Rijksmonumentenregister · Netherlands
Lorentz H.B.S.
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Schoolgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1904 - 1905
- Address
- Schoolstraat 35, 6828 GT Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98235, 5.92116
- Monument number
- 516846
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De Lorentz H.B.S., SCHOOLGEBOUW, CONCIERGEWONING en HEKWERK, gebouwd in 1904-1905 naar een ontwerp van G. Versteeg, adjunct-directeur van de Dienst Gemeentewerken, in een stijl die invloeden vertoont van Berlage, rationalisme en Art Nouveau. Gevel en interieur zijn rijk geornamenteerd. De Amsterdamse beeldhouwer M.J. (Rien) Hack, die in de laatste jaren voor de eeuwwisseling verbonden was geweest aan het atelier van De Bazel en Lauweriks, bewerkte de Jarrahouten lateien en de zandstenen aanzetstukken in de voorgevel. De Firma Braat in Delft vervaardigde nagenoeg al het siersmeedwerk. De smeedijzeren trapleuning is van Bettenhausen en Ringlever.
De H.B.S. stond sinds 1866 aan het Willemsplein, maar in 1904 besloot de gemeenteraad haar te verplaatsen naar de huidige Schoolstraat in het Spijkerkwartier. Hiervoor moesten eerst een aantal krotten langs de Rietebeek worden gesloopt. Het lijkt vanaf deze tijd gewoonte te worden dat de gemeente bij de bouw van openbare gebouwen in de oude wijken sanering op kleine schaal toepast. Versteeg vond de Schoolstraat niet breed genoeg (tien meter) en plaatste de school nog eens acht meter terug. In een artikel in het Bouwkundig Weekblad motiveert Versteeg deze ingreep. Bovendien schrijft hij, dat hij desondanks heeft afgezien van een bekapping van de school, omdat het gebouw toch niet op afstand beschouwd kan worden vanwege het feit dat de Schoolstraat zo smal en zo kort is. Tussen de straat en het gebouw bevindt zich een voorplein dat door een monumentaal hekwerk van de straat is gescheiden. De aan de linkerzijde aangebouwde conciërgewoning links staat wel in de rooilijn, waardoor het geheel weer aansluit bij de naastliggende bebouwing. Tussen de conciërgewoning en de school bevindt zich een poort naar het achterterrein.
De grafisch kunstenaar M.C. Escher (1898-1972) is hier op school geweest. Escher heeft zich in zijn werk meermalen laten inspireren door het centrale trappenhuis van de school met zijn arcades en granieten traptreden.
Omschrijving
Het SCHOOLGEBOUW heeft een nagenoeg T-vormig grondplan en bezit twee bouwlagen onder een plat dak, bedekt met mastiek. In het dak bevinden zich enkele schoorstenen met uitgemetselde rand. Het pand is opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in staand verband. De afdekking van de plint, de stoepen, de trappen, dorpels en afdekplaten van het hekwerk en de bekroningen van de hekpijlers zijn van roze-rood Noors graniet. De lateien boven de vensters zijn van roodbruin Australisch Jarrahout. De diverse hoek- en aanzetstenen, de lateien van de middenrisaliet, de afdekplaten en de gevelbekroningen zijn van Obernkirchner zandsteen. Ter hoogte van de eerste bintlaag bevinden zich kleine rechthoekige mozaïekvakjes met sectiel aardewerk. Deze worden afgewisseld met ventilatie-openingen. Geornamenteerde smeedijzeren ankers bevinden zich in de muren van de zijgevels, de achterbouw en de dienstwoning.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL bezit een middenrisaliet en is zeven traveeën breed. De iets hogere middenrisaliet bevat vijf vensterassen, de zes andere traveeën bevatten ieder drie vensterassen. Tussen de traveeën en op de hoeken bevinden zich doorgestoken muur- en hoekdammen met een zandstenen bekroning. Hiertussen bevinden zich ruim overstekende, geprofileerde bakgoten op bewerkte klossen, waarop geornamenteerde smeedijzeren hekjes staan. In de muurdammen bevinden zich op goothoogte zandstenen afwaterings-openingen met geornamenteerde zinken vergaarbakken en hemelwaterafvoeren ervoor.
