TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sint-Agathaklooster

Lisse, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1895
Address
Heereweg 258, 2161 BS Lisse
Place
Lisse
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.25756, 4.55211
Part of complex
516101
Monument number
516104

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het voormalige KLOOSTER "Sint Agatha" is omstreeks 1900 gebouwd in opdracht van de R.K. parochie Sint Agatha. Het naar een ontwerp van architect J.H.H. Groenendael, in een Neo-Gotische stijl opgetrokken gebouw werd oorspronkelijk gebruikt door Clarissen en Fransiscanessen. Het gebouw is het restant van een complex, waarvan tevens een R.K. jongens- en een R.K. meisjesschool deel uitmaakten. Deze schoolgebouwen zijn afgebroken voor de aanleg van de Lindenlaan en de bouw van het appartementengebouw "Kloosterhof". Nadat het "Gesticht" de oorspronkelijke functie verloor werd het in gebruik genomen als opvangshuis voor moeilijk opvoedbare jongeren. In het begin van de jaren tachtig is het gebouw door brand beschadigd, waarbij onder meer de dakruiter zware schade opliep. Deze is vervangen in 1985 met behoud van de oorspronkelijke kenmerken. Sinds 1984 is het gebouw in gebruik als kantoor voor de Onderwijs Begeleidingsdienst terwijl de voormalige kapel een multifunctionele ruimte is geworden als vergaderzaal annex repetitie- en concertzaal.

Omschrijving

Vanuit een onregelmatige plattegrond, in schone baksteen opgetrokken voormalig kloostergebouw met verdieping onder met bouletpannen en leien (Maasdekking) gedekte kappen. Gevels met speklagen en versieringen van gele baksteen, plinten met rand van terracotta, vensters met hardstenen onderdorpels en accenten en details van natuursteen en groen geglazuurde terracotta.

De acht-assige voorgevel met een hoger opgaand risaliet van drie assen onder een puntgevel heeft de hoofdentree aan een hardstenen stoepje in linker travee van de risaliet; in een portiek staande vleugeldeur met decoratieve raamijzers onder een met glas-in-lood ingevuld, samengesteld bovenlicht. Portiekingang afgesloten door een onder segmentboog staand triplet met glas-in-lood. Rechts van de entree twee vensters met hardstenen onderdorpels, roedenverdeling in de bovenramen van de vrij diep liggende vensters onder rondbogen met driepassen en geglazuurde, geprofileerde drie- en vierpastraceringen in de boogtrommels.

Linker gevelpartij met op de begane grond drie vensters, waarvan de smallere in het midden blind is. De andere vensters zijn als die in het risaliet, evenals de twee vensters in de rechter gevelpartij. Op de verdieping acht identieke vensters met roedenverdeling in bovenlichten onder rondbogen en boogtrommels met een invulling van gele baksteen en geglazuurde traceringen. Tussen beide bouwlagen een over de overige gevels doorgetrokken cordonlijst met decoratieve metselverbanden van gele baksteen tussen hardstenen randen. Tussen de top van het risaliet en de verdieping een band met siermetselwerk van gele baksteen en een cordonlijst met in het midden een tegeltableau met "Gesticht St. Agatha". Door dunne hardstenen regels gelede en door een kruisbloem bekroonde geveltop met hardstenen deklijsten, spitsboogtriplet met deels blind middenvenster en roedenverdeling in de bovenramen. Door leien gedekt zadeldak met aan de achterzijde een vijfzijdig dakschild. Op de kap een octogonale dakruiter met boven de met leien beklede onderbouw, acht kolommen tussen als galmgaten fungerende spitsboogopeningen. Deze dragen een ingesnoerde, uitkragende en met leien gedekte spits met gietijzeren bekroning. Aan weerszijden van de risaliet een uitgemetselde gevelbeëindiging met bloktandfriezen.

Linker zijgevel met in het terugliggende rechter deel van de gevel een rechthoekig, afwijkend veld dat de cordonlijst onderbreekt en waar zich oorspronkelijk waarschijnlijk een beeld bevond. Geheel links in deze gevelpartij op de begane grond een kleine, niet oorspronkelijke deur met daarboven een dichtgezet tweelicht. Daar recht boven op de verdieping twee kleine vensters en een tweelicht met een invulling van glas-in-lood. Links hiervan een risaliet met wolfdak. In een verder vrijwel blinde kopgevel met alleen in het vernieuwde metselwerk van de geveltop een venster boven een dunne cordonlijst, siermetselwerk van gele baksteen en een onder segmentboogvormige ontlastingsboog, in een koekoek staand venster. In de smalle oostelijke zijgevel van de risaliet een paneeldeur onder een bovenlicht met roedenverdeling en een rondboog met geglazuurde traceringen in de boogtrommel. Verdiepingsvenster als de verdiepingsvensters in de voorgevel.

