Rijksmonumentenregister · Netherlands
Klooster, Molenstraat 74
Helmond, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1904
- Address
- Molenstraat 74, 5701 KH Helmond
- Place
- Helmond
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.47783, 5.66732
- Monument number
- 513097
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Kaart ten behoeve van de manoeuvres der 2e Divisie Infanterie in 1904 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KLOOSTER, gebouwd in 1904 voor de Zusters Clarissen. De architect was J.W. van der Putten. De stijl is Ambachtelijk-Traditioneel met neo-romaanse elementen.
Omschrijving
Het klooster is gebouwd in carrévorm en heeft twee en drie bouwlagen. Boven de gepleisterde plint bestaat de gevel uit bruine machinale baksteen, onder de gootlijst gemetseld met zigzagmotief.
De zadeldaken zijn gedekt met leien, deels zijn er platte daken.
Het tweelaagse bouwdeel heeft zeven getoogde vensters met afgeschuinde hardsteen dorpels. Links een paneeldeur met getoogd bovenlicht en een gevelsteen. De voorgevel wordt rechts afgesloten door de kloosterkapel van vier traveeën met puntgevel. Ook hier is een gevelsteen aangebracht. Het hogere dwars geplaatste zadeldak heeft leien dakbedekking, evenals een laag aanbouwtje onder lessenaardak rechts.
De rechtergevel bestaat uit een drielaags gedeelte onder plat dak.
Deze gevel is deels blind en heeft verder getoogde vierruits openslaande vensters. Langs de kapel en een deel van de verdere gevel loopt een overdekte bakstenen gang met rondboograampjes en een plat dak.
De linkergevel is tweelaags, met zadeldak en bevat tien vensterassen, met de kleine raampjes van de cellen der kloosterzusters. De achterzijde bestaat deels uit een vervolg van de linkergevel en deels uit een vervolg van de rechtergevel. Deze bouwdelen omvatten samen een kleine kloosterhof.
De eerdergenoemde kapel heeft een centrale brede deur met rondboog bovenlicht, die in een risalerend vlak is geplaatst met een kruis als bekroning. Aan weerszijden bevindt zich een rondboograam. In het zijgedeelte is een kleine paneeldeur met rondboogbovenlicht.
Deze deur geeft toegang tot de kloostergang. Deze wordt verlicht door kleine rondboograampjes en geventileerd door grote ronde gietijzeren luchtroosters. De zijgevel wordt gesteund door rechte steunberen tussen de rondboogvensters. Op het dak is een opengewerkte veelhoekige dakruiter met leien en sierkruis geplaatst. Een baksteen muurtje is vastgemetseld aan de kapel. Dit geeft toegang tot het kerkhof.
Het interieur van het klooster is zeer sober en vrijwel geheel gemoderniseerd in de jaren vijftig en zestig. De kapel met tongewelf heeft aan de zijde van het koor een venster, waardoor de slotzusters de mis konden bijwonen. De oorspronkelijke beschildering van muren en plafond is overgeschilderd. De glas-in-loodramen rechts en links beelden Jezus en Maria af. In het middelste glas-in-loodraam staat de tekst: Domus Dei Porta Coeli. De kapel bevat diverse eikenhouten heiligenbeelden, een driedelig Neogotisch eikenhouten altaar en een eenvoudig orgel op de galerij. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.
Het klooster zelf heeft een uiterst sober interieur met een binnenhof en een omlopende kloostergang. De zalen en kloostercellen zijn grotendeels intact gebleven en hebben deels houten vloeren en grenenhouten deuren uit de bouwtijd, alles typerend voor de soberheid van de orde.
Op het terrein zelf bevindt zich links een hoge muur afgedekt door pannen en hierin een ingang met getoogde poort. Links een bijgebouw, in baksteen onder mansardedak met leien dat dienst deed als washuis.
Waardering
Het voormalige klooster is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarden als voorbeeld van de stichting van nieuwe vestigingen van orde en congregaties in de periode na 1853, het is van belang als laat voorbeeld van de aloude en pretentieloze kloostertypologie van de zusters Clarissen. Het heeft architectuurhistorische waarden vanwege de voor de kloosterbouw typerende combinatie van een voor slotklooster geëigende sobere bouwstijl met iets rijkere neo-romaanse vormentaal van de openbare kapel. Het is gaaf bewaard gebleven.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CONVENT, built in 1904 for the Poor Clare Sisters. The architect was J.W. van der Putten. The style is Craftsman-Traditional with neo-Romanesque elements.
Description
The convent is built in a square plan and has two and three storeys. Above the rendered plinth the facade consists of brown machine-made brick, below the drip moulding laid with a zigzag motif.
The gabled roofs are covered with slate, in some places there are flat roofs.
The two-storey section has seven arched windows with bevelled limestone sills. On the left a panel door with arched fanlight and a decorative stone. The front facade is terminated on the right by the convent chapel of four bays with pointed gable. Here too a decorative stone has been placed. The higher transverse gabled roof has slate roof covering, as does a low extension beneath a lean-to roof on the right.
The right facade consists of a three-storey section under a flat roof.
This facade is partly blank and otherwise has arched four-light casement windows. Along the chapel and part of the further facade runs a covered brick passage with round-arched small windows and a flat roof.
The left facade is two-storey, with gabled roof and contains ten window bays, with the small windows of the convent sisters' cells. The rear consists partly of a continuation of the left facade and partly of a continuation of the right facade. These building sections together enclose a small convent courtyard.
The aforementioned chapel has a central wide door with round-arched fanlight, placed in a projecting plane with a cross as crowning. On either side there is a round-arched window. In the side section is a small panel door with round-arched fanlight.
This door gives access to the convent passage. This is lit by small round-arched windows and ventilated by large round cast-iron ventilation grilles. The side facade is supported by straight buttresses between the round-arched windows. On the roof an open-work polygonal lantern with slate and decorative cross has been placed. A brick wall is mortared to the chapel. This gives access to the cemetery.
The interior of the convent is very austere and almost entirely modernised in the nineteen-fifties and sixties. The chapel with barrel vault has on the choir side a window, through which the enclosed sisters could attend mass. The original painting of walls and ceiling has been overpainted. The stained glass windows on the right and left depict Jesus and Mary. In the middle stained glass window stands the text: Domus Dei Porta Coeli. The chapel contains various oak wooden holy images, a three-part Neo-Gothic oak wooden altar and a simple organ in the gallery. Organ and organ case are not of value from the point of view of monument conservation.
The convent itself has an extremely austere interior with an inner courtyard and a surrounding convent passage. The halls and convent cells have largely remained intact and partly have wooden floors and pine wooden doors from the time of construction, all typical of the austerity of the order.
On the grounds itself on the left is a high wall topped with tiles and in it an entrance with an arched gate. On the left a outbuilding, in brick under a mansard roof with slate that served as a laundry.
Valuation
The former convent is of general importance. It has cultural-historical values as an example of the establishment of new foundations of order and congregations in the period after 1853, it is of importance as a late example of the ancient and unpretentious convent typology of the Poor Clare Sisters. It has architectural-historical values because of the combination of a sober building style appropriate for an enclosed convent with a somewhat richer neo-Romanesque formal language of the public chapel, which is typical for convent construction. It has remained well preserved.
Nearby in the register
- Woonhuis, Molenstraat 76Woonhuisunder 1 mi
- Begraafplaats, Molenstraat 72Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Begraafplaats, Molenstraat 70Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Doodgraverswoning, Molenstraat 70Dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.