Rijksmonumentenregister · Netherlands
Vesta
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Handel en kantoor
- Function
- Verzekeringskantoor
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1930 - 1931
- Address
- Jansbuitensingel 5, 6811 AA Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98462, 5.90616
- Monument number
- 516826
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1920 map "Kaart van de zuidelijke Veluwezoom : oostelijk gedeelte (Oosterbeek tot Dieren) / lithogr. J. Smulders" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
Voormalig VERZEKERINGSKANTOOR van de N.V. Verzekeringsmaatschappij Vesta, thans kantoorgebouw van de Westermeijer Groep en enkele andere firma's, in 1930-1931 gebouwd naar ontwerp van architect W. Diehl in een gemengde bouwstijl met invloeden van het traditionalisme, de Art Deco en de Amsterdamse School.
Diverse kunstenaars hebben meegewerkt aan het Vestagebouw. Beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof (1889-1965) ontwierp de bouwsculpturen van de voorgevel; W.C. Brouwer maakte de belettering 'LEVENSVERZEKERING' en 'RENTEVERZEKERING' op de voorgevel (thans aan het zicht onttrokken door houten panelen); J. Gidding vervaardigde de glas-in-lood ramen in het trappenhuis en het uurwerk van de lantaarn is afkomstig van de firma Eysbouts uit Asten. Het vrijstaande kantoorgebouw is gelegen in de noordelijke gevelwand van de Jansbuitensingel, nabij het spoorwegviaduct de Zijpse poort. Het pand sluit het Willemsplein aan de noordzijde visueel af. De Jansbuitensingel was oorspronkelijk bebouwd met herenhuizen in eclectische stijl. De drie herenhuizen die voor de bouw van het Vestakantoor werden gesloopt, zijn afgebeeld op een marmeren plaat in het trappenhuis. De noordelijke straatwand van de Jansbuitensingel is na de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk nagenoeg volledig gesloopt ten behoeve van grootschalige kantoorbebouwing.
Omschrijving:
KANTOORGEBOUW met souterrain, twee bouwlagen en zolderverdieping op nagenoeg rechthoekig grondplan. De zolderverdieping heeft een schilddak met de nok evenwijdig aan de voorgevel. In het dakschild aan de voorzijde zijn links en rechts twee brede houten dakkapellen aangebracht. De dakkapellen hebben een vensterreeks van zes enkelruits ramen en elk twee gekoppelde aangekapte schilddaken met overstek. De dakschilden aan de korte zijden hebben beide in het midden een aangekapt zadeldak achter topgevel. Het dakschild aan de achterzijde heeft drie plat gedekte houten dakkapellen met overstek en een aangekapt schilddak met brede dakkapel (vier enkelruits ramen en schilddak met overstek) ter plaatse van een uitbouw rechts. De daken zijn belegd met leien in Maasdekking. De met lood beklede nokken hebben gekrulde pironnen op de uiteinden. Midden op de nok is een met koper beklede achtzijdige lantaarn geplaatst. Op de voor- en achterzijde is een Grieks-kruisvormige wijzerplaat aangebracht. De wijzerplaat heeft een indeling van vierkante vakjes met wit glas, die voorzien zijn van vergulde cijfers. De lantaarn wordt bekroond door een getrapte achtzijdige spits met piron en vlaggestok. De spits rust op twaalf gedrongen bolvormige ondersteuningen.
De bakstenen gevels zijn in Vlaams verband gemetseld met verdiepte voegen. In de hoge, ruw bewerkte plint van basaltlava (voor- en zijgevels) bevindt zich een reeks van drieruits rechthoekige souterrainvensters. De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door een uitkragende bakgoot met bloktandlijst. In de voorgevel bevindt zich geheel rechts in de plint een steen met het opschrift: "W. DIEHL, ARCHITECT", en links van de ingangspartij een jaarsteen met het opschrift: "In het jaar 1930 werd / de eerste steen gelegd door / Joan Gerard en Lodewijk Samuel Wurfbain / oud vijf en vier jaar". Alle lek- en tussendorpels, kraag- en geboortestenen zijn uitgevoerd in licht gekleurd graniet.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL is vijftien traveeën breed en heeft een boven de gootlijst doorgestoken middenrisaliet van drie traveeën. In de eerste bouwlaag van de middenrisaliet bevindt zich een natuurstenen ingangspartij waarvan de onderbouw (vier inspringende muurdammen en getrapte blokvormige consoles) is uitgevoerd in basaltlava, en de bovenbouw (consoles, lateien, luifel, en bovenlichtomlijsting) in licht gekleurd graniet. In de onderbouw bevindt zich een brede houten deur (twee door profiellijsten omgeven verticale stroken van vijf vierkante ruitjes) tussen twee figuratieve glas-in-lood ramen. Aan de luifel hangen twee lantaarns. Het bovenlicht bestaat uit een reeks van zes figuratieve glas-in-lood ramen. De natuurstenen