Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gemaal Vissering
Urk, Flevoland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gemaal
- Function
- Poldergemaal
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1938 - 1942
- Address
- Domineesweg 33 E, 8321 DZ Urk
- Place
- Urk
- Province
- Flevoland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.65726, 5.60337
- Part of complex
- 515897
- Monument number
- 515898
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De eerste bouwwerken die werden gerealiseerd in de Noordoostpolder waren drie gemalen. Het aan de zuidkant van Urk, tussen de monding van de Urker Vaart en de Urker haven aan het IJsselmeer gelegen GEMAAL Vissering is samen met de gemalen Buma bij Lemmer en Smeenge bij De Voorst (Kraggenburg) gebouwd in opdracht van Rijkswaterstaat en diende aanvankelijk voor het droogmalen van de Noordoostpolder en vervolgens voor de regulatie van het waterpeil in de Noordoostpolder. Het in een functionalistische stijl uitgevoerde gemaal is ontworpen door architect D. Roosenburg, de ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken waren verantwoordelijk voor de constructies. Met de bouw van het dieselgemaal Vissering is, evenals de nabij gelegen Urker sluis en een rijtje dienstwoningen, begonnen in 938. Pas met het droogvallen van de polder en het gereed komen van de Urker Vaart in 1942 werd het gemaal in werking gesteld. In eerste instantie gebeurde dit nog met stoommachines, omdat de dieselmotoren niet compleet waren. Pas na de oorlog zijn de drie, in 1940 door Werkspoor geleverde dieselmotoren gecompleteerd en in gebruik genomen. In 1945 is het ketelhuis afgebroken dat op het veld naast het gemaal stond. (De bescherming van rijkswege geldt niet voor de motoren en de pompen.)
Omschrijving
Het vanuit een grotendeels rechthoekige plattegrond opgetrokken gebouw is onderkelderd en voorzien van een stalen geraamte, waarbinnen muren van baksteen in kruisverband zijn opgetrokken boven een plint met betonnen bovenrand. De rechtgesloten vensteropeningen zijn tegenwoordig voorzien van aluminium kozijnen, die de oorspronkelijke stalen kozijnen hebben vervangen. Het gebouw heeft een met zwarte pannen gedekt, uitkragend betonnen zadeldak met ijzeren onderranden. De uitkragingen versterken zich naar de nok toe en zijn aan de onderkant voorzien van cassettevormige uitsparingen. De parallel aan de weg staande gevel heeft van links naar rechts een blinde travee en vervolgens twee identieke traveeën met twee laag in de gevel geplaatste rechthoekige vensters met natuurstenen onderdorpels. De hoger geplaatste vensters staan binnen een stalen frame. De vierkante schoorsteen rechts hiervan is grotendeels uitpandig. Daarnaast bevindt zich een travee met alleen een hoog in de gevel geplaatst venster. De middelste, ijzeren schoorsteen is zeshoekig en sinds 1983 de opvolger van een bakstenen schoorsteen, die tegelijk met de plaatsing van een nieuwe dieselmotor in dat jaar werd vervangen. De volgende travee is als die links van de ijzeren schoorsteen. De schoorsteen en de twee traveeën hiernaast zijn als de linker schoorsteen en de traveeën links daarvan. Het rechter deel van deze gevel is terugliggend en heeft een rechte binnenhoek onder een concave welving van de dakrand. De terugliggende gevelpartij bevat een entree met een vernieuwde dubbele deur van aluminium met bovenlicht onder rollaag. Rechts van de deur bevinden zich een bakstenen bak en een liggend venster met natuurstenen onderdorpel en rollaag. Aan de stalen spantbenen in het lange deel van de gevel zijn stalen luifelspanten bevestigd. Deze en de hieraan bevestigde rail dienden voor de ophanging van de noodschuif van het gemaal. De noordelijke kopgevel is vrijwel symmetrisch. Deze heeft een ruime koekoek met bakstenen muren, een entree met een betonnen trap en een stalen deur voor de kelder van het gemaal. De door de stalen constructie in ongelijke vlakken verdeelde vakwerkgevel heeft boven de koekoek een liggende vensterpartij onder rollaag. In het linker muurvlak staan twee smalle, staande vensters. De gevel wordt gedomineerd door een grote, in een stalen frame gevatte vensterpartij. Linksboven staat vermeld 'VISSERING' in metalen letters. De geveltop bevat een vierkant ventilatierooster, die een rond, gietijzeren