TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij(M1), Kadoelerweg 14

Kraggenburg, Flevoland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1943
Address
Kadoelerweg 14, 8317 PJ Kraggenburg (Noordoostpolder 24)
Place
Kraggenburg
Municipality
Noordoostpolder
Province
Flevoland
Country
Netherlands
Coordinates
52.65985, 5.94839
Monument number
514753

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "04. Kraggenburg (1906)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Traditionele, in opdracht van de Directie van de Wieringermeer op kavel T99 gebouwde BOERDERIJ voor landbouw. De ontginningsboerderij is van het zogenaamde Wieringermeertype (kop-rompboerderij) en behoort tot de eerste serie boerderijen die is gebouwd in de Noordoostpolder. Het betreft een in een aan de Delftse School verwante, ambachtelijk traditionele stijl gebouwde boerderij met langsdeel. De schuur van de boerderij is van het type Q7T. De aangebouwde woning is van het type H. De boerderij is gebouwd in 1943 naar een ontwerp van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken. De in 1948 aan de boerderij toegevoegde, maar inmiddels verdwenen trekkerbox was van het type Q7L. De aardappelboxen in de schuur zijn gebouwd in 1956 en 1961. De boerderij is te vergelijken met de in het zelfde jaar gebouwde ontginningsboerderij aan de Zwartemeerweg 46.

Omschrijving

De evenwijdig aan de weg staande, vanuit rechthoekige plattegronden opgetrokken bouwdelen van de boerderij zijn opgetrokken in schone baksteen en staan onder met verbeterde Hollandse pannen gedekte zadeldaken. De gevels hebben zwart geverfde plinten. De schuine dakranden van de schuur rusten op klossen. Bedrijfsgedeeelte met rechtgesloten, onder rollagen staande gevelopeningen en kopgevels met beschoten geveltoppen van gepotdekselde planken. Links in de achtergevel een grote, tussen licht uitgemetselde lisenen staande schuif-deeldeur onder een bewerkte houten waterlijst. Vervolgens van links naar rechts: drie vensters met betonnen kruisramen, een uit een boven- en een onderdeur samengestelde, onder een vierruits bovenlicht staande opgeklampte deur (oorspronkelijk voor de paardenstal) met geheng, een vierde venster met kruisraam, een dubbele opgeklampte deur (oorspronkelijk voor de trekkerbox) met ruitvormige raampjes, een eveneens opgeklampte dubbele deur (oorspronkelijk voor een bergruimte) onder een tweedelig bovenlicht met drieruits raampjes, en geheel rechts een venster met betonnen zesruits raam met ventilatie-opening. De gevelopening met luik, die zich oorspronkelijk boven de deur in het midden van de gevel bevond is dichtgemetseld. In de geveltop boven de deeldeur een trapeziumvormig bovenlicht met driehoekige ramen, een groot zolderluik en een liggend, achtruits venster. In de westelijke langsgevel van links naar rechts twee zesruits vensters als die in de achtergevel, een onder een bovenlicht staande deur met boven- en onderdeur, een vierruits venster, een schuifdeur, vier vierruits vensters en wederom een schuifdeur en een vierruits venster. Beide schuifdeuren staan tussen lisenen. Een deur met zesruits raam onder gedeeld bovenlicht, een venster met zesruits schuifraam en een smalle lichtspleet rechts van de rechter schuifdeur maken deel uit van de bijkeuken. Ten opzichte van de schuur iets terugliggend, deels onderkelderd woongedeelte met van links naar rechts een kleiner venster (keuken) en een groter venster (woonkamer) met roedenverdeling in de dubbele ramen, die evenals de andere vensters in het woongedeelte onder rollagen staan. Uit het dakschild hierboven steekt een brede dakkapel met geprofileerde rand aan het platte dak. Symmetrische voorgevel van het type tuitgevel met zowel op de begane grond als op de vensterverdieping twee vensters met roedenverdeling. De vensters op de begane grond zijn voorzien van dubbele ramen. De kopgevel wordt bekroond door een schoorsteen en heeft uitgemetselde dakaanzetten. De oostelijke gevel van de woning bevat een tussen een gemetseld stoepje, brede posten en een bovenlicht met raamversiering en geprofileerde kroonlijst staande deur. Links van de deur een staand venster met dubbele zesruits ramen, rechts van de deur een liggend achtruits venster (opkamer) en een klein keldervenster. De haaks op voornoemde gevel staande kopgevel van de schuur bevat een schuif-inrijdeur onder een bewerkte houten waterlijst en een vierruits venster. In de gepotdekselde geveltop staan een trapeziumvormig bovenlicht en een liggend achtruits venster als die in de andere kopgevel. In de oostelijke langsgevel van de schuur staan zes maal twee kleine vensters, een groter onder latei staand luik, een aan de achterzijde van de muur staand, getoogd kafluik en geheel rechts in de gevel een deur en een smalle lichtspleet voor het toilet in de schuur.

