Rijksmonumentenregister · Netherlands
Retraitehuis
Uden, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1913 - 1931
- Address
- Volkelseweg 30 A, 5405 NA Uden (Maashorst 30)
- Place
- Uden
- Municipality
- Maashorst
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.65421, 5.63338
- Monument number
- 512983
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "45 's Hertogenbosch" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het RETRAITEHUIS van de Congregatie Missiezusters Dienaressen van de H. Geest, gesticht vanuit het klooster te Steyl, is in drie fasen tot stand gekomen tussen 1913 en 1931 naar ontwerp van de architect C. Franssen. Het gebouw vertoont traditionalistische en neo-romaanse vormen en is rond 1970 deels inwendig verbouwd als kloosterbejaardenoord.
Omschrijving
Het gebouw bestaat uit een drietal vleugels, opgetrokken uit machinale baksteen, afgedekt met zadel- en schilddaken. De vleugels hebben een souterrain en zijn in U-vorm rond een binnenhof gesitueerd. De oudste vleugel ligt haaks op de Volkelseweg, dateert uit 1913-1914 en telt boven het souterrain drie bouwlagen, afgedekt met donkerrode geglazuurde verbeterde Hollandse pannen. Midden op het dak een achthoekige dakruiter. De gevels zijn zeer eenvoudig gedetailleerd en worden afgesloten door een overstekende lijst op consoles. Hoekrisalieten met schilddaken, pirons en dakkapellen met frontons sluiten de vleugel aan weerszijden af.
De ruimten in het souterrain hebben stolpramen met kleine roedenverdeling, de overige ramen zijn houten kruisramen met beneden openslaande tweelichten en daarboven twee lichten met elk vier ruiten. Ze hebben natuurstenen dorpels en een afsluitende hanekam.
De vroegere entreepartij heeft een hoge trap met halfronde luifel op twee zuiltjes. Ernaast de eerste steen, gelegd op 21 april 1913. De hoekrisalieten hebben in de zijgevels eveneens portieken met trap. De portiek aan de wegzijde met geprofileerde luifel op bakstenen penanten fungeert thans als hoofdingang. De portiek aan de tuinzijde sluit aan op een tweelaags aanbouw onder tentdak met piron. Aan de hofzijde heeft de vleugel een uitgebouwd trappenhuis en een ca. 1950-1960 aangebouwde lifttoren.
In 1923-1924 is het hoofdgebouw aan de zijde van de Volkelseweg uitgebreid met een kapel en woonvleugel voor de zusters. Beide bouwdelen hebben een zadel- en schilddak, met geglazuurde verbeterde Hollandse pannen en pirons. De zustervleugel is identiek aan de hoekrisaliet van het oudste bouwdeel, de ertussen geplaatste kapel heeft een gevel met bakstenen lisenen met rondbogen, die hooggeplaatste rondboogramen omlijsten. Op het dak een achthoekige dakruiter. Aan de zijde van de binnenhof een plat afgedekte gang met souterrain en etage.
Aan de linkerzijde van de hoofdvleugel is in 1930-1931 een vleugel aangebouwd van twee bouwlagen boven een souterrain. Deze vleugel herhaalt de vormen van het bestaande gebouw, met enkele expressionistische elementen en wordt boven de geprofileerde goot afgesloten met een schilddak, gedekt met rode muldenpannen. De ramen zijn identiek aan die van het hoofdgebouw, terwijl de eetzaal en de gang aan de hofzijde zich onderscheiden door rijker ornament, respectievelijk rondboogramen. Het inwendige is door verscheidene verbouwingen gewijzigd, maar bevat nog een aantal oorspronkelijke elementen. Het gaat hier onder meer om de smeedijzeren trapleuning van de hoofdtrap, het Mariabeeld in dit trappenhuis, de pilasters met voetstuk en kapiteel in de conferentiezaal en het kruisgewelf in de vroegere entreehal. De kapel is een hoge, eenbeukige ruimte met lagere absis en lisenen en rondbogen in de zijmuren en wordt afgedekt met een cassettenplafond op muurstijlen en korbelen. De banken en de orgelgalerij dateren uit de bouwtijd, de glas-in-loodramen zijn rond 1950-1960 aangebracht door Luc van Hoek. De gangen bezitten deels nog de originele terrazzo vloeren met rode en zwarte banden. De meeste van de aan middengangen gesitueerde kamers hebben nog de oude paneeldeuren met bovenlichten bewaard. Op de derde verdieping van het zusterhuis, naast de kapel bevindt zich een oorspronkelijke slaapzaal met eenvoudige chambrettes. In de retraitevleugel een gang met gele bakstenen rondbogen.
