Rijksmonumentenregister · Netherlands
Stadhuis
Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Stadhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1914 - 1920
- Address
- Coolsingel 40, Locatie: Stadsdriehoek, 3011 AD Rotterdam
- Place
- Rotterdam
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.92271, 4.47915
- Monument number
- 513763
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "[Kaart van de Rotte door Jan Potter, landmeter]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
STADHUIS, gebouwd na een besloten prijsvraag (1913) in opdracht van de gemeente Rotterdam in 1914-1920, naar ontwerp van prof. ir. H. Evers in neo-Renaissance stijl met neo-Romaanse en neo-Byzantijnse invloeden. Prominent gelegen aan de Coolsingel tegenover het Stadhuisplein.
De bouw vond plaats in het kader van de sanering van de verkrotte en verpauperde Zandstraatbuurt (vanaf 1913) en het dempen van de Coolvest (1920) teneinde een nieuw en representatief stadscentrum te creëren voor de groeiende handelsstad.
Op het iconografisch programma van de talrijke sculpturen in in- en exterieur heeft de toenmalige burgemeester M.A.Z. Zimmermann een belangrijke invloed gehad. De rijke inventaris van het stadhuis is geheel betaald uit particuliere schenkingen. Als eerbetoon aan de architect werd in 1923 een bronzen borstbeeld van prof. Henri Evers - door J. Keller - opgesteld in de centrale hal.
Omschrijving:
Het stadhuis bestaat uit drie bouwlagen en een kelder- en kapverdieping, en is samengesteld uit vier vleugels die gezamenlijk een rechthoek vormen van 86 bij 106 meter. Het binnenterrein is door twee evenwijdig aan de voor- en achtergevel geplaatste tussenvleugels in drie binnenhoven verdeeld. De voorste hiervan is in het midden dichtgezet met de centrale hal. De hal, met grondplan in de vorm van een Grieks kruis, is overspannen met een koepel op pendentieven die de onderbouw vormt voor de 71,5 meter hoge stadhuistoren. De hoven aan weerszijden van de hal zijn overkapt (één bouwlaag) en ingericht als wachtruimten voor het publiek. De tweede binnenhof is voorzien van een tuinaanleg en te bereiken via twee inrijpoorten in de zijgevels van het gebouw. In deze binnenhof is in het verlengde van de centrale hal, op de verdieping de Raadzaal uitgebouwd. Op de begane grond wordt deze gedragen door een zuilenportiek met 15 in gele baksteen gemetselde koepelgewelfjes.
De derde binnenhof is evenals de twee kleine plaatsjes aan weerszijden van de centrale hal door middel van een overkapping bij het gebouw getrokken. De buitengevels van het stadhuis zijn boven een hardstenen plint opgetrokken in zandsteen. De gevels langs de binnenplaatsen zijn uitgevoerd in baksteen. Aan het gebouw is zowel in- als uitwendig veel beeldhouwwerk toegepast. Alle vensters hebben stalen kozijnen. Voor verschillende constructies, zoals de onderbouw van de toren en de overspanning van de Burgerzaal is gebruik gemaakt van beton. Het gebouw draagt hoge, met leien gedekte zadel-, schild- en tentdaken.
De voorgevel aan de Coolsingel bestaat uit een middenrisaliet, twee zijvleugels en hoekrisalieten. Aan deze zijde van het gebouw bevinden zich de voornaamste vertrekken. In de middenrisaliet op de eerste verdieping de Burgerzaal, geflankeerd door de vergaderzaal voor B. en W. en de trouwzaal 1e klas. De rechter hoekrisaliet bevat de burgemeesterskamer. De middenrisaliet bevat op de begane grond de hoofdingang, bestaande uit drie boogvormige openingen op zuilen, met een balkon daarboven (voor de Burgerzaal). De ingangsdeuren zijn van hout met bronzen beslag. Voor de ingang overbrugt een brede trap met smeedijzeren lantaarns op de hoeken het niveauverschil tussen de straat en de begane grond van het gebouw. De risaliet heeft op de verdieping (Burgerzaal) vijf rechthoekige zesledige vensters onder rondbogen. In de boogvelden gebeeldhouwde portretkoppen door E. van der Tuuk. Tussen de vensters beelden van de allegorische figuren van de Ondernemingsgeest, het Beleid, de Betrouwbaarheid en de Volharding, gehakt door prof. A.W.M. Odé. Het balkon is gedecoreerd met beeldhouwwerk door A. Leeflang. Ter hoogte van de tweede verdieping vijf rechthoekige kruisvensters, geflankeerd door reliëfs met respectievelijk het provinciewapen en het rijkswapen.
