TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sint-Agathakerk

Lisse, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1903
Address
Heereweg 273, 2161 BH Lisse
Place
Lisse
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.25705, 4.55307
Part of complex
516101
Monument number
516102

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 17 Leiden, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In de bebouwde kom van Lisse gesitueerde, uit een r.k. KERK met bijbehorende pastorie en kloostergebouw bestaand kerkelijk complex. De Sint Agathakerk is gebouwd in de jaren 1902-1903 naar een ontwerp van de architect J.H.H. van Groenendael, een leerling van Pierre J.H. Cuypers. De in Neo-Gothische stijl opgetrokken, 60 meter lange "Kathedraal van de Bollenstreek" is van het type kruisbasiliek. De torenspits is ingekort in 1929 en vervangen door een Neo-Barokke bovenbouw, naar ontwerp van Jos Cuypers. Deze architect ontwierp ook de in hetzelfde jaar vervangen, in de zelfde barokke trant gebouwde vieringstoren. Het interieur is belangwekkend vanwege de rijkdom aan kunstwerken en de gaafheid ervan. De grotendeels uit 1908 daterende gebrandschilderde glas-in-lood ramen, waaronder die in het koor (absis), zijn afkomstig uit het atelier van F. Nicolas en Zonen te Roermond. De glazen in de vensters van het transept zijn in 1951 vervaardigd door de firma Dullaert in Leiden. Andere, later ingezette glazen dateren uit 1953 en 1960. De gebeeldhouwde altaren zijn vervaardigd door de Haarlemmer beeldhouwer J.P. Maes. De schilderingen zijn van de hand van de broers Jan en Kees Dunselman. Jan was verantwoordelijk voor de op doek geschilderde kruiswegstaties, Kees maakte de diverse, al secco vervaardigde muurschilderingen. De twaalf koperen verlichtingsarmaturen komen uit het Utrechtse atelier Brom, de mozaïeken vóór de altaren zijn van de Amsterdammer A.J. Hooggreef. Het houten doopfont is niet speciaal vervaardigd voor dit kerkgebouw. Het is waarschijnlijk afkomstig uit het atelier Veneman (Den Bosch) en dateert van omstreeks 1850. Het uit 1913 daterende Ademaorgel is een twee-klaviersinstrument met Neo-Gothische kassen, die zijn gemaakt door het atelier Gebr. Fransen in Roermond, naar een ontwerp van de Uterchtse beeldhouwer F.W. Mengelberg. Het altaarpodium vóór het oorspronkelijke altaar dateert uit 1968.

Omschrijving

Kerkgebouw met een plattegrond dat in hoofdlijnen kruisvormig is en is voorzien van een zadel-/schilddak (schip), een zadeldak (transept), tentdaken (kapellen) en lessenaardaken (zijbeuken), die zijn gedekt met leien (Maasdekking). De gevels van het gebouw zijn opgetrokken in schone baksteen en worden verlevendigd door accenten en details van gele baksteen, verblendsteen en natuursteen. Alle vensters zijn voorzien van ramen met glas-in-lood. De klokkentoren is opgetrokken in dezelfde materialen.

Deze linksvoor het schip staande, vanuit een zeshoekige plattegrond opgetrokken toren heeft vier, naar boven toe smaller wordende, geledingen van baksteen en een met metaal beklede torenspits: in naar de straat gekeerde gevel van de eerste geleding een beslagen, dubbele deur onder een groot, spitsboogvormig bovenlicht, waarin drie met glas-in-lood ingevulde spitsboogramen en een eveneens met glas-in-loodramen ingevuld roosvenster. In de verblendstenen archivolten aan weerszijden pilasters met uit zandsteen gehouwen kapitelen. In de zijgevels van deze torengeleding een diepliggend, afzettend spitsboogvenster met glas-in-lood en afzaat aan de onderdorpel. De tweede geleding met aan de onderzijden een met leien beklede afzaat heeft per gevelveld een groot spitsboogvenster met twee gekoppelde spitsboogramen met glas-in-lood onder een blind cirkelvormig veld. In de derde geleding twee, boven met leien beklede afzaten staande spaarvelden met smalle gevelopeningen en in het bovenste deel diepliggende vensters met de vorm van gedrukte spitsbogen. Vierde torengeleding met in de voorgevel een boven een met leien gedekte afzaat staand, spitsboogvormig spaarveld met twee, eveneens spitsboogvormige galmgaten. In de zijgevels een rondboogvormig spaarveld, waarin twee minder hoge spitsboogvormige galmgaten onder een ronde wijzerplaat. Boven de vierde geleding een balustrade en een sterk gelede, met metaal beklede spits.