In de middenrisaliet, die tot ca. 2m. hoogte is bekleed met platen van roze graniet, bevindt zich de ingangspartij, uitgevoerd in hetzelfde materiaal. In een segmentboogvormig afgesloten portiek met bordes voorafgegaan door enkele treden, bevindt zich de deuropening met brede zijlichten, afgesloten door granieten lateien, waarboven zich getoogde bovenlichten bevinden. De dubbele houten paneeldeur is voorzien van ruitjes, smeedijzeren roosters en sierbeslag. Boven de ingangspartij is een dubbele ijzeren klok geplaatst. De ingangspartij wordt geflankeerd door twee kleinere rechthoekige vensters met geornamenteerde granieten lateien. Hierboven zijn twee wapenschilden van de provincie Gelderland en de stad Arnhem aangebracht, uitgevoerd in sectiel aardewerk. In de hoeken van de risaliet bevinden zich aan iedere zijde twee boven elkaar geplaatste hoekvensters, gescheiden door granieten dorpels en voorzien van kwartrond gebogen ramen met glas-in-lood. Op de eerste verdieping bevinden zich vijf gekoppelde vensters, gescheiden door geprofileerde bakstenen penanten, die boven en onder eindigen in zandstenen hoekstukjes. Aan de onderzijde bezitten de vensters granieten dorpels, waarvoor zich hardstenen afzaten tussen geornamenteerde granieten elementjes bevinden. De vensters worden afgesloten door zandstenen lateien, waarboven zich 2-delige zandstenen bovenlichten bevinden. Tussen de bovenlichten bevinden zich penanten van baksteen, die onder en boven beëindigd worden door zandstenen blokjes. Boven de penanten zijn zandstenen consoles geplaatst die de overstekende bakgoot dragen. De zandstenen elementen zijn geornamenteerd. De vensters bezitten vaste ramen en de bovenlichten klapramen.
De vensters in de andere traveeën hebben op de begane grond en de verdieping vrijwel dezelfde vorm. De driedelige vensters bezitten op de begane grond een granieten onderdorpel, die is opgenomen in de granieten afdeklijst van de plint en op de eerste verdieping hardstenen afzaten tussen geornamenteerde granieten elementen. De drie vensteropeningen worden begrensd door geprofileerde bakstenen penanten, die boven en onder eindigen in geornamenteerde zandstenen blokjes. De drie openingen worden afgesloten door één bewerkte houten latei die is voorzien van geknipte loodslabben. De kozijnen zijn voorzien van schuiframen, 9-ruits onderramen en 6-ruits bovenramen. De bovenramen zijn dubbel. Het buitenraam is vast; schuift men nu het binnenraam naar beneden dan moet de buitenlucht eerst opstijgen in de ruimte tussen beide ramen, welke ongeveer 5cm. bedraagt, en komt dan enigszins voorgewarmd in de lokalen.
Aan de linkerzijde bezit de voorgevel een éénlaags uitbouw, waarin zich een rondboogvormig afgesloten rijwielpoort bevindt, die toegang geeft tot een met twee kruisgewelven afgesloten portiek. Hierin bevindt zich de "dagelijkse" ingang en nog een rondboogvormig afgesloten opening waardoor men het achterterrein met de rijwielstalling bereikt. De rondboogpoort is voorzien van zandstenen tanden en een dubbel geornamenteerd smeedijzeren draaihek. Boven de poort bevindt zich een terras, dat toegankelijk is via de eerste verdieping en voorzien is van een balustrade met kantelen met zandstenen afdekplaten en rondboogvormig afgesloten openingen, waarin smeedijzeren hekjes.
Achter het terras rijst een toren-achtig bouwvolume op, waarin zich een trap bevindt die toegang geeft tot het platte dak. Boven dit trappenhuis is een terras dat dienst kon doen voor onderwijs in de kosmografie en eveneens is voorzien van kantelen met zandstenen afdekplaten. In de toren bevinden zich twee smalle vensters van verschillende lengte, afgesloten door een geornamenteerde zandstenen latei en voorzien van glas-in-lood ramen.
In het portiek, dat wordt afgesloten door twee gemetselde kruisgewelven van verschillende hoogte, voorzien van zandstenen sluitstenen met bloemmotief en gescheiden door een rondboog, bevindt zich een rondboogvormig afgesloten deuropening met granieten stoep, neuten, hoekblokken en dorpels en zandstenen hoek- en aanzetstenen. In de deuropening bevindt zich een geornamenteerde houten paneeldeur met ruit, geornamenteerd smeedijzeren rooster, sierbeslag, zijlichten en driedelig rondboogbovenlicht met geornamenteerde houten stijlen. Hiernaast geeft een rondboogvormig afgesloten poort toegang tot het achterterrein, van waaruit de linkerzijgevel is te zien, die gedeeltelijk aan het oog wordt onttrokken door een later aangebrachte liftkoker.
De asymmetrisch ingedeelde LINKERZIJGEVEL bezit op de begane grond een éénlaags uitbouw met een terras voorzien van een gemetselde balustrade. De linkerzijgevel bezit vijf vensters op de begane grond en vier vensters op de eerste verdieping. De vensters zijn voorzien van in de hardstenen waterlijst opgenomen onderdorpels, witgeverfde houten lateien met geknipte loodslabben, en schuiframen van hetzelfde type als in de voorgevel. De gevel wordt afgesloten door een uitgemetselde rand, waarboven een houten bakgoot op bewerkte klossen.