venster verving. De lange westgevel begint links met een terugliggend geveldeel met twee laag in de gevel geplaatste vierkante vensters. De kap heeft in de binnenhoek een concave welving als die aan de andere zijden. Het lange geveldeel is grotendeels voorzien van een lage uitbouw met plat betonnen dak. In de langsgevel van de uitbouw zijn ronde vensters geplaatst met aluminium (oorspronkelijk stalen) kozijnen en smalle betonnen lekdorpeltjes met een gootje. Boven de uitbouw bevat de gevel negen identieke traveeën met vensters als die in de oostgevel. De twee traveeën rechts van het gedeelte met de aanbouw zijn bovendien voorzien van twee laag geplaatste vierkante vensters. De meest rechtse travee is blind. De zuidelijke kopgevel heeft een symmetrische hoofdvorm. Het wordt in drieën gedeeld door twee grotendeels uitpandige, vierkante schoorstenen van baksteen. In het midden bevindt zich een brede, in een stalen frame gevatte vensterpartij als die in de noordgevel. De linker schoorsteen is verstevigd door een metalen framen. De linker gevelpartij is slechts voorzien van één, op de plint staand venster onder rollaag. Het oorspronkelijke ronde venster is ook hier vervangen door een vierkant ventilatierooster. De rechter gevelparij bevat een dubbele stalen deur onder rollaag. De grote, zaalvormige binnenruimte toont een constructie van ijzeren vollewandkniespanten met consoles, waarop ijzeren balken rusten. Het voorste gedeelte van de hal dient als werkplaats. Het grotere lager gelegen gedeelte herbergt de drie dieselmotoren, waarvan de twee buitenste nog de originele, van 1940 daterende kruiskopmotoren van Werkspoor zijn. De middelste motor is in 1983 vervangen door de huidige. De binnenmuren van de hal zijn zijn tot een hoogte van ca. 2.5 meter bekleeed met tegels. De spanten rusten op uitmetselingen van ca. 1.5 meter hoogte. De grote kelder bevat onder meer drie centrifugaalpompen, waarvan de twee oudere een capaciteit van 550 M3 en de nieuwere (1983) een capaciteit van 720 M3 per minuut heeft.
Waardering
Het gemaal Vissering is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarde.
- Het gemaal heeft cultuurhistorische waarde omdat met de bouw ervan het einde van Urk als eiland en het begin van de Noordoostpolder werd gemarkeerd.
- Het dieselgemaal is tevens van belang voor de technische en typologische ontwikkeling van het gemaal in Nederland.
- Het gemaal heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke, voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving, het materiaalgebruik en de constructie van de behuizing, vanwege de bijzondere inventaris en als karakteristiek werk binnen het oeuvre van een vooraanstaand bouwkundige; D. Roosenburg.
- Het gemaal heeft tevens ensemblewaarde vanwege de bijzondere visuele en functionele samenhang tussen het gemaal en de andere onderdelen van het complex.
- Het gemaal is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het in- en het exterieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The first structures constructed in the Noordoostpolder were three pumping stations. The VISSERING PUMPING STATION, located on the south side of Urk, between the mouth of the Urker Vaart and the Urker harbour on the IJsselmeer, was built together with the pumping stations Buma near Lemmer and Smeenge near De Voorst (Kraggenburg) on commission of Rijkswaterstaat and initially served to drain the Noordoostpolder and subsequently for the regulation of the water level in the Noordoostpolder. The pumping station, executed in a functionalist style, was designed by architect D. Roosenburg; the engineers of the Zuiderzeewerken Service were responsible for the constructions. Construction of the diesel pumping station Vissering began in 1938, as did the nearby Urker sluice and a row of service cottages. Only when the polder dried out and the Urker Vaart was completed in 1942 was the pumping station put into operation. Initially this was still done with steam engines, because the diesel motors were not complete. Only after the war were the three diesel motors, supplied by Werkspoor in 1940, completed and put into service. In 1945 the boiler house that stood in the field next to the pumping station was demolished. (The national protection does not apply to the motors and the pumps.)