Onder de daklijst drie gebeeldhouwde portretkoppen door L.P.M. Wensing. Het middendeel van de risaliet (middelste drie vensterassen) wordt bekroond door een trapgevel met opzetstuk en met obelisken op de hoeken. Centraal in de trapgevel een zittende stedemaagd, gebeeldhouwd door T. Dupuis. Daarboven een reliëf met het gemeentewapen. Aan weerszijden de zes wapens van de door Rotterdam geannexeerde gemeenten. De trapgevel wordt bekroond door een bronzen geniusbeeld met lichtfakkel, door T. Dupuis. De middenrisaliet als geheel is afgesloten met een schilddak, met op de nok een in lood uitgevoerde dakruiter met luidklok en vlaggemast. Hierachter verheft zich de stadhuistoren, die de centrale hal van het gebouw bekroont. De gevels van de toren zijn geheel opgetrokken uit natuursteen. De toren bestaat uit een vierkante onderbouw, een achthoekige lantaarn en een koperen bekroning met wijzerplaten en gouden vredesbeeld. De geveldelen aan weerszijden van de middenrisaliet hebben dezelfde architectonische geleding als het middendeel. In plaats van een topgevel hebben zij echter ieder twee in natuursteen uitgevoerde dakkapellen. De beide hoekrisalieten onderscheiden zich door zich door hun hoge tentdak met loden sierbekroning, dakruiters en vlaggemasten. In de rechter hoekrisaliet bevindt zich op de eerste verdieping de burgemeesterskamer. Deze is aan de Coolsingelzijde voorzien van een erker op natuurstenen zuilen en heeft aan de zijde van de Stadhuisstraat een balkon. Onder de erker een bronzen beeld van Joh. van Oldenbarnevelt, door Ch. van Wijk en prof. Odé. De linker hoekrisaliet heeft zowel aan de voorzijde als aan de zijgevel op de eerste verdieping een balkon. Als pendant voor het beeld van Van Oldenbarnevelt hier Hugo de Groot in brons. Aan weerszijden van het venster op de eerste verdieping allegorische figuren van de Onafhankelijkheid en de Verdraagzaamheid, door J. Keller. De zijgevel aan het Doelwater wordt door een uitspringend bouwvolume (een trappenhuis bevattend) met een torenvormige opbouw, verdeeld in kantoorvleugels van respectievelijk 15 (linker gevelhelft) en 9 vensterassen. Op de hoek met de achtergevel bevindt zich als afsluiting van de wand een tweede trappenhuis. Geheel rechts in het geveldeel van 15 vensterassen, bevindt zich een doorgang naar het binnenterrein. Deze doorgang maakt het, in combinatie met de poort aan de andere zijde van het gebouw, mogelijk om met wagens de grote portiek onder de raadzaal te bereiken, die toegang biedt tot de centrale hal. De doorgang bestaat uit uit een boogvormige opening met daarboven een kleine trapgevel. De boog is voorzien van een gedecoreerde sluitsteen. Geheel links in de gevel bevindt zich de ingang tot de afdeling Burgerlijke stand, Bevolking en Onderwijs. Deze ingang is qua opbouw gelijk aan de poort naar het achterterrein, maar heeft in plaats van een boogvormige doorgang een portaal met twee houten toegangsdeuren. Tussen de deuren staat, als allegorie op de leerplicht, een beeld van een jongen met boeken, door F.E. Jeltesma. De zijgevel aan de Stadhuisstraat heeft dezelfde hoofdopzet als de gevel aan het Doelwater, doch kent een rijkere architectonische behandeling. Het (linker) geveldeel van 9 vensterassen breed heeft ter hoogte van de eerste verdieping drie kleine balkons op natuurstenen consoles. In de as hiervan staan op het dak drie dakkapellen. Het (rechter) geveldeel van 15 vensterassen, heeft op de begane grond een insteekverdieping en daarmee een afwijkend vensterformaat. In de middelste drie traveeën bevindt zich een extra ingang, gevormd door drie boogvormige openingen met een groot balkon daarboven. Deze ingang, de toegang tot de voormalige afdeling Politie, wordt -evenals de hoofdingang aan de Coolsingel- boven de daklijst bekroond door een grote trapgevel met opzetstuk en obelisken.
