Rijksmonumentenregister · Netherlands
Noorderkerk
Apeldoorn, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1898
- Address
- Piet Joubertstraat 4, 7315 AV Apeldoorn (and others)
- Place
- Apeldoorn
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.22360, 5.95218
- Monument number
- 514547
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1892 map "Kaart ten behoeve der cavaleriemanoeuvres in 1892 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KERK uit 1898 in neogotische stijl naar ontwerp van de Apeldoornse architect J.A. Wijn (1857-?). Aannemer was P. Oldenhof.
Na de afscheiding van de Nederlands Hervormde Kerk ontstond in 1835 in Apeldoorn-Noord een Christelijk Afgescheiden Gemeente. In 1839 verliet een kleine groep deze Gemeente en vormde een Kruisgemeente. Na de hereniging in 1869 ging men samen verder als Christelijke Gereformeerde Gemeente. In 1855 bouwden de christelijke gereformeerden hun eerste kerk aan de Anklaarseweg. Binnen tien jaar was die te klein geworden. In 1868 werd de eerste steen gelegd voor een grotere kerk aan de Loolaan, die in 1869 in gebruik werd genomen.
In 1892 sloten de christelijk gereformeerden en de nederduitsch gereformeerden zich aaneen tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Vanaf dat moment heette de Christelijke Gereformeerde Gemeente voortaan Gereformeerde Kerk A en de Nederduitsch Gereformeerde Kerk Gereformeerde Kerk B.
In 1898 werd aan de Piet Joubertstraat - enigszins terug gelegen ten opzichte van de Loolaan, een nieuwe Gereformeerde Kerk A gebouwd ter vervanging van de te kleine kerk uit 1869. De eerste steen van de nieuwe kerk werd gelegd door H. Beekman op 28 september 1898.
Omschrijving
Bakstenen, in kruisverband gemetselde kerk met centraal aangelegde plattegrond in de vorm van een Grieks kruis. De oost- en westgevel (gericht naar de straat) zijn rechtgesloten en hebben een topgevel. De twee dwarsarmen hebben driezijdige sluitingen, die eindigen in kleinen topgeveltjes met steekkappen. Het kruisvormig zadeldak heeft bij de dwarsarmen een driezijdige sluiting. Het dak is gedekt met leien in maasdekking.
Links van de westbeuk bevindt zich een toren met vier geledingen onder een achtzijdige spits. De bovenste geleding eindigt in vier aangekapte topgevels. Tussen de toren en de noordbeuk bevindt zich een rechthoekige uitbouw onder een lessenaarsdak.
Rechts van de westbeuk bevindt zich een tweelaags uitbouw op rechthoekige grondslag met vijfzijdige sluiting aan de zuidzijde. Dit bouwdeel heeft een zadeldak, dat aan de zuidzijde overgaat in een achtzijdige spits. Tussen het bouwdeel en de zuidbeuk bevindt zich een rechthoekige uitbouw onder een lessenaarsdak.
De kerk is opgetrokken in baksteen met rode verblendsteen voor details. Natuursteen is toegepast bij aanzet- en verbindingstenen in enkele venstertraceringen, voor de gehele tracering van het bovenlicht van het ingangsportaal, in enkele dagkanten als neuten, als lateibalk boven deuren en voor de deklijsten van de topgevels.
Vrijwel alle gevels hebben eenmaal versnijdende steunberen, deze zijn overhoeks bij de driezijdige sluitingen en verder haaks, ook bij de toren. De afzaten zijn uitgevoerd in verblendsteen. De gevels hebben een plint met afgeschuinde deklijst van verblendsteen en hardstenen hoekblokjes. Halverwege de gevels bevindt zich een verblendstenen waterlijst. De gevels die niet in een topgevel eindigen sluiten aan de bovenzijde af met een reeks lijsten - bloktandlijsten en/of getrapte boogfriezen - uitgevoerd in baksteen, gebakken profielsteen en verblendsteen. Vensters en deuren bezitten rijk geprofileerde omlijstingen en traceringen in verblendsteen.