Het schip van de kerk heeft in de naar de straat gekeerde symmetrische kopgevel een risalerend ingangsportaal met puntgevel. In het portaal een beslagen, dubbele deur onder een groot, spitsboogvormig, deels zandstenen bovenlicht, waarin met glas-in-lood ingevulde spitsboogramen en een eveneens met glas-in-loodramen ingevuld roosvenster. In de verblendstenen archivolten aan weerszijden pilasters met uit zandsteen gehouwen kapitelen. Puntgevel met schouderstukken, hardstenen deklijsten met hogels, een kruisbloem in de top en onbewerkte zandstenen platen (wimberg) boven een dunne cordonlijst. Aan weerszijden van de met leien gedekte (maasdekking) dakschilden van het portaal een fries van spitsboog spaarveldjes met hardstenenen lijsten. Boven het portaal een groot, afzettend spitsboogvenster met dunne stijlen en traceringen van geprofileerde verblendsteen. Gevelhoeken met door hardstenen pinakels bekroonde lisenen. Terugliggende geveltop met klimmende spitsboogvormige spaarvelden boven een gemetselde balustrade met spitsbogen tussen hardstenen lijsten.

Links van de toren een als doopkapel gebouwde veelzijdige uitbouw onder met leien gedekt, octogonaal spitsdak. Tegen de linker langszijde van de kerk staat een zijbeuk, die door middel van vier gemetselde luchtbogen met het schip verbonden is; de gemetselde luchtbogen met hardstenen deklijsten op de rechte ruggen zijn verbonden met door hardstenen pinakels bekroonde steunberen. Tussen de steunberen twee afzettende spitsboogvensters met onderdorpels van geglazuurde tegels en lisenen aan de tussenliggende muurdammen. In de lessenaardaken van de zijbeuken, tussen de luchtbogen, een houten dakkapelletje met zinken pironnen en geschilderd zandlopermotief in het luik. Tussen de steunberen in de lichtbeuken, per travee drie terugliggende, gekoppelde spitsboogvensters (triplets) onder een overspanningsboog. Gevelbeëindiging in de vorm van een door een rollaag afgedekte lijst van decoratief uitgemetselde baksteen.

Aansluitend op de zijbeuk het noordelijk deel transept met twee hoog in de rechter zijgevel geplaatste spitsboogvensters. De symmetrische kopse kant heeft een ingangsportaal met puntgevel: aan een hardstenen stoepje, een beslagen portaaldeur onder hardstenen kalf en geflankeerd door een verblendstenen pilaster met een uit zandsteen gehouwen kapiteel, spitsboogvormig bovenlicht met drie ronde ramen van zandsteen met een invulling van glas-in-lood. Hardstenen schouders en deklijsten met hogels en gevelbekroning in de vorm van een kruisbloem. Vanaf de gevel schuin naar beneden lopend zadeldak, verbonden met een lessenaardak. In de muurvlakken aan weerszijden van het portaal twee smalle vensters met houten ramen. Boven het portaal drie hoog opgaande spitsboogvensters met zandstenen wisseldorpels, geprofileerde middenstijlen en afzaten van geglazuurde terracotta. Aan weerszijden van de spitsboog van het hogere middenvenster een band van siermetselwerk. Tussen dit deel van de gevel en de geveltop een verspringende cordonlijst van hardsteen. In de geveltop een reeks van vijf klimmende, blinde spitsboogvensters en een luik met zandlopermotief. Op de hoeken een dubbele, verlopende liseen, bekroond door een hardstenen pinakel met hogels en kruisbloem. In beide dakschilden twee dakkapelletjes als die op de kap van het schip.

