TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Koloniehuis St. Joseph

Egmond aan Zee, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Herstellingsoord
Category
onroerend gebouwd
Built
1925 - 1930
Address
Dr Wiardi Beckmanlaan 4, 1931 BW Egmond aan Zee (Bergen (NH) 27)
Place
Egmond aan Zee
Municipality
Bergen (NH)
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.62193, 4.62965
Monument number
515974

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1936 map "Provincie Noordholland waterstaatkundig" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

(Voormalig) KOLONIEHUIS "Sint Joseph" met bijbehorende HEKPIJLERS uit 1925, gebouwd naar ontwerp van N. Molenaar in expressionistische stijl met kenmerken van de Late Amsterdamse School. In 1930 is het koloniegebouw aan de achterzijde uitgebreid met een kapel in meer traditionalistische trant. In 1938 zijn door Molenaar aan de voor- en zijgevels in aangepaste stijl getrapte steunberen aangebracht ter versterking van de fundering.

Het koloniehuis is gebouwd in opdracht van de rooms-katholieke Vereeniging voor Kindervacantie & Herstellingsoorden te Egmond aan Zee.

Het koloniehuis is gesitueerd aan de noordkant van het dorp Egmond aan Zee, op de rand van het duingebied; de voorgevel van het gebouw is op het zuiden georiënteerd en ligt in de as van de Prins Hendrikstraat. De twee hekpijlers staan op circa 100 meter afstand recht voor de hoofdingang.

Omschrijving

Het koloniehuis staat op een hoge plint en bezit in hoofdlijnen een T-vormig grondplan. Het voorste gedeelte heeft van oorsprong een E-vormige plattegrond en telt drie bouwlagen boven een souterrain. Boven de voorste bouwmassa (de lange poot van de E) een samengesteld zadeldak met rode pannen. Van de achtergelegen drie dwarsvleugels hebben de buitenste twee een plat dak. De middelste wordt gedekt door een zadeldak en bezit enkele kleinere aanbouwen. Zowel in voor- als zijgevels zijn muurankers zichtbaar.

In het verlengde van de middelste uitbouw een noord-zuid georiënteerd vleugel van twee bouwlagen met op de verdieping de voormalige kapel. Boven deze vleugel drie achtereenvolgende in hoogte en lengte verschillende zadeldaken met rode pannen gedekt. Op de middelste staat een gemetseld klokkestoeltje en op de nok van de kapel twee kleine ventilatie-elementen onder zadeldakjes.

De voorgevel (Z) van het koloniehuis is geheel symmetrisch opgebouwd en wordt geleed door een smal middenrisaliet en brede hoekrisalieten. De middenrisaliet eindigt in een puntgevel onder een steekkap in het hoofddak, boven de hoekrisalieten springt het dakschild iets naar voren. Op de hoeken van voor- en zijgevels en tussen de vensters op de begane grond bevinden zich forse getrapte schuin gemetselde steunberen. De gevelopeningen zijn voorzien van strekken en forse kozijnen.

In de middenrisaliet één vensteras met op de begane grond de hoofdentree welke bestaat uit een dubbele deur onder een horizontaal drieruits bovenlicht. De luifel boven de deur wordt ondersteund door twee kolommen die rusten op bakstenen muurtjes, welke in kwartronde vorm naar buiten buigen. Een kleine gevelsteen achter de rechter kolom vermeld het bouwjaar van het koloniehuis. Rechts boven de entree bevindt zich een gepleisterde latei en loodrecht daarop een gepleisterde liseen tot onder het drieruits zoldervenster. Aan weerszijden van de liseen op de verdiepingen twee maal twee laddervensters van elk vijf uitzetramen. De hoekrisalieten tellen elk twee vensterassen met op de verdiepingen drieledige vensters met bovenlichten en op de begane grond brede tweeruits vensters onder een latei en daarboven een kleiner drieruits bovenlicht. In het dakschild boven de hoekrisalieten dakkapellen met elk twee stolpramen onder plat dak met overstek. In de smalle geveldelen tussen de risalieten beganegronds een venster met smal bovenlicht en op de verdiepingen een vierkant venster onder een klein tweeruits venster. In het dakschild twee kleine dakkapellen met stolpramen onder plat dak.

De zijgevels van het oorspronkelijke koloniehuisgedeelte (W en O) zijn nagenoeg blind met uitzondering van een stolpraam van de zolder in de topgevel. In de plat afgedekte uitbouwen eenvoudige horizontale en vertikale georiënteerde kleine vensters per bouwlaag.

Het kapelgedeelte met de eronder gelegen voormalige keukenafdeling is noord-zuidgericht, de zijgevels zijn door lisenen verdeeld in acht traveeën. In de oostgevel op de begane grond merendeels grote rechthoekige en vierkante vensterpartijen met kruiskozijnen. Op de verdieping zeven maal per drie gekoppelde keperboogvormige vensters met glas-in-loodramen van de voormalige kapel en bijbehorende presbyterium. Uiterst rechts de sacristie met drie gekoppelde vensters onder gedrukte spitsbogen. Rechts van het midden een kleine vierkante plat afgedekte uitbouw met hoeklisenen over twee bouwlagen. In de westgevel op de begane grond een éénlaagse plat afgedekte aanbouw en in de verdieping dezelfde vensters als in de oostgevel.

De achtergevel (N) bezit ter hoogte van de verdieping een venster onder rondboog en in de geveltop twee gekoppelde soortgelijke vensters. De vensterboogjes zijn voorzien van aanzetstenen.

In het interieur van het voormalige kinderkoloniehuis is uit de bouwtijd een lambrizering met een serie tegeltableau's in gang en trapportaal bewaard gebleven. De gekleurde tegels laten diverse kinderspelen zien en zijn gevat in blauwgroene kaderrand.