muurdammen aan weerszijden van het bovenlicht hebben beide een identieke voorstelling van een vrouw met geheven armen en naar achteren waaiende jurk en haren (met vruchten en bloemen). Boven het bovenlicht bevindt zich een rechthoekige zandstenen reliëfvoorstelling van de Vestaalse Maagden: zes priesteressen van Vesta, de godin van de huiselijke haard. De symmetrische compositie heeft in het midden op de voorgrond een rechthoekig altaar met vuur en daar achter een ronde tempel met koepel. Aan weerszijden hiervan zijn drie van het altaar weglopende vrouwen in lange gewaden afgebeeld. De twee buitenste figuren houden een olielamp in de hand. De risaliet wordt vanaf de tweede bouwlaag geflankeerd door inspringende hoeklisenen van baksteen. Het samengestelde rechthoekige venster in de tweede bouwlaag bestaat uit drie enkelruits onderramen met bakstenen muurdammen en een driedelig bovenlicht met horizontale roeden, gevat in een houten omlijsting (venstertype A). Het boven de gootlijst doorgestoken gedeelte van de risaliet bezit een vensterreeks van vijf kleine, door smalle muurdammen van elkaar gescheiden rechthoekige enkelruits schuifraampjes en wordt bekroond door een granieten balustrade waarin de in natuursteen uitgevoerde en vergulde naam VESTA is opgenomen. Op de hoeken van de balustrade zijn beelden geplaatst van een naakte vrouw (links) en een naakte man (rechts). De eerste en tweede bouwlaag bezitten aan weerszijden van de middenrisaliet een vensterreeks van zes enkelruits (schuif)vensters en drieruits bovenlichten met horizontale roeden. De onderramen zijn van elkaar gescheiden door bakstenen dammen. De bovenlichten zijn onderling gekoppeld door een houten omlijsting die rust op bewerkte kraagsteentjes. De vensters hebben elk afzonderlijk een lekdorpel en worden afgesloten door een gezamenlijke doorgaande houten geprofileerde kroonlijst (venstertype A). Tussen de vensterreeksen van de eerste en tweede bouwlaag is de belettering 'LEVENSVERZEKERING' en 'RENTEVERZEKERING' aangebracht, thans aan het zich onttrokken door houten panelen. Op de verdieping zijn geheel rechts en links vlaggemasten bevestigd die door de bakgoot heensteken. De linker en rechter hoek van de voorgevel springen in en bieden plaats aan een regenpijp.
De RECHTER ZIJGEVEL heeft in het midden een topgevel met schouders die door de bakgoot steekt. De topgevel is voorzien van baksteenvlechting en wordt afgedekt door een afgeronde natuurstenen deklijst met uitspringende rechthoekige ribben. Op de schouders zijn natuurstenen bollen geplaatst.
De linker twee traveeën van de rechter zijgevel hebben een aan de voorgevel verwante opzet met plint, gekoppelde vensters in de eerste en tweede bouwlaag (type A) en een uitkragende bakgoot op bloktandlijst. Het overige deel van de zijgevel heeft een uitgemetselde bakstenen plint, waarop een geprofileerde lijst van basaltlava en een anderhalf steense rollaag. Het middelste gedeelte van de zijgevel heeft in de eerste en tweede bouwlaag elk twee gekoppelde draairamen met enkelruits bovenlichten. Het metselwerk van dit gedeelte is vernieuwd. Oorspronkelijk was op deze plek een rondboogvormig afgesloten personeelsingang. In de topgevel bevindt zich een vensterreeks van vier gekoppelde draairamen met bovenlichten en natuurstenen tussendorpel (venstertype B), en bovenin een rechthoekig zolderraampje. Met uitzondering van de linker travee worden alle vensters in de rechter zijgevel afgesloten door een licht getoogde strek met geboortestenen. Het rechter gedeelte van de rechter zijgevel (ter plaatse van het trappenhuis) heeft een indeling van vier bouwlagen. Elke bouwlaag bezit twee gekoppelde vensters: op de begane grond met bovenlicht en elders met enkelruits draairamen (venstertype C).
De LINKER ZIJGEVEL heeft in het midden een topgevel met schouders die door de bakgoot steekt. De topgevel is voorzien van baksteenvlechting en wordt afgedekt door een afgeronde natuurstenen deklijst met uitspringende rechthoekige ribben. Op de schouders zijn natuurstenen bollen geplaatst.
De linker zijgevel heeft een horizontale geleding. De hoge, ruw bewerkte plint is van basaltlava. In de eerste en tweede bouwlaag bevindt zich een vensterreeks van zes gekoppelde drieruits ramen (horizontale roeden), die gevat zijn in een houten omlijsting. De houten omlijsting bestaat uit geprofileerde panelen tussen de ramen en een afsluitende kroonlijst. Het geheel rust op bewerkte kraagsteentjes (venstertype D). Deze uitvoering is identiek aan die van de bovenlichten in de voorgevel. In de topgevel bevinden zich vier gekoppelde enkelruits ramen met afsluitende kroonlijst, en bovenin een klein rechthoekig zolderraam.