De schuur is voorzien van vijf ongelijkbenige, volwandige kniespanten van verlijmd, gelamineerd hout, de zogenaamde NEMAHO spanten. Deze spanten overspannen het gedeelte met de wagenberging niet. Alleen het zesde, achterste spant is gelijkbenig en overspant de gehele breedte van de schuur. Op de dors staan in 1956 en 1961 geplaatste, vorstvrije aardappelboxen. De paardenstal bestaat ook nog als zodanig.

In de wagenberging, direct achter de bijkeuken is later een ruimte afgescheiden, die werd gebruikt als kiemruimte. De deuren tussen de diverse ruimtes in het bedrijfsgedeelte zijn opgeklampt. De vloeren zijn voor een deel bedekt met klinkers, beton, en een speciaal voor de deel gebruikt, niet geïdentificeerd materiaal. Grote graanzolder. Brandmuur tussen woon- en bedrijfsgedeelte. Knechtenkamer boven de bijkeuken. Keuken met betegelde wanden, de oorspronkelijke keukenkasten en eveneens originele wasemkap. Woongedeelte met glas-schuifdeuren in de kamer en suite met houten plafonds. Tegen beide hoeken van de tussenmuur een overhoekse haard met rookkanaal. Vloer met parkettegels. Naar de zolderverdieping een boven een opstapje staande scheluwetrap met tegen het trapgat twee houten hekjes en de naar de vliering voerende steektrap. Overloop met plafondlicht tussen op de vliering staande hekjes. Het inwendige van zowel het woon- als het bedrijfsgedeelte is voor het overgrote deel in oorspronkelijke staat bewaard gebleven.

Waardering

De boerderij is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.

- De boerderij heeft cultuurhistorische waarde omdat het één van de oudste nog bestaande en in gebruik zijnde bouwwerken is in de Noordoostpolder. De "Wieringermeerboerderijen" zijn bovendien van bijzonder belang vanwege hun oorspronkelijke functie als ontginningsboerderij en als vroege uitdrukking van een geografische en landschappelijke ontwikkeling.

- De boerderij heeft architectuurhistorische waarde al een goede representant van een type met een nog vrij traditioneel uiterlijk, maar waarin al wel gebruikt is gemaakt van een moderne spantconstructie.

- De boerderij heeft ensemblewaarde vanwege de situering en vanwege de nauwe relatie met de ontwikkeling van het polderlandschap, waarmee het in visueel en functioneel opzicht onverbrekelijk is verbonden.

- De boerderij is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van het exterieur en het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Traditional FARMHOUSE for agriculture, built on behalf of the Management of the Wieringermeer on plot T99. The reclaimed-land farmhouse is of the so-called Wieringermeer type (head-body farmhouse) and belongs to the first series of farmhouses built in the Noordoostpolder. It is a farmhouse with longitudinal section built in a style related to the Delft School and constructed in a traditional craft manner. The barn of the farmhouse is of type Q7T. The attached dwelling is of type H. The farmhouse was built in 1943 according to a design by the Building Department (farmhouse construction) of the Management of the Wieringermeer, Department of Noordoostpolder Works. The tractor shed of type Q7L, added to the farmhouse in 1948 but meanwhile demolished, was of type Q7L. The potato storage boxes in the barn were built in 1956 and 1961. The farmhouse can be compared with the reclaimed-land farmhouse built in the same year at Zwartemeerweg 46.

