Rijksmonumentenregister · Netherlands
Boerderij(M1), Achthovenerweg 60
Leiderdorp, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1940 - 1941
- Address
- Achthovenerweg 60, 2351 AZ Leiderdorp
- Place
- Leiderdorp
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.13312, 4.55952
- Part of complex
- 512176
- Monument number
- 512177
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In 1940-1941 gebouwde BOERDERIJ voor rundvee is van het langhuistype (halleboerderij) met langs-/voerdeel, opgetrokken in een aan de Delftse School verwante stijl. De 'Hoeve Welgelegen' genaamde boerderij staat op de plaats waar een op 14 mei 1940 door een Duitse bom verwoeste knip (kaasboerderij) stond. Deze werd in opdracht van het Bureau voor Wederopbouw Boerderijen in Amersfoort vervangen door een zogenaamde "wederopbouw boerderij". De boerderij was bestemd voor A.B. Verkleij en is gebouwd naar een van december 1940 daterend ontwerp van de architecten Van der Laan en Reyneveld (Leiden). De in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard gebleven grupstal was bestemd voor 32 koeien.
Omschrijving
Vanuit een rechthoekige plattegrond, in schone baksteen opgetrokken boerderij bestaat uit een woon- en bedrijfsgedeelte onder één, met Hollandse pannen gedekte zadeldak, dat aan de achterzijde is afgewolfd. Het op de Oude Rijn georiënteerde woonhuisgedeelte heeft een opgemetselde schoorsteen in het linker dakschild; het bedrijfsgedeelte heeft een wolfdak met zeeg (oorspronkelijk stonden twee luchtkokers op de nok). De symmetrische ingedeelde voorgevel van het, deels onderkelderde, woongedeelte is een zich lichtverjongende tuitgevel met datering (1941) in ijzeren cijfers en een gevelsteen met heraldische leeuw en de datering 1940. De schouders en de tuit zijn afgedekt met geprofileerde dekplaten; de schuine zijden van de geveltop met rollagen. Op de begane grond bevinden zich drie, onder segmentboogvormige ontlastingsbogen staande, door luiken geflankeerde vensters met roedenverdeling in de schuiframen. Op de verdieping zit in het midden een dubbel raam met vierruits ramen. Het rechter deel (het woonhuisgedeelte) van de linker gevel ligt iets terug ten opzichte van de gevelpartij van het bedrijfsgedeelte. Het bevat een samengesteld, met luiken afgehangen en onder strek staand venster met kruisramen voor de opkamer. Hieronder bevindt zich een terugliggend keldervenster met diefijzers onder een segmentboogvormige ontlastingsboog. De dakgoot rust opklossen. Het geveldeel tussen de woning en de stallen maakt deel uit van het achterhuis. Het bevat twee grote, onder rollagen staande en met luiken afgehangen vensters, voorzien van roedenverdeling in de schuiframen. Links hiervan zit een getoogde, opgeklampte deur. Het stalgedeelte is voorzien van drie maal drie en een maal twee, tussen steunbeertjes staande getoogde stalvensters, voorzien van ontluchtingsopeningen in de onderdorpels. De zeeg rust op een uitgemetselde gevelrand. Bij de deur bevindt zich een waterput met gemetselde, rechthoekige opstand. De afgeknotte, symmetrisch ingedeelde achtergevel met op de begane grond zich verjongende gevelhoeken heeft in het midden een rechtgesloten dubbele staldeur onder een drieruits-bovenlicht. Aan weerszijden hiervan zit een getoogde, opgeklampte deur met boven- en onderdeur. Recht boven de middendeur zit een getoogde, dubbele zolderdeur. De borstwering tussen beide deuren is verlevendigd met een baksteenmozaïek. Vergelijkbaar met de andere langsgevel heeft de zuid-westellijke langsgevel een gevelindeling met tussen de steunbeertjes drie keer drie en een keer twee stalraampjes. Het dakschild aan deze zijde bevat een vanuit de dakvoet opgetrokken houten dakkapel