De doorgang aan de linker zijde is omheind door een hoge bakstenen muur. De muur aan de voorzijde is van basaltlava en heeft een smeedijzeren draaihek met geometrische motieven. De aangebouwde voormalige garage aan de achterzijde is bereikbaar via een rondboogvormig afgesloten ingang met houten rondboogdeur met twee ruitjes.
De ACHTERGEVEL heeft een complexe opbouw. De vierlaags linker travee heeft vier vensters van het type C. De tweede travee van links heeft een torenachtige opbouw van drie bouwlagen boven de gootlijst en wordt bekroond door een met koper bekleed tentdak met bolpiron. De ingang onder houten luifel in de eerste bouwlaag bestaat uit een paneeldeur met bovenlicht en een tweeruits venster rechts. De verdiepingen zijn voorzien van venstertype B. De opbouw boven de gootlijst heeft twee driedelige vensterreeksen van het type C. Deze travee wordt geflankeerd door een van de grond opgaande uitgemetselde schoorsteen.
Het middelste gedeelte van de achtergevel, tussen de uitgemetselde schoorsteen links en de uitbouw rechts, is zeven vensterassen breed en heeft drie bouwlagen. De eerste bouwlaag heeft links drie vensters van het type A, en rechts een uitbouw met afgeschuinde hoek en plat dak met twee lagere bouwlagen waarin elk vier vensters van het type C. De tweede bouwlaag van de achtergevel heeft links vier vensters van het type A en rechts drie vensters van het type B, voorzien van figuratief glas-in-lood. De derde bouwlaag heeft zeven rechthoekige vensters met enkelruits onderramen, enkelruits bovenlichten, getoogde strekken met geboortestenen en granieten lekdorpels. Dit middelste gedeelte van de achtergevel heeft rechts een bescheiden opbouw van één bouwlaag boven de gootlijst (liftschacht), die wordt bekroond door een met koper bekleed tentdak met cilindervormige piron.
De tweelaags uitbouw rechts heeft in de tweede bouwlaag aan de linker zijde een tweedelig venster van type D, en aan de achterzijde zowel in de eerste als in de tweede bouwlaag een vierdelige vensterreeks van het type A.
De aangebouwde voormalige garage aan de achterzijde heeft één bouwlaag en een plat dak met overstek en bloktandlijst. De gevels van rode baksteen zijn gemetseld in Vlaams verband en hebben een hoog trasraam van bruine baksteen. De gevel aan het achterterrein heeft een indeling van drie segmentboogvormig afgesloten spaarvelden met natuurstenen geboortestenen, waarin getoogde vierruits vensters. Het middelste spaarveld (de vroegere garagedeur?) is gedeeltelijk dichtgemetseld.
In het INTERIEUR zijn ondermeer de volgende onderdelen van belang: de hal met het centrale trappenhuis, de gangen op de begane grond en eerste verdieping, de directiekamer op de eerste verdieping aan de achterzijde, het diensttrappenhuis en de binnendeurkozijnen met paneeldeuren, plinten, wandbekleding, voor zover nog in oorspronkelijke staat aanwezig, in de overige ruimten.
Bij de aankleding van het interieur is rijkelijk gebruik gemaakt van kostbare hout- en steensoorten en gebrandschilderd glas-in-lood. De wanden van de hal, het trappenhuis en de gangen op de eerste verdieping zijn bekleed met witgeaderd, zwart marmer.
Na binnenkomst leidt een granieten trap over de volle breedte van de vestibule naar het niveau van de begane grond. In de zwart marmeren beplating van de wanden bevinden zich aan weerszijden drie verdiepte velden met zwartgeaderd, wit marmer. Boven en naast de ingang bevinden zich acht gebrandschilderde glas-in-lood ramen, een reeks van zes in zes recht afgesloten nissen boven de deur en één aan elke zijde van de deur. De ramen hebben de volgende voorstellingen van links naar rechts: uiterst links een man met hooivork, vervolgens een lopende man die naar boven kijkt, dan twee ramen die tesamen een voorstelling vormen van spelende kinderen (jongens met een model van een huis en meisjes met poppen), in een landschap met stralende opkomende zon, vervolgens een raam met voorstelling van een lopende, omhoog kijkende vrouw met bloemen en uiterst rechts een vrouw met kind achter haar rok. De ramen links en rechts van de ingang geven een oude man en een oude vrouw weer. Op de begane grond leiden rondboogvormig gesloten openingen links en rechts naar de dwarsgangen waarlangs aan beide zijden kantoorruimten liggen. In het midden bevindt zich het monumentale trappenhuis met een pronktrap van het type keizertrap. De trap bestaat onder uit een dubbele trap met daartussen een doorgang naar de achterbouw. De dubbele trap komt uit op een bordes, ter halve hoogte van de verdieping, vanwaaruit een enkele trap in tegengestelde richting omhoogloopt naar een bordes op de verdieping, waarop twee dwarsgangen, die