Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bethelkerk
Urk, Flevoland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1885
- Address
- Wijk 3 3, 8321 EW Urk
- Place
- Urk
- Province
- Flevoland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.66137, 5.59517
- Monument number
- 515906
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De met de voorgevel op het noorden (Wilhelminaplein) georiënteerde, gereformeerde KERK (Bethelkerk) is gebouwd in 1885 als vervanger van en op de plaats van haar voorganger die van 1851 dateerde. Van het eerste, in 1885 afgebroken kerkgebouw is nog het in 1867 aangebouwde gedeelte met consistorie en dakruiter met luidklok aanwezig. Het huidige gebouw verrees in een enigszins eclectische, aan de neogotiek verwante bouwstijl die karakteristiek is voor veel laat negentiende-eeuwse architectuur. Het eenbeukige godshuis is van het type zaalkerk en heeft geen toren. Het interieur en de inventaris van het als de Bethelkerk bekende gebouw zijn voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Door een inwendige verbouwing in 1950-1951 werd de indeling van het gedeelte uit 1867 veranderd en kreeg het schoollokaal hierin de functie van vergaderzaal. Ook het voorportaal achter de hoofdingang en de plaatsing van de kerkbanken zijn toen gewijzigd. In 1981 vond restauratie en renovatie van de kerk plaats, waarbij de warmte-ïsolatie en de sanitaire voorzieningen werden verbeterd, de kleine vensterkozijnen in de voorgevel werden vervangen, de kap met asfalt-shingles werd gedekt en de zuidelijke uitbouw van nieuwe pannen werd voorzien. De loden bekleding van het torenvierkant werd net als de leien hierboven eveneens vernieuwd. De lage aanbouw aan de zuidwest zijde is een toevoeging en valt buiten de bescherming.
Van groot belang is het nog in grotendeels oorspronkelijke staat verkerende interieur met belangrijke delen van de inventaris.
De bescherming betreft zowel het kerkgebouw met bijbehorend 19de-eeuwse interieur en inventaris, de van 1867 daterende aanbouw en de orgelkas, het historische pijpwerk en de windladen.
Omschrijving
Het kerkgebouw is vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken in schone baksteen (staand verband) met accenten van grijze steen en geel geschilderde details van zandsteen. Het gebouw staat onder een met zwarte sneldekpannen gedekt zadeldak. De symmetrische kopgevel is een uit drie geledingen bestaande tuitgevel. Deze bevat drie identieke, rechtgesloten entrees met opgeklampte, beslagen dubbele deuren binnen een eenvoudige omlijsting. Boven de buitenste entrees staan reeksen van drie eveneens rechtgesloten venstertjes onder rollaag met aan weerszijden een fries van muizetand. Centraal in de gevel staat een ijzeren rondlicht met kruisstenen. Het venster is ingevuld met deels gebrandschilderd (zes glazen) glas-in-lood en staat tussen een fries met muizetand. De gevel is voorzien van hoeklisenen met ezelsrug, waarop de zandstenen kraagstukken van de schouders rusten. De randen van de geveltop worden verlevendigd door klimmende reeksen uitgemetselde kruisen, rollagen en gevelbeëindigingen in de vorm van een deklijst met ezelsrug. De zes traveeën tellende zijgevels zijn identiek. Ze zijn voorzien van gietijzeren spitsboogvensters met gepleisterde aanzet- en sluitstenen, vorktraceringen en ronde tuimelraampjes. Ze staan tussen lisenen met halve ezelsruggen van grijze steen. Onder de vensters bevinden zich ronde, dichtgemetselde ventilatieopeningen en doorgetrokken onderdorpels van grijze steen en muizetand friezen, die eveneens te vinden zijn aan weerszijden van de boogaanzetten van de vensters. De brede gevelranden worden verlevendigd door lagen uitgemetselde, decoratieve steensverbanden. Het aanzien van de achterzijde van de kerk wordt voor een belangrijk deel bepaald door de van 1867 daterende uitbouw. De achtergevel van het hoofdvolume is aan weerszijden van de uitbouw voorzien van een venster als die in de zijgevel. De top van de gevel is vergelijkbaar met die van de voorgevel, op een onder de tuit geplaatst, getoogd gietijzeren venstertje na. De gevelrand is voorzien van gepleisterde invullingen tussen de uitgemetselde randen en wordt beëindigd door een geraapte ezelsrug. De oudere, vijfzijdige uitbouw