De VOORGEVEL (de westgevel) kent een symmetrische indeling en bevat op de begane grond in het midden een uitgebouwd rechthoekig portaal onder een schilddak. Het portaal heeft een middenrisaliet waarin zich de hoofdentree bevindt. Dit risaliet eindigt in een wijkende topgevel met schouders en achterliggend zadeldak, waarvan de nok hoger ligt dan van het aansluitende schilddak. De entree met een rijk geprofileerde omlijsting in verblendsteen heeft dubbele opgeklampte deuren met sierbeslag en een spitsboogvormig bovenlicht met natuurstenen gotische traceringen (twee lancetten met ingeschreven driepasbogen en in de top een oculus met driepasvulling), bezet met meerkleurig glas-in-lood in sobere Art Nouveau. De met een ezelsrug afgesloten topgevel draagt een kruisbloem. Links en rechts van het portaal twee segmentboogvensters bezet met geel kathedraalglas-in-lood. Midden onder de twee rechter vensters een hardstenen zogenaamde de eerste steen met opschrift de eerste steen gelegd door / H. BEEKMAN / 28 september 1898'. Boven het portaal een groot tudorboogvenster met verblendstenen tracering. In de top visblazen zonder toten en tot aan de boog doorgetrokken montants. Het venster is bezet met glas-in-lood. In de visblazen meerkleurig met Art Nouveau-motieven. Links en rechts twee spitsboog blindvensters met daarboven twee blinde oculi met in waaiervorm tootloze visblazen. De geveltop heeft boven een waterlijst drie klimmende blindvensters met hierin gekoppelde segmentboogvensters bezet met glas-in-lood. De middelste blindnis heft onderin een getoogde luikopening.
De voorgevel van de toren bevat op de begane grond een spitsboogvormige entree met opgeklampte deur met sierbeslag en een bovenlicht met eenvoudige tracering, bezet met glas-in-lood. De tweede geleding heeft twee segmentboogvensters met glas-in-lood. De derde geleding heeft drie blinde spitsboognissen met elk een smal segmentboogvenster. Deze geleding wordt beëindigd meteen reeks verspringende tandlijsten. Hierboven verjongt de toren. De vierde geleding heeft een brede spistboognis met twee gekoppelde galmgaten waarboven drie oculi. De geleding wordt afgesloten met een tandfries. In de topgevel een rondboognis met wijzerplaat. De spits heeft een kleine dakkapel. De steunberen gaan tot halverwege de derde geleding en zijn ter plaatse van deze geleding overhoeks uitgevoerd.
De voorgevel van de uitbouw rechts van de westbeuk heeft links en identieke entree als de toren. Daarboven bevinden zich twee kleine segmentboogvensters.
De LINKER ZIJGEVEL van de toren is identiek aan de voorgevel, de entree op de begane grond ontbreekt echter. De gevel van de uitbouw heeft een entree met opgeklampte deur met sirebeslag, ontlast door een natuurstenen latei en een segmentboog. Naast de deur een klein segmentboogvenster. De driezijdige sluiting van de noordbeuk heeft in iedere zijde onder drie gekoppelde segmentboogvensters en boven de waterlijst een groot spitsboogvenster met in de beide zijsluitingen een vorktracering en in de middensluiting een oculus geflankeerd door tootloze visblazen. De vensters zijn bezet met glas-in-lood, in de toppen meerkleurig met bloemmotieven. In de topgevel een blinde spitsboognis.
De linker zijgevel van de oostbeuk heeft boven de waterlijst twee lancetvensters.
De ACHTERGEVEL van de oostbeuk is vrijwel blind, op twee kleine segmentboogvensters na. De achtergevel van de noordbeuk heeft een entree met opgeklampte deur, ontlast door een segmentboog.
De RECHTER ZIJGEVEL van de oost- en zuidbeuk is identiek aan de linker zijgevel, evenals de gevel van de uitbouw tegen de westbeuk. De rechter zijgevel van de rechter uitbouw tegen de westbeuk heeft op de begane grond een ronde sluiting, die op de verdieping overgaat in een vijfzijdige sluiting met in alle zijden een smal segmentboogvenster.