toegang geven tot de kantoorruimten aan de voor- en achterzijde, aansluiten. De trappen zijn uitgevoerd in donker roodbruin hout met een geprofileerde leuning op houten zuilvormige balusters (gecanneleerde zuiltjes met onder en boven een touwvormige schachtring en een blokvormig basement en kapiteel met bollen op de hoeken). De leuningen tegen de wanden hebben de vorm van gebundelde rondstaven met geringde uiteinden en zijn door koperen ringen aan de wand bevestigd. De trapbomen hebben panelen. Op de begane grond bevindt zich tussen beide traparmen een gang, die links en rechts naar de achterliggende ruimten leidt. In het midden van de achterwand van deze gang is ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de maatschappij in 1943 een mozaïek aangebracht. Hierop is een voorstelling weergegeven van de godin Vesta met vuurschotel, geplaatst tussen twee gecanneleerde klassieke zuilen, met op de achtergrond een berglandschap. De zuilen eindigen in een veld met daarop de jaartallen 1893 en 1943. Onder Vesta bevindt zich een veld met opschrift: "AANGEBODEN DOOR HET PERSONEEL VAN/ VESTA". In de marmeren beplating van de achterwand van het tussenbordes van de trap bevinden zich links en rechts paneeldeuren, die toegang geven tot de toiletruimten. Tussen beide deuren bevindt zich een in het zwarte marmer uitgespaard rechthoekig veld met daarin een wit marmeren plaquette met in het bovendeel een voorstelling in reliëf van drie eclectische herenhuizen tegen een vergulde achtergrond. Het betreft hier de herenhuizen die voor de bouw van het huidige kantoor zijn afgebroken. Daaronder staat een inschrift in vergulde kapitalen: "AANGEBODEN AAN/ "VESTA"/ MAATSCHAPPIJ VAN LEVENSVERZEKERING N.V./ DOOR KANTOORPERSONEEL, BEAMBTEN/ VAN DEN BUITENDIENST EN AGENTEN/ TER GELEGENHEID VAN DE OPENING/ VAN HET NIEUWE KANTOORGEBOUW/ WOENSDAG, DEN 18DEN MEI 1932". In deze achterwand van de hal bevinden zich boven de marmeren beplating drie hoge rechthoekige vensters met per venster twee gebrandschilderde glas-in-lood ramen, van elkaar gescheiden door een houten paneel. De door Jaap Gidding ontworpen cyclus, waarvan het iconografisch programma aansluit bij de functie van het gebouw, bevat krachtig weergegeven voorstellingen in een stijl die invloeden vertoont van het expressionisme en het traditionalisme. Het linker venster heeft boven een voorstelling van een zogende moeder met een hond liggend aan de voeten en een zaaier en ploegende boer op de achtergrond en in het onderraam een voorstelling van rampspoed: twee mensen in nood, omgeven door donkere wolken, bliksem, een zinkend schip en reddingssloep op een kolkende zee. Het middelste venster heeft boven een voorstelling van een gezin, bestaand uit een centrale groep van een lopende man en vrouw met baby en een kind op de voorgrond en links op de achtergrond een kind dat bloemen plukt. Ver op de achtergrond zijn bomen en wolken weergegeven. Het onderraam heeft een voorstelling van een ruiter met bruin vaandel op een wit paard, rijdend door een heuvelachtig landschap met bomen en struiken. Het rechter venster heeft in het bovenraam een voorstelling van een bejaard echtpaar zittend in een weide, met ervoor een witte kat en op de achtergrond links een witte boerderij. Het onderraam heeft een voorstelling van twee vissers die een net met vissen binnenhalen, met op de achtergrond twee zeilboten op een golvende zee, omgeven door meeuwen. In de glas-in-lood ramen overheersen de aardtinten (diverse okergelen, bruin- en roodtinten) het palet, terwijl donkere schaduwen en de witte wolkenpartijen voor de contrasten zorgen.
Het diensttrappenhuis uiterst rechts in het gebouw heeft in het onderste deel trappen met granieten treden, plinten en wandbekleding deels van marmer, houten leuningen in de vorm van gebundelde staven met koperen bevestigingsringen. Op de tweede verdieping zijn de trappen van hout met geornamenteerde trappalen en -spijlen. De enige kantoorruimte die nog vrijwel in oorspronkelijke staat verkeert, is een directiekamer op de eerste verdieping aan de achterzijde, rechts naast het trappenhuis. Deze ruimte bezit een in roodbruin hout uitgevoerde kastenwand met drie 8-ruits deuren onder een hoofdgestel met bloktandlijst op gecanneleerde lisenen, een paneeldeur met soortgelijke omlijsting en verwarmingsconvectoren in houten kasten met ijzeren roosters.
Sommige kantoorruimten bezitten nog hun oorspronkelijke sobere stucplafonds met vlakke lijsten en verder houten plinten, geprofileerde binnendeurkozijnen en paneeldeuren. Het souterrain bezit houten lambrizeringen in de gang en aan de voorzijde bevindt zich nog de oorspronkelijke LIPS-kluis.