met zadeldak en luiken. Links van het linker stalvenster bevinden zich een opgeklampte, getoogde deur en een venster onder rollaag. Ze staan onder een aan de noordwestzijde open tussenlid, die de boerderij met de hooitas verbindt. Het tussenlid heeft een met riet en Hollandse pannen gedekt zadeldak. Deze wordt aan de open (noord-west) zijde gedragen door een zware balk, die rust opeen gemetselde, vierkante kolom. Tussen deze kolom en een rechthoekige uitbouw ligt een trekbalk, die door middel van een hangstijl met de nokbalk is verbonden. Het gesloten deel van de uitbouw bevat twee vensters en een doorgang naar het wooonhuisgedeelte. Het onder een steekkap staande uitbouwtje heeft een kopgevel met een tuit, een met luiken behangen venster en een rond oeil de boeuf. In de linker zijgevel hiervan bevindt zich een eveneens met luiken afgehangen venster onder een rondboogvormige ontlastingsboog en een met vlechtwerk ingevulde boogtrommel. De rechter zijgevel van het woongedeelte heeft rechts naast de deur een klein venster. De deur staat tussen een klein gemetseld stoepje, op hardstenen neuten rustende houten pilasters, een bovenlicht met twee andreaskruisen en geprofileerde kroonlijst en een segmentboogvormige ontlastingsboog. Links van de deur is een herinneringstegel met jaartallen gemetseld. Links daarvan bevindt zich een met een luik afgehangen venster.
De oorspronkelijke indeling van het woongedeelte is voor een groot deel gehandhaafd. Wel is in 1980 bij een verbouwing de kamer en suite gewijzigd in een ongedeelde ruimte. Gehandhaafd zijn de onderkelderde opkamer en het achterhuis, waar een uit de bouwtijd daterende, gemetselde waterbak met gietijzeren pomp voor de melkkoeling staat. De hal heeft een plavuizen vloer en tussen de hal en de keuken bevindt zich een gemetselde rondbogige doorgang. De voorzolder bestaat uit een slaapkamer, waarboven een kleine zolder achter een doorgang met boog. Het vloerniveau van de achterzolder is lager dan dat van de zolder. Het bedrijfsgedeelte bevat een driebeukige stal voor 32 koeien. De betonnen gruppen liggen in betonnen vloeren met aan weerszijden een met klinkers geplaveide voerdeel. De ruimte wordt verdeeld door betonnen palen, waarop balken liggen die met de uiteinden rusten op uitmetselingen.
Waardering
De boerderij is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling in de boerderijbouw. Als zodanig is het een vroeg voorbeeld van een 'wederopbouwboerderij' uit de jaren '40 van de twintigste eeuw, vormgegeven in een aan de Delftse School verwante school. De boerderij is gaaf in hoofdvorm en materiaalgebruik wat betreft het exterieur en grotendeels ook wat betreft het interieur. De boerderij heeft ensemblewaarde vanwege stilistische en ruimtelijk-functionele samenhang tussen de complexonderdelen. Tevens is sprake van landschappelijke waarde door de bijdrage die de boerderij levert aan het aanzien van deze van oudsher agrarische streek langs de Rijn.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
A FARMHOUSE for cattle built in 1940-1941 is of the longhouse type (hall farmhouse) with longitudinal/feeding passage, constructed in a style related to the Delft School. The farmhouse named 'Hoeve Welgelegen' stands on the site where a cheese farmhouse (knip) destroyed by a German bomb on 14 May 1940 once stood. This was replaced on the instructions of the Bureau for Farmstead Reconstruction in Amersfoort by a so-called "reconstruction farmhouse". The farmhouse was intended for A.B. Verkleij and was built according to a design dated December 1940 by the architects Van der Laan and Reyneveld (Leiden). The group stable, preserved in virtually original condition, was designed for 32 cows.
