TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Wilhelminapark 9

Oegstgeest, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910
Address
Wilhelminapark 9, 2342 AD Oegstgeest
Place
Oegstgeest
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.17761, 4.46538
Monument number
515008

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "Rijnland" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HERENHUIS, gebouwd als onderdeel van een complex van drie woningen, te weten Wilhelminapark 9, 11 en 13, waarvoor in oktober 1906 vergunning is verleend aan de hr. H.G. Breek uit 's-Gravenhage. De bouwgrond was in eigendom bij dhr.J.B. Bouwer, tafelfabrikant te Leiden. Als aannemers traden op de Gebr. van Hoeken, eveneens uit Leiden. De uitvoering in Overgangsarchitectuur heeft voornamelijk elementen van de Jugendstil en verschilt slechts in details van ontwerp.

Het pand ligt binnen het beschermd dorpgezicht van het Wilhelminapark, dat in 1898 ontworpen is door de Joh. Vos en Anth. C. Meijer uit Den Haag. In een korte tijdspanne van omstreeks 1898 tot 1907 heeft het zich ontwikkeld tot een samenhangend complex met een door Jugendstil gedomineerde Overgangsarchitectuur. De aanleg van het park bestaat uit een vijfarmige wegenpatroon met als middelpunt een plein waarop het in 1901 door de Leidse architect H.J. Jesse ontworpen raadhuis ligt. Wilhelminapark 9, ligt aan de noord-oostelijke zijarm van het park en heeft een ondiepe voortuin, dat door een eenvoudig, oorspronkelijk smeedijzeren spijlenhekwerk van de weg wordt gescheiden.

Omschrijving

Vrijstaand gedeeltelijk onderkelderd herenhuis, bestaande uit twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een overstekend schilddak, gedekt met rode Tuile-du-Nordpannen. De kopse dakschilden hebben de vorm van een uilebord, waarvan die aan de achterzijde een samengestelde roedenverdeeld dakvenster heeft. Aan voor-en achterzijde bevinden zich samengestelde dakkapelen. Het pand heeft in hoofdlijnen een rechthoekige plattegrond met aan de rechter zijde (west) een vijfzijdige erker met balkon en aan de achterzijde (zuid) een rechthoekige serre.

De gevels zijn opgetrokken uit grauwe baksteen in kruisverband met boven het trasraam wit geschilderd pleisterwerk. De rondbogige openingen van de entreeportiek, de erboven gelegen loggia, evenals de segmentbogige deur- en vensteropeningen en de decoratief opgewerkte balustrade boven de erker zijn verlevendigd met een geometrisch patroon van cremekleurig verblendsteen en turkoise sierstenen. Hardsteen is toegepast bij stoeptreden en lekdorpels. De enkele en samengestelde raam- en partijen, zijn merendeels voorzien van schuiframen met geel kathedraalglas in de met roedenverdeelde bovenlichten.

Ook de vierdelig deurpartij van de serre heeft roedenverdeelde bovenlichten met geel kathedraalglas.

De voorgevel heeft links van het midden een breed rondbogig entreeportiek met naar binnen toe afgeschuinde zijkanten, voorzien van een ijzeren trekstang. De loggia erboven heeft een gekoppelde dubbele rondbogige opening. Het balkon boven de erker tegen de rechter zijgevel, heeft een gedeeltelijk opengewerkte borstwering met aan de zijkanten hoog uitzwenkende zijvleugels.

Het interieur heeft nog de oorspronkelijk plattegrondindeling en een vrijwel oorspronkelijk interieur waaronder, een kamer-en-suite-indeling met de oorspronkelijke schuif- en paneeldeuren, stucplafonds, zwart marmeren schouw, een ruim opgezet trappenhuis met bordessen en steektrappen.

Waardering

Herenhuis van algemeen cultuurhistorisch belang als representatief voorbeeld villa-achtig herenhuis in Overgangsarchitectuur uit het begin van de 20ste eeuw, gelegen in een overwegend in die stijl tot stand gekomen villapark, dat op zijn beurt stedebouwkundige samenhang aangewezen is als beschermd dorpsgezicht.

Het herenhuis is van algemeen architecthistorisch belang vanwege gaafheid en sobere, doch typische voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving, detaillering en materiaalgebruik.

Het is stedebouwkundig van belang vanwege de ensemblewaarde en ruimtelijke samenhang met de aangrenzende panden Wilhelminapark 11-13. Het pand is bovendien van belang vanwege de situering binnen het beschermde dorpsgezicht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

MANOR HOUSE, built as part of a complex of three dwellings, namely Wilhelminapark 9, 11 and 13, for which permission was granted in October 1906 to Mr. H.G. Breek from The Hague. The building land was owned by Mr. J.B. Bouwer, cabinet maker in Leiden. The contractors were the Brothers van Hoeken, also from Leiden. The execution in Transitional architecture has mainly elements of the Jugendstil and differs only in details from the design.

The property lies within the protected village view of the Wilhelminapark, which was designed in 1898 by Joh. Vos and Anth. C. Meijer from The Hague. In a short time span of approximately 1898 to 1907 it developed into a coherent complex with Transitional architecture dominated by Jugendstil. The layout of the park consists of a five-armed road pattern with a square as its center, on which the town hall designed in 1901 by Leiden architect H.J. Jesse is located. Wilhelminapark 9 is situated on the north-eastern side arm of the park and has a shallow front garden, which is separated from the road by simple, original wrought-iron picket fencing.

Description

Detached partially below-ground manor house, consisting of two storeys and an attic storey under an overhanging hipped roof, covered with red Tuile-du-Nord tiles. The gable roof slopes have the form of a decorative gable board, with the one at the rear having a composite multi-glazed roof window. At front and rear there are composite roof dormers. The property has in outline a rectangular floor plan with on the right side (west) a five-sided bay window with balcony and at the rear (south) a rectangular conservatory.

The façades are constructed of grey brick in cross bond with white painted plaster above the spandrel panel. The round-arched openings of the entrance portico, the loggia above it, as well as the segmented-arched door and window openings and the decoratively worked balustrade above the bay window are enlivened with a geometric pattern of cream-colored facing brick and turquoise decorative stones. Hardstone is used for door steps and window sills. The single and composite window arrangements are mostly provided with sash windows with yellow cathedral glass in the multi-glazed fanlights.

The four-part door arrangement of the conservatory also has multi-glazed fanlights with yellow cathedral glass.

The front façade has on the left of center a wide round-arched entrance portico with inward-angled sides, provided with an iron pull handle. The loggia above has a coupled double round-arched opening. The balcony above the bay window against the right side façade has a partly openwork balustrade with high projecting side wings at the sides.

The interior still has the original floor plan layout and an almost original interior including a suite of rooms layout with original sliding and paneled doors, stucco ceilings, black marble fireplace, a generously proportioned stairwell with landings and dog-leg stairs.

Valuation

Manor house of general cultural-historical importance as a representative example of a villa-like manor house in Transitional architecture from the early 20th century, located in a villa park that predominantly came about in that style, which in turn is designated as a protected village view for its urban design coherence.

The manor house is of general architectural-historical importance because of its integrity and sober, yet characteristic of the building period design, detailing and material use.

It is of urban design importance because of its ensemble value and spatial coherence with the adjacent properties Wilhelminapark 11-13. The property is moreover of importance because of its situation within the protected village view.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map