Waardering:
VERZEKERINGSKANTOOR van Vesta uit 1930 van W. Diehl.
- Van architectuurhistorische waarde als goed, gaaf en zeldzaam voorbeeld van een verzekeringskantoor in een stijl die invloeden vertoont van Amsterdamse School, Art Deco en traditionalisme. Het Vesta-gebouw is van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van W. Diehl. Het was de laatste grote opdracht van Willem Diehl (1876-1956) in Arnhem en vormt de monumentale afsluiting van zijn indrukwekkend oeuvre. Het is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten in interieur en exterieur zoals gave verhoudingen, bijzonder materiaalgebruik en bijzondere ornamentiek. Het gebouw is een "Gesamtkunstwerk" waarin de beeldhouwkunst van Gijs Jacobs van den Hof, de glaskunst van Jaap Gidding en de keramische kunst van W.C. Brouwer samengaan met de architectuur van Diehl. In de toegepaste kunsten wordt de bestemming van het gebouw duidelijk gemaakt.
- Van stedebouwkundig belang vanwege de ligging aan het Willemsplein, waar de karakteristieke imposante bouwmassa de noordelijke zijde van domineert en afsluit en tevens het begin van de Jansbuitensingel markeert.
Cultuurhistorische omschrijving
WILLEM DIEHL (1876-1959) verbleef na zijn opleiding aan de ambachtsschool in 's-Gravenhage van 1898 tot 1902 in Antwerpen en Brussel. Op het bureau van E. Thielens ontmoette hij architect E. van Averbeke (1876-1946), de latere stadsarchitect van Antwerpen, met wie hij zich associeerde en tussen 1899 en 1901 in Antwerpen verschillende panden in Art Nouveau-stijl ontwierp. In 1902 vestigde Diehl zich in Arnhem waar hij een op buitenlandse Art Nouveau-stromingen geïnspireerde bouwstijl introduceerde. De talrijke door hem ontworpen herenhuizen in de Transvaalbuurt uit de periode 1904-1915, waaronder het Belderbos-pand aan de Zijpendaalseweg en zijn eigen woonhuis aan de De La Reijstraat, vormen een staalkaart van diverse uitingen van Nieuwe Kunst met haar bijzondere venstervormen en roedenverdelingen, rijke toepassing van ornamentiek en gevarieerd materiaalgebruik. Twee panden aan het nabij gelegen Willemsplein zijn illustratief voor de verdere stilistische ontwikkeling binnen Diehl's oeuvre. Allereerst is dat de voormalige Luxorbioscoop uit 1915-1916: een volledig in Art Deco-stijl uitgevoerde bioscoop met het karakter van een filmpaleis. Het tweede pand betreft het Vesta-kantoor uit 1930-1931: een in zakelijk traditionalistische stijl uitgevoerd kantoorgebouw met elementen van Art Deco en sobere Amsterdamse School.
Zoals bij veel van Diehl's bouwwerken hebben ook aan het Vestagebouw diverse kunstenaars meegewerkt. Beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof (1889-1965) ontwierp de bouwsculpturen van de voorgevel; W.C. Brouwer maakte de belettering 'LEVENSVERZEKERING' en 'RENTEVERZEKERING' op de voorgevel (thans aan het zicht onttrokken door houten panelen); J. Gidding vervaardigde de glas-in-lood ramen in het trappenhuis en het uurwerk van de lantaarn is afkomstig van de firma Eysbouts uit Asten.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
Former INSURANCE OFFICE of the N.V. Verzekeringsmaatschappij Vesta, now office building of the Westermeijer Group and several other companies, built in 1930-1931 according to the design of architect W. Diehl in a mixed architectural style with influences from traditionalism, Art Deco and the Amsterdam School.
Various artists contributed to the Vesta building. Sculptor Gijs Jacobs van den Hof (1889-1965) designed the sculptural elements of the front facade; W.C. Brouwer created the lettering 'LEVENSVERZEKERING' and 'RENTEVERZEKERING' on the front facade (now hidden from view by wooden panels); J. Gidding manufactured the stained-glass windows in the stairwell and the clock mechanism of the lantern comes from the firm Eysbouts from Asten. The detached office building is located in the northern facade wall of the Jansbuitensingel, near the railway viaduct the Zijpse poort. The building visually closes off the Willemsplein on the north side. The Jansbuitensingel was originally built up with mansions in eclectic style. The three mansions that were demolished for the construction of the Vesta office are depicted on a marble plaque in the stairwell. The northern street wall of the Jansbuitensingel was eventually almost completely demolished after the Second World War for large-scale office construction.