Ten noord-oosten een uit breuksteen opgetrokken Lourdesgrot.
Waardering
Het retraitehuis is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties in de vroege twintigste eeuw en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het retraitehuis annex congregatieklooster. Het is architectuurhistorisch van belang vanwege de stijl, de ruimtelijke indeling en de ornamentiek en is tevens van belang als voorbeeld van het werk van de architect Franssen. Het heeft ensemblewaarden vanwege de samenhang van klooster en tuin. Het is een zeldzaam voorbeeld van een katholiek retraitehuis.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The RETREAT HOUSE of the Congregation of Missionary Sisters Servants of the Holy Spirit, founded from the convent at Steyl, was built in three phases between 1913 and 1931 according to designs by architect C. Franssen. The building displays traditionalist and neo-Romanesque forms and was partly internally converted around 1970 as a convent nursing home.
Description
The building consists of three wings, constructed of machine-made brick, covered with gabled roofs and hipped roofs. The wings have a basement and are situated in a U-shape around an inner courtyard. The oldest wing is perpendicular to the Volkelseweg, dates from 1913-1914 and has three storeys above the basement, covered with dark red glazed improved Dutch tiles. In the middle of the roof an octagonal roof tower. The facades are very simply detailed and are terminated by a projecting cornice on consoles. Corner risalits with hipped roofs, crested ridges and roof dormers with pediments close off the wing on both sides.
The spaces in the basement have casement windows with small glazing bars, the remaining windows are wooden cross windows with two-light doors opening below and two lights above with four panes each. They have natural stone sills and a terminating cock's comb moulding.
The former entrance section has a high staircase with a semicircular canopy on two small columns. Next to it the foundation stone, laid on 21 April 1913. The corner risalits also have porticoes with stairs in the side facades. The portico on the road side with moulded canopy on brick pilasters now serves as the main entrance. The portico on the garden side connects to a two-storey extension under a tent roof with crested ridge. On the courtyard side the wing has an extended stairwell and a lift tower built on around 1950-1960.
In 1923-1924 the main building was enlarged on the Volkelseweg side with a chapel and residential wing for the sisters. Both building components have a gabled roof and hipped roof, with glazed improved Dutch tiles and crested ridges. The sisters' wing is identical to the corner risalit of the oldest building component, the chapel placed between them has a facade with brick pilasters with semicircular arches, which frame high-set semicircular-arch windows. On the roof an octagonal roof tower. On the courtyard side a flat-roofed corridor with basement and storey.
On the left side of the main wing a wing was added in 1930-1931 consisting of two storeys above a basement. This wing repeats the forms of the existing building, with a few expressionist elements and is terminated above the moulded gutter with a hipped roof, covered with red barrel tiles. The windows are identical to those of the main building, while the dining hall and the corridor on the courtyard side are distinguished by richer ornament, and semicircular-arch windows respectively. The interior has been altered by various modifications, but still contains a number of original elements. These include the wrought iron staircase handrail of the main staircase, the statue of Mary in this stairwell, the pilasters with plinth and capital in the conference room and the ribbed vault in the former entrance hall. The chapel is a high, single-aisle space with lower apse and pilasters and semicircular arches in the side walls and is covered with a coffered ceiling on wall stanchions and corbels. The benches and organ gallery date from the time of construction, the stained glass windows were installed around 1950-1960 by Luc van Hoek. The corridors partly retain the original terrazzo floors with red and black bands. Most of the rooms situated along central corridors have retained the old panelled doors with fanlights. On the third floor of the sisters' house, next to the chapel, is an original dormitory with simple small rooms. In the retreat wing a corridor with yellow brick semicircular arches.
To the north-east a Lourdes grotto constructed of rough stone.
Valuation
The retreat house is of general importance. It has cultural-historical value as an example of spiritual development, namely the flourishing of religious orders and congregations in the early twentieth century and is also of importance as an example of the typological development of the retreat house combined with congregational convent. It is of architectural-historical importance because of its style, spatial layout and ornamentation and is also of importance as an example of the work of architect Franssen. It has ensemble values because of the coherence of convent and garden. It is a rare example of a Catholic retreat house.
Nearby in the register
- Woonhuis, Prior van Milstraat 22Woonhuisunder 1 mi
- Gemeentehuis, Markt 1Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Pastorie(F), Kerkstraat 26Kerkelijke dienstwoning1 mi
- Kerk, Kerkstraat 24Kerk en kerkonderdeel1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.