heeft twee bouwlagen onder een kap die is gedekt met gesmoorde, verbeterde en opnieuw verbeterde hollandse pannen. De symmetrische achterzijde is gewijzigd op de begane grond en voorzien van afgesnoten hoeken, lisenen en drie diepliggende, gietijzeren spitboogvensters met vorktraceringen. Op de verdieping bevinden zich drie smallere spitsboogvensters. Een dergelijk venster bevindt zich tevens in de afgesnoten hoeken, die door middel van driehoekige verklimmingen zijn verbonden met de hoeken van de begane grond. De oostelijke gevel is links voorzien van een entreepartij met een opgeklampte, getoogde dubbele deur met hangwerk en een bovenlicht met roedenverdeling en kroonlijst op korbeeltjes. Rechts van de entree is de onderste bouwlaag gepleisterd. Rechts van de eerste liseen is ze voorzien van twee ijzeren spitsboogvensters met roeden en vorktraceringen. Rechts van de tweede liseen staat één spitsboogvenster. Op de verdieping, tussen de beide lisenen staan twee keer twee spitsboogvensters. Een enkel venster staat tussen de rechter liseen en het hoofdvolume van de kerk. De dakgoot rust op een uitgemetselde gevelrand. Het vierkante klokkentorentje (dakruiter) met octogonale spits heeft een vierkante, met zinken schaliën en lood beklede onderbouw, alsmede galmgaten met driepas openingen onder een verlopende geprofileerde lijst. De steile spits is gedekt met zinken roeven en wordt bekroond door een weerhaan en een windvaan. In de zuidwestelijke binnenhoek staat een recente aanbouw onder schilddak.
Het eenbeukige inwendige van de kerk verkeert voor een belangrijk deel nog in oorspronkelijke staat. De kapconstructie wordt aan het oog onttrokken door een grotendeels gewelfd plafond. Het hoge middendeel van dit in zes compartimenten verdeelde houten plafond is segmentboogvormig. De lagere, platte zijkanten rusten op gesneden, aan halfkolommen met kapitelen bevestigde korbelen en liggen onder rechtstandige wandvlakken, waarin versierde ijzeren roosters zijn geplaatst. Deze wanden zijn met elkaar verbonden door trekstangen, die aan weerszijden zijn voorzien van doorhangende sierstijlen en gietijzeren wandbevestigingen.
De trekstangen zijn door middel van stangen verbonden met de snijpunten van de middengraat (langsrib) en de smalle gewelfribben. Aan de middelste van de trekstangen hangt een model van een Urker vissersboot. De kerk is aan de noord-, oost- en westkant voorzien van galerijen met houten balustrades, die zijn voorzien van panelen met geprofileerde randen en een eveneens geprofileerde onderlijst. De galerijen rusten op gietijzeren zuiltjes met kapitelen; vijf aan de lange zijden en twee aan de korte noordzijde. Tegen het midden van de zuidelijke binnenmuur van de kerkruimte staan de preekstoel en het kerkorgel met waarschijnlijk halverwege de negentiende eeuw vervaardigde orgelkas. Tweeklaviers mechanisch orgel, gemaakt door A. Meere in 1792, uitgebreid en in Urk geplaatst door M. Vermeulen in 1910. Alleen de orgelkas, het historische pijpwerk en de windladen vallen onder de bescherming. De originele, in een liggende ellipsboogvormige nis staande, in 1885 voor de kerk vervaardigde preekstoel staat op een vierkante kolom. De vijfzijdige kuip met ronde hoekkolommen en een deur is aan beide zijden bereikbaar via een trap. Het zware, geprofileerde baldakijn vormt tevens de frontvoet van het in 1910 geplaatste, van elders afkomstige orgel. Het zevenledige orgelfront rust tevens op twee zware, houten consoles met bladmotieven. Het orgel is voorzien van met muziekinstrumenten versierde vleugelstukken en een verspringend orgeldak met zwaar geprofileerde kappen op de zeven fronttorens. Deze worden bekroond door musicerende engelen. De centrale toren is voorzien van een harp spelende Koning David. In de muren aan weerszijden van de preekstoel staat een omlijste deur. Midden voor de preekstoel staat een in uit 1851 daterend doophek met katheder. De oorspronkelijke ruimteïndeling in de van 1867 daterende uitbouw van de kerk is met de verbouwing in 1950-1951 gewijzigd. De kerkbanken zijn in dat zelfde jaar vervangen en ook de opstelling ervan is toen veranderd, evenals het ingangsportaal en de ruimtes aan weerszijden. Waardering
Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde.