Description:
OFFICE BUILDING with basement, two storeys and attic storey on an almost rectangular ground plan. The attic storey has a hipped roof with the ridge parallel to the front facade. In the roof slope at the front are two broad wooden roof dormers positioned left and right. The roof dormers have a window series of six single-pane windows and each two coupled attached hipped roofs with overhang. The roof slopes on the short sides each have in the middle an attached gabled roof behind a stepped gable. The roof slope at the rear has three flat-topped wooden roof dormers with overhang and an attached hipped roof with broad roof dormer (four single-pane windows and hipped roof with overhang) at the location of an outbuilding on the right. The roofs are covered with slates in Maas bond. The lead-covered ridges have curled finials at the ends. In the middle of the ridge is placed a copper-clad octagonal lantern. On the front and rear sides a Greek-cross-shaped clock face is fitted. The clock face has a division of square compartments with white glass, which are provided with gilt numerals. The lantern is crowned by a stepped octagonal spire with finial and flagstaff. The spire rests on twelve squat spherical supports.
The brick facades are laid in Flemish bond with recessed joints. In the high, roughly worked plinth of basalt lava (front and side facades) is a series of three-pane rectangular basement windows. The facades are finished at the top with a projecting brick gutter with dogtooth moulding. In the front facade, far right in the plinth is a stone with the inscription: "W. DIEHL, ARCHITECT", and to the left of the entrance arrangement a date stone with the inscription: "In the year 1930 the / first stone was laid by / Joan Gerard and Lodewijk Samuel Wurfbain / aged five and four years". All drip moulds and intermediate lintel stones, collar stones and birth stones are executed in light-coloured granite.
The symmetrically arranged FRONT FACADE is fifteen bays wide and has a central projecting section of three bays that projects above the gutter line. In the first storey of the central projecting section is a natural stone entrance arrangement whose substructure (four recessed wall piers and stepped block-shaped consoles) is executed in basalt lava, and the superstructure (consoles, lintels, canopy, and fanlight frame) in light-coloured granite. In the substructure is a broad wooden door (two vertical strips surrounded by profile mouldings of five square panes) between two figurative stained-glass windows. Two lanterns hang from the canopy. The fanlight consists of a series of six figurative stained-glass windows. The natural stone wall piers on either side of the fanlight each have an identical representation of a woman with raised arms and billowing skirt and hair (with fruits and flowers). Above the fanlight is a rectangular sandstone relief representation of the Vestal Virgins: six priestesses of Vesta, the goddess of the domestic hearth. The symmetrical composition has in the middle in the foreground a rectangular altar with fire and behind it a round temple with dome. On either side of this are three women walking away from the altar depicted in long garments. The two outer figures hold an oil lamp in hand. From the second storey the projecting section is flanked by recessed corner pilasters of brick. The composite rectangular window in the second storey consists of three single-pane lower windows with brick wall piers and a three-part fanlight with horizontal glazing bars, set in a wooden frame (window type A). The section of the projecting section that projects above the gutter line has a window series of five small rectangular single-pane sash windows separated from each other by narrow wall piers and is crowned by a granite balustrade in which the name VESTA executed in natural stone and gilded is incorporated. On the corners of the balustrade are statues of a naked woman (left) and a naked man (right). The first and second storeys have on either side of the central projecting section a window series of six single-pane (sash) windows and three-pane fanlights with horizontal glazing bars. The lower windows are separated from each other by brick piers. The fanlights are coupled together by a wooden frame that rests on worked corbel stones. Each window has an individual drip mould and is finished with a common continuous wooden profiled cornice (window type A). Between the window series of the first and second storeys is the lettering 'LEVENSVERZEKERING' and 'RENTEVERZEKERING' placed, now hidden from view by wooden panels. On the storey far right and left flag staffs are attached that project through the brick gutter. The left and right corner of the front facade recede and accommodate a downpipe.
The RIGHT SIDE FACADE has in the middle a stepped gable with shoulders that projects through the brick gutter. The stepped gable is provided with brick basketweave and is covered by a rounded natural stone coping line with protruding rectangular ribs. Natural stone spheres are placed on the shoulders.
The left two bays of the right side facade have a structure related to the front facade with plinth, coupled windows in the first and second storeys (type A) and a projecting brick gutter on dogtooth moulding. The remainder of the side facade has an executed brick plinth, on which a profiled basalt lava list and a one-and-a-half brick rollwork. The middle section of the side facade has in the first and second storeys each two coupled casement windows with single-pane fanlights. The brickwork of this section is renewed. Originally there was a round-arched enclosed staff entrance in this location. In the stepped gable is a window series of four coupled casement windows with fanlights and natural stone intermediate lintel stone (window type B), and at the top a rectangular attic window. With the exception of the left bay, all windows in the right side facade are finished with a lightly arched stretcher course with birth stones. The right section of the right side facade (at the location of the stairwell) has a division of four storeys. Each storey has two coupled windows: on the ground floor with fanlight and elsewhere with single-pane casement windows (window type C).
The LEFT SIDE FACADE has in the middle a stepped gable with shoulders that projects through the brick gutter. The stepped gable is provided with brick basketweave and is covered by a rounded natural stone coping line with protruding rectangular ribs. Natural stone spheres are placed on the shoulders.
