TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nutsbedrijf, Hoge Rijndijk 156 A

Leiden, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Nutsbedrijf
Category
onroerend gebouwd
Built
1908
Address
Hoge Rijndijk 156 A, 2314 AH Leiden
Place
Leiden
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.15509, 4.51447
Monument number
515106

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 17 Leiden, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1908 werd de WATERTOREN van Leiden voltooid in opdracht van de Leidsche Duinwatermaatschappij naar een ontwerp van W.C. van Manen. De Overgangsstijl waarin de toren is ontworpen, typeert een fase tussen de Neo- Renaissancistische watertorens en de zakelijker vormgegeven watertorens. Van Manens ontwerp was ingediend door de "Hollandsche Maatschappij tot het maken van werken in Gewapend Beton", als alternatief voor een ontwerp van Ingenieur J. Schotel uit 1907. De gewapend betonnen constructie in Van Manens ontwerp betekende een besparing van 13.100 gulden ten opzichte van Schotels gemetselde toren met een plaatijzeren reservoir. Van Manen werd geassisteerd door de Haagse architect S. de Clercq, Schotel hield uiteindelijk toezicht op de bouw van de watertoren.

Het beton werd niet in geprefabriceerde delen aangeleverd, maar werd ter plaatse gegoten. Het betonskelet werd bedekt met 'gekamd' pleisterwerk om de volgens Van Manen "doodse cementkleur" te verbergen. Op de zandsteen- pleisterlaag is inmiddels een laagje steenslag aangebracht. De watertoren staat aan de Hoge Rijndijk naast de brug over het Rijn- Schiekanaal, aan het eind van de Roomburgerweg.

NB. De duidelijkste wijziging aan de toren betreft de verwijdering van de penanten op de daklijst boven de ingang. Tussen de penanten bevond zich oorspronkelijk een bord met de initialen van de Leidsche Duinwatermaatschappij (L.D.M.) en stond een ijzeren vlaggenstok in een drager van Mannesmann-buizen. Nu zijn alleen de aanzetten van de penanten nog aanwezig. De kleine vierkante raampjes direct onder de daklijst zijn dichtgemetseld en witgepleisterd. De vensters in de reservoirommanteling zijn dichtgezet en zwartgeverfd, om het effect van ramen te behouden.

Omschrijving

De 29,5 meter hoge watertoren is op een twaalfzijdige plattegrond opgebouwd uit een rechte schacht en een uitkragend vlakbodemreservoir onder een plat dak.

Het reservoir heeft een doorsnede van 14 meter en een inhoud van 1200 m3.

Het is vervaardigd uit gewapend beton, evenals de skeletconstructie. De twaalf pijlers van het gewapend betonnen skelet zijn in de schacht, op een hoogte van 14 tot 20 meter, met elkaar verbonden door boogvormige liggers. Aan de buitenzijde van de toren kragen grote consoles uit. Het reservoir rust zowel op de liggers als de consoles. De pijlers zijn in de gevel gebruikt als steunberen en lisenen, bekleed met gekamd pleisterwerk. De vlakken tussen de steunberen zijn opgevuld met éénsteens metselwerk van donkere Utrechtse klinkers en rode en oranje verblendsteen. Hardstenen waterdorpels onder en lateien boven de smalle vensters in de schacht en in het reservoir. De schacht is door twee betonnen waterdorpels in de hoogte in drieën gedeeld.

In de onderste geleding oeil de boeuf vensters in hardstenen lijsten. Aan de voorkant (zuid) een rechtgesloten houten toegangsdeur met stoepje, venster, diefijzers en ijzerbeslag. Boven de deur het jaartal 1908 in een gevelsteen van hardsteen. Links van de deur de eerste steen met de inscriptie: "Johannes Hendrik van Spall. Oud 8 jaar. 16 februari 1908." In de middelste laag van de schacht, twee smalle vensters boven elkaar in ieder travee. In de derde horizontale laag kragen de steunberen uit in consoles onder het reservoir. Tussen die consoles oeil de boeuf vensters in hardstenen lijsten.

De ondergrond van het metselwerk in de schacht bestaat uit rode verblendsteen met donkere Utrechtse klinkers. Oranje verblendsteen ter decoratie. Op het reservoir vormen de stijlen van het betonskelet lisenen. In de vlakken tussen de lisenen twee smalle vensters naast elkaar. De ondergrond van het gevelvlak van het reservoir bestaat uit oranje verblendsteen, waarin motieven in rode verblendsteen. Reservoir aan bovenzijde afgesloten door gepleisterde daklijst met een bloktandlijst.

Interieur

De watertoren staat op een fundering van houten heipalen. Boven een gewapend betonnen kelder een vloer van klinkers in zand. De wanden zijn gepleisterd. Midden in de toren vier kolommen, waarbinnen de leidingen lopen.

Eromheen een ijzeren wenteltrap. Een gewapend betonnen trap van de lekvloer naar de bodem van het reservoir. IJzeren ladders naar het dak en langs de buiten- en binnenkant van de reservoirwanden. Het betonnen reservoir is voorzien van een cirkelvormige wapening en een wapening van staven die radiaal in de bodem zijn aangebracht en verticaal in de wanden. Dankzij dikteverschillen in de bodem loopt het reservoir licht af naar het midden toe, voor de afwatering. Een vlotterinrichting zorgt voor het tijdig afsluiten van de watertoevoer bij de hoogste stand. Het dak steunt op de buitenmantel en de vier kolommen in het midden van het reservoir. Het dak is gedekt met mastiek en grind, onderbroken door daklichten met draadglas.