- Het markante kerkgebouw heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van het geestelijk leven van de Urker bevolking in de negentiende eeuw.
- De kerk is van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving en de aanwezigheid van een belangrijk deel van het oorspronkelijke interieur.
- De kerk heeft grote stedenbouwkundige waarde als een belangrijk, beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan het Wilhelminaplein.
- De kerk is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The reformed CHURCH (Bethelkerk), with its front facade oriented to the north (Wilhelminaplein), was built in 1885 as a replacement for and on the site of its predecessor which dated from 1851. From the first church building, demolished in 1885, the section built in 1867 with a vestry and roof turret with bell remains. The present building was constructed in a somewhat eclectic architectural style related to neo-Gothic, which is characteristic of much late nineteenth-century architecture. The single-aisle place of worship is of the hall church type and has no tower. The interior and furnishings of the building known as the Bethelkerk have been largely preserved in their original state. An internal renovation in 1950-1951 altered the layout of the section from 1867, and the schoolroom within was converted to serve as a meeting room. The entrance vestibule behind the main entrance and the arrangement of the church benches were also changed at that time. In 1981, restoration and renovation of the church took place, during which the thermal insulation and sanitary facilities were improved, the small window frames in the front facade were replaced, the roof was covered with asphalt shingles and the southern extension was provided with new tiles. The lead cladding of the tower base was renewed as well as the slate above it. The low extension on the south-west side is an addition and falls outside the protected area.
Of great importance is the interior, which remains in largely original condition, with significant parts of the furnishings.
The protection concerns both the church building with its associated 19th-century interior and furnishings, the extension dating from 1867 and the organ case, the historical pipework and the wind chests.
Description
The church building is constructed from a rectangular floor plan in fair-faced brickwork (running bond) with accents of grey stone and yellow-painted details of sandstone. The building stands under a gabled roof covered with black pantiles. The symmetrical spout gable consists of three articulated sections. It contains three identical, straight-headed entrances with attached, reinforced double doors within a simple surround. Above the outer entrances are sequences of three equally straight-headed small windows under a roll moulding with a cable moulding frieze on both sides. Centrally in the facade is an iron rose window with cross stones. The window is filled with partly stained glass-in-lead (six panes) and stands between a cable moulding frieze. The facade is provided with corner pilasters with angular backs, on which the sandstone corbels of the shoulders rest. The edges of the gable top are enlivened by ascending sequences of laid-up crosses, roll mouldings and gable terminations in the form of a drip moulding with angular back. The six bays of the side facades are identical. They are provided with cast-iron pointed-arch windows with plastered abutment and closing stones, tracery and round pivot windows. They stand between pilasters with half angular backs of grey stone. Below the windows are round, filled-in ventilation openings and continuous sills of grey stone and cable moulding friezes, which are also found on both sides of the arch abutments of the windows. The broad facade edges are enlivened by layers of laid-up, decorative bonding. The appearance of the rear of the church is largely determined by the extension dating from 1867. The rear facade of the main volume is provided on both sides of the extension with a window as those in the side facade. The top of the facade is similar to that of the front facade, except for a vaulted cast-iron window placed under the spout. The facade edge is provided with plastered infills between the laid-up edges and is terminated by a rough angular back. The older, five-sided extension has two storeys under a roof covered with swept, improved and re-improved Dutch tiles. The symmetrical rear elevation has been altered on the ground floor and provided with cut-off corners, pilasters and three recessed, cast-iron pointed-arch windows with tracery. On the first floor are three narrower pointed-arch windows. Such a window is also found in