TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kliniek, Rhijngeesterstraatweg 13

Oegstgeest, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Kliniek
Category
onroerend gebouwd
Address
Rhijngeesterstraatweg 13, 2342 AN Oegstgeest
Place
Oegstgeest
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.17816, 4.46233
Part of complex
507759
Monument number
507758

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1574 map "Lugdunum Batavorum obsidione cinctum COLLBN 009-11-026" (Leiden University Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding: Hoofdgebouw van het Sanatorium voor Zenuwzieken 'Rhijngeest', later genaamd Jelgersmakliniek, gelegen in het noordelijk deel van de buitenplaats Rhijngeest. De kliniek is opgetrokken in chaletstijl met in de detaillering invloeden van de Jugendstil en was destijds voorzien van allerlei moderne voorzieningen en hygienische aanpassingen. De symmetrische opzet van de kliniek was afgestemd op de gescheiden verpleging van mannelijke en vrouwelijke patienten.

Omschrijving Symmetrisch opgezet witgepleisterd hoofdgebouw met contrasterende baksteenaccenten op bakstenen plint, bestaande uit een kelder, drie verdiepingen en een kapverdieping onder een samengesteld met rode kruispannen gedekt dak met overstek en terracotta pirons. Het gebouw heeft risalerende midden- en hoekrisalieten, respectievelijk met puntgevel en afgewolfd zadeldak, ter breedte van drie traveeën en teruggelegen bouwdelen van vier traveeën breed. De kapverdieping heeft verticale witgeschilderde betimmeringen in de topgevels aan de on derzijde afgezet met een rode bakstenen tandlijst. De gevels worden geleed door hoge schuif- en samengestelde vensters, geaccentueerd door rood geschilderde kozijnen en baksteen vensteromlijstingen. Onder de vensters zijn bakstenen afzaatlijsten en uitsparingen in baksteen waarin ventilatieroosters, boven de vensters strekken. De centrale ingangspartij is voorzien van natuurstenen stoeptreden en stoeppalen, een dubbele paneeldeur met Jugendstildetaillering en een hardstenen luifel ondersteund door consoles. De bovenliggende getoogde vensters zijn gevuld met glas-in-lood. In de top van de puntgevel bevindt zich in het houten voorschot een reliëf met het wapen van Leiden. Tegen de teruggelegen bouwdelen bevinden zich houten veranda's, opgenomen tussen baksteen steunberen, met sierlijke geklonken smeedijzeren hekwerken en bovenliggend balkon dat evenals de afgeronde kleine balkons op de tweede verdieping is voorzien van smeedijzeren hekwerkjes in dezelfde stijl. De entrees naar de veranda's en erkers zijn toegan kelijk via natuurstenen stoeptreden. In de zijgevels zijn ter hoogte van de gangen grote vensters aangebracht, klimmende smalle vensters markeren het trappenhuis. De achtergevel, afgesloten door een rechte houten lijst gedragen door kleine consoles, is sober uitgevoerd en heeft hoekrisalieten (afgesloten met puntgevels) en een driezijdige middenrisaliet. De contrasterende detailleringen van de voor- en zijgevels herhalen zich, zoals onder meer zichtbaar bij de licht getoogde vensters (strekken, afzaatlijsten), de steunberen tegen de teruggelegen bouwdelen, de natuurstenen treden van de middenrisaliet en de decoratieve afwerking van de schoorstenen. De inwendige structuur wordt op alle verdiepingen bepaald door twee loodrechte symmetrieassen, waaraan hoge, lichte kamers - al naar gelang de oorspronkelijke functie per verdieping variërend in afmeting en decoratie - liggen. De assen snijden elkaar in een centrale achtzijdige vide met lichtkoepel. Op de begane grond bevinden zich op de noord-zuid as de hoofdingang met portiersloge en achtzijdige vestibule en in het verlengde de vm. hoogleraarkamer; aan de lange brede gang op de oost-west as bevinden zich aan de voorzijde de voormalige conversatie- en eetzalen, aan de achterzijde de voormalige laboratoriumruimten. Aan het einde van de gangen bevinden zich twee ruime trappenhuizen met bordestrappen voorzien van een lambrizeringlijst. In de vide is een slanke, achtzijdige, houten en ijzeren constructie in Jugendstil aangebracht. Op de etages is de houten balustrade voorzien van decoratieve ijzeren spijlen, die ook in de trappenhuizen zijn aangebracht. Daarboven zijn de openingen kort na de bouwtijd uit veiligheidsoverwegingen opgevuld met sierlijk vloeiende ijzeren tralies eindigend in fijne bladvormen en gedecoreerd met rosetten. In de gemeenschappelijke zalen, die door getoogde dubbele paneeldeuren vanuit de gang toegankelijk zijn, is onder de vensters een houten paneellambrizering aangebracht. De ruimten staan onderling met elkaar in verbinding door een breed kozij n waarin twee gekoppelde inklapbare paneeldeuren zijn opgenomen, voorzien van lijstwerk. De scheiding van de zalen en de erkers, alsook de scheiding van de vide en vestibule, wordt gemarkeerd door sierlijsten, langs de wanden gedecoreerd met cannelures en voorzien van consoles. Tegen de plafonds stucwerk met gestileerde florale motieven. Openslaande deuren geven toegang tot de veranda. In de gangen, entreepartij en veranda's zijn de oorspronkelijke tegelvloeren aanwezig. De oorspronkelijke indeling is ook op de verdiepingen gaaf bewaard gebleven. De kamers voor de verpleegden bevonden zich op de eerste en tweede verdieping en zijn eveneens voorzien van lambrizering, tegen de plafonds eenvoudige stuclijsten. Op de zolderverdieping bevonden zich de kamers voor het verplegend en huishoudelijk personeel. Nagenoeg alle kamers bezitten nog de oorspronkelijke paneeldeuren, de gangen zijn op alle verdiepingen voorzien van lambrizeringlijsten. Verder op de verdiepingen enkele wastafels waaronder een keramische wastafel op gietijzeren consoles. Het glas-in-lood in Jugendstil van de ingangspartij keert terug in de vensters boven de deuren van de centraal gelegen kamers van de hoogleraar en het verzorgend personeel. Waardering: De Jelgersmakliniek, gebouwd als Sanatorium voor Zenuwlijders, met gaaf bewaard gebleven in- en exterieur en interieuronderdelen is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische, typologische, cultuurhistorische, situerings- en ensemblewaarden. Het gebouw is het hoofdonderdeel van het sanatoriumcomplex en is met name van belang vanwege de sociaal-medische betekenis als eerste universiteitskliniek, opgericht op initiatitief van G.J. Jelgersma.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction: Main building of the Sanatorium for Nervous Diseases 'Rhijngeest', later called Jelgersmakliniek, located in the northern part of the country estate Rhijngeest. The clinic was built in chalet style with Art Nouveau influences in its detailing and was equipped at the time with all manner of modern facilities and hygienic adaptations. The symmetrical layout of the clinic was tailored to the separate treatment of male and female patients.