The left side facade has a horizontal division. The high, roughly worked plinth is of basalt lava. In the first and second storeys is a window series of six coupled three-pane windows (horizontal glazing bars), which are set in a wooden frame. The wooden frame consists of profiled panels between the windows and a finishing cornice. The whole rests on worked corbel stones (window type D). This execution is identical to that of the fanlights in the front facade. In the stepped gable are four coupled single-pane windows with finishing cornice, and at the top a small rectangular attic window.
The passageway on the left side is enclosed by a high brick wall. The wall at the front is of basalt lava and has a wrought-iron revolving gate with geometric motifs. The attached former garage at the rear is accessible via a round-arched enclosed entrance with wooden round-arched door with two panes.
The REAR FACADE has a complex structure. The four-storey left bay has four windows of type C. The second bay from the left has a tower-like structure of three storeys above the gutter line and is crowned by a copper-clad pavilion roof with ball finial. The entrance under wooden canopy in the first storey consists of a panelled door with fanlight and a two-pane window on the right. The storeys are provided with window type B. The structure above the gutter line has two three-part window series of type C. This bay is flanked by an executed brick chimney rising from the ground.
The middle section of the rear facade, between the executed brick chimney on the left and the outbuilding on the right, is seven window axes wide and has three storeys. The first storey has on the left three windows of type A, and on the right an outbuilding with bevelled corner and flat roof with two lower storeys in which each four windows of type C. The second storey of the rear facade has on the left four windows of type A and on the right three windows of type B, provided with figurative stained glass. The third storey has seven rectangular windows with single-pane lower windows, single-pane fanlights, arched stretcher courses with birth stones and granite drip moulds. This middle section of the rear facade has on the right a modest structure of one storey above the gutter line (lift shaft), which is crowned by a copper-clad pavilion roof with cylindrical finial.
The two-storey outbuilding on the right has in the second storey on the left side a two-part window of type D, and on the rear side in both the first and second storeys a four-part window series of type A.
The attached former garage at the rear has one storey and a flat roof with overhang and dogtooth moulding. The red brick facades are laid in Flemish bond and have a high tuff window of brown brick. The facade at the rear courtyard has a division of three segment-arched enclosed spandrels with natural stone birth stones, in which arched four-pane windows. The middle spandrel (the former garage door?) is partially bricked up.
In the INTERIOR the following components are of note: the hall with the central stairwell, the corridors on the ground floor and first storey, the director's office on the first storey at the rear, the service stairwell and the internal door frames with panelled doors, plinths, wall cladding, insofar as still present in original condition, in the other rooms.
In the finishing of the interior, generous use has been made of precious wood and stone types and stained-glass windows. The walls of the hall, stairwell and corridors on the first storey are clad with white-veined black marble.
Upon entry a granite staircase over the full width of the vestibule leads to the level of the ground floor. In the black marble wall cladding are on either side three recessed fields with black-veined white marble. Above and beside the entrance are eight stained-glass windows, a series of six in six straight-closed niches above the door and one on each side of the door. The windows have the following representations from left to right: far left a man with pitchfork, then a walking man looking upward, then two windows which together form a representation of playing children (boys with a model of a house and girls with dolls), in a landscape with radiant rising sun, then a window with representation of a walking woman looking upward with flowers and far right a woman with child behind her skirt. The windows left and right of the entrance show an old man and an old woman. On the ground floor round-arched closed openings on the left and right lead to the cross corridors along which office spaces are located on both sides. In the middle is the monumental stairwell with a grand staircase of the emperor-stair type. The staircase consists at the bottom of a double staircase with a passage between leading to the rear building. The double staircase leads to a landing, at half the height of the storey, from which a single staircase in the opposite direction leads upward to a landing on the storey, on which two cross corridors, which provide access to the office spaces at the front and rear, connect. The stairs are executed in dark reddish-brown wood with a profiled handrail on wooden columnar balusters (fluted little columns with above and below a rope-shaped shaft ring and a block-shaped base and capital with spheres on the corners). The railings against the walls have the form of bundled round rods with ringed ends and are attached to the wall by copper rings. The stair stringers have panels. On the ground floor between both stair arms is a corridor, which on the left and right leads to the rear spaces. In the middle of the rear wall of this corridor, on the occasion of the company's 50th anniversary in 1943, a mosaic was placed. On it is depicted the goddess Vesta with fire bowl, placed between two fluted classical columns, with a mountain landscape on the background. The columns end in a field with the years 1893 and 1943 on it. Below Vesta is a field with the inscription: "PRESENTED BY THE STAFF OF / VESTA". In the marble cladding of the rear wall of the intermediate landing of the staircase are on the left and right panelled doors, which provide access to the toilet rooms. Between both doors is a rectangular field left in the black marble with in it a white marble plaque with in the upper part a representation in relief of three eclectic mansions against a gilded background. These are the mansions that were demolished for the construction of the present office. Below it is an inscription in gilt capitals: "PRESENTED TO / "VESTA" / INSURANCE COMPANY N.V. / BY OFFICE STAFF, OFFICIALS / OF THE FIELD SERVICE AND AGENTS / ON THE OCCASION OF THE OPENING / OF THE NEW OFFICE BUILDING / WEDNESDAY, THE 18TH OF MAY 1932". In this rear wall of the hall are above the marble cladding three tall rectangular windows with per window two stained-glass windows, separated from each other by a wooden panel. The cycle designed by Jaap Gidding, whose iconographic programme aligns with the function of the building, contains powerfully rendered representations in a style showing influences of expressionism and traditionalism. The left window has above a representation of a nursing mother with a dog lying at her feet and a sower and ploughing farmer on the background and in the lower window a representation of disaster: two people in distress, surrounded by dark clouds, lightning, a sinking ship and lifeboat on a swirling sea. The middle window has above a representation of a family, consisting of a central group of a walking man and woman with baby and a child in the foreground and on the far left background a child picking flowers. Far on the background are trees and clouds depicted. The lower window has a representation of a rider with brown banner on a white horse, riding through a hilly landscape with trees and shrubs. The right window has in the upper window a representation of an elderly couple sitting in a meadow, with a white cat in front and on the background left a white farm. The lower window has a representation of two fishermen pulling in a net with fish, with on the background two sailing boats on a wavy sea, surrounded by seagulls. In the stained-glass windows the earth tones (various ochre yellows, brown and red tones) dominate the palette, while dark shadows and the white cloud sections provide the contrasts.