Tussen transept en koor een kleine, aan de linker zijgevel van het transept bevestigde, vijfzijdige uitbouw onder met smeedijzeren versiering bekroond octogonaal tentdak. Twee vensters hoog in deze gevel van het transept. Tegen de noordelijke langsgevel van het koor een onder lessenaardak staand deel van de zijbeuk, een luchtboog en een veelzijdig volume (de oorspronkelijke Mariakapel) onder octogonaal tentdak, eveneens voorzien van smeedijzeren bekroning. Afzettende vensters in koor en aangebouwde volumes alle tussen lisenen of steunberen en voorzien van onderdorpels van geglazuurde terracotta. In het koor een vijfzijdige absis met hoge, samengestelde spitsboogvensters met natuurstenen wisseldorpel en onderdorpel van geglazuurde tegels. In beide met het transept verbonden koortraveeën een breder venster als die elders in het schip. Tussen de dwars op kerk staande sacristie en het koor een kapel (Jozefkapel), vergelijkbaar met die aan de andere kant van het koor. Dakkapelletjes in de kap van het koor als die elders in de kappen van schip en transept.

De sacristie telt twee bouwlagen met tuitgevel en zadel-/schilddak. In de oostelijke zijgevel per bouwlaag twee, tussen lisenen staande, gekoppelde spitsboogvensters. De onderste vensters met luiken dichtgezet. Symmetrische kopgevel met aan weerszijden van een middenliseen een venster als die in de zijgevel. Cordonlijst tussen beide bouwlagen. Geveltop met smalle vensters in klimmende spaarvelden, schouders en deklijsten van hardsteen. Kortere linker zijgevel, maar met dezelfde detaillering. Beide dakschilden met één dakkapelletje als die op de kappen van schip en transept.

De sacristie is met het zuidelijk transept verbonden door middel van octogonale hoektoren met smalle vensters en octogonale, met leien gedekte en door een smeedijzeren versiering bekroonde spits. De rest van de gevel is identiek aan de kopgevel van het noordelijke transept.

Viering van de kerk bekroond door een boven een met leien beklede onderbouw staande, met koper bekleed, octogonaal vieringstorentje met balustrade en uidak. Zuidelijke langsgevel van schip als de noordelijke langsgevel. Een plat tussenlid verbindt deze gevel met de pastorie.

Gaaf, rijkelijk beschilderd KERKINTERIEUR EN INVENTARIS met veel kerkelijke kunst uit de bouwtijd en de hierop volgende decennia. Ingangsportaal met kruisgewelfjes, terrazzovloer, dubbele paneeldeur met kruisgeheng onder hardstenen kalf en bovenlicht als die boven de ingangsdeuren. Maskerons in de kapitelen van de halfronde pilasters. Een enkele paneeldeur in het inpandige kwartronde muurdeel van de klokkentoren.

Kerkruimte met rechts van het ingansportaal een ruimte die sinds 1960 diende als doopkapel, maar die functie inmiddels heeft verloren. In deze ruimte en in de zijbeuken, kruisgewelven en muurpilasters met bladwerk en maskerons in de kapitelen. Schip met terrazzovloer, de oorspronkelijke kerkbanken, illustratieve en decoratieve muurschilderingen, accenten en details van rode verblendsteen en natuursteen, en door middel van gemetselde bundelpijlers verbonden kruisribgewelven. Tussen de pijlers spitsboogvormige scheibogen naar de zijbeuken, die eveneens zijn voorzien van kruisribgewelven en halve bundelpijlers. Westelijk deel van schip met orgelgalerij boven het ingangsportaal en op hardstenen basementen staande zuilen van gepolijst porfier met zandstenen bladkapitelen rustende scheibogen van een "galilea" met dubbele portaaldeur tussen deels betegelde muren met spitsboogvormige muraalbogen.

Orgelgalerij met een deels met tulpen beschilderd driepasfries in de borstwering.

