancy capital and decorative vase, wooden balusters and profiled railings and a draught door with etched glass preserved. Furthermore panel doors with profiled frames, some ornamented stucco ceilings and black marble fireplaces were retained. On the landing of the attic storey is a cast-iron water fountain with copper tap.
The INTERIOR of no. 11 is still almost entirely in original condition. The vestibule and passage are provided with marble floors, skirting boards and steps and simple stucco ceilings. The walls of the vestibule are provided with stucco work panels. Further there is a draught door with multi-pane side lights with cut glass, a wooden stairwell with ornamented stair balustrade with foliate motifs, wooden balusters and profiled railings and panels along the staircase. The stairwell continues up to the attic storey, where it is lit by a lantern with gabled roof. Throughout the house profiled door frames and panel doors were retained. The panel doors are, however, mostly boarded over. Further there are stucco ceilings among other things in Art Nouveau style with chestnut leaf motifs, preserved, a double 16-pane sliding door with cut glass, a double sliding door with 7-pane fanlight and a number of marble fireplaces. The kitchen too still possesses original elements such as a terrazzo floor with border trim, a fireplace with profiled moulding, a wall with blue and white decorated tiles, a high plinth of white tiles and a fixed crockery cupboard with double 8-pane doors. The basement ceiling consists partly of trough vaults. The basement is accessible via a wooden staircase with profiled balusters and a stair balustrade.
The front garden of no. 11 is closed off on the street side by a wrought-iron garden gate with double swing gate. The gate posts have simple Art Nouveau ornamentation. The pavement is of pressed tiles.
The rear garden of no. 9 with a large old horse-chestnut tree is still entirely surrounded by an old brick garden wall.
Valuation
Two GENTLEMAN'S HOUSES, of which no. 11 with IRONWORK FENCE, built c. 1914 in transition architecture.
- Of architectural historical importance as a good and reasonably intact example of transition architecture, a hybrid form of the styles current in the early 20th century, such as historicism (window forms), rationalism (some constructive elements, porches), geometric Art Nouveau (ceilings in the interior and form of sandstone and rendered ornaments, decoration of lintels, pillars, etc.).
- Of urban planning importance as part of the southern facade wall of the Bouriciusstraat in the Burgemeesterswijk, developed around the turn of the century, where the properties play an image-determining role due to their striking form and high location near a triangular square on a sight line towards the Sonsbeekpark.
Nearby in the register
- Bijgebouw, Zijpendaalseweg 24Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Schuur(L), Zijpendaalseweg 24 ABijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Anna JacobaWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Burgemeestersplein 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.