De asymmetrisch ingedeelde RECHTERZIJGEVEL verspringt tweemaal, bezit deur- en vensteropeningen met deels gewijzigde deuren en ramen, die zijn voorzien van witgeverfde houten lateien met geknipte loodslabben. De gevelafsluiting is van hetzelfde type als bij de linkerzijgevel.
De ACHTERGEVEL links van de achterbouw is asymmetrisch ingedeeld en bezit vijf traveeën. De vier linker traveeën, waarvan de twee meest links gelegen vooruitspringen, bezitten een door een rollaag afgesloten trasraam en op de begane grond en eerste verdieping telkens drie gekoppelde vensters met in de hardstenen waterlijsten opgenomen onderdorpels, vermoedelijk houten lateien met geknipte loodslabben en schuiframen van hetzelfde type als in de voorgevel. De gevelafsluiting van dit gedeelte is hetzelfde als bij de zijgevels. De rechter travee is iets lager en wordt afgesloten door kantelen met zandstenen afdekplaten. De travee bezit op beide bouwlagen drie smalle, verticaal gekoppelde, meerdelige vensters, waarin zich oorspronkelijk glas-in-lood ramen bevonden, die het trappenhuis belichtten. De ACHTERGEVEL rechts van de achterbouw is niet bekeken.
De noordelijke gevel van de ACHTERBOUW bestaat uit twee delen. Achter het linkergedeelte bevind zich het centrale trappenhuis en achter het rechter op de begane grond de gymnastiekzaal en op de verdieping het handtekenlokaal. Het linker gedeelte ligt iets terug en bezit op de begane grond een uitbouw met plat dak en portiek, waarboven zich vier rondboog vensters bevinden. Hierboven bevinden zich twee reeksen van rechthoekige vensters met hardstenen onder- en tussendorpels en houten lateien met geknipte loodslabben. Het rechter deel van de noordgevel van de achterbouw is symmetrisch ingedeeld en bezit een verhoogde plint en vijf traveeën, gescheiden door lisenen, die aan de onderzijde eindigen in steunberen met zandstenen, in een speklaag opgenomen, afzaten. Iedere travee bevat op de begane grond een rondboogvormig afgesloten opening, waarin zich oorspronkelijk een schuifdeur bevond, die vanuit de gymnastiekzaal toegang gaf tot de speelplaats. De openingen zijn nu gedeeltelijk dichtgezet. Op de verdieping bevinden zich vijf grote rechthoekige vensters met hardstenen onderdorpels, opgenomen in een speklaag, houten lateien met geknipte loodslabben en kozijnen met een vast onderraam en driedelige schuifbare veelruits bovenlichten. De gevelafsluiting is hetzelfde als bij de zijgevels. De achtergevel en de zuidelijke gevel van de achterbouw zijn niet bekeken.
Onderdeel van het INTERIEUR is het centrale trappenhuis. Het trappenhuis bezit een monumentale trap van het type keizertrap met één traparm in het midden, die leidt naar een bordes op halve verdiepingshoogte, van waaruit twee traparmen in tegengestelde richting naar de verdieping voeren.
In het verlengde van de enkele traparm leidt vanaf het bordes, tussen gemetselde borstweringen een trap naar het handtekenlokaal in de achterbouw. Het trappenhuis wordt omgeven door met segmentboogarcades afgesloten galerijen. De bogen en pijlers zijn voorzien van gebeeldhouwde aanzetstenen, kapitelen en basementen. De enkele traparmen worden overspannen door een korfboog op de begane grond en een segmentboog op de verdieping. Onder de traparmen bevinden zich doorgangen naar de achterbouw, die worden afgesloten met een vlakke liggende ellipsboog. Het portaal van de hoofdingang bezit een segmenttongewelf en een dubbele glasdeur met boven- en zijlichten in een houten kozijn met bewerkte stijlen. Via deze deur bereikt men de hal, waar links en rechts rondboogvormig afgesloten openingen toegang geven tot de gangen, waaraan beide zijden lokalen liggen, die bereikbaar zijn via segmentboogvormig gesloten deuropeningen. Het portaal van de zij-ingang bezit eveneens een gemetseld tongewelf.