the cut-off corners, which are connected to the corners of the ground floor by means of triangular vault ribs. The eastern facade is provided on the left with an entrance section with an attached, vaulted double door with ironwork and a fanlight with glazing bars and a cornice on corbels. To the right of the entrance, the lower storey is plastered. To the right of the first pilaster it is provided with two iron pointed-arch windows with glazing bars and tracery. To the right of the second pilaster stands one pointed-arch window. On the first floor, between both pilasters are two times two pointed-arch windows. A single window stands between the right pilaster and the main volume of the church. The gutter rests on a laid-up facade edge. The square bell turret (roof turret) with octagonal spire has a square base cladding with zinc shingles and lead, as well as louvres with trefoil openings under a sloping profiled moulding. The steep spire is covered with zinc cresting and is crowned by a weathervane and a wind vane. In the south-western interior corner stands a recent extension under a hipped roof.
The single-aisle interior of the church remains in largely original condition. The roof truss structure is hidden from view by a largely vaulted ceiling. The high central section of this wooden ceiling, divided into six compartments, is segmental-arch shaped. The lower, flat sides rest on carved corbels attached to half-columns with capitals and lie beneath upright wall surfaces, in which decorated iron grilles are placed. These walls are connected to each other by tie rods, which on both sides are provided with pendant ornamental styles and cast-iron wall attachments.
The tie rods are connected by means of rods to the intersection points of the central rib (longitudinal rib) and the narrow vault ribs. From the middle of the tie rods hangs a model of an Urk fisherman's boat. The church is provided on the north, east and west sides with galleries with wooden balustrades, which are provided with panels with profiled edges and an equally profiled lower moulding. The galleries rest on cast-iron columns with capitals; five on the long sides and two on the short north side. Against the middle of the southern interior wall of the church space stand the pulpit and the church organ with probably mid-nineteenth-century organ case. Two-manual mechanical organ, made by A. Meere in 1792, enlarged and placed in Urk by M. Vermeulen in 1910. Only the organ case, the historical pipework and the wind chests fall under the protection. The original pulpit, standing in a lying elliptical arched niche, made in 1885 for the church, stands on a square column. The five-sided body with round corner columns and a door is accessible from both sides via a staircase. The heavy, profiled canopy also forms the front support of the organ placed in 1910, originating from elsewhere. The seven-part organ front likewise rests on two heavy, wooden consoles with leaf motifs. The organ is provided with wing sections decorated with musical instruments and a stepped organ roof with heavily profiled capitals on the seven front towers. These are crowned by angels making music. The central tower is provided with King David playing a harp. In the walls on both sides of the pulpit is a framed door. Directly in front of the pulpit stands a baptism gate with lectern dating from 1851. The original spatial arrangement in the extension of the church dating from 1867 was changed by the renovation in 1950-1951. The church benches were replaced in that same year and their arrangement was also changed at that time, as well as the entrance vestibule and the spaces on both sides.
Valuation
The church building is of general importance owing to its cultural-historical, architectural-historical and urban design value.
- The distinctive church building has cultural-historical value as a particular expression of the spiritual life of the population of Urk in the nineteenth century.
- The church is of architectural-historical importance owing to the characteristic design of its construction period and the presence of an important part of the original interior.
- The church has great urban design value as an important, visually defining component of the buildings on the Wilhelminaplein.
- The church is furthermore of importance owing to its recognisability and the high degree of integrity of the exterior and parts of the interior.
Nearby in the register
- Gemeentehuis, Wijk 2 2Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Schoenmakerij, Wijk 3 28Nijverheidunder 1 mi
- Woonhuis, Wijk 2 85Woonhuisunder 1 mi
- Bakkerij, Wijk 4 20Nijverheidunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.