Description
The building, constructed from a largely rectangular ground plan, is cellar-ed and provided with a steel frame, within which brick walls in cross bond are constructed above a plinth with concrete upper edge. The rectilinear window openings are now provided with aluminium frames, which have replaced the original steel frames. The building has a gabled roof covered with black tiles, overhanging concrete with iron undersides. The overhangs strengthen towards the ridge and are provided with cassette-shaped recesses on the underside. The facade parallel to the road has from left to right a blind bay and then two identical bays with two low rectangular windows placed in the facade with natural stone sills. The higher-placed windows stand within a steel frame. The square chimney to the right of this is largely external. Adjacent to this is a bay with only a high window placed in the facade. The middle, iron chimney is hexagonal and since 1983 the successor to a brick chimney, which was replaced at the same time as the installation of a new diesel motor that year. The next bay is the same as that to the left of the iron chimney. The chimney and the two bays next to it are the same as the left chimney and the bays to the left of it. The right part of this facade is set back and has a right-angled inner corner under a concave curve of the roof edge. The set-back facade section contains an entrance with a renewed double aluminium door with fanlight under roller course. To the right of the door is a brick tank and a horizontal window with natural stone sill and roller course. Steel roof truss ribs in the long part of the facade have steel canopy ribs attached to them. These and the rail attached to them served for the suspension of the emergency sluice of the pumping station. The northern gable end is nearly symmetrical. This has a spacious roof light with brick walls, an entrance with a concrete staircase and a steel door for the pumping station's basement. The half-timbered facade, divided into unequal planes by the steel structure, has above the roof light a horizontal window section under roller course. In the left wall plane are two narrow, vertical windows. The facade is dominated by a large window section set in a steel frame. Top left the name 'VISSERING' is shown in metal letters. The gable top contains a square ventilation grille, which replaced a round cast-iron window. The long west facade begins on the left with a set-back facade section with two low square windows placed in the facade. The roof has a concave curve in the inner angle as those on the other sides. The long facade section is largely provided with a low extension with flat concrete roof. Round windows with aluminium (originally steel) frames and narrow concrete drip mouldings with a groove are placed in the long facade of the extension. Above the extension the facade contains nine identical bays with windows as those in the east facade. The two bays to the right of the section with the extension are moreover provided with two low square windows. The rightmost bay is blind. The southern gable end has a symmetrical main form. It is divided into three by two largely external, square brick chimneys. In the centre is a broad window section set in a steel frame as those in the north facade. The left chimney is reinforced by a metal frame. The left facade section is only provided with one window standing on the plinth under roller course. The original round window has also been replaced here by a square ventilation grille. The right facade section contains a double steel door under roller course. The large, hall-like interior space shows a construction of iron full-web knee braces with consoles, upon which iron beams rest. The front part of the hall serves as a workshop. The larger, lower section houses the three diesel motors, of which the two outer ones are still the original cross-head motors from Werkspoor dating from 1940. The middle motor was replaced in 1983 by the current one. The interior walls of the hall are clad with tiles to a height of approximately 2.5 metres. The roof trusses rest on masonry supports approximately 1.5 metres high. The large basement contains, among other things, three centrifugal pumps, of which the two older ones have a capacity of 550 M³ and the newer one (1983) has a capacity of 720 M³ per minute.
Valuation
The Vissering pumping station is of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical and urban planning value.
- The pumping station has cultural-historical value because its construction marked the end of Urk as an island and the beginning of the Noordoostpolder.
- The diesel pumping station is also of significance for the technical and typological development of the pumping station in the Netherlands.
- The pumping station has architectural-historical value because of the specific design characteristic of the construction period, the use of materials and the construction of the building envelope, because of the exceptional inventory and as a characteristic work within the oeuvre of a prominent architect; D. Roosenburg.
- The pumping station also has ensemble value because of the particular visual and functional relationship between the pumping station and the other components of the complex.
- The pumping station is moreover of importance because of the recognisability and the great degree of integrity of the interior and exterior.
Nearby in the register
- UrkersluisWaterkering en -doorlaatunder 1 mi
- Sluiswachterswoning (C), Domineesweg 33 HWaterkering en -doorlaatunder 1 mi
- Schotbalkenloods, Domineesweg 33 FWaterkering en -doorlaatunder 1 mi
- Woonhuis, Wijk 5 116Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.