De vloeren en plinten van gangen, portalen, garderobes en toiletruimten zijn bekleed met terrazzo, waarop later echter gedeeltelijk andere vloerbedekkingen zijn aangebracht. De binnenmuren zijn tot 1,75m. hoogte opgetrokken uit witte verglaasde Silesische steen. Hierboven zijn de wanden en gewelven in de vestibules en trappenhuizen geheel of gedeeltelijk bekleed met roomkleurige witte verblendsteen met toepassing van Obernkirchner zandsteen voor gewelf-, aanzetstenen en lateien. De rest van de wanden en de vlakke plafondgewelven uit stampbeton zijn witgestuct. De traptreden en bordesplaten zijn van Beiers graniet, waarbij de treden van de twee traparmen aan de muurzijde zijn ingemetseld en worden ondersteund door granieten consoles. Alle inwendige hoeken van wanden, vloeren en gewelven zijn hol bewerkt en alle uitwendige hoeken rond afgewerkt. De oorspronkelijke houten paneeldeuren zijn later betimmerd.
De CONCIERGEWONING is d.m.v. de rijwielpoort verbonden met de school en uitgevoerd in dezelfde stijl met dezelfde materialen. De woning is opgetrokken vanaf een nagenoeg rechthoekig grondplan, bezit twee bouwlagen onder een plat dak en een éénlaags uitbouw met terras op rechthoekig grondplan aan de linkerzijde. De vier gevels zijn voorzien van doorgestoken hoekdammen met een geornamenteerde zandstenen bekroning. Hiertussen bevinden zich geprofileerde houten bakgoten op bewerkte klossen en geornamenteerde smeedijzeren hekjes. De voorgevel van de uitbouw is op dezelfde manier afgesloten. De uitbouw bezit op het dakterras verder twee pergola's.
De smalle VOORGEVEL is de enige die symmetrisch is ingedeeld. De gevel bezit twee vensters op de begane grond en twee op de verdieping. Deze zijn voorzien van resp. in de granieten afdeklaag van de plint opgenomen onderdorpels en hardstenen onderdorpels. Ze worden afgesloten door strekken met aanzetstenen van zandsteen. De kozijnen zijn voorzien van houten luiken en 9-ruits schuiframen, waarvan op de begane grond de roedenverdeling in de onderramen is verdwenen.
In de LINKERZIJGEVEL bevinden zich drie paneeldeuren met glas, waarvan één op de verdieping. Deze geeft toegang tot het balkon op de uitbouw. De uitbouw bezit een venster met 12-ruits raam en luiken. Vensters en deuren worden afgesloten door strekken met aanzetstenen van zandsteen. Op het balkon bevindt zich een pergola.
In de RECHTERZIJGEVEL bevindt zich de voordeur, een houten geornamenteerde paneeldeur met ruit, smeedijzeren rooster en sierbeslag in een houten kozijn op granieten neuten, voorzien van een gedeeld segmentboogvormig afgesloten bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. Links van de deur bevindt zich een kleiner rechthoekig venster met granieten onderdorpel, enkelruits raam en luik. Boven de voordeur bevindt zich een venster met hardstenen onderdorpel, houten kruiskozijn met gekleurd glas-in-lood en luiken. De deur en vensters worden afgesloten door resp. een segmentboog en strekken met aanzetstenen van zandsteen.
In de ACHTERGEVEL bevindt zich de rondboogvormig afgesloten poort naar het achterterrein. In de overwelfde ruimte onder deze poort bevinden zich drie kleine met een rollaag afgesloten vensters, waarvan er twee getralied zijn. Boven de poort bevindt zich een 9-ruits schuifvenster en naast de poort een paneeldeur met ruiten en bovenlicht. Deur en venster zijn voorzien van een hardstenen onderdorpel en een strek met zandstenen aanzetstenen.
Het INTERIEUR van de conciërgewoning bevat nog enkele oorspronkelijke elementen zoals een trappenhuis met houten trap en eenvoudig geornamenteerde leuning en paneeldeuren in geprofileerde omlijsting.
Voor de school bevindt zich een monumentaal HEKWERK, dat bestaat uit gemetselde vierkante hekpijlers met een in een achthoek eindigende geornamenteerde bekroning van roze graniet, waartussen zich muurtjes bevinden met ezelsruggen, bedekt met roze graniet. Op de muurtjes staan geornamenteerde smeedijzeren hekwerken. Ter plekke van de hoofdingang buigen de muurtjes met hekwerken naar de ingangspartij af en zijn zij tegen de voorgevel aangebouwd. Voor de zij-ingang bevindt zich een dubbel smeedijzeren draaihek tussen blokken van roze graniet. Links van de conciërgewoning bevindt zich een geornamenteerd smeedijzeren hekwerk van hetzelfde type als dat wat voor het schoolgebouw staat.
Waardering
SCHOOLGEBOUW, CONCIERGEWONING en HEKWERK uit 1904-1905 van G. Versteeg.
- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld van een monumentaal schoolgebouw met aangebouwde conciërgewoning en hekwerk in een stijl die invloeden vertoont van Berlage, rationalisme en Art Nouveau. De school is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp in exterieur en interieur zoals goede verhoudingen, ruimtelijkheid, bijzonder materiaalgebruik en een rijke ornamentiek. De school is van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van de architect G. Versteeg, ondermeer omdat het één van de grotere en één van de weinig overgebleven objecten uit zijn periode als adjunct-directeur gemeentewerken in Arnhem is.