Description
From a rectangular floor plan, constructed in fine brickwork, the farmhouse consists of a residential and business section under one roof covered with Dutch tiles, a gabled roof that curves at the rear. The residential section, oriented towards the Oude Rijn, has a built-up chimney in the left roof slope; the business section has a half-hipped roof with eaves (originally two ventilation ducts stood on the ridge). The symmetrically arranged front facade of the, partly cellared, residential section is a spout gable that tapers slightly upward with dating (1941) in iron numerals and a facade stone with heraldic lion and the dating 1940. The shoulders and the spout are topped with profiled coping plates; the sloping sides of the gable top with brick courses. On the ground floor there are three windows flanked by shutters, standing under segmental relieving arches, with glazing bars in the sash frames. On the upper storey there is in the middle a double frame with four-pane windows. The right part (the residential section) of the left gable is set back slightly in relation to the facade section of the business section. It contains a composite window hung with shutters and standing under tension, with cross windows for the uproom. Below this is a recessed cellar window with theft irons under a segmental relieving arch. The gutter rests on corbels. The facade section between the dwelling and the stalls forms part of the rear extension. It contains two large windows, standing under brick courses and hung with shutters, provided with glazing bars in the sash frames. To the left of this is an arched, clamped door. The stable section is provided with three by three and one by two arched stable windows standing between buttresses, provided with ventilation openings in the lower lintels. The eaves rest on a built-out facade edge. At the door there is a water well with a built, rectangular surround. The truncated, symmetrically arranged rear facade with tapering facade corners on the ground floor has in the middle a rectangular closed double stable door under a three-pane fanlight. On either side of this is an arched, clamped door with upper and lower door. Directly above the central door is an arched, double loft door. The parapet between the two doors is enlivened with a brick mosaic. Comparable to the other long side, the south-western long side has a facade arrangement with three by three and one by two stable windows standing between buttresses. The roof slope on this side contains a wooden dormer with a gabled roof and shutters, rising from the roof edge. To the left of the left stable window are a clamped, arched door and a window under brick courses. They stand under a connecting section open on the north-west side, which connects the farmhouse with the hay barn. The connecting section has a gabled roof covered with reed and Dutch tiles. This is supported on the open (north-west) side by a heavy beam that rests on a built, square column. Between this column and a rectangular extension is a tie beam, which is connected to the ridge beam by means of a hanging post. The closed part of the extension contains two windows and a passage to the residential section. The small extension, standing under a pitched roof, has a gable end with a spout, a window hung with shutters and a round oeil de boeuf. In the left side gable of this is likewise a window hung with shutters under a round-arched relieving arch and an arch soffit filled with lattice work. The right side gable of the residential section has a small window to the right of the door. The door stands between a small built step, resting on hardstone plinths wooden pilasters, a fanlight with two St. Andrew's crosses and profiled cornice and a segmental relieving arch. To the left of the door a commemorative plaque with year numerals is built in. To the left of this is a window hung with a shutter.
The original layout of the residential section has been largely maintained. In 1980, however, a room suite was converted into an undivided space during renovation. The cellared uproom and the rear extension have been preserved, where a brick water tank with cast-iron pump for milk cooling dating from the construction period stands. The hall has a tiled floor and between the hall and the kitchen there is a built round-arched passage. The front upper storey consists of a bedroom, above which is a small attic behind an arched passage. The floor level of the rear attic is lower than that of the attic. The business section contains a three-aisle stable for 32 cows. The concrete gutters lie in concrete floors with a clinker-paved feeding passage on either side. The space is divided by concrete posts, on which beams rest that rest at the ends on built-out sections.
Valuation
The farmhouse is of general importance because of its cultural and architectural-historical value as a distinctive expression of a typological development in farmstead construction. As such, it is an early example of a 'reconstruction farmhouse' from the 1940s of the twentieth century, designed in a style related to the Delft School. The farmhouse is sound in main form and material use with regard to the exterior and largely also with regard to the interior. The farmhouse has ensemble value because of the stylistic and spatial-functional coherence between the complex components. There is also landscape value through the contribution the farmhouse makes to the appearance of this traditionally agricultural area along the Rijn.
Nearby in the register
- Hooihuis, Achthovenerweg bij 60Boerderijunder 1 mi
- Toegangshek, Achthovenerweg bij 51Erfscheidingunder 1 mi
- Hofstede, Achthovenerweg 51Boerderijunder 1 mi
- Schuur(M), Achthovenerweg bij 51Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.