Het INTERIEUR van de kerk is witgepleisterd met in schoon metselwerk uitgevoerde schalken met wit geschilderde natuursteen veelhoekige basementen en natuurstenen geschilderde kelkkapitelen, die de bogen en ribben van het houten gewelf ondersteunen. Op de vier hoeken van de kruising bevinden zich bundelpijlers. De kerkruimte is overspannen met fraaie, blankhouten spitsboogvormige tongewelven op rijk gesneden, zogenaamde Hammerbeam' (hamerbalk-)spanten. Deze spanten bezitten in de boogzwikken traceringen met onder meer een reeks klimmende driepasboogopeningen als vulling. De spanten zijn aan de basis voorzien van vaasvormige ornamenten. De ribben van de gewelven komen op de kruising samen in een fraai stergewelf.
Tegen de oostwand van de oostbeuk is een orgel geplaatst op een uitkragende balustrade. Deze balustrade wordt midden onder het orgel onderbroken door een tudorboog. De balustrade rust op gesneden consoles, welke onder het orgel rusten op muurstijlen met biljoenen. De balustrade bevat tussen de balusters dichte velden met elk twee gedrukte spitsboognissen. Ter weerszijden van de tudorboog bevindt zich een banderol met het opschrift ANNO' en 1908'. Tweeklaviers pneumatisch orgel met vrij pedaal, gemaakt door Van Leeuwen in 1908. De orgelkas is rijk bewerkt. Onder het orgel is een houten neogotisch preekgestoelte geplaatst, met aan weerszijden een trap met rijk gesneden trappaal en balusters. De onderbouw heeft rechthoekige velden met biljoenen en gevuld met een gotisch briefpaneel. De bovenbouw is identiek en bevat aan de uiteinden en ter weerszijde van de lezenaar halfzuilen met knopkapitelen, die het front in drie vakken verdelen.
De kerk bevat verder houten paneeldeuren, deels in omlijsting, originele ouderlingbanken en een groot deel van het originele bankenplan. De westzijde van de kerk heeft een groot koorbalkon, aan de voorzijde rustend op zuiltjes en consoles. De borstwering is identiek aan die van de orgelgalerij. Onder het balkon een uitgebouwde entreepartij met in de wanden glas-in-lood ramen. Het hoofdportaal heeft een terrazzovloer met in het midden een stermotief.
Voor de kerk een door een muurtje afgesloten pleintje.
Waardering
Gereformeerde KERK in neogotische bouwstijl uit 1898, naar ontwerp van de Apeldoornse architect J.A. Wijn.
- Van architectuurhistorische waarde als zeldzaam en gaaf bewaard voorbeeld van een gereformeerde kerk in neogotische bouwstijl. Het pand valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, geavanceerd materiaalgebruik en rijke ornamentiek. Karakteristiek is onder meer het gewelf met de, in Nederland zeldzaam toegepaste hamerbalkspanten. De kerk neemt met zijn bouwstijl een unieke plaats in binnen het oeuvre van de architect Wijn, die veelal ontwierp in de Art Nouveau- en de neorenaissancestijl.
- Van stedenbouwkundige waarde door de situering aan een zijstraat van de Loolaan, maar door de verbreding aldaar goed zichtbaar vanaf de Loolaan.
- Van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van één van de eerste Doleantiekerken, die in tegenstelling tot andere Gereformeerde kerken bijzonder rijk van opzet en detaillering is.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CHURCH from 1898 in neo-gothic style designed by the Apeldoorn architect J.A. Wijn (1857-?). Contractor was P. Oldenhof.
Following the secession from the Dutch Reformed Church, a Christian Separated Congregation was established in 1835 in Apeldoorn-Noord. In 1839 a small group left this Congregation and formed a Cross Congregation. After reunification in 1869 they continued together as the Christian Reformed Congregation. In 1855 the Christian Reformed built their first church on the Anklaarseweg. Within ten years it had become too small. In 1868 the first stone was laid for a larger church on the Loolaan, which was taken into use in 1869.