- Van stedebouwkundige waarde, omdat het complex vrijwel de gehele zuidelijke gevelwand van de Schoolstraat beslaat.
Cultuurhistorische omschrijving
GERRIT VERSTEEG (1872-1938) werd geboren in Vlaardingen. Na een opleiding tot timmerman in Delft, ging hij werken voor zijn oom, de Delftse architect Van der Kaaden. Op 21-jarige leeftijd ontwierp hij een herenhuis in neorenaissance-stijl aan de Oude Delft. Tot 1900 was hij assistent van prof. C. Sluyterman en prof. E. Gugel. Vervolgens werd hij benoemd tot adjunct-directeur gemeentewerken in Arnhem. In deze functie bouwde hij de Lorentz-H.B.S., School XIX aan de Spijkerstraat, een slachthuis, de groenteveiling en de electriciteitscentrale aan de Nieuwe Kade (1907). Het werk uit deze periode vertoont duidelijk invloed van Berlage. In 1914 nam Versteeg ontslag in Arnhem en vertrok naar Amsterdam, waar hij zich associeerde met Jan Gratama (1877-1947). Hij hield zich voornamelijk bezig met volkswoningbouw. Hieruit bleek zijn sociale instelling. Deze kwam ook tot uiting in zijn lidmaatschap van de S.D.A.P. (sinds 1900). In de periode 1914-1921 kreeg het bureau Gratama-Versteeg ook menige opdracht in Arnhem zoals voor de bouw van middenstandswoningen voor de Arnhemse Coöperatieve Woningbouwvereniging Sonsbeek (1920) en voor de Woningbouwvereniging voor Ambtenaren (1922).
Tot het bekendste werk van het bureau behoort de woningbouw voor de Algemene Woningbouwvereniging en Eigen Haard in de Watergraafsmeer en de Transvaalbuurt (i.s.m. H.P. Berlage) in Amsterdam. Ook na 1921, toen zijn samenwerking met Gratama werd beëindigd, bleef woningbouw een belangrijk deel van zijn werk innemen. In totaal werden meer dan tweeduizend woningen naar zijn ontwerp gebouwd voor woningbouwverenigingen in Arnhem, Zutphen, Boxmeer, Delft en Amsterdam. Dit getal wordt nog overtroffen door het aantal woningen dat hij voor particuliere bouwondernemers heeft gebouwd.
De laatste jaren werkte Versteeg samen met zijn zoon Gerrit, die na de dood van zijn vader het bureau voortzette. Een in het Bouwkundig Weekblad Architectura verschenen necrologie beschrijft Versteeg alsvolgt: "een nieuwlichter was Versteeg echter niet; hij bouwde op traditioneelen grondslag, immer strevend naar verbetering. Zijn werk spreekt noch van een drang naar vernieuwing, nog van een hang naar het oude; we zien het rustig handhaven van het oude en een ongevangen toepassen van het nieuwe. Versteeg was karaktervast en dat blijkt ook uit zijn werk: hij onderging wel invloeden maar hij verwerkte ze. Van modieuze elementen bleef zijn werk vrij".
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Lorentz H.B.S., SCHOOL BUILDING, CARETAKER'S LODGE and FENCING, built in 1904-1905 to a design by G. Versteeg, deputy director of the Municipal Works Department, in a style showing influences from Berlage, rationalism and Art Nouveau. The facade and interior are richly ornamented. The Amsterdam sculptor M.J. (Rien) Hack, who in the years before the turn of the century had been attached to the workshop of De Bazel and Lauweriks, worked the Jarrah wood lintels and the sandstone setting pieces in the front facade. The firm Braat in Delft manufactured virtually all the ornamental ironwork. The wrought iron stair rail is by Bettenhausen and Ringlever.
The H.B.S. had stood at Willemsplein since 1866, but in 1904 the town council decided to relocate it to the present Schoolstraat in the Spijkerkwartier. For this purpose, a number of hovels along the Rietebeek first had to be demolished. From this time onwards it seems to become customary for the municipality to apply small-scale urban renewal when building public buildings in the old quarters. Versteeg found Schoolstraat not wide enough (ten metres) and set the school back a further eight metres. In an article in Bouwkundig Weekblad, Versteeg justifies this measure. Moreover, he writes that he has nevertheless refrained from topping off the school because the building cannot be viewed from a distance anyway owing to the fact that Schoolstraat is so narrow and so short. Between the street and the building there is a forecourt separated from the street by a monumental fence. The caretaker's lodge built on at the left side is in line with the building boundary, so that the whole again adjoins the adjoining buildings. Between the caretaker's lodge and the school there is a gate to the rear courtyard.