Description: Symmetrically laid out whitewashed main building with contrasting brickwork accents on a brick plinth, consisting of a basement, three storeys and an attic storey under a composite roof covered with red cross tiles and terracotta ridge ornaments. The building has projecting central and corner risalts, respectively with a stepped gable and a half-hipped gabled roof, spanning three bays in width and recessed building sections four bays wide. The attic storey has vertical whitewashed wooden boarding in the gable tops, marked at the lower edge with a red brick dentil course. The façades are articulated by tall sash windows and composite windows, accentuated by red-painted frames and brick window surrounds. Below the windows are brick sill courses and recesses in brickwork in which ventilation grilles are mounted above the windows. The central entrance section is provided with natural stone steps and bollards, a double panelled door with Art Nouveau detailing and a stone lintel supported by consoles. The arched windows above are filled with stained glass. In the apex of the stepped gable is a relief bearing the coat of arms of Leiden in the wooden foreground. Against the recessed building sections are wooden verandas, set between brick buttresses, with ornate riveted wrought-iron railings and an upper balcony which, like the rounded small balconies on the second storey, is provided with wrought-iron railings in the same style. Access to the verandas and bay windows is via natural stone steps. In the side façades, large windows are installed at the level of the corridors; narrow climbing windows mark the stairwell. The rear façade, closed off by a straight wooden moulding supported by small consoles, is soberly executed and has corner risalts (closed with stepped gables) and a three-sided central risalt. The contrasting detailing of the front and side façades is repeated, as evident in the slightly arched windows (transoms, sill courses), the buttresses against the recessed building sections, the natural stone steps of the central risalt and the decorative finish of the chimneys. The internal structure on all storeys is determined by two perpendicular axes of symmetry, around which tall, light rooms - varying in size and decoration according to their original function per storey - are arranged. The axes intersect in a central octagonal void with a lantern light. On the ground floor, along the north-south axis are the main entrance with porter's lodge and octagonal vestibule and in its extension the former professor's room; along the long wide corridor on the east-west axis are the former conversation and dining halls on the front side, the former laboratory spaces on the rear side. At the end of the corridors are two spacious staircases with straight-flight stairs provided with a wainscot rail. In the void is a slender, octagonal, wooden and iron structure in Art Nouveau style. On the storeys the wooden balustrade is provided with decorative iron spindles, which are also installed in the staircases. Above these, the openings were filled shortly after construction for safety reasons with ornately flowing iron grilles ending in fine leaf forms and decorated with rosettes. In the common halls, which are accessible from the corridor through arched double panelled doors, wooden panel wainscoting is installed below the windows. The spaces are connected to each other through a wide frame in which two coupled folding panelled doors are incorporated, provided with moulding. The separation of the halls and the bay windows, as well as the separation of the void and vestibule, is marked by ornamental mouldings, along the walls decorated with fluting and provided with consoles. Against the ceilings plasterwork with stylized floral motifs. Glazed doors provide access to the veranda. In the corridors, entrance section and verandas the original tile floors are present. The original layout has also been well preserved on the storeys. The rooms for patients were located on the first and second storeys and are likewise provided with wainscoting, simple plaster mouldings against the ceilings. On the attic storey were the rooms for nursing and domestic staff. Nearly all rooms still possess the original panelled doors, the corridors on all storeys are provided with wainscot rails. Further on the storeys are some washstands, including a ceramic washstand on cast-iron consoles. The stained glass in Art Nouveau style of the entrance section is repeated in the windows above the doors of the centrally located rooms of the professor and nursing staff. Valuation: The Jelgersmakliniek, built as a Sanatorium for Nervous Diseases, with well-preserved interior and exterior and interior components is of general interest by virtue of its architectural-historical, typological, cultural-historical, situational and ensemble values. The building is the main component of the sanatorium complex and is of particular importance by virtue of its socio-medical significance as the first university clinic, established on the initiative of G.J. Jelgersma.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map