Twee-klaviers Ademaorgel met door F.W. Mengelberg ontworpen orgelkassen met neo-gotische stijlmotieven, waaronder driepassen en visblaastraceringen en spitsen op de fronttorens. Zwikken van de scheibogen onder de galerijbalustrade onder meer beschilderd met zonnebloemen. In de noordwesthoek van de zijbeuk de Mariakapel, terzijde van een overhoekse, met een insteekmuur verbonden pijler van hardsteen met waterbekken en een, in een eveneens overhoekse travee van de toren geplaatste, dubbele paneeldeur met glas-in-lood binnen de zandstenen traceringen van het spitsboog bovenlicht. Betegelde Mariakapel (oorspronkelijk de doopkapel) met smeedijzeren hek en naar de oorspronkelijke functie van de kapel verwijzende tegeltableaus van een niet met name bekend atelier. Noordelijke zijbeuk met in elke travee een tussen halve bundelpijlers - met gebeeldhouwde kraagstenen aan de boogaanzetten - geklemde kruiswegstatie. Onder de tussen 1903 en 1908 geschilderde staties de oorspronkelijke, met florale motieven bedrukte wandbespanning. Extra zware bundelpijlers op de hoeken van de viering, waarin links een uit hout gesneden doopvont. In het linker transept, aan weerszijden van de zijentree twee getoogde biechtstoeldeuren met glas-in-lood en geheng onder met gesneden hogels en kruisbloemen versierde toppen en spitsbogen met schilderingen in de boogtrommels. Linksachter in het transept een kleine grafkapel met een Christusbeeld boven een gebeeldhouwd altaar uit het atelier Maes, tegeltableaus en een straalgewelf. In de oorspronkelijke Mariakapel tussen grafkapel en koor, enkele niet volledige schilderingen en lege muurvlakken, boven een kleurrijke tegellambrisering. Gebeeldhouwd altaar uit het atelier van Maes en vóór het altaar een kleurrijk mozaïek van Italiaans marmer. Koor met in 1968 vernieuwd en verhoogd altaarpodium. Tegen de absiswand het oorspronkelijke, uit zandsteen gehouwen neo-gotisch altaar uit het atelier van Maes, met tussen de marmeren kolommen van de altaartombe het Lam Gods en offerscenes.

Daarboven onder meer evangelistensymbolen, Calvarie en Laatste Avondmaal in een architectonische setting met baldakijnen, pinakels en fialetorentjes. Vóór het altaar een kleurrijk, door Hooggreef vervaardigd marmermozaïek met gevleugelde ringen, de tekens van de dierenriem, de maanstanden en symbolen voor de vier windstreken en vier werelddelen. Aan weerszijden hiervan een latijnse bijbeltekst. De glas-in-lood ramen in de absis verbeelden de sacramenten en zijn afkomstig uit het atelier van F. Nicolas en Zonen. Rechts van het koor de met de Mariakapel vergelijkbare Sint Jozefkapel met aan de wanden diverse scenes uit het leven van Jozef, een uit zandsteen gebeeldhouwd altaar (atelier Maes) en glas-in-lood uit het atelier van Nicolas. Aan weerszijden van de transeptdeuren staande biechthokjes met snijwerk rondom de deuren, vergelijkbaar met de detaillering van de biechthokjes in het noordelijke transept.

Oostelijke wand met boven het Heilige Hartaltaar en de bijbehorende, ingebouwde reliekkast een beeld van het Heilige Hart en diverse geschilderde scenes.

Tegeltableaus op het onderste deel van deze wand, aan weerszijden van het altaar. Zuidelijke zijbeuk vergelijkbaar met de noordelijke. Tussen de triplets in de lichtbeuken en de scheibogen tussen schip en zijbeuken schijntriforia met decoratieve en illustratieve schilderingen in de reeksen blinde spitsbogen. Op dezelfde hoogte in de transepten staan bifora onder de tweelichtsvensters. Aan de scheibogen en de knopen van de gewelven hangen de veertien oorspronkelijke, koperen verlichtingsarmaturen. Aan de rechter pijler van de viering een preekstoel met gebeeldhouwde neo-gotische kuip.

Links aan de voorzijde van het kerkgebouw staan nog de oorspronkelijke smeedijzeren toegangshekken tussen gemetselde hekpijlers met hardstenen ezelsruggen. Ook delen van het hek rechts daarvan en de gemetselde erfscheiding met ezelsrug en pijlertjes met hardstenen koppen zijn nog grotendeels aanwezig. Het gebogen smeedijzeren hek rondom de oude doopkapel verkeert in slechte staat.

Waardering

- De kerk is cultuurhistorisch van algemeen belang als een bijzondere, representatieve uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling en als dragend onderdeel van een kerkelijk complex.

- Het gebouw is architectuurhistorisch van algemeen belang als een laat, maar gaaf en stijlzuiver voorbeeld van neo-gotische kerkelijke bouwkunst, vanwege de bijzondere ornamentiek, vanwege het materiaalgebruik en vanwege de architectonische samenhang tussen het exterieur en het interieur. De architectuurhistorische waarde wordt benadrukt door de nog aanwezige negentiende eeuwse en vroeg-twintigste eeuwse kunstwerken, die een stilistische eenheid vormen met de architectuur.