Description

The building components of the farmhouse, running parallel to the road and rising from rectangular ground plans, are constructed in fair-faced brick and stand under mansard roofs covered with improved Dutch tiles. The facades have black-painted plinths. The sloping roof edges of the barn rest on blocks. Business section with straight-finished window openings under roller courses and gable ends with shuttered gable tops of notched boarding. On the left in the rear facade a large sliding-leaf door set between lightly mortared pilasters under a worked wooden drip moulding. Then from left to right: three windows with concrete cross windows, a door composed of an upper and a lower door, under a four-light fanlight with clamped hinges (originally for the horse stable), a fourth window with cross window, a double clamped door (originally for the tractor shed) with diamond-shaped panes, and equally clamped double door (originally for a storage room) under a two-part fanlight with three-light panes, and on the far right a window with concrete six-light frame with ventilation opening. The window opening with shutter, which originally was above the door in the middle of the facade, is bricked in. In the gable top above the leaf door a trapezoidal fanlight with triangular panes, a large hayloft door and a horizontal eight-light window. In the western longitudinal facade from left to right two six-light windows as those in the rear facade, a door under a fanlight with upper and lower door, a four-light window, a sliding door, four four-light windows and again a sliding door and a four-light window. Both sliding doors stand between pilasters. A door with six-light pane under divided fanlight, a window with six-light sash window and a narrow light slit to the right of the right sliding door form part of the scullery. Slightly set back from the barn, partly below-cellar dwelling section with from left to right a smaller window (kitchen) and a larger window (living room) with glazing bars in the double windows, which like the other windows in the dwelling section stand under roller courses. From the roof section above protrudes a broad roof dormer with profiled edge to the flat roof. Symmetrical front facade of the spout gable type with two windows with glazing bars both on the ground floor and on the window storey. The windows on the ground floor are provided with double windows. The gable end is crowned by a chimney and has mortared roof junctions. The eastern facade of the dwelling contains a door standing between a mortared step, broad posts and a fanlight with window decoration and profiled cornice. To the left of the door a standing window with double six-light panes, to the right of the door a horizontal eight-light window (upstairs room) and a small cellar window. The gable end of the barn standing at right angles to aforementioned facade contains a sliding entrance door under a worked wooden drip moulding and a four-light window. In the notched-boarded gable top stand a trapezoidal fanlight and a horizontal eight-light window as those in the other gable end. In the eastern longitudinal facade of the barn stand six times two small windows, a larger shutter standing under a lintel, an arched hay door standing on the rear side of the wall and on the far right in the facade a door and a narrow light slit for the toilet in the barn.

The barn is provided with five unequal-armed, full-wall collar-tie trusses of glued, laminated wood, the so-called NEMAHO trusses. These trusses do not span the section with the wagon storage. Only the sixth, rear truss is equal-armed and spans the entire width of the barn. On the threshing floor there are frost-free potato storage boxes placed in 1956 and 1961. The horse stable also still exists as such.

In the wagon storage, directly behind the scullery, a space was later partitioned off, which was used as a sprouting room. The doors between the various spaces in the business section are clamped. The floors are partly covered with clinker brick, concrete, and a material not identified but used specifically for the threshing floor. Large grain loft. Fire wall between dwelling and business section. Farmworker's room above the scullery. Kitchen with tiled walls, the original kitchen cupboards and also original cooker hood. Dwelling section with glass sliding doors in the suite of rooms with wooden ceilings. Against both corners of the partition wall a corner fireplace with flue. Floor with parquet tiles. To the upper storey above a step a screw staircase with two wooden gates against the stairwell and the attic-access ladder. Landing with ceiling light between gates standing on the attic. The interior of both the dwelling and the business section has been preserved in its original state for the most part.

Evaluation

The farmhouse is of general interest because of its cultural-historical and architectural-historical value.

- The farmhouse has cultural-historical value because it is one of the oldest still-existing and in-use structures in the Noordoostpolder. The "Wieringermeer farmhouses" are moreover of special importance because of their original function as reclaimed-land farmhouses and as an early expression of a geographical and landscape development.

- The farmhouse has architectural-historical value as a good representative of a type with still-relatively traditional appearance, but in which modern truss construction has already been employed.

- The farmhouse has ensemble value because of its siting and because of the close relationship with the development of the polder landscape, with which it is visually and functionally inextricably linked.

- The farmhouse is moreover of importance because of the recognisability and integrity of the exterior and interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map