The graphic artist M.C. Escher (1898-1972) attended school here. In his work Escher has more than once been inspired by the central stairwell of the school with its arcades and granite steps.
Description
The SCHOOL BUILDING has a nearly T-shaped floor plan and possesses two storeys under a flat roof, covered with mastic. In the roof there are some chimneys with mortared edge. The building is constructed of red brickwork, laid in running bond. The coping of the plinth, the forecourts, the steps, thresholds and coping plates of the fencing and the crowning of the fence posts are of pink-red Norwegian granite. The lintels above the windows are of reddish-brown Australian Jarrah wood. The various corner and setting stones, the lintels of the central risalit, the coping plates and the facade crownals are of Obernkirchner sandstone. At the height of the first course line there are small rectangular mosaic panels with sectile earthenware. These are alternated with ventilation openings. Ornamented wrought iron wall anchors are present in the walls of the side facades, the rear section and the service lodge.
The symmetrically arranged FRONT FACADE possesses a central risalit and is seven bays wide. The slightly higher central risalit contains five window axes, the six other bays each contain three window axes. Between the bays and at the corners there are through-wall and corner dams with sandstone coping. Between these are widely projecting, profiled brick gutters on worked brackets, on which ornamental wrought iron railings stand. In the wall dams there are sandstone drainage openings at gutter height with ornamental zinc collection trays and roof water drains in front of them.
In the central risalit, which up to approximately 2m. height is clad with pink granite plates, there is the entrance arrangement, executed in the same material. In a portico ending in a segmental arch with a platform preceded by several steps, there is the door opening with wide side lights, closed by granite lintels, above which are arched fanlights. The double wooden panel door is provided with panes, wrought iron grilles and ornamental fittings. Above the entrance arrangement a double iron bell has been placed. The entrance arrangement is flanked by two smaller rectangular windows with ornamental granite lintels. Above these are two coats of arms of the Province of Gelderland and the city of Arnhem affixed, executed in sectile earthenware. In the corners of the risalit there are on each side two corner windows placed one above the other, separated by granite thresholds and provided with quarter-round curved windows with leaded lights. On the first floor there are five coupled windows, separated by profiled brick pilasters, which end above and below in sandstone corner pieces. On the lower side the windows have granite thresholds, in front of which are hardstone offsets between ornamental granite elements. The windows are closed by sandstone lintels, above which are 2-part sandstone fanlights. Between the fanlights there are brick pilasters, which are ended below and above by sandstone blocks. Above the pilasters are sandstone corbels that support the projecting brick gutter. The sandstone elements are ornamented. The windows have fixed frames and the fanlights casement frames.
The windows in the other bays have virtually the same form on the ground floor and the floor. The three-part windows have on the ground floor a granite sub-threshold, which is incorporated in the granite coping line of the plinth and on the first floor hardstone offsets between ornamental granite elements. The three window openings are bounded by profiled brick pilasters, which end above and below in ornamental sandstone blocks. The three openings are closed by one worked wooden lintel which is provided with cut lead lights. The frames are provided with sash windows, 9-pane lower sashes and 6-pane upper sashes. The upper frames are double. The outer frame is fixed; if one slides the inner frame downward then the outside air must first rise in the space between both frames, which is approximately 5cm., and then enters the rooms somewhat preheated.
On the left side the front facade has a single-storey extension, in which there is a round-arched bicycle gate, which gives access to a portico closed off with two cross vaults. In it there is the "daily" entrance and another round-arched opening through which one reaches the rear courtyard with the bicycle shed. The round-arched gate is provided with sandstone dentils and a double ornamental wrought iron swing gate. Above the gate there is a terrace, which is accessible via the first floor and provided with a balustrade with crenellations with sandstone coping plates and round-arched openings, in which wrought iron railings.
Behind the terrace rises a tower-like building volume, in which there is a stair giving access to the flat roof. Above this stairwell is a terrace that could serve for instruction in cosmography and is likewise provided with crenellations with sandstone coping plates. In the tower there are two narrow windows of different length, closed by an ornamented sandstone lintel and provided with leaded lights.
In the portico, which is closed off by two mortared cross vaults of different heights, provided with sandstone voussoirs with floral motif and separated by a round arch, there is a round-arched door opening with granite stoep, neuten, corner blocks and thresholds and sandstone corner and setting stones. In the door opening there is an ornamented wooden panel door with pane, ornamental wrought iron grille, ornamental fittings, side lights and three-part round-arched fanlight with ornamental wooden mullions. Beside it a round-arched gate gives access to the rear courtyard, from which the left side facade can be seen, which is partly hidden from view by a lift shaft added later.
The asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE has on the ground floor a single-storey extension with a terrace provided with a mortared balustrade. The left side facade has five windows on the ground floor and four windows on the first floor. The windows are provided with sub-thresholds incorporated in the hardstone drip moulding, white-painted wooden lintels with cut lead lights, and sash windows of the same type as in the front facade. The facade is closed off by a mortared edge, above which a wooden gutter on worked brackets.
The asymmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE steps back twice, has door and window openings with partly altered doors and windows, which are provided with white-painted wooden lintels with cut lead lights. The facade closure is of the same type as on the left side facade.
The REAR FACADE to the left of the rear section is asymmetrically arranged and has five bays. The four left bays, of which the two on the far left project forward, have a trash window closed off by a tile course and on the ground floor and first floor each three coupled windows with sub-thresholds incorporated in the hardstone drip mouldings, presumably wooden lintels with cut lead lights and sash windows of the same type as in the front facade. The facade closure of this section is the same as on the side facades. The right bay is slightly lower and is closed off by crenellations with sandstone coping plates. The bay has on both storeys three narrow, vertically coupled, multi-part windows, in which there were originally leaded light windows that lit the stairwell. The REAR FACADE to the right of the rear section was not inspected.
The northern facade of the REAR SECTION consists of two parts. Behind the left section is the central stairwell and behind the right on the ground floor the gymnasium and on the floor the drawing room. The left section is set back slightly and has on the ground floor an extension with flat roof and portico, above which there are four round-arched windows. Above these are two series of rectangular windows with hardstone sub- and intermediate thresholds and wooden lintels with cut lead lights. The right part of the north facade of the rear section is symmetrically arranged and has a raised plinth and five bays, separated by lisenes, which at the base end in buttresses with sandstone, incorporated in a stretcher course, offsets. Each bay contains on the ground floor a round-arched opening, in which there was originally a sliding door, which gave access from the gymnasium to the playground. The openings are now partly sealed up. On the floor there are five large rectangular windows with hardstone sub-thresholds, incorporated in a stretcher course, wooden lintels with cut lead lights and frames with a fixed lower frame and three-part sliding multi-pane upper lights. The facade closure is the same as on the side facades. The rear facade and the southern facade of the rear section were not inspected.
Part of the INTERIOR is the central stairwell. The stairwell has a monumental staircase of the imperial stair type with one central flight, which leads to a landing at half-storey height, from which two flights in opposite directions lead to the floor.
From the landing in the extension of the single flight, between mortared balustrades a stair leads to the drawing room in the rear section. The stairwell is surrounded by galleries closed off with segmental arch arcades. The arches and pillars are provided with sculptured setting stones, capitals and bases. The single flights are spanned by a corbel arch on the ground floor and a segmental arch on the floor. Under the flights there are passages to the rear section, which are closed off with a flat lying elliptical arch. The vestibule of the main entrance has a segmental barrel vault and a double glass door with above and side lights in a wooden frame with worked mullions. Via this door one reaches the hall, where left and right round-arched openings give access to the passages, along which classrooms are located on both sides, accessible via segmentally arched door openings. The vestibule of the side entrance likewise has a mortared barrel vault.
The floors and plinths of passages, vestibules, cloakrooms and toilet facilities are clad with terrazzo, on which however later partially other floor coverings have been applied. The interior walls are constructed up to 1.75m. height from white glazed Silesian stone. Above this the walls and vaults in the vestibules and staircases are wholly or partly clad with cream-coloured white facing brick with the use of Obernkirchner sandstone for vault, setting and lintels. The rest of the walls and the flat ceiling vaults of rammed concrete are white stuccoed. The stair steps and landing plates are of Bavarian granite, with the steps of the two flights at the wall side mortared and supported by granite corbels. All interior corners of walls, floors and vaults are hollowed and all exterior corners are finished round. The original wooden panel doors were later boarded over.
The CARETAKER'S LODGE is connected to the school by means of the bicycle gate and executed in the same style with the same materials. The lodge is constructed from a nearly rectangular floor plan, has two storeys under a flat roof and a single-storey extension with terrace on a rectangular floor plan on the left side. The four facades are provided with through-wall corner dams with an ornamental sandstone coping. Between these are profiled wooden gutters on worked brackets and ornamental wrought iron railings. The front facade of the extension is closed off in the same manner. The extension has two pergolas on the roof terrace.
The narrow FRONT FACADE is the only one arranged symmetrically. The facade has two windows on the ground floor and two on the floor. These are provided with sub-thresholds incorporated respectively in the granite coping layer of the plinth and in hardstone sub-thresholds. They are closed by stretches with setting stones of sandstone. The frames are provided with wooden shutters and 9-pane sash windows, of which on the ground floor the glazing bar division in the lower frames has disappeared.