De HEKPIJLERS bestaan uit twee maal twee bakstenen kolommen, waarvan de middelste circa 3.00 m hoog zijn en de buitenste circa 1.90 m. De pijlers worden met elkaar verbonden door lage gemetselde bloembakken. De hoogste pijlers hebben een kruisvormige plattegrond, de kleinere een vierkante. Alle pijlers worden afgedekt met een natuurstenen afdekplaat (van boven gezien een diamantkop); de hogere hebben op circa 1.90 m nog een aanzet van een dergelijke afdekking aan voor-en zijzijde van de pijler. Bij de lagere is eenzelfde afwerking te zien op circa 1.50 m hoogte.

Aan de rechterzijde loopt het lage muurwerk nog enkele meters door.

Waardering

Het uit 1925/1930 daterende koloniehuis "St. Joseph" met bijbehorende hekpijlers is van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een kinderkoloniehuis aan de Noordzeekust in de karakteristieke baksteenarchitectuur uit het Interbellum naar ontwerp van N. Molenaar. Het gebouw heeft situationele waarde vanwege de beeldbepalende, met de oorspronkelijke functie samenhangende ligging aan de rand van de duinen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

(Former) COLONY HOUSE "Sint Joseph" with associated GATE PIERS from 1925, built to the design of N. Molenaar in expressionist style with characteristics of the Late Amsterdam School. In 1930 the colony building was extended at the rear with a chapel in a more traditionalist manner. In 1938 Molenaar added stepped buttresses to the front and side facades in adapted style to strengthen the foundations.

The colony house was built on commission of the Roman Catholic Association for Children's Holidays & Convalescent Homes in Egmond aan Zee.

The colony house is situated on the north side of the village of Egmond aan Zee, on the edge of the dune area; the front facade of the building faces south and lies on the axis of the Prins Hendrikstraat. The two gate piers stand at approximately 100 metres distance directly in front of the main entrance.

Description

The colony house stands on a high plinth and has in its main lines a T-shaped ground plan. The front part originally has an E-shaped layout and comprises three storeys above a basement. Above the front mass (the long arm of the E) a composite gabled roof with red tiles. Of the three rear transverse wings the two outer ones have a flat roof. The middle one is covered by a gabled roof and has some smaller extensions. Wall anchors are visible in both front and side facades.

In line with the middle extension a north-south oriented wing of two storeys with the former chapel on the upper floor. Above this wing three successive gabled roofs of different height and length covered with red tiles. On the middle one stands a brick belfry and on the ridge of the chapel two small ventilation elements under small gabled roofs.

The front facade (S) of the colony house is entirely symmetrically arranged and is articulated by a narrow central projection and broad corner projections. The central projection ends in a pointed gable below a roof insert in the main roof, above the corner projections the roof panel steps slightly forward. On the corners of the front and side facades and between the windows on the ground floor are robust stepped obliquely mortared buttresses. The openings in the facade are provided with lintels and substantial frames.

In the central projection one window axis with on the ground floor the main entrance which consists of a double door below a horizontal three-pane fanlight. The canopy above the door is supported by two columns resting on brick walls, which bulge outward in a quarter-round form. A small facade stone behind the right column notes the construction year of the colony house. Above the entrance on the right is a plastered lintel and perpendicular to it a plastered pilaster strip extending to below the three-pane attic window. On either side of the pilaster strip on the upper floors two times two ladder windows of each five casements. The corner projections each contain two window axes with on the upper floors three-part windows with fanlights and on the ground floor broad two-pane windows below a lintel and above a smaller three-pane fanlight. In the roof panel above the corner projections roof dormers each with two roof windows below a flat roof with overhang. In the narrow facade sections between the projections on the ground floor a window with narrow fanlight and on the upper floors a square window below a small two-pane window. In the roof panel two small roof dormers with roof windows below a flat roof.

The side facades of the original colony house section (W and O) are nearly blind with the exception of a roof window of the attic in the gable end. In the flatly covered extensions simple horizontally and vertically oriented small windows per storey.

The chapel section with the former kitchen section below it is oriented north-south, the side facades are divided by pilasters into eight bays. In the east facade on the ground floor mostly large rectangular and square window sections with cross windows. On the upper floor seven times three coupled chevron arch-shaped windows with leaded glass windows of the former chapel and associated presbytery. At the far right the sacristy with three coupled windows under depressed pointed arches. To the right of centre a small square flat-covered extension with corner pilasters spanning two storeys. In the west facade on the ground floor a one-storey flat-covered extension and on the upper floor the same windows as in the east facade.

The rear facade (N) at the level of the upper floor has a window below a round arch and in the gable end two coupled similar windows. The window arches are provided with setting stones.

In the interior of the former children's colony house, from the time of construction a wainscoting with a series of tile panels in the corridor and staircase hall has been preserved. The coloured tiles show various children's games and are framed in a blue-green border.

The GATE PIERS consist of two times two brick columns, of which the middle ones are approximately 3.00 m high and the outer ones approximately 1.90 m. The piers are connected to each other by low mortared planter boxes. The highest piers have a cross-shaped ground plan, the smaller ones a square one. All piers are topped with a natural stone cover plate (seen from above a diamond head); the higher ones have at approximately 1.90 m a setting of such a cover on the front and side of the pier. With the lower ones a similar finish is visible at approximately 1.50 m height.

On the right side the low masonry continues for several metres.

Valuation

The colony house "St. Joseph" dating from 1925/1930 with associated gate piers is of general importance because of its architectural and cultural-historical value as an example of a children's colony house on the North Sea coast in the characteristic brickwork architecture of the Interwar period to the design of N. Molenaar. The building has situational value because of the visually distinctive location on the edge of the dunes connected to its original function.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map