De achtergevel van het stadhuis bestaat, tussen twee hoekrisalieten met trappehuis, uit één ongebroken gevelwand van 19 vensterassen. Ter hoogte van het souterrain bevindt zich in het midden van de gevel een dienstingang bestaande uit een stalen ingangspui met daarvoor een houten afdak met natuurstenen kolommen en borstwering. De achtergevel is door middel van twee later aangebrachte loopbruggen verbonden met het politiebureau aan het Haagse Veer en het stadskantoor uit 1978.
De centrale binnenhof is voorzien van een tuinaanleg. Hierin staan een hardstenen fontein met bronzen kindergroep door S. Miedema en een bronzen Mercurius en Neptunus door B. Ingen Housz. Het geheel vormt een allegorie op de welvaart die mogelijk is onder het wakend oog van Mercurius (de handel) en Neptunus (de zeevaart). De gevels rond de binnenhof zijn opgetrokken in baksteen met aan de bovenzijde een boogfries. De vensters zijn voorzien van ontlastingsbogen.
De oostelijke gevel heeft twee risalieten met in de trant van de Hollandse Renaissance gedetailleerde trapgevels. Tegen de buitengevel van de raadzaal zijn tableaus aangebracht van terracotta tegels met voorstellingen gewijd aan de vijf hoofdafdelingen van de gemeentelijke administratie.
Interieur: Direct achter de hoofdingang een met marmer beklede vestibule met beelden van koningin Wilhelmina en prins Hendrik door G.J.W. Rueb, een betegelde wandfontein van de Porcelijne Flesch in Delft en acht bronzen kandelabers. De centrale hal heeft de vorm van een grieks kruis. Boven het centrale vierkant een koepelgewelf op pendentieven, gedragen door vier zware pijlers. Deze pijlers vormen tevens de onderbouw voor de stadhuistoren. Boven de armen van het kruis vier tongewelven met cassettes. In het koepelgewelf acht gebrandschilderde ramen met voorstellingen van de acht voornaamste handelsstaten van Europa.
Tegen de pijlers vier beelden van de werelddelen Afrika, Azië, Amerika en Australië. In de armen van het kruis galerijen gedragen door rondbogen op marmeren zuilen. De galerijen hebben bronzen balustraden met lantaarns. In de eindgevels van de kruisvormige aanleg bevinden zich neo-romaans gedetailleerde raamgroepen met in gebrandschilderd glas voorstellingen van de Scheepvaart, de Kunstnijverheid, de Architectuur en de Vrijhandel. Aan de noordzijde van de hal bevindt zich de marmeren staatsietrap met gebrandschilderde ramen, bronzen kandelabers en twee bronzen beelden van Floris V en graaf Willem III door B. Ingen Housz.
De raadzaal, op de eerste verdieping oostelijk van de hal, is een rechthoekige ruimte met een publiekstribune boven de ingang en eikehouten lambrizeringen en een cassettenplafond in eikehout en palissander. Er hangen acht lichtkronen. De wandschilderingen van M.J. Richters hebben betrekking op het havenbedrijf. De Burgerzaal is een rechthoekige ruimte met een lengte van 32 meter, een parketvloer en een groot tongewelf met bronzen lichtkronen en kandelaars.
De wandschilderingen boven de mahoniehouten lambrizeringen zijn van Joh. Thorn Prikker. Aan de zuidelijke wand een marmeren schouw.
Aan de noordelijke zijde van de zaal een galerij op marmeren zuilen met een concertorgel uit 1918. De vergaderzaal van Burgemeester en Wethouders heeft een cassetteplafond, een (zwart) marmeren schouw en pilasters. De trouwzaal 1e klasse is in empirestijl uitgevoerd, met een koofplafond, marmeren pilasters en schoorsteenmantel.
Waardering:
Stadhuis van Rotterdam in (late) neo-Renaissance trant, ontworpen door prof. H. Evers, met bijbehorende in- en uitwendige decoraties en oorspronkelijke interieuronderdelen, van algemeen belang wegens cultuurhistorische, stedebouwkundige en architectuurhistorische waarde, alsmede vanwege de belangrijke plaats die het inneemt binnen het oeuvre van Evers en de silhouetwaarde van de toren met Vredesbeeld.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
CITY HALL, built following a closed design competition (1913) commissioned by the municipality of Rotterdam in 1914-1920, to the design of prof. ir. H. Evers in neo-Renaissance style with neo-Romanesque and neo-Byzantine influences. Prominently situated on the Coolsingel opposite the Stadhuisplein.