In the LEFT SIDE FACADE there are three panel doors with glass, one of which is on the floor. This gives access to the balcony on the extension. The extension has a window with 12-pane frame and shutters. Windows and doors are closed by stretches with setting stones of sandstone. On the balcony there is a pergola.
In the RIGHT SIDE FACADE there is the front door, an ornamental wooden panel door with pane, wrought iron grille and ornamental fittings in a wooden frame on granite neuten, provided with a divided round-arched fanlight with coloured leaded lights. To the left of the door there is a smaller rectangular window with granite sub-threshold, single-pane frame and shutter. Above the front door there is a window with hardstone sub-threshold, wooden cross window with coloured leaded lights and shutters. The door and windows are closed by respectively a segmental arch and stretches with setting stones of sandstone.
In the REAR FACADE there is the round-arched gate to the rear courtyard. In the vaulted space under this gate there are three small windows closed off by a tile course, two of which are barred. Above the gate there is a 9-pane sash window and beside the gate a panel door with panes and fanlight. Door and window are provided with a hardstone sub-threshold and a stretch with sandstone setting stones.
The INTERIOR of the caretaker's lodge still contains some original elements such as a stairwell with wooden stair and simply ornamented rail and panel doors in profiled surround.
In front of the school there is a monumental FENCE, which consists of mortared square fence posts with an ornamented coping of pink granite ending in an octagon, between which there are low walls with ridge backs, covered with pink granite. On the walls stand ornamental wrought iron railings. At the level of the main entrance the walls with railings curve toward the entrance arrangement and are built against the front facade. In front of the side entrance there is a double wrought iron swing gate between blocks of pink granite. To the left of the caretaker's lodge there is an ornamental wrought iron fence of the same type as that in front of the school building.
Evaluation
SCHOOL BUILDING, CARETAKER'S LODGE and FENCE from 1904-1905 by G. Versteeg.
- Of architectural historical significance as a good and well-preserved example of a monumental school building with adjoining caretaker's lodge and fence in a style showing influences from Berlage, rationalism and Art Nouveau. The school is of architectural historical significance because of the high aesthetic qualities of the design in exterior and interior such as good proportions, spatial qualities, exceptional use of materials and rich ornamental decoration. The school is of architectural historical significance as part of the oeuvre of architect G. Versteeg, among other things because it is one of the larger and one of the few surviving objects from his period as deputy director of municipal works in Arnhem.
- Of urban planning value, because the complex covers almost the entire southern facade wall of Schoolstraat.
Cultural-historical description
GERRIT VERSTEEG (1872-1938) was born in Vlaardingen. After training as a carpenter in Delft, he went to work for his uncle, the Delft architect Van der Kaaden. At the age of 21 he designed a mansion in neo-renaissance style on the Oude Delft. Until 1900 he was assistant to prof. C. Sluyterman and prof. E. Gugel. Subsequently he was appointed deputy director of municipal works in Arnhem. In this capacity he built the Lorentz H.B.S., School XIX on the Spijkerstraat, a slaughterhouse, the vegetable market and the electricity station on the Nieuwe Kade (1907). The work from this period shows clear influence from Berlage. In 1914 Versteeg resigned in Arnhem and moved to Amsterdam, where he associated with Jan Gratama (1877-1947). He occupied himself primarily with social housing. This demonstrated his social outlook. This also manifested itself in his membership of the S.D.A.P. (since 1900). In the period 1914-1921 the Gratama-Versteeg office also received many commissions in Arnhem such as for the construction of middle-class housing for the Arnhem Cooperative Housing Association Sonsbeek (1920) and for the Housing Association for Civil Servants (1922).
Among the best-known work of the office is the housing construction for the General Housing Association and Eigen Haard in the Watergraafsmeer and the Transvaalbuurt (in collaboration with H.P. Berlage) in Amsterdam. Even after 1921, when his collaboration with Gratama ended, housing construction remained an important part of his work. In total more than two thousand dwellings were built according to his design for housing associations in Arnhem, Zutphen, Boxmeer, Delft and Amsterdam. This number is exceeded by the number of dwellings he built for private construction companies.
In his later years Versteeg worked together with his son Gerrit, who continued the office after his father's death. A necrology published in the Bouwkundig Weekblad Architectura describes Versteeg as follows: "Versteeg was not, however, a radical innovator; he built on a traditional foundation, always striving for improvement. His work speaks neither of a drive for innovation nor of a longing for the old; we see the quiet maintenance of the old and an unaffected application of the new. Versteeg was resolute in character and this also appears in his work: he underwent influences but he assimilated them. His work remained free from fashionable elements".
Nearby in the register
- Woonhuis, Prins Hendrikstraat 15Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Prins Hendrikstraat 13Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Parkstraat 51Woonhuisunder 1 mi
- Villa Gelders SpijkerWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.