Waardering

De uit 1908 daterende voormalige watertoren van de Leidse Duinwaterleidng Maatschappij is van algemeen belang wegens cultuur-, architectuur- en bouwhistorische, industrieel-archeologische en typologische waarde als vroeg voorbeeld van een watertoren met een zichtbaar gelaten betonskelet. Bovendien is de watertoren van belang als representatief voorbeeld van torens die de overgang vormden tussen de geheel gemetselde torens en de watertorens met de open skeletconstructie als ondersteuning van het reservoir. Tenslotte is het ontwerp van betekenis vanwege de Overgangsstijl, die een fase typeert tussen de Neo- Renaissancistische watertorens en de zakelijker vormgegeven watertorens.

In stedebouwkundig opzicht is de watertoren van belang vanwege de beeldbepalende ligging aan het Rijn-Schiekanaal, de Hoge Rijndijk en de Roomburgerweg en de silhouetwaarde.

Het exterieur van de watertoren is grotendeels gaaf, in het interieur zijn de belangrijkste onderdelen bewaard gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

In 1908 the WATERTOWER of Leiden was completed on the commission of the Leidsche Duinwatermaatschappij according to a design by W.C. van Manen. The Transition style in which the tower was designed typifies a phase between the Neo-Renaissance water towers and the more businesslike designed water towers. Van Manen's design was submitted by the "Hollandsche Maatschappij tot het maken van werken in Gewapend Beton", as an alternative to a design by Engineer J. Schotel from 1907. The reinforced concrete construction in Van Manen's design meant a saving of 13,100 guilders compared to Schotel's brick tower with a sheet iron reservoir. Van Manen was assisted by The Hague architect S. de Clercq, Schotel ultimately supervised the construction of the water tower.

The concrete was not delivered in prefabricated parts, but was cast on site. The concrete skeleton was covered with 'combed' plasterwork to hide the according to Van Manen "lifeless cement colour". On the sandstone plaster layer a layer of stone chips has since been applied. The water tower stands on the Hoge Rijndijk next to the bridge over the Rijn-Schiekanaal, at the end of the Roomburgerweg.

NB. The most obvious alteration to the tower concerns the removal of the pilasters on the cornice above the entrance. Between the pilasters was originally a board with the initials of the Leidsche Duinwatermaatschappij (L.D.M.) and stood an iron flagpole in a holder of Mannesmann tubes. Now only the base of the pilasters remain. The small square windows directly below the cornice have been bricked up and whitewashed. The windows in the reservoir casing have been closed and painted black, to retain the effect of windows.

Description

The 29.5 metre high water tower is built on a twelve-sided ground plan consisting of a straight shaft and a cantilevered flat-bottomed reservoir under a flat roof.

The reservoir has a diameter of 14 metres and a capacity of 1200 m3.

It is made of reinforced concrete, as is the skeleton structure. The twelve pillars of the reinforced concrete skeleton are in the shaft, at a height of 14 to 20 metres, connected to each other by curved beams. Large corbels project from the exterior of the tower. The reservoir rests both on the beams and the corbels. The pillars are used in the facade as buttresses and pilasters, clad with combed plasterwork. The spaces between the buttresses are filled with one-brick brickwork of dark Utrecht headers and red and orange facing brick. Hardstone water drips below and lintels above the narrow windows in the shaft and in the reservoir. The shaft is divided into three by two concrete water drips in height.

In the lower section oeil de boeuf windows in hardstone frames. On the front (south) a square-headed wooden entrance door with step, window, security bars and iron fittings. Above the door the year 1908 in a hardstone facade stone. To the left of the door the foundation stone with the inscription: "Johannes Hendrik van Spall. Aged 8 years. 16 February 1908." In the middle layer of the shaft, two narrow windows above each other in each bay. In the third horizontal layer the buttresses project out into corbels under the reservoir. Between those corbels oeil de boeuf windows in hardstone frames.

The base of the brickwork in the shaft consists of red facing brick with dark Utrecht headers. Orange facing brick for decoration. On the reservoir the stiles of the concrete skeleton form pilasters. In the spaces between the pilasters two narrow windows side by side. The base of the facade of the reservoir consists of orange facing brick, in which motifs in red facing brick. Reservoir closed at the top by plastered cornice with block dentil moulding.

Interior

The water tower stands on a foundation of wooden piles. Above a reinforced concrete cellar a floor of headers in sand. The walls are plastered. In the middle of the tower four columns, within which the pipes run.

Around them an iron spiral staircase. A reinforced concrete staircase from the leakage floor to the bottom of the reservoir. Iron ladders to the roof and along the outside and inside of the reservoir walls. The concrete reservoir is provided with circular reinforcement and reinforcement of bars laid radially in the bottom and vertically in the walls. Thanks to thickness variations in the bottom the reservoir slopes slightly towards the middle, for drainage. A float device ensures timely closure of the water supply at the highest level. The roof is supported by the outer shell and the four columns in the middle of the reservoir. The roof is covered with mastic and gravel, interrupted by roof lights with wire glass.

Valuation

The former water tower of the Leiden Duinwaterleidng Maatschappij dating from 1908 is of general importance owing to cultural, architectural and building historical, industrial-archaeological and typological value as an early example of a water tower with a visibly exposed concrete skeleton. Moreover, the water tower is significant as a representative example of towers which formed the transition between the entirely bricked towers and the water towers with the open skeleton structure as support for the reservoir. Finally, the design is significant because of the Transition style, which typifies a phase between the Neo-Renaissance water towers and the more businesslike designed water towers.

In urban planning terms the water tower is important because of its image-defining location on the Rijn-Schiekanaal, the Hoge Rijndijk and the Roomburgerweg and its silhouette value.

The exterior of the water tower is largely intact, in the interior the most important components have been preserved.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map