- De kerk heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de bijzondere betekenis voor het aanzien van het dorp, vanwege de situering en vanwege de bijzondere functionele en visuele samenhang tussen de kerk, de pastorie en het klooster.

- Het kerkgebouw is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Situated in the built-up area of Lisse, an ecclesiastical complex consisting of a Roman Catholic CHURCH with associated presbytery and convent building. The Sint Agathakerk was built in the years 1902-1903 to a design by architect J.H.H. van Groenendael, a pupil of Pierre J.H. Cuypers. The "Cathedral of the Bulb Region", erected in Neo-Gothic style and 60 metres long, is of the type of cross basilica. The tower spire was shortened in 1929 and replaced by a Neo-Baroque superstructure, designed by Jos Cuypers. This architect also designed the bellcote tower, which was replaced in the same year and built in the same baroque manner. The interior is noteworthy for the richness of its artwork and its integrity. The largely 1908-dated stained glass windows, including those in the choir (apse), come from the workshop of F. Nicolas and Sons in Roermond. The glass in the transept windows was made in 1951 by the firm Dullaert in Leiden. Other, later inserted glass dates from 1953 and 1960. The carved altars were made by Haarlem sculptor J.P. Maes. The paintings are by the brothers Jan and Kees Dunselman. Jan was responsible for the Stations of the Cross painted on canvas, Kees made the various wall paintings executed al secco. The twelve copper light fixtures come from the Utrecht workshop Brom, the mosaics in front of the altars are by Amsterdammer A.J. Hooggreef. The wooden baptismal font was not specially made for this church building. It probably comes from the Veneman workshop (Den Bosch) and dates from around 1850. The 1913-dated Adema organ is a two-manual instrument with Neo-Gothic cases, which were made by the workshop Gebr. Fransen in Roermond, to a design by Utrecht sculptor F.W. Mengelberg. The altar platform in front of the original altar dates from 1968.

Description

Church building with a ground plan that is essentially cross-shaped and provided with a gabled roof (nave), a gabled roof (transept), tent roofs (chapels) and lean-to roofs (side aisles), which are covered with slates (Meuse-bond). The building's facades are constructed of clean brickwork and are enlivened by accents and details of yellow brick, facing brick and natural stone. All windows are provided with stained glass frames. The bell tower is constructed of the same materials.

This tower, standing at the left front of the nave, erected from a hexagonal ground plan, has four, progressively narrowing upwards, storeys of brickwork and a metal-clad tower spire: in the gable facing the street of the first storey a brass-reinforced, double door under a large, pointed-arch fanlight, in which three pointed-arch windows filled with stained glass and a likewise stained glass-filled rose window. In the facing brick archivolts on either side pilasters with capitals carved from sandstone. In the side gables of this tower storey a recessed, ornamental pointed-arch window with stained glass and underpainting on the window sill. The second storey with a slate-clad underpainting at the bottom has per gable panel a large pointed-arch window with two coupled pointed-arch windows with stained glass under a blind circular field. In the third storey two, above with slates clad underpaintings standing spandrels with narrow gable openings and in the upper part recessed windows with the form of compressed pointed arches. Fourth tower storey with in the front gable a pointed-arch spandrel standing above a slate-covered underpainting with two, likewise pointed-arch-shaped sound holes. In the side gables a round-arch-shaped spandrel, in which two lower pointed-arch-shaped sound holes under a round clock face. Above the fourth storey a balustrade and a strongly articulated, metal-clad spire.

The nave of the church has in the symmetrical gable facing the street a projecting entrance portal with pointed gable. In the portal a brass-reinforced, double door under a large, pointed-arch, partly sandstone fanlight, in which pointed-arch windows filled with stained glass and a likewise stained glass-filled rose window. In the facing brick archivolts on either side pilasters with capitals carved from sandstone. Pointed gable with shoulders, hardstone cornice strips with water-spouts, a cross-flower in the apex and unworked sandstone plaques (wimberg) above a thin cordon moulding. On either side of the slate-covered (Meuse-bond) roof slopes of the portal a frieze of pointed-arch spandrels with hardstone strips. Above the portal a large, ornamental pointed-arch window with thin mullions and tracery of profiled facing brick. Gable corners with buttresses crowned by hardstone pinacles. Recessed gable top with ascending pointed-arch-shaped spandrels above a brick balustrade with pointed arches between hardstone strips.