In 1892 the Christian Reformed and the Dutch Reformed united to form the Reformed Churches in the Netherlands. From that moment on the Christian Reformed Congregation was henceforth called Reformed Church A and the Dutch Reformed Church Reformed Church B.
In 1898 a new Reformed Church A was built on the Piet Joubertstraat - set somewhat back from the Loolaan, to replace the too-small church of 1869. The first stone of the new church was laid by H. Beekman on 28 September 1898.
Description
Brickwork church, laid in English bond, with a centrally planned floor plan in the form of a Greek cross. The east and west gables (facing the street) are straight-edged and have stepped gables. The two transverse arms have three-sided terminations, ending in small stepped gables with coping bricks. The cruciform gabled roof has a three-sided termination at the transverse arms. The roof is covered with slate in a sliding bond pattern.
To the left of the west aisle is a tower with four storeys beneath an octagonal spire. The uppermost storey ends in four canted stepped gables. Between the tower and the north aisle is a rectangular extension beneath a mansard roof.
To the right of the west aisle is a two-storey extension on a rectangular plan with a five-sided termination on the south side. This building component has a gabled roof, which on the south side transitions into an octagonal spire. Between the building component and the south aisle is a rectangular extension beneath a mansard roof.
The church is built of brickwork with red facing brick for details. Natural stone is used at bonding and connecting stones in some window traceries, for the entire tracery of the fanlight of the entrance portal, in some daylight openings as keystones, as lintels above doors and for the cornice of the stepped gables.
Almost all gables have once-projecting buttresses, these are angled at the three-sided terminations and otherwise at right angles, also at the tower. The offsets are executed in facing brick. The gables have a plinth with angled drip moulding of facing brick and sandstone corner blocks. Halfway up the gables is a facing brick drip moulding. The gables that do not end in a stepped gable close at the top with a series of mouldings - block dentil mouldings and/or stepped arch friezes - executed in brick, fired moulded brick and facing brick. Windows and doors have richly moulded frames and traceries in facing brick.
The FRONT FACADE (the west gable) has a symmetrical arrangement and contains on the ground floor in the centre a projecting rectangular portal beneath a hipped roof. The portal has a central risalit in which the main entrance is located. This risalit ends in a receding stepped gable with shoulders and underlying gabled roof, the ridge of which is higher than that of the adjoining hipped roof. The entrance with a richly moulded frame in facing brick has double cramp-fastened doors with ornamental hardware and a pointed arch fanlight with natural stone gothic traceries (two lancets with inscribed trefoil arches and at the top an oculus with trefoil filling), set with multicoloured stained glass in sober Art Nouveau. The stepped gable, closed with a pitched roof, carries a cross finial. To the left and right of the portal two segmental arch windows set with yellow cathedral stained glass. In the middle below the two right windows a sandstone so-called first stone with the inscription the first stone laid by / H. BEEKMAN / 28 September 1898'. Above the portal a large Tudor arch window with facing brick tracery. At the top fish-blade ornaments without trefoils and extending to the arch with unbroken mullions. The window is set with stained glass. In the fish-blade ornaments multicoloured with Art Nouveau motifs. To the left and right two pointed arch blind windows with above them two blind oculi with fan-shaped toothed fish-blade ornaments. The gable top has above a drip moulding three climbing blind windows with coupled segmental arch windows set with stained glass. The middle blind opening has at the bottom an arched blind door opening.
The front of the tower contains on the ground floor a pointed arch entrance with cramp-fastened door with ornamental hardware and a fanlight with simple tracery, set with stained glass. The second storey has two segmental arch windows with stained glass. The third storey has three blind pointed arch recesses each with a narrow segmental arch window. This storey is concluded with a series of offset dentil mouldings. Above this the tower tapers. The fourth storey has a broad pointed arch recess with two coupled sound holes with above them three oculi. The storey is closed with a dentil frieze. In the stepped gable a rounded arch recess with clock face. The spire has a small roof dormer. The buttresses extend to halfway up the third storey and are angled at the location of this storey.