Construction took place as part of the clearance of the dilapidated and impoverished Zandstraatbuurt (from 1913) and the infilling of the Coolvest (1920) in order to create a new and representative city centre for the growing trading city.
The then-mayor M.A.Z. Zimmermann had an important influence on the iconographic programme of the numerous sculptures inside and outside. The rich inventory of the city hall was entirely paid for from private donations. As a tribute to the architect, in 1923 a bronze portrait bust of prof. Henri Evers - by J. Keller - was erected in the central hall.
Description:
The city hall consists of three storeys and a basement and roof storey, and is composed of four wings which together form a rectangle of 86 by 106 metres. The inner courtyard is divided into three inner courts by two connecting wings placed parallel to the front and rear facades. The foremost of these is closed in the middle with the central hall. The hall, with a ground plan in the form of a Greek cross, is spanned by a dome on pendentives which forms the substructure for the 71.5 metre high city hall tower. The courts on either side of the hall are roofed (one storey) and arranged as waiting rooms for the public. The second inner court is furnished with a garden layout and can be reached via two entrance gates in the side facades of the building. In this inner court in the extension of the central hall, the Council Chamber is built on the upper floor. At ground level this is supported by a colonnade with 15 barrel vaults built in yellow brick.
The third inner court, as well as the two small squares on either side of the central hall, is roofed and incorporated into the building by means of a covering. The outer facades of the city hall are raised above a hardstone plinth in sandstone. The facades along the inner courts are executed in brick. Much sculptural work is applied to the building both inside and outside. All windows have steel frames. For various constructions, such as the substructure of the tower and the span of the Burgerzaal, concrete has been used. The building has high gabled roofs, hipped roofs and hipped roofs, all covered with slate.
The front facade on the Coolsingel consists of a central projection, two side wings and corner projections. On this side of the building are located the principal rooms. In the central projection on the first floor the Burgerzaal, flanked by the meeting room for Mayor and Aldermen and the first-class wedding hall. The right corner projection contains the Mayor's chamber. The central projection contains at ground level the main entrance, consisting of three arched openings on columns, with a balcony above (for the Burgerzaal). The entrance doors are of wood with bronze fittings. A broad flight of steps with wrought-iron lanterns at the corners spans the level difference between the street and the ground floor of the building in front of the entrance. The projection has on the upper floor (Burgerzaal) five rectangular six-light windows under semicircles. In the spandrels sculptured portrait heads by E. van der Tuuk. Between the windows figures of the allegorical figures of Enterprise, Judgment, Reliability and Perseverance, carved by prof. A.W.M. Odé. The balcony is decorated with sculpture by A. Leeflang. At the height of the second floor five rectangular cross windows, flanked by reliefs with respectively the provincial coat of arms and the national coat of arms.
Below the cornice three sculptured portrait heads by L.P.M. Wensing. The central part of the projection (the middle three window axes) is crowned by a stepped gable with superstructure and with obelisks at the corners. Centrally in the stepped gable a seated city maiden, sculptured by T. Dupuis. Above this a relief with the municipal coat of arms. On either side the six coats of arms of the municipalities annexed by Rotterdam. The stepped gable is crowned by a bronze genius figure with torch, by T. Dupuis. The central projection as a whole is closed off with a hipped roof, with on the ridge a roof dormer executed in lead with a bell and flagstaff. Behind this rises the city hall tower, which crowns the central hall of the building. The facades of the tower are entirely constructed of natural stone. The tower consists of a square substructure, an octagonal lantern and a copper superstructure with clock faces and golden peace figure. The facade sections on either side of the central projection have the same architectural articulation as the central part. Instead of a gable they each have two roof dormers executed in natural stone. The two corner projections are distinguished by their high hipped roof with lead ornamental superstructure, roof dormers and flagstaffs. In the right corner projection is located on the first floor the Mayor's chamber. This is provided on the Coolsingel side with a bay window on natural stone columns and has a balcony on the Stadhuisstraat side. Below the bay window a bronze figure of Joh. van Oldenbarnevelt, by Ch. van Wijk and prof. Odé. The left corner projection has on both the front facade and on the side facade a balcony on the first floor. As a pendant to the figure of Van Oldenbarnevelt, here Hugo de Groot in bronze. On either side of the window on the first floor allegorical figures of Independence and Tolerance, by J. Keller. The side facade at the Doelwater is divided by a projecting building volume (containing a staircase) with a tower-like superstructure into office wings of respectively 15 (left facade half) and 9 window axes. At the corner with the rear facade there is a second staircase as a closure of the wall. Furthest right in the facade section of 15 window axes there is a passage to the inner courtyard. This passage makes it possible, in combination with the gate on the other side of the building, to reach the large colonnade under the council chamber by wagons, which provides access to the central hall. The passage consists of an arched opening with a small stepped gable above. The arch is provided with a decorated keystone. Furthest left in the facade is the entrance to the department of Civil Status, Population and Education. This entrance is in its structure equal to the gate to the rear courtyard, but has in place of an arched passage a portal with two wooden entrance doors. Between the doors stands, as an allegory of compulsory education, a figure of a boy with books, by F.E. Jeltesma. The side facade on the Stadhuisstraat has the same main layout as the facade on the Doelwater, but has a richer architectural treatment. The (left) facade section 9 window axes wide has at the height of the first floor three small balconies on natural stone consoles. Along the axis of these stand three roof dormers on the roof. The (right) facade section of 15 window axes has at ground level a recessed storey and thus a different window format. In the middle three bays there is an extra entrance, formed by three arched openings with a large balcony above. This entrance, the access to the former Police department, is - like the main entrance on the Coolsingel - crowned above the cornice by a large stepped gable with superstructure and obelisks.