The service stairwell at the far right of the building has in the lower part stairs with granite steps, plinths and wall cladding partly of marble, wooden railings in the form of bundled rods with copper attachment rings. On the second storey the stairs are of wood with ornamented stair posts and balusters. The only office space that is still in virtually original condition is a director's office on the first storey at the rear, right next to the stairwell. This space has a wall of reddish-brown wood executed with three 8-pane doors under a header with dogtooth moulding on fluted pilasters, a panelled door with similar framing and heating convectors in wooden cabinets with iron grilles.
Some office spaces still have their original sober plaster ceilings with flat mouldings and further wooden plinths, profiled internal door frames and panelled doors. The basement has wooden wainscoting in the corridor and at the front still has the original LIPS safe.
Appraisal:
INSURANCE OFFICE of Vesta from 1930 by W. Diehl.
- Of architectural-historical value as a good, intact and rare example of an insurance office in a style showing influences of the Amsterdam School, Art Deco and traditionalism. The Vesta building is of architectural-historical importance as part of the oeuvre of W. Diehl. It was the last major commission of Willem Diehl (1876-1956) in Arnhem and forms the monumental conclusion of his impressive oeuvre. It is of architectural-historical importance because of the high-quality aesthetic qualities in interior and exterior such as fine proportions, exceptional material use and special ornamentation. The building is a "Gesamtkunstwerk" in which the sculpture of Gijs Jacobs van den Hof, the glass art of Jaap Gidding and the ceramic art of W.C. Brouwer combine with the architecture of Diehl. In the applied arts the function of the building is made clear.
- Of urban-planning importance because of the location at the Willemsplein, where the characteristic imposing building mass dominates and closes off the northern side and also marks the beginning of the Jansbuitensingel.
Cultural-historical description
WILLEM DIEHL (1876-1959) after his training at the craft school in The Hague lived from 1898 to 1902 in Antwerp and Brussels. At the office of E. Thielens he met architect E. van Averbeke (1876-1946), the future city architect of Antwerp, with whom he associated himself and between 1899 and 1901 designed various buildings in Art Nouveau style in Antwerp. In 1902 Diehl established himself in Arnhem where he introduced a building style inspired by foreign Art Nouveau movements. The numerous mansion houses designed by him in the Transvaalbuurt from the period 1904-1915, including the Belderbos property on the Zijpendaalseweg and his own residence on the De La Reijstraat, form a showcase of various expressions of Nieuwe Kunst with its distinctive window forms and glazing bars, rich application of ornamental details and varied use of materials. Two properties at the nearby Willemsplein are illustrative of the further stylistic development within Diehl's oeuvre. First is the former Luxor cinema from 1915-1916: a cinema executed entirely in Art Deco style with the character of a film palace. The second property concerns the Vesta office from 1930-1931: an office building executed in business traditionalist style with elements of Art Deco and austere Amsterdam School.
As with many of Diehl's buildings, various artists also collaborated on the Vesta building. Sculptor Gijs Jacobs van den Hof (1889-1965) designed the building sculptures on the front facade; W.C. Brouwer created the lettering 'LEVENSVERZEKERING' and 'RENTEVERZEKERING' on the front facade (now concealed from view by wooden panels); J. Gidding made the stained glass windows in the stairwell and the clock movement in the lantern is from the firm Eysbouts from Asten.
Nearby in the register
- Kantoorwoning, Cronjéstraat 2Werk-woonhuisunder 1 mi
- Winkelwoning, Cronjéstraat 4Werk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, De la Reijstraat 6Woonhuisunder 1 mi
- De Nederlanden van 1845Handel en kantoorunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.