Achtergevel met een vijfzijdige uitbouw onder een eveneens vijfdelig dakdeel. In het drie traveeën brede rechter deel van deze gevel twee, in koekoek en onder ontlastingsbogen staande keldervensters, een boven een gemetseld stoepje staande dubbele glasdeur onder een bovenlicht met roedenverdeling en een segmentboog, alsmede een venster met roedenverdeling onder een rondboog met gele baksteen en geglazuurde traceringen in de boogtrommel. Twee vensters links hiervan met dezelfde bovenramen en boogtrommelvullingen onder de geglazuurde rondbogen. Vijfzijdige uitbouw met lisenen tussen de traveeën. Vensters op de begane grond van de uitbouw als de vensters in het rechter deel van de gevel, maar met glas-in-lood in plaats van roeden in de bovenramen.

Spitsboogvormige verdiepingsvensters (kapel) met zandstenen traceringen en glas-in-lood. Links van de uitbouw op de begane grond twee vensters als die op de begane grond van de uitbouw. Op de verdieping twee vensters als de verdiepingsvensters in de voorgevel. In 1979 is een aan de rechterzijde met het klooster verbonden schoolgebouw afgebroken. De rechter zijgevel (noordgevel) is vervolgens nieuw opgetrokken en voorzien van bij het gebouw passende gevelopeningen. Op de begane grond bevindt zich een boven een hardstenen stoepje staande deur met glas-in-lood deurramen en eveneens met glas-in-lood ingevulde zijlichten en samengesteld rondboog bovenlicht. Op de verdieping een rondboogvenster met monelen, eveneens voorzien van glas-in-lood ramen.

INTERIEUR nog voor een deel in oorspronkelijke staat. In het tochtportaal achter de voordeur een vloer met kleurrijke tegels. Tussen het portaal en de gang een portaaldeur met glas-in-lood en eveneens met glas-in-lood ingevulde boven- en zijlichten. In de gang een vergelijkbare, decoratieve betegeling en paneeldeuren met geprofileerde kozijnen. Ook in de loodrecht op deze gang staande achterste gang een fraai betegelde vloer en vergelijkbare deuren, waaronder een dubbele deur. Naar de verdieping een bordestrap met gedraaide trapbalusters en geprofileerde handlijsten. Vertrekken op de verdieping met binnen geprofileerde lijsten staande enkele en dubbele deuren, alsmede een aantal vernieuwde deuren voor de voormalige slaapcellen van de nonnen. Dubbele, onder rechtgesloten bovenlicht en segmentboog staande paneeldeur binnen profiellijst naar de voormalige kapel. In de kapel nog een houten galerijbalustrade met geprofileerde handlijst en driepassen tussen de stijlen. In het glas-in-lood van de absis gebrandschilderde koppen van Christus en de heiligen Fransiscus, Agatha, Clara en ?. Kelder voorzien van troggwelfjes en doorgangen tussen de kelderruimtes met segmentbogen en een opgeklampte deur. In koekoek staand keldervenster met diefijzers.

Waardering

- Het voormalige kloostergebouw is cultuurhistorisch van algemeen belang als een bijzondere, representatieve uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling en als onderdeel van een kerkelijk complex.

- Het klooster met bijbehorend interieur is architectuurhistorisch van algemeen belang als een laat, maar goed voorbeeld van neo-gotische kerkelijke bouwkunst, vanwege de bijzondere ornamentiek en vanwege het materiaalgebruik.

- Het gebouw heeft stedebouwkundige en ensemblewaarde vanwege de grote betekenis voor het aanzien van het dorp, vanwege de situering en vanwege de bijzondere functionele en visuele samenhang met de kerk en de pastorie.

- Het klooster is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The former CLOISTER "Sint Agatha" was built around 1900 on behalf of the R.K. parish Sint Agatha. The building, executed to a design by architect J.H.H. Groenendael, in a Neo-Gothic style, was originally used by Poor Clares and Franciscan nuns. The building is the remnant of a complex, which also included an R.K. boys' school and an R.K. girls' school. These school buildings were demolished for the laying out of the Lindenlaan and the construction of the apartment building "Kloosterhof". After the "Institution" lost its original function, it was taken into use as a reception house for difficult youths. In the early eighties the building was damaged by fire, whereby among others the roof turret suffered severe damage. This was replaced in 1985 while preserving the original features. Since 1984 the building has been in use as an office for the Education Guidance Service while the former chapel has become a multifunctional space serving as a meeting room and combined rehearsal and concert hall.

Description

Former cloister building erected in fine brickwork from an irregular floor plan with storey underneath covered with roof trusses clad in clay tiles and slates (Maas covering). Facades with speckled courses and decorations of yellow brickwork, plinths with terracotta borders, windows with stone sills and accents and details of natural stone and green glazed terracotta.