The rear facade of the city hall consists, between two corner projections with staircase, of one continuous facade wall of 19 window axes. At the height of the basement there is in the middle of the facade a service entrance consisting of a steel entrance window with a wooden canopy in front with natural stone columns and balustrade. The rear facade is connected by means of two later-added walkways to the police station at the Haagse Veer and the municipal office from 1978.
The central inner court is furnished with a garden layout. In this stands a hardstone fountain with bronze children's group by S. Miedema and a bronze Mercury and Neptune by B. Ingen Housz. The whole forms an allegory of the prosperity that is possible under the watchful eye of Mercury (commerce) and Neptune (maritime trade). The facades around the inner court are constructed in brick with an arched frieze at the top. The windows are provided with relieving arches.
The eastern facade has two projections with stepped gables detailed in the manner of the Dutch Renaissance. Against the outer facade of the council chamber are placed terracotta tile panels with representations dedicated to the five main departments of municipal administration.
Interior: Directly behind the main entrance a vestibule lined with marble with figures of Queen Wilhelmina and Prince Hendrik by G.J.W. Rueb, a tiled wall fountain from the Porcelijne Flesch in Delft and eight bronze candelabra. The central hall has the form of a Greek cross. Above the central square a barrel vault on pendentives, supported by four heavy piers. These piers also form the substructure for the city hall tower. Above the arms of the cross four barrel vaults with coffered ceilings. In the vault eight stained-glass windows with representations of the eight principal trading states of Europe.
Against the piers four figures of the continents Africa, Asia, America and Australia. In the arms of the cross galleries supported by semicircles on marble columns. The galleries have bronze balustrades with lanterns. In the end walls of the cross-shaped layout are neo-Romanesque detailed window groups with in stained glass representations of Shipping, Arts and Crafts, Architecture and Free Trade. On the north side of the hall is the marble ceremonial staircase with stained-glass windows, bronze candelabra and two bronze figures of Floris V and Count Willem III by B. Ingen Housz.
The Council Chamber, on the first floor east of the hall, is a rectangular room with a public gallery above the entrance and oak wainscoting and a coffered ceiling in oak and rosewood. Eight chandeliers hang here. The wall paintings by M.J. Richters relate to the port industry. The Burgerzaal is a rectangular room with a length of 32 metres, a parquet floor and a large barrel vault with bronze chandeliers and candelabra.
The wall paintings above the mahogany wainscoting are by Joh. Thorn Prikker. On the southern wall a marble fireplace.
On the northern side of the hall a gallery on marble columns with a concert organ from 1918. The meeting room of Mayor and Aldermen has a coffered ceiling, a (black) marble fireplace and pilasters. The first-class wedding hall is executed in Empire style, with a cove ceiling, marble pilasters and chimneypiece.
Valuation:
City hall of Rotterdam in (late) neo-Renaissance manner, designed by prof. H. Evers, with associated internal and external decorations and original interior components, of general importance due to cultural-historical, urban-planning and architectural-historical value, as well as because of the important place it occupies within the oeuvre of Evers and the silhouette value of the tower with Peace Figure.
Nearby in the register
- Centraal PostkantoorOverheidsgebouwunder 1 mi
- St. Lucia kweekschoolOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Hilton HotelHorecaunder 1 mi
- Handels BeursHandel en kantoorunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.