The front of the extension to the right of the west aisle has on the left an identical entrance to the tower. Above this are two small segmental arch windows.
The LEFT SIDE GABLE of the tower is identical to the front gable, however the entrance on the ground floor is missing. The gable of the extension has an entrance with cramp-fastened door with ornamental hardware, relieved by a natural stone lintel and a segmental arch. Next to the door a small segmental arch window. The three-sided termination of the north aisle has in each side below three coupled segmental arch windows and above the drip moulding a large pointed arch window with in both side terminations a fork tracery and in the middle termination an oculus flanked by toothed fish-blade ornaments. The windows are set with stained glass, in the tops multicoloured with floral motifs. In the stepped gable a blind pointed arch recess.
The left side gable of the east aisle has above the drip moulding two lancet windows.
The REAR GABLE of the east aisle is virtually windowless, except for two small segmental arch windows. The rear gable of the north aisle has an entrance with a cramp-fastened door, relieved by a segmental arch.
The RIGHT SIDE GABLE of the east and south aisle is identical to the left side gable, as is the gable of the extension against the west aisle. The right side gable of the right extension against the west aisle has on the ground floor a rounded termination, which on the upper floor transitions into a five-sided termination with in all sides a narrow segmental arch window.
The INTERIOR of the church is whitewashed plaster with raking struts executed in exposed masonry with whitewashed natural stone polygonal bases and natural stone whitewashed kelch capitals, which support the arches and ribs of the wooden vault. At the four corners of the crossing are bundled pillars. The church space is spanned with fine, light wood pointed arch barrel vaults on richly carved, so-called Hammerbeam spants. These spants have in the vault pendentives traceries including a series of climbing trefoil arch openings as filling. The spants are provided at the base with vase-shaped ornaments. The ribs of the vaults converge at the crossing in a fine star vault.
Against the east wall of the east aisle an organ is placed on a cantilever balustrade. This balustrade is interrupted in the middle below the organ by a Tudor arch. The balustrade rests on carved consoles, which below the organ rest on wall mullions with billeted ornaments. The balustrade contains between the balusters solid fields each with two pressed pointed arch niches. On either side of the Tudor arch is a banderole with the inscription ANNO' and 1908'. Two-manual pneumatic organ with free pedal, made by Van Leeuwen in 1908. The organ case is richly decorated. Below the organ is a wooden neo-gothic pulpit placed, with on either side a staircase with richly carved newel post and balusters. The base has rectangular fields with billeted ornaments and filled with a gothic panel. The upper structure is identical and contains at the ends and on either side of the lectern half-columns with knop capitals, which divide the front into three bays.
The church further contains wooden panel doors, partly in frames, original elder pews and a large part of the original pew plan. The west side of the church has a large choir loft, on the front resting on small columns and consoles. The balustrade is identical to that of the organ gallery. Below the loft a projecting entrance section with stained glass windows in the walls. The main portal has a terrazzo floor with in the centre a star motif.
Before the church a small courtyard enclosed by a wall.
Valuation
Reformed CHURCH in neo-gothic architectural style from 1898, designed by the Apeldoorn architect J.A. Wijn.
- Of architectural historical value as a rare and well-preserved example of a Reformed church in neo-gothic architectural style. The building stands out for its high-quality aesthetic qualities, advanced material use and rich ornamentation. Characteristic is among other things the vault with the Hammerbeam spants, rarely applied in the Netherlands. With its architectural style the church occupies a unique place within the oeuvre of architect Wijn, who mostly designed in the Art Nouveau and neo-renaissance style.
- Of urban planning value through its location on a side street of the Loolaan, but through the widening there clearly visible from the Loolaan.
- Of cultural-historical value as an example of one of the first Doleantie churches, which in contrast to other Reformed churches is particularly rich in conception and detailing.
Nearby in the register
- Archeologie, Loolaan ApeldoornArcheologieunder 1 mi
- Woonhuis, Loolaan 24Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Loolaan 45Woonhuisunder 1 mi
- Weeshuis, Koninginnelaan 43Sociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.