The eight-bay front facade with a taller projecting risalit of three bays under a pointed gable has the main entrance at a stone doorstep in the left bay of the risalit; in a porch a hinged door with decorative window ironwork under a composed fanlight filled with leaded glass. Porch entrance closed by a triplet standing under a segmental arch with leaded glass. To the right of the entrance two windows with stone sills, glazing bars in the upper lights of the deeply recessed windows under round arches with trefoils and glazed, profiled three- and four-foil tracery in the arch barrels.

Left facade section with three windows on the ground floor, of which the narrower one in the middle is blind. The other windows are as those in the risalit, as are the two windows in the right facade section. On the storey eight identical windows with glazing bars in fanlight sections under round arches and arch barrels with infill of yellow brickwork and glazed tracery. Between both building layers a cornice line running across the remaining facades with decorative brickwork bonds of yellow brickwork between stone borders. Between the top of the risalit and the storey a band with ornamental brickwork of yellow brickwork and a cornice line with in the middle a tile tableau with "Gesticht St. Agatha". Gable top divided by thin stone rules and crowned by a cross flower with stone coping, pointed arch triplet with partly blind middle window and glazing bars in the upper lights. Slate-clad gabled roof with on the rear side a five-sided roof panel. On the roof an octagonal roof turret with, above the slate-clad substructure, eight columns between pointed arch openings serving as sound holes. These support a tapered, projecting and slate-covered spire with cast-iron crest. On either side of the risalit an external wall termination with dentil friezes.

Left side facade with in the recessed right part of the facade a rectangular, deviating field that interrupts the cornice line and where originally probably a statue stood. Far left in this facade section on the ground floor a small, non-original door with above it a closed two-light window. Directly above this on the storey two small windows and a two-light with infill of leaded glass. To the left of this a risalit with half-hipped roof. In a further almost blank gable facade with only in the renewed brickwork of the gable top a window above a thin cornice line, ornamental brickwork of yellow brickwork and a window standing in a niche under a segmental relieving arch. In the narrow eastern side facade of the risalit a panel door under a fanlight with glazing bars and a round arch with glazed tracery in the arch barrel. Storey window as the storey windows in the front facade.

Rear facade with a five-sided projection under an equally five-part roof section. In the three-bay wide right part of this facade two basement windows standing in niches and under relieving arches, one standing above a built doorstep a double glazed door under a fanlight with glazing bars and a segmental arch, as well as a window with glazing bars under a round arch with yellow brickwork and glazed tracery in the arch barrel. Two windows to the left of this with the same upper lights and arch barrel fillings under the glazed round arches. Five-sided projection with pilasters between the bays. Ground floor windows of the projection as the windows in the right part of the facade, but with leaded glass instead of glazing bars in the upper lights.

Pointed arch-shaped storey windows (chapel) with sandstone tracery and leaded glass. To the left of the projection on the ground floor two windows as those on the ground floor of the projection. On the storey two windows as the storey windows in the front facade. In 1979 a school building connected to the cloister on the right-hand side was demolished. The right side facade (north facade) was subsequently newly constructed and provided with facade openings appropriate to the building. On the ground floor there is a door standing above a stone doorstep with leaded glass door lights and likewise leaded glass filled side lights and composite round arch fanlight. On the storey a round arch window with mullions, likewise provided with leaded glass lights.

INTERIOR still partly in original condition. In the draught porch behind the front door a floor with colourful tiles. Between the porch and the hallway a porch door with leaded glass and likewise leaded glass filled upper and side lights. In the hallway comparable decorative tilework and panel doors with profiled frames. Also in the rear hallway at right angles to this hallway fine tiled flooring and similar doors, including a double door. To the storey a flight of stairs with twisted balusters and profiled handrails. Rooms on the storey with single and double doors standing within profiled mouldings, as well as a number of renewed doors for the former sleeping cells of the nuns. Double panel door standing under closed right-angled fanlight and segmental arch within moulding to the former chapel. In the chapel still a wooden gallery balustrade with profiled handrail and trefoils between the stiles. In the leaded glass of the apse stained glass heads of Christ and the saints Francis, Agatha, Clare and ?. Basement provided with barrel vaults and passages between the basement spaces with segmental arches and a clasped door. Basement window standing in a niche with anti-theft bars.

Valuation

- The former cloister building is of general cultural-historical importance as a distinctive, representative expression of a spiritual development and as part of an ecclesiastical complex.

- The cloister with associated interior is of general architectural-historical importance as a late, yet fine example of neo-gothic ecclesiastical architecture, on account of the distinctive ornamentation and on account of the material usage.

- The building has urban planning and ensemble value on account of its great significance for the appearance of the village, on account of its situation and on account of the distinctive functional and visual coherence with the church and the rectory.

- The cloister is furthermore of importance on account of the recognisability and the high degree of integrity of the exterior and parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map