To the left of the tower a polygonal extension built as a baptismal chapel under a slate-covered, octagonal pointed roof. Against the left long side of the church stands a side aisle, which is connected to the nave by means of four brick flying arches; the brick flying arches with hardstone cornice strips on the straight backs are connected with buttresses crowned by hardstone pinacles. Between the buttresses two ornamental pointed-arch windows with window sills of glazed tiles and strips on the intermediate wall sections. In the lean-to roofs of the side aisles, between the flying arches, a wooden roof lantern with zinc pommels and painted hourglass motif in the shutter. Between the buttresses in the light aisles, per bay three recessed, coupled pointed-arch windows (triplets) under a spanning arch. Gable termination in the form of a list of decoratively laid brickwork covered by a roller course.

Adjacent to the side aisle the northern part of the transept with two high pointed-arch windows placed in the right side gable. The symmetrical gable end has an entrance portal with pointed gable: at a hardstone step, a brass-reinforced portal door under hardstone calf and flanked by a facing brick pilaster with a capital carved from sandstone, pointed-arch fanlight with three round windows of sandstone with stained glass infill. Hardstone shoulders and cornice strips with water-spouts and gable cresting in the form of a cross-flower. From the gable sloping downwards diagonally a gabled roof, connected with a lean-to roof. In the wall sections on either side of the portal two narrow windows with wooden frames. Above the portal three tall pointed-arch windows with sandstone alternating window sills, profiled centre mullions and underpaintings of glazed terracotta. On either side of the arch of the higher middle window a band of decorative brickwork. Between this part of the gable and the gable top a recessed hardstone cordon moulding. In the gable top a series of five ascending, blind pointed-arch windows and a shutter with hourglass motif. On the corners a double, tapering strip, crowned by a hardstone pinacle with water-spouts and cross-flower. In both roof slopes two roof lanterns as those on the roof of the nave.

Between transept and choir a small, five-sided extension attached to the left side gable of the transept under an octagonal tent roof crowned with wrought-iron ornament. Two windows high in this gable of the transept. Against the northern long gable of the choir a part of the side aisle standing under a lean-to roof, a flying arch and a polygonal volume (the original Maria chapel) under octagonal tent roof, likewise provided with wrought-iron cresting. Ornamental windows in choir and attached volumes all between strips or buttresses and provided with window sills of glazed terracotta. In the choir a five-sided apse with tall, composite pointed-arch windows with natural stone alternating window sill and underpainting of glazed tiles. In both choir bays connected with the transept a broader window as those elsewhere in the nave. Between the sacristy standing crosswise to the church and the choir a chapel (Joseph chapel), comparable to the one on the other side of the choir. Roof lanterns in the roof of the choir as those elsewhere in the roofs of nave and transept.

The sacristy has two storeys with a spout gable and gabled roof. In the eastern side gable per storey two, standing between strips, coupled pointed-arch windows. The lower windows with shutters closed off. Symmetrical gable end with on either side of a centre strip a window as those in the side gable. Cordon moulding between both storeys. Gable top with narrow windows in ascending spandrels, shoulders and cornice strips of hardstone. Shorter left side gable, but with the same detailing. Both roof slopes with one roof lantern as those on the roofs of nave and transept.

The sacristy is connected to the southern transept by means of octagonal corner towers with narrow windows and octagonal, slate-covered spires crowned by a wrought-iron ornament. The rest of the gable is identical to the gable end of the northern transept.

Choir vaulting of the church crowned by above an understructure covered with slates standing, copper-clad, octagonal bellcote tower with balustrade and roof. Southern long gable of nave as the northern long gable. A flat intermediate section connects this gable with the presbytery.

Intact, richly painted CHURCH INTERIOR AND FURNISHINGS with much ecclesiastical art from the building period and the following decades. Entrance portal with cross vaults, terrazzo floor, double panel door with cross hinges under hardstone calf and fanlight as those above the entrance doors. Mascarons in the capitals of the half-round pilasters. A single panel door in the embedded quarter-round wall section of the bell tower.

Church space with to the right of the entrance portal a room which since 1960 served as a baptismal chapel, but has since lost that function. In this room and in the side aisles, cross vaults and wall pilasters with foliage and mascarons in the capitals. Nave with terrazzo floor, the original church benches, illustrative and decorative wall paintings, accents and details of red facing brick and natural stone, and cross-rib vaults connected by means of brick composite piers. Between the piers pointed-arch-shaped dividing arches to the side aisles, which are likewise provided with cross-rib vaults and half composite piers. Western part of nave with organ gallery above the entrance portal and on hardstone bases standing columns of polished porphyry with sandstone leaf capitals resting dividing arches of a "galilee" with double portal door between partly tiled walls with pointed-arch wall arches.

Organ gallery with a partly with tulips painted triforium frieze in the parapet.

Two-manual Adema organ with organ cases designed by F.W. Mengelberg with neo-gothic style motifs, including trifoliums and fish-bladder traceries and spires on the front towers. Pendentives of the dividing arches below the gallery balustrade painted among other things with sunflowers. In the north-west corner of the side aisle the Maria chapel, beside a corner-placed, hardstone pilaster connected with an insert wall with water basins and a, placed in likewise corner-placed bay of the tower, double panel door with stained glass within the sandstone traceries of the pointed-arch fanlight. Tiled Maria chapel (originally the baptismal chapel) with wrought-iron grille and tile tableaus referring to the original function of the chapel by an atelier not known by name. Northern side aisle with in each bay a Station of the Cross wedged between half composite piers - with carved corbels at the arch springing points. Below the stations painted between 1903 and 1908 the original, with floral motifs printed wall covering. Extra heavy composite piers on the corners of the choir, in which on the left a baptismal font carved from wood. In the left transept, on either side of the side entrance two arched confessional doors with stained glass and hinges under tops and pointed arches decorated with carved water-spouts and cross-flowers and paintings in the arch drums. Back left in the transept a small burial chapel with a Christ figure above a carved altar from the Maes workshop, tile tableaus and a radiating vault. In the original Maria chapel between burial chapel and choir, some incomplete paintings and empty wall sections, above a colourful tile wainscoting. Carved altar from the Maes workshop and in front of the altar a colourful mosaic of Italian marble. Choir with in 1968 renewed and raised altar platform. Against the apse wall the original, carved from sandstone neo-gothic altar from the Maes workshop, with between the marble columns of the altar tomb the Lamb of God and offering scenes.

Above all among others evangelist symbols, Calvary and Last Supper in an architectural setting with baldachins, pinacles and fialet towers. In front of the altar a colourful, by Hooggreef made marble mosaic with winged rings, the signs of the zodiac, the moon phases and symbols for the four winds and four continents. On either side thereof a Latin biblical text. The stained glass windows in the apse depict the sacraments and come from the workshop of F. Nicolas and Sons. To the right of the choir the Saint Joseph chapel comparable to the Maria chapel with on the walls diverse scenes from the life of Joseph, a carved from sandstone altar (Maes workshop) and stained glass from the Nicolas workshop. On either side of the transept doors standing confession boxes with carved work around the doors, comparable to the detailing of the confession boxes in the northern transept.

Eastern wall with above the Sacred Heart altar and the associated, built-in relic case an image of the Sacred Heart and diverse painted scenes.

Tile tableaus on the lower part of this wall, on either side of the altar. Southern side aisle comparable to the northern. Between the triplets in the light aisles and the dividing arches between nave and side aisles triforiums with decorative and illustrative paintings in the series of blind pointed arches. At the same height in the transepts stand two-light openings below the two-light windows. From the dividing arches and the knots of the vaults hang the fourteen original, copper light fixtures. At the right pillar of the choir a pulpit with carved neo-gothic bowl.

To the left at the front of the church building the original wrought-iron entrance gates still stand between brick gate piers with hardstone mouldings. Also parts of the gate to the right thereof and the brick boundary fence with moulding and small piers with hardstone capitals are still largely present. The curved wrought-iron fence around the old baptismal chapel is in poor condition.

Valuation

- The church is of general cultural-historical significance as a remarkable, representative expression of a spiritual development and as a principal component of an ecclesiastical complex.

- The building is of general architectural-historical significance as a late, but intact and stylistically pure example of neo-gothic ecclesiastical architecture, because of the exceptional ornamentation, because of the material use and because of the architectural coherence between the exterior and the interior. The architectural-historical value is emphasized by the still-present nineteenth-century and early twentieth-century artworks, which form a stylistic unity with the architecture.

- The church has urban planning and ensemble value because of the special significance for the appearance of the village, because of its siting and because of the special functional and visual coherence between the church, the presbytery and the convent.

- The church building is also important because of its recognizability and